rijk/ministeriele-regeling/integrale-regeling-specifieke-doelgroepen-1996/BWBR0008106
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Integrale regeling specifieke doelgroepen 1996 BWBR0008106 ministeriele-regeling geldend 1996-06-29 https://wetten.overheid.nl/BWBR0008106 Integrale regeling specifieke doelgroepen 1996

Integrale regeling specifieke doelgroepen 1996

Artikel 1

Vervallen

Artikel 2

Vervallen

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

1.

De aanvullende vergoeding kan worden geweigerd en kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien:

a. a. het plan van aanpak, bedoeld in artikel 6, of de rapportage, bedoeld in artikel 7, niet of niet volledig voldoet aan het gestelde in deze regeling. b. b. de aanvrager onjuiste of voor de beoordeling van de doelstellingen van de regeling onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening van de aanvullende vergoeding zou hebben geleid, of c. c. de verlening van de aanvullende vergoeding anderszins onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten.

2. Zolang de aanvullende vergoeding niet is toegekend stelt de aanvrager de minister onverwijld in kennis van na de indiening van de aanvraag opgekomen feiten of omstandigheden die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de vaststelling van de aanvullende vergoeding.

Artikel 10

De aanvullende vergoeding kan op een lager bedrag dan verleend worden vastgesteld, indien:

a. a. de activiteiten waarvoor de aanvullende vergoeding is bedoeld niet of niet geheel hebben plaatsgevonden, b. b. de ontvanger van de aanvullende vergoeding heeft gehandeld in strijd met de aan de aanvullende vergoeding verbonden verplichtingen, c. c. de ontvanger van de aanvullende vergoeding kennelijk in strijd heeft gehandeld, met het doel van de aanvullende vergoeding d. d. de ontvanger van de aanvullende vergoeding onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening van de aanvullende vergoeding zou hebben geleid, of e. e. de verlening van de aanvullende vergoeding anderszins onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten.