rijk/ministeriele-regeling/intrekking-delegatie-bevoegdheden-aan-novem/BWBR0012393
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Intrekking delegatie bevoegdheden aan Novem BWBR0012393 ministeriele-regeling geldend 2001-06-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012393 Intrekking delegatie bevoegdheden aan Novem

Intrekking delegatie bevoegdheden aan Novem

Artikel

Het besluit van de Minister van Economische Zaken van 8 januari 1998, nr. WJA/JZ 97081321, wordt ingetrokken, met dien verstande dat de in dat besluit genoemde bevoegdheden in stand blijven voor:

a. a. aanvragen om subsidie die voor de inwerkingtreding van dit besluit bij de Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu B.V. zijn ingediend op grond van het Besluit subsidies energieprogramma's, het Besluit tenders industriële energiebesparing en de Subsidieregeling energiebesparings- en milieuadviezen 1998; b. b. aanvragen om subsidie die na de inwerkingtreding van dit besluit bij de Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu B.V. worden ingediend op grond van de Uitvoeringsregeling BSE 2000-III, bijlage I, onder A, subonderdelen A2, A5 en F2; c. c. aanvragen om subsidie die na de inwerkingtreding van dit besluit bij de Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu B.V. worden ingediend op grond van de Uitvoeringsregeling BSE 2001-I, bijlage I, onder A, onderdeel A; d. d. bezwaarschriften tegen beschikkingen genomen op grond van de onder a, b en c bedoelde aanvragen.