rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-wetenschappelijke-adviescommissie-eén-tegen-eenzaamheid/BWBR0041606
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Wetenschappelijke Adviescommissie Eén tegen eenzaamheid BWBR0041606 ministeriele-regeling geldend 2018-12-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0041606 Instellingsbesluit Wetenschappelijke Adviescommissie Eén tegen eenzaamheid

Instellingsbesluit Wetenschappelijke Adviescommissie Eén tegen eenzaamheid

Artikel 1

a. a.

    *Minister:* de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

b. b.

    *commissie:* de commissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

1. Er is een Wetenschappelijke Adviescommissie voor het actieprogramma Eén tegen eenzaamheid.

2.

De commissie heeft tot taak:

a. a. Het voeden van de lokale en landelijke coalities van het actieprogramma met kennis en inzichten door:

        
        kennis te synthetiseren: kennis over eenzaamheid samenbrengen en inbrengen bij landelijke en lokale coalities.
      
      
        
        onderzoek te programmeren: kennisbehoeften uit praktijk en wetenschap bundelen, op basis daarvan een onderzoeksagenda opstellen en deze jaarlijks actualiseren.

kennis te synthetiseren: kennis over eenzaamheid samenbrengen en inbrengen bij landelijke en lokale coalities. onderzoek te programmeren: kennisbehoeften uit praktijk en wetenschap bundelen, op basis daarvan een onderzoeksagenda opstellen en deze jaarlijks actualiseren. b. b. Landelijke en lokale coalities adviseren over de monitoring van de effectiviteit van het programma door middel van jaarlijkse meting van proces- en uitkomstindicatoren.

Artikel 3

1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste 6 en ten hoogste 10 andere leden.

2. De voorzitter en de andere leden worden door de Minister benoemd.

3. De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

4. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de Minister een ander lid benoemen.

5. De voorzitter en andere leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de Minister.

Artikel 4

De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 september 2018 en wordt opgeheven per 1 januari 2024.

Artikel 5

1.

Te rekenen vanaf 1 september worden voor de periode van 1 september 2018 tot en met 31 december 2023 tot lid van de commissie benoemd:

a. a. de heer H. Smid te Den Haag, tevens voorzitter; b. b. de heer dr. C. van Campen, te Utrecht; c. c. mevrouw prof. dr. C.M. T. Fokkema, te Leiden; d. d. mevrouw prof. dr. J. Gierveld, te Den Haag; e. e. mevrouw dr. ir. M.H. Kwekkeboom, te Weesp; f. f. mevrouw prof. dr. J.E.M. Machielse, te Breda; g. g. mevrouw dr. L.S. Moonen, te Hasselt (België); h. h. de heer dr. E.C. Schoenmakers, te Berkel-Enschot, i. i. de heer prof. dr. T.G. van Tilburg, te Amsterdam.

Artikel 6

1. De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.

2. In het secretariaat van de commissie wordt voorzien door de Minister.

3. Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.

4. Aan het secretariaat kunnen medewerkers worden toegevoegd.

5. De secretaris en de medewerkers van het secretariaat zijn geen lid van de commissie.

6. Indien ambtenaren, in dienst van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, tot secretaris of medewerker worden benoemd, zijn zij tegenover anderen dan de commissie verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen in het verband van de werkzaamheden van de commissie bekend is geworden.

Artikel 7

1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 8

De commissie verstrekt aan de Minister desgevraagd de door hen gewenste inlichtingen. De Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 9

1. De voorzitter en de andere leden (alsmede de personen als bedoeld in artikel 7, tweede lid) ontvangen per vergadering een vergoeding, voor zover zij niet vallen onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en hiermee niet het in artikel 6, eerste lid, van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies bedoelde maximumbedrag overschrijden.

2. De vergoeding per vergadering van de leden (alsmede de personen als bedoeld in artikel 7, tweede lid) bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.

3. De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de commissie is toegekend.

Artikel 10

1.

De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

a. a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning, b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en c. c. de kosten voor het beschikbaar stellen van de opgedane kennis aan de lokale coalities.

2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de Minister aan.

Artikel 11

De commissie doet jaarlijks verslag aan de Minister over de activiteiten van de commissie in het betreffende jaar.

Artikel 12

De commissie brengt vóór 1 januari 2024 haar eindverslag uit aan de Minister.

Artikel 13

Adviezen, notities, verslagen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, zijn openbaar en worden door de Minister aan de landelijke coalitie en lokale coalities beschikbaar gesteld.

Artikel 13

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Maatschappelijke Ondersteuning van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel 14

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 2018.

2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2024.

Artikel 15

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Wetenschappelijke Adviescommissie Eén tegen eenzaamheid.