rijk/ministeriele-regeling/investeringsregeling-energiebesparing/BWBR0020502
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Investeringsregeling energiebesparing BWBR0020502 ministeriele-regeling geldend 2006-11-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0020502 Investeringsregeling energiebesparing

Investeringsregeling energiebesparing

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; landbouwonderneming: onderneming waarin de primaire productie van landbouwproducten plaatsvindt, zijnde een kleine of middelgrote onderneming zoals omschreven in bijlage I bij verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen; landbouwproducten: de producten genoemd in bijlage I bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met uitzondering van de producten genoemd in hoofdstuk 3 van die bijlage; energie-extensief: energieverbruik op een glastuinbouwonderneming dat blijkens de jaarafrekening van het energiebedrijf over het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidieaanvraag wordt ingediend, niet hoger is dan 25 m^3 gas van normale calorische waarde per m^2 glasoppervlak; energie-intensief: energieverbruik op een glastuinbouwonderneming dat blijkens de jaarafrekening van het energiebedrijf over het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidieaanvraag wordt ingediend, tenminste 25 m^3 gas van normale calorische waarde per per m^2 glasoppervlak bedraagt; samenwerkingsverband: samenwerkingsverband van ten minste twee en maximaal drie landbouwondernemingen, ieder met een andere eigenaar, gericht op het realiseren van een van de doelstellingen van deze regeling op het grondgebied van deze landbouwondernemingen.

Artikel 2

Op grond van deze regeling kan op aanvraag door de Minister aan een landbouwonderneming in Nederland subsidie worden verleend voor investeringen op het terrein van energiebesparing geïmplementeerd op het grondgebied van de landbouwonderneming.

Artikel 3

De Minister verdeelt het voor subsidie beschikbare bedrag in volgorde van ontvangst van de volledige aanvragen tot subsidieverlening.

Indien door subsidieverlening van aanvragen met dezelfde datum van ontvangst het subsidieplafond zou worden overschreden, geschiedt rangschikking van die aanvragen door loting, waarbij de door loting hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komt.

Paragraaf 2. Subsidieverlening en subsidievaststelling

Artikel 4

1.

De aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend bij Dienst Regelingen op een daartoe door Dienst Regelingen verstrekt formulier.

De aanvraag gaat vergezeld van de in de bijlage met betrekking tot de onderscheiden investeringen genoemde documenten.

2. De Minister kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen indien deze noodzakelijk zijn om te controleren of de subsidie overeenkomstig de doelstelling van deze regeling wordt verstrekt.

Artikel 5

Indien de aanvraag wordt ingediend door een samenwerkingsverband, wordt één van de aan het samenwerkingsverband deelnemende aanvragers door de overige deelnemers door een machtigingsformulier gemachtigd tot het indienen van de aanvraag.

Artikel 6

Ingeval sprake is van een onvolledige aanvraag tot subsidieverlening in de zin van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, komt de aanvraag voor behandeling in aanmerking op de dag waarop de aanvraag volledig is aangevuld.

Artikel 7

Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 8

1. De volledige aanvraag tot subsidievaststelling wordt uiterlijk 2 april 2007 ingediend bij Dienst Regelingen op een daartoe door Dienst Regelingen verstrekt formulier.

2. De aanvraag gaat vergezeld van de in de bijlage met betrekking tot de onderscheiden investeringen genoemde documenten.

Paragraaf 3. Aanvraagperiode en subsidieplafond

Artikel 9

Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend vanaf 15 november 2006 tot en met 29 november 2006.

Artikel 10

Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 6.000.000,00.

Paragraaf 4. Overige procedurele bepalingen

Artikel 11

1. Indien de subsidieaanvrager voor dezelfde subsidiabele activiteiten tevens subsidie van een bestuursorgaan heeft aangevraagd of ontvangen, dan wel in verband daarmee van anderen inkomsten verwerft, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag.

2.

In de situatie, bedoeld in het eerste lid:

wordt op grond van deze regeling geen subsidie verstrekt voor kosten die uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd of gefinancierd, en wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totaal van alle subsidiebedragen niet meer bedraagt dan 40% van de subsidiabele kosten.

Artikel 12

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht of artikel 6 van de Kaderwet LNV-subsidies, worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van subsidieverstrekking tot aan het tijdstip van algehele voldoening.

Paragraaf 5. De inhoud van de subsidie

Artikel 13

1. De Minister kan subsidie verstrekken voor de investeringen en aan de landbouwondernemingen, genoemd in de bijlage bij deze regeling.

2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor nieuwe machines en nieuw materieel, met inbegrip van computerprogrammatuur tot maximaal de marktwaarde van de activa.

Artikel 14

1.

De subsidie wordt alleen verleend indien:

a. a. de eigenaar, gerechtigde, pachter, directeur of bedrijfsleider van de landbouwonderneming beschikt over voldoende agrarische vakbekwaamheid, hetgeen blijkt uit:

        1°.
        het bezit van een getuigschrift van een erkende landbouwkundige opleiding onderscheidenlijk van een opleiding van een hiermee gelijkwaardig niveau, of
      
      
        2°.
        de omstandigheid dat hij op het moment van de aanvraag ten minste drie jaren op een landbouwonderneming werkzaam is geweest.

1°. 1°. het bezit van een getuigschrift van een erkende landbouwkundige opleiding onderscheidenlijk van een opleiding van een hiermee gelijkwaardig niveau, of 2°. 2°. de omstandigheid dat hij op het moment van de aanvraag ten minste drie jaren op een landbouwonderneming werkzaam is geweest. b. b. de landbouwonderneming voldoet aan de geldende nationale en Europese minimumnormen op het gebied van milieu, hygiëne en dierenwelzijn, hetgeen betekent dat hij op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening de landbouwonderneming uitoefent met inachtneming van de geldende nationale en Europese minimumnormen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en hygiëne, hetgeen in ieder geval omvat de geldende normen bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewater, de Meststoffenwet, de Wet bodembescherming, de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de Diergeneesmiddelenwet en de Plantenziektewet. c. c. de aanvrager een landbouwonderneming exploiteert waarvan de economische levensvatbaarheid op het tijdstip van indiening van de aanvraag tot subsidieverlening kan worden aangetoond.

2.

De subsidie wordt niet verleend indien:

a. a. de investering is gericht op een productieverhoging waarvoor op de markt geen normale afzetmogelijkheden kunnen worden gevonden; b. b. de investering erop is gericht om te voldoen aan een communautaire norm die langer dan 36 maanden op de betrokken landbouwonderneming van toepassing is; c. c. door de investeringen de productie verder stijgt dan op grond van productiebeperkingen of beperkingen t.a.v. communautaire steunverlening is toegestaan; d. d. de investering een stijging van de productiecapaciteit met meer dan 20% tot gevolg heeft; e. e. de investering betrekking heeft op gewone vervangingsinvesteringen.

3. De aanvraag wordt geweigerd aan stichtingen en aan ondernemingen die zijn gericht op onderzoek, scholing, opleiding, voorlichting, advies of begeleiding.

Artikel 15

1. Geen subsidie wordt verstrekt voor activiteiten waarvan met de uitvoering is begonnen vóór de datum van ontvangstbevestiging die volgt op de aanvraag tot subsidieverlening.

2. Voor de toepassing van het eerste lid worden voorbereidende activiteiten om te komen tot een aanvraag voor subsidieverlening buiten beschouwing gelaten.

Artikel 16

1. Als subsidiabele kosten worden aangemerkt de in de bijlage met betrekking tot de onderscheiden investeringen genoemde kosten.

2. De subsidiabele kosten in deze regeling worden in aanmerking genomen met inbegrip van de verschuldigde BTW indien de aanvrager de BTW niet kan verrekenen met de door hem af te dragen omzetbelasting.

Artikel 17

De subsidie, bedoeld in artikel 13, wordt vastgesteld overeenkomstig hetgeen daaromtrent in de bijlage met betrekking tot de onderscheiden investeringen is bepaald tot ten hoogste € 1.125.000 per landbouwonderneming.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 18

Deze regeling treedt in werking op 15 november 2006.

Artikel 19

Deze regeling wordt aangehaald als: Investeringsregeling energiebesparing.

Bijlage . bij de Investeringsregeling energiebesparing: