rijk/ministeriele-regeling/instellingsregeling-commissie-onderzoek-oorzaken-kostenstijgingen-stelsel-gesubs/BWBR0036334
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsregeling Commissie onderzoek oorzaken kostenstijgingen stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand en vernieuwing van het stelsel BWBR0036334 ministeriele-regeling geldend 2015-02-24 https://wetten.overheid.nl/BWBR0036334 Instellingsregeling Commissie onderzoek oorzaken kostenstijgingen stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand en vernieuwing van het stelsel

Instellingsregeling Commissie onderzoek oorzaken kostenstijgingen stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand en vernieuwing van het stelsel

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *Staatssecretaris:* Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie;

b. b.

    *commissie:* de commissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

1. Er is een Commissie onderzoek oorzaken kostenstijgingen stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand en vernieuwing van het stelsel.

2.

De commissie heeft tot taak:

Het doen van onderzoek naar de oorzaken van de kostenstijging van gesubsidieerde rechtsbijstand en aanbevelingen doen voor vernieuwing van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand met het oog op een betere budgettaire beheersbaarheid van het stelsel waarbij de toegang tot het recht voor min- en onvermogenden gegarandeerd blijft.

Artikel 3

1. De voorzitter, vice-voorzitter en de andere leden worden door de Staatssecretaris benoemd.

2. De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

3. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de Staatssecretaris een ander lid benoemen.

4. De voorzitter, vice-voorzitter en overige leden kunnen worden geschorst en ontslagen door de Staatssecretaris.

Artikel 4

1. De commissie brengt uiterlijk 1 september 2015 haar eindrapportage uit.

2. De commissie brengt uiterlijk 1 juni 2015 een tussenstand uit ten aanzien van de aanbevelingen voor vernieuwing van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand met het oog op een betere budgettaire beheersbaarheid.

3. Na het uitbrengen van de eindrapportage, bedoeld in het eerste lid, is de commissie opgeheven.

4. De termijn voor het uitbrengen van de eindrapportage, bedoeld in het eerste lid, kan worden verlengd door de Staatssecretaris.

Artikel 5

Tot lid van de commissie worden benoemd:

a. a. mr. A. Wolfsen, tevens voorzitter; b. b. prof. dr. H.R.B.M. Kummeling, tevens vice-voorzitter; c. c. mr. J.H. Brouwer; d. d. mr. C. Çörüz; e. e. mr. F.W.H. van den Emster; f. f. prof. mr. J.H. Gerards; g. g. prof. dr. G.D. Minderman.

Artikel 6

1. De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.

2. Er kan worden voorzien in een extern secretariaat.

3. De Staatssecretaris draagt, na overleg met de commissie, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de commissie.

Artikel 7

1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2. De commissie kan zich, na toestemming van de Staatssecretaris, door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

3. De commissie maakt verslag op van gesprekken met derden, voor zover de daaruit voortkomende bevindingen ten grondslag liggen aan de rapportage, bedoeld in artikel 4.

Artikel 8

1. De leden van de commissie zijn bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek.

2. Ambtenaren werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Veiligheid en Justitie zijn verplicht om de leden van de commissie de verlangde medewerking te verlenen, voor zover deze samenhangt met hun ambtelijke taak en redelijkerwijs van hen verlangd kan worden.

Artikel 9

1.

De kosten van de commissie komen, voor zover door de Staatssecretaris goedgekeurd, voor rekening van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

a. a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning, b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en c. c. de kosten voor publicatie van de rapportage, bedoeld in artikel 4, eerste lid.

2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning ter goedkeuring aan de Staatssecretaris aan.

Artikel 10

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden, waaronder gespreksverslagen als bedoeld in artikel 7, derde lid, over aan het archief van de Directie Rechtsbestel van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Instellingsregeling Commissie onderzoek oorzaken kostenstijgingen stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand en vernieuwing van het stelsel.