40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Invoeringsregeling Energiewet | BWBR0052069 | ministeriele-regeling | geldend | 2026-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0052069 | Invoeringsregeling Energiewet |
Invoeringsregeling Energiewet
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- GUE-faciliteit: faciliteit, bedoeld in artikel 4.16, derde lid, van de wet;
- GUE-procedures en -voorwaarden: procedures en voorwaarden, bedoeld in artikel 4.17, tweede lid, van de wet;
- minister: Minister van Klimaat en Groene Groei;
- wet: Energiewet.
Artikel 1.2
Bij de toepassing van de Begrippencode elektriciteit, de Begrippencode gas, de Meetcode elektriciteit, de Meetcode gas RNB, de Meetcode gas LNB, de Meetcode gas LNB meting door aangeslotene, de Invoedcode gas LNB en de Informatiecode elektriciteit en gas op grond van de artikelen 7.52, tweede, derde en vierde lid, en 7.53, tweede en derde lid, van de wet worden telkens voor de begrippen die genoemd zijn in de eerste kolom van bijlage I de in de tweede kolom van die bijlage genoemde begrippen gelezen.
Hoofdstuk 2. Overgangsrecht codes
Artikel 2.1
Van de toepassing van de Meetcode elektriciteit op grond van artikel 7.52, tweede en vierde lid, van de wet worden de voorwaarden 1.1.1, 1.1.3, 1.1.5, 1.2.1.1 tot en met 1.2.3.3, 1.2.3.5, 1.2.3.6, 1.2.3.7, 1.2.4.1 tot en met 2.2.1, 2.3.1, 2.4.1, 2.4.2, 2.5.1 tot en met 2.6.5, 3.1.1 tot en met 3.4.17, 4.2.1.1, 4.2.1.2, 4.2.2.1, 5.1.1, 5.1.2 en 6.2.1 tot en met 6.3.5 uitgezonderd.
Artikel 2.2
Van de toepassing van de Meetcode gas RNB op grond van artikel 7.52, derde en vierde lid, van de wet worden de voorwaarden 1.1.1, 1.1.2, 1.1.4 tot en met 2.2.1, 2.4.1, 2.4.2 en 2.4.3, hoofdstuk 3 en de voorwaarden 6.2.1 tot en met 6.3.2a uitgezonderd.
Artikel 2.3
Bij de toepassing van de Invoedcode gas LNB op grond van artikel 7.52, derde en vierde lid, van de wet:
a. a. wordt voorwaarde 4.3 de zinsnede ‘tenzij de invoeder en de netbeheerder van het landelijk gastransportnet anders overeenkomen’ buiten beschouwing gelaten; en b. b. wordt voorwaarde 4.9 de zinsnede ‘De partij die de meet- en regelinrichting beheert zal de andere partij in de gelegenheid stellen’ gelezen als ‘De invoeder stelt de netbeheerder in de gelegenheid’.
Artikel 2.4
Van de toepassing van de Informatiecode elektriciteit en gas op grond van artikel 7.53, tweede en derde lid, van de wet worden uitgezonderd:
a. a. ten aanzien van het uitvoeren van meettaken:
1°.
vanaf 1 mei 2026: de voorwaarden 1.1.7, 5.1.2.1a, 5.1.3.4a, 5.3.4.3 en 5.3.4.3b, onderdeel c;
2°.
de voorwaarden 1.1.8, 1.1.9 en 2.1.10;
1°. 1°. vanaf 1 mei 2026: de voorwaarden 1.1.7, 5.1.2.1a, 5.1.3.4a, 5.3.4.3 en 5.3.4.3b, onderdeel c; 2°. 2°. de voorwaarden 1.1.8, 1.1.9 en 2.1.10; b. b. ten aanzien van het alloceren en reconciliëren van energievolumes vanaf 1 mei 2026 de voorwaarden 3.1.3.4, 3.2.3.4, 3.3.3.5 en 3.4.4.2, en de voorwaarden in paragraaf 3.15 en hoofdstuk 7; c. c. ten aanzien van de gegevensuitwisseling in algemene zin:
1°.
de voorwaarden 1.1.10 en 1.1.11;
2°.
de voorwaarden in de paragrafen 2.2b, 2.5a, 2.14, 2.15, 10.1.4a en 10.1.4b en voorwaarde 10.1.5.2;
3°.
vanaf 1 mei 2026: de voorwaarden in paragraaf 3.12;
4°.
de voorwaarden in hoofdstuk 9;
1°. 1°. de voorwaarden 1.1.10 en 1.1.11; 2°. 2°. de voorwaarden in de paragrafen 2.2b, 2.5a, 2.14, 2.15, 10.1.4a en 10.1.4b en voorwaarde 10.1.5.2; 3°. 3°. vanaf 1 mei 2026: de voorwaarden in paragraaf 3.12; 4°. 4°. de voorwaarden in hoofdstuk 9; d. d. ten aanzien van gegevensuitwisseling inzake het leveranciersmodel:
1°.
de voorwaarden 8.1.1, onderdeel d, 8.1.2a, en 8.1.4 tot en met 8.3.6;
2°.
vanaf 1 juli 2026: de voorwaarden 8.1.1, aanhef en onderdelen a, b en c, 8.1.2 en 8.1.3;
1°. 1°. de voorwaarden 8.1.1, onderdeel d, 8.1.2a, en 8.1.4 tot en met 8.3.6; 2°. 2°. vanaf 1 juli 2026: de voorwaarden 8.1.1, aanhef en onderdelen a, b en c, 8.1.2 en 8.1.3; e. e. ten aanzien van de gedragscodes: de voorwaarden in paragraaf 10.2 en 10.3.
Artikel 2.5
1.
Bij de toepassing van de Informatiecode elektriciteit en gas op grond van artikel 7.53, tweede en derde lid, van de wet:
a. a. zijn vanaf 1 mei 2026 de voorwaarden 5.1.3.1, 5.1.3.2, 5.1.3.3, 5.1.3.4 en 5.1.4.1 alleen van toepassing op een leverancier indien sprake is van een meetinrichting zonder communicatiefunctionaliteit of een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is uitgeschakeld; b. b. zijn vanaf 1 mei 2026 de voorwaarden 3.1.4.1, 3.2.4.1, 3.3.4.1, 3.4.5.1, 3.14.1.8, 3.14.1.9, 3.14.2.5, 3.14.2.6, 3.14.3.8, 3.14.3.9, 3.14.4.5, 3.14.4.6, 5.1.2.2 en 5.3.4.3a alleen van toepassing op een leverancier indien sprake is van een meetinrichting zonder communicatiefunctionaliteit of een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is uitgeschakeld en van overeenkomstige toepassing op een distributiesysteembeheerder indien sprake is van een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld; c. c. wordt vanaf 1 mei 2026 in de voorwaarden 2.2.1, onderdeel b, subonderdeel iii, 2.2.2, onderdeel b, subonderdeel iii, en 2.2.3, onderdeel b, subonderdeel iii, ‘een verzoek tot wijziging van de allocatiemethode’ gelezen als ‘een wijziging van de allocatiemethode’; d. d. wordt in de voorwaarden in paragraaf 2.6 ‘toegankelijk meetregister’ telkens gelezen als ‘meetregister, bedoeld in artikel 4.6 van de Invoeringsregeling Energiewet,'; en e. e. wordt in bijlage 7 de verwijzing naar voorwaarde 2.2b.4 telkens buiten beschouwing gelaten.
Hoofdstuk 3. Invoeringsregels meten
Artikel 3.1
Hoofdstuk 3 is vanaf 1 mei 2026 van toepassing op het verzamelen, valideren en vaststellen van meetgegevens bij een meetinrichting voor elektriciteit of gas waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld, bij een kleine aansluiting.
Artikel 3.2
1. De distributiesysteembeheerder verzamelt de per kwartier geregistreerde meterstanden voor elektriciteit en de per uur geregistreerde meterstanden voor gas ten behoeve van het verkrijgen van inzage in of toegang tot en uitwisseling van gegevens aan een ander op basis van een verzoek, bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, onderdelen b en c, van de wet, of de facturatie, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, onderdeel c, van de wet.
2. De distributiesysteembeheerder verzamelt de meterstanden zo spoedig mogelijk nadat de meetinrichting de meterstanden heeft geregistreerd, indien dit nodig is voor de uitvoering van zijn wettelijke taken of verplichtingen.
Artikel 3.3
1. Indien de distributiesysteembeheerder een meterstand die nodig is bij de uitvoering van zijn wettelijke taken of verplichtingen niet heeft ontvangen, voert hij gedurende tenminste vijftien werkdagen na de dag waarop de meetinrichting de meterstand heeft geregistreerd, dagelijks pogingen uit tot het alsnog ontvangen van de meterstand.
2. Indien een meterstand ondanks de dagelijkse pogingen tot ontvangen ervan gedurende tenminste vijftien werkdagen blijft ontbreken en de distributiesysteembeheerder de meterstand nodig heeft bij de uitvoering van zijn wettelijke taken of verplichtingen, berekent hij de meterstand met gebruikmaking van de algoritmen, bedoeld in voorwaarde 5.1.3.3, onderdelen a tot en met f, van de Informatiecode elektriciteit en gas.
Artikel 3.4
1.
De distributiesysteembeheerder valideert een verzamelde meterstand die ziet op het tijdstip 0.00 uur door te controleren:
a. a. of de te valideren meterstand gelijk is aan of hoger is dan de voorgaande ontvangen meterstand; en b. b. of de waarde van het berekende verschil tussen de te valideren meterstand en de voorgaande vastgestelde meterstand niet groter is dan technisch mogelijk is gezien de fysieke capaciteit van de aansluiting.
2. Indien een meterstand niet valide is bevonden en de distributiesysteembeheerder deze meterstand nodig heeft voor de uitvoering van zijn wettelijke taken of verplichtingen, berekent hij de meterstand met gebruikmaking van de algoritmen, bedoeld in voorwaarde 5.1.3.3, onderdelen a tot en met f, van de Informatiecode elektriciteit en gas.
Artikel 3.5
De distributiesysteembeheerder stelt de valide bevonden meterstanden en de berekende meterstanden vast.
Hoofdstuk 4. Invoeringsregels energiegegevens
Paragraaf 4.1. toegankelijk maken van geregistreerde gegevens
Artikel 4.1
1. Een partij die op grond van de Informatiecode elektriciteit en gas of de wet een register beheert, verstrekt ter uitvoering van artikel 4.1, tweede lid, onderdeel b en c, van de wet zo spoedig mogelijk ten minste de gegevens die over de desbetreffende aansluiting zijn geregistreerd en die in bijlage II bij deze regeling zijn genoemd.
2. Het eerste lid is vanaf 1 mei 2026 van toepassing op geregistreerde gegevens die zien op kleine aansluitingen of allocatiepunten bij die aansluitingen.
Artikel 4.2
1. Op een verstrekking die tot 1 januari 2026 plaatsvond op grond van artikel 26ab, derde en vierde lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 13b, derde en vierde lid, van Gaswet, zoals die artikelen luidden voor 1 januari 2026, zijn de volgende leden van toepassing.
2.
Een systeembeheerder verstrekt tot en met 31 december 2028 op verzoek meetgegevens van een kleine aansluiting aan:
a. a. een leverancier of marktdeelnemer die aggregeert, voor zover de meetgegevens zien op een allocatiepunt waarop die partij actief is dan wel over de periode waarin die partij actief is geweest en welke meetgegevens door de leverancier of marktdeelnemer die aggregeert op basis van een voor 1 januari 2028 afgegeven toestemming als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene verordening gegevensbescherming mogen worden verwerkt; of b. b. een derde die de desbetreffende meetgegevens op basis van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene verordening gegevensbescherming mag verwerken, voor zover die meetgegevens mogen worden verwerkt op basis van een voor 1 januari 2028 afgegeven toestemming als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene verordening gegevensbescherming mogen worden verwerkt.
3. Een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt door een in dat lid genoemde partij slechts gedaan na identificatie en authenticatie van degene waarop het verzoek ziet.
4. De gegevensuitwisselingsentiteit stelt de identiteit van de aangeslotene, eindafnemer, actieve afnemer of invoeder, bedoeld in het tweede lid, vast op basis van de informatie over het allocatiepunt in het verzoek, bedoeld in dat lid.
Artikel 4.3
1. Een partij die gegevens registreert op grond van de Informatiecode elektriciteit en gas is een registerbeheerder als bedoeld in de wet.
2. Bij het aanleveren of verstrekken van gegevens op grond van de Informatiecode elektriciteit en gas, de Meetcode gas RNB, de Meetcode gas LNB, de Invoedcode gas LNB of de Meetcode gas LNB meting door aangeslotene wordt de GUE-faciliteit gebruikt.
3. Voor een verzoek om het verstrekken van gegevens op grond van hoofdstuk 4 van de wet of de Informatiecode elektriciteit en gas wordt de GUE-faciliteit gebruikt.
Paragraaf 4.2. Nadere regels over aansluitingenregister
Artikel 4.4
1.
Een leverancier die actief is op een primair allocatiepunt behorende bij een kleine aansluiting waarvan de meetinrichting een conventionele meter is als bedoeld in voorwaarde 2.1.4, onderdeel h, van de Informatiecode elektriciteit en gas, levert bij de systeembeheerder van het systeem waarop de aansluiting zich bevindt in januari 2026 en in april 2026 de gegevens aan, bedoeld in:
a. a. voorwaarde 2.1.3, onder a en b, van de Informatiecode elektriciteit en gas; b. b.
artikel 5.3, onderdeel b, voor zover hij daarover beschikt.
2. Een leverancier die actief is op een primair allocatiepunt behorende bij een kleine aansluiting levert in de eerste helft van mei 2026 de gegevens aan, bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, aanhef, en, voor zover hij daarover beschikt, de gegevens, bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, onder a tot en met d, bij de systeembeheerder van het systeem waarop de aansluiting zich bevindt.
Artikel 4.5
1.
Een leverancier die actief is of wordt op een primair allocatiepunt behorende bij een kleine aansluiting vraagt met ingang van 1 mei 2026, in aanvulling op de gegevens, bedoeld in voorwaarde 2.1.3, onder a, van de Informatiecode elektriciteit en gas, de volgende gegevens op bij de aangeslotene met wie hij een leveringsovereenkomst afsluit:
a. a. een telefoonnummer; b. b. een e-mailadres; c. c. het type aangeslotene; d. d. de gegevens, bedoeld in voorwaarde 3.3.1.1, onder g, j en k, van de Informatiecode elektriciteit en gas;
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, aanhef, onderdelen a, b en c, en, voor zover van toepassing, bedoeld in onderdeel d, worden uiterlijk een werkdag nadat deze zijn verkregen, doch uiterlijk een werkdag nadat de betreffende leverancier actief is geworden op een primair allocatiepunt, aangeleverd bij de systeembeheerder van het systeem waarop de aansluiting zich bevindt.
3. Een leverancier die actief is op een primair allocatiepunt behorende bij een kleine aansluiting die bekend wordt met wijzigingen in de gegevens, bedoeld in het eerste lid, geeft deze uiterlijk de volgende werkdag door aan de betreffende systeembeheerder.
4.
Bij toepassing van het tweede en het derde lid vermeldt een leverancier in ieder geval:
a. a. een uniek identificerend nummer van de aansluiting; b. b. een aanduiding van de betreffende systeembeheerder; c. c. een aanduiding van de betreffende leverancier.
Paragraaf 4.3. Nadere regels over registratie van meetgegevens
Artikel 4.6
De distributiesysteembeheerders en de beheerders van een gesloten systeem houden afzonderlijk een register bij en registreren daarin de volgende meetgegevens over kleine aansluitingen en bijbehorende additionele allocatiepunten waarvoor zij verantwoordelijk zijn voor het verzamelen van meetgegevens:
a. a. een uniek identificerend nummer van de aansluiting of het allocatiepunt; b. b. de door hen verzamelde en aan hen aangeleverde meterstanden en de meterstanden die aan hen zijn verstrekt en die zijn verzameld op grond van artikel 2.54 van de wet; c. c. informatie over het moment waarop de meterstand, bedoeld in onderdeel b, betrekking heeft; d. d. een vermelding of de meting op gas of elektriciteit ziet; e. e. de overige gegevens die op grond van de Informatiecode elektriciteit en gas over meetgegevens worden geregistreerd.
Artikel 4.7
De meetverantwoordelijke partijen en de transmissiesysteembeheerder voor gas houden afzonderlijk een register bij en registreren daarin de volgende meetgegevens over grote aansluitingen en bijbehorende additionele allocatiepunten waarvoor zij verantwoordelijk zijn voor het verzamelen van meetgegevens en over aansluitingen als bedoeld in artikel 2.47, vierde lid, van de wet:
a. a. een uniek identificerend nummer van de aansluiting of het allocatiepunt; b. b. de aan hen aangeleverde gegevens en door hen gemeten of berekende meetgegevens; c. c. informatie over het moment of de periode waarop de meetgegevens, bedoeld in onderdeel b, betrekking hebben; d. d. de overige gegevens die op grond van de Informatiecode elektriciteit en gas over meetgegevens worden geregistreerd.
Artikel 4.8
1. Onverminderd de artikelen 4.6 en 4.7 registreert de distributiesysteembeheerder in het register, bedoeld in die artikelen, tevens de gegevens die voor een individueel allocatiepunt zijn berekend op grond van de artikelen 3.17 en 3.18 van de Energieregeling.
2.
Bij een geregistreerd gegeven als bedoeld in het eerste lid wordt tevens telkens geregistreerd:
a. a. een uniek identificerend nummer van de aansluiting of het allocatiepunt; b. b. de meetgegevens die aan het bewerkte gegeven ten grondslag liggen en de overige parameters die voor die berekening zijn gebruikt; c. c. informatie over het moment waarop de meetgegevens, bedoeld in onderdeel b en c, zijn uitgelezen of opgevraagd; d. d. de periode waarop de berekening ziet.
Artikel 4.9
1. De gegevens, bedoeld in artikel 4.6, die zien op intervallen van een kwartier voor elektriciteit worden voor de uitvoering van de wet tien werkdagen bewaard, met uitzondering van een meterstand per dag die ziet op 0.00 uur.
2. In afwijking van het eerste lid worden de gegevens, bedoeld in dat lid, twee jaar bewaard indien de aangeslotene de registerbeheerder daarom via de gegevensuitwisselingsentiteit heeft verzocht, met uitzondering van een meterstand die langer wordt bewaard op grond van de Informatiecode elektriciteit en gas of de Meetcode elektriciteit. De overige gegevens die voor kleine aansluitingen en daarbij behorende allocatiepunten worden geregistreerd op grond van de artikelen 4.6 en 4.8 worden voor de uitvoering van de wet twee jaar bewaard.
3. De gegevens, bedoeld in artikel 4.6, die zien op gas worden voor de uitvoering van de wet twee jaar bewaard, met uitzondering van een meterstand die langer wordt bewaard op grond van de Informatiecode elektriciteit en gas of de Meetcode gas RNB.
Artikel 4.10
De gegevens, bedoeld in de artikelen 4.7 en 4.8, voor zover deze zien op grote aansluitingen worden voor de uitvoering van de wet drie jaar bewaard, met uitzondering van een meterstand die op grond van de Informatiecode elektriciteit en gas, de Meetcode elektriciteit, de Meetcode gas RNB, Meetcode gas LNB, de Invoedcode gas LNB of de Meetcode gas LNB meting door aangeslotene langer worden bewaard.
Paragraaf 4.4. Verstrekken van geregistreerde meetgegevens voor facturering
Artikel 4.11
Bij een kleine aansluiting met een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld, verstrekt de distributiesysteembeheerder vanaf 1 mei 2026 op verzoek aan de leverancier of markdeelnemer die aggregeert voor invoeding de meterstanden en volumes van een bepaalde datum op het tijdstip 0.00 uur op een bepaald allocatiepunt ten behoeve van het verstrekken van facturen, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, onderdeel c, van de wet.
Paragraaf 4.5. Gegevensuitwisselingsentiteit
Artikel 4.12
1.
De GUE-procedures en -voorwaarden voorzien erin dat de gebruiker van de GUE-faciliteit tijdens het proces voor het verstrekken van gegevens als bedoeld in artikel 4.1 van de volgende informatie wordt voorzien:
a. a. de partij waaraan gegevens worden verstrekt; b. b. een duiding van de gegevens die worden verstrekt.
2. Met de wijze waarop de informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt getoond, wordt geborgd dat de getoonde informatie niet door een derde partij kan worden gemanipuleerd.
3. Het proces, bedoeld in het eerste lid, voorziet in de mogelijkheid voor een gebruiker om het verstrekken van gegevens af te breken tot het moment waarop dit is voltooid.
Artikel 4.13
Onverminderd hoofdstuk 4 van de wet kan de GUE-faciliteit worden gebruikt voor het verwerken en verstrekken van de gegevens die noodzakelijk zijn voor het effectief functioneren van de elektronische uitwisseling van gegevens, waaronder een referentienummer.
Artikel 4.14
De gegevensuitwisselingsentiteit verzendt de GUE-procedures en -voorwaarden en wijzigingen daarvan zo spoedig mogelijk na vaststelling aan de Autoriteit Consument en Markt.
Hoofdstuk 5. Overgangsrecht vervanging meetinrichtingen en toezicht rijksinspectie digitale infrastructuur
Artikel 5.1
1. Een meetinrichting voor elektriciteit bij een kleine aansluiting geeft de actuele meterstand van de aan het systeem onttrokken elektrische energie en de actuele meterstand van de op het systeem ingevoede elektrische energie weer, afzonderlijk en in kWh.
2. Een Ferrarismeter met of zonder terugloopblokkering of een elektronische éénrichtingmeter wordt geacht te voldoen aan het eerste lid tot het moment dat de distributiesysteembeheerder aan de aangeslotene op grond van artikel 3.51, eerste lid, van de wet een meetinrichting met communicatiefunctionaliteit beschikbaar heeft gesteld of, indien de aangeslotene deze heeft geweigerd, tot het moment dat de distributiesysteembeheerder aan de aangeslotene op grond van artikel 3.53, tweede lid, tweede volzin, van de wet, een meetinrichting zonder communicatiefunctionaliteit beschikbaar heeft gesteld.
Artikel 5.2
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 5.7, tweede lid, van het Energiebesluit, die een distributiesysteembeheerder bewaart, zijn:
a. a. de datum en het tijdstip waarop de distributiesysteembeheerder vaststelt dat de meetinrichting van een aangeslotene met een kleine aansluiting niet voldoet aan de krachtens artikel 2.46, derde lid, van de wet gestelde eisen; b. b. de dagtekening van de brieven waarin de distributiesysteembeheerder aan een aangeslotene met een kleine aansluiting de meetinrichting ter beschikking heeft gesteld die voldoet aan de krachtens artikel 2.46, derde lid, van de wet gestelde eisen, terwijl dit niet tot installatie van die meetinrichting heeft geleid; c. c. de overeengekomen datum waarop een meetinrichting zal worden geïnstalleerd die voldoet aan de krachtens artikel 2.46, derde lid, van de wet gestelde eisen; d. d. de datum waarop een meetinrichting als bedoeld onder c is geïnstalleerd; e. e. indien de aangeslotene, bedoeld onder a, niet of niet tijdig heeft gereageerd op de brieven, bedoeld onder b, de datum en het tijdstip waarop de distributiesysteembeheerder dit heeft geconstateerd;
2. De distributiesysteembeheerder bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, tot drie maanden na de installatie van een meetinrichting die voldoet aan de krachtens artikel 2.46, derde lid, van de wet gestelde eisen.
Artikel 5.3
De gegevens, bedoeld in artikel 5.7, eerste lid, van het Energiebesluit, die een distributiesysteembeheerder aan de minister verstrekt, zijn:
a. a. de gegevens, genoemd in voorwaarde 2.1.3, onder a, b, d, e, x en y, 2.1.4, onder d, van de Informatiecode elektriciteit en gas; b. b. indien de distributiesysteembeheerder daarover beschikt, het telefoonnummer en het e-mailadres van de aangeslotene en de gegevens, genoemd in voorwaarde 3.3.1.1, onder g, j en k, van de Informatiecode elektriciteit en gas; c. c. de gegevens, genoemd in artikel 5.2, eerste lid.
Hoofdstuk 6. Markttoegang nieuwe actoren
Artikel 6.1
1.
De voorwaarden in de Informatiecode elektriciteit en gas die zien op een leverancier, zijn, voor zover sprake is van levering aan een eindafnemer, van overeenkomstige toepassing op:
a. a. een marktdeelnemer die faciliteert in peer-to-peer-handel; b. b. een energiegemeenschap; c. c. een actieve afnemer.
2.
De voorwaarden in de Informatiecode elektriciteit en gas die zien op een leveringsovereenkomst, zijn van overeenkomstige toepassing op de overeenkomst op grond waarvan ten behoeve van een eindafnemer:
a. a. peer-to-peer-handel kan plaatsvinden; b. b. elektriciteit of gas wordt geleverd door een energiegemeenschap; c. c. rechtstreeks elektriciteit wordt geleverd door een actieve afnemer.
Artikel 6.2
1.
De voorwaarden in de Informatiecode elektriciteit en gas die zien op levering van elektriciteit, met uitzondering van de voorwaarden opgenomen in de paragrafen 2.9, 2.10 en 3.12, zijn, indien sprake is van teruglevering door een actieve afnemer, van overeenkomstige toepassing op:
a. a. de marktdeelnemer die aggregeert met het oog op wederverkoop; b. b. de marktdeelnemer die faciliteert in peer-to-peer-handel.
2. De voorwaarden in de Informatiecode elektriciteit en gas die zien op een overeenkomst met de leverancier zijn, voor zover sprake is van teruglevering van elektriciteit door een actieve afnemer, van overeenkomstige toepassing op een terugleveringsovereenkomst en een terugleveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet.
Hoofdstuk 7. Wijziging en intrekking van andere regelingen
Artikel 7.1
Wijzigt de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie.
Artikel 7.2
Wijzigt de Regeling doorberekening kosten ACM.
Artikel 7.3
Wijzigt de Energieregeling.
Artikel 7.4
Wijzigt de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong.
Artikel 7.5
Wijzigt de Regeling handel in emissierechten.
Artikel 7.6
Wijzigt de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies.
Artikel 7.7
Wijzigt de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse.
Artikel 7.8
Wijzigt de Uitvoeringsregeling nadeelcompensatie verbod laagcalorisch gas grootste afnemers.
Artikel 7.9
Wijzigt de Regeling modelluchtvaartuigclubs of -verenigingen.
Artikel 7.10
Wijzigt de Regeling onbemande luchtvaartuigen.
Artikel 7.11
Wijzigt de Regeling gebruik en installatie EU-meetinstrumenten.
Artikel 7.12
De volgende regelingen worden ingetrokken:
a. a. de Regeling afnemers en monitoring Elektriciteitswet 1998 en Gaswet; b. b. de Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van elektriciteit en gas; c. c. de Regeling gaskwaliteit; d. d. de Regeling gebiedsaanwijzing gasaansluitplicht; e. e. de Regeling gegevensbeheer en afdracht elektriciteit en gas; f. f. de Regeling houdende nadere regels ten aanzien van de invoer en uitvoer van elektriciteit; g. g. de Regeling investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas; h. h. de Regeling inzake tariefstructuren en voorwaarden elektriciteit; i. i. de Regeling inzake tariefstructuren en voorwaarden gas; j. j. de Regeling kooldioxide-index warmtekrachtkoppeling Elektriciteitswet 1998; k. k. de Regeling kostenverhaal beschikkingen van de Minister van Economische Zaken op energiegebied; l. l. de Regeling meettarieven; m. m. de Regeling meettarieven elektriciteit 2008; n. n. de Regeling meettarieven elektriciteit 2009; o. o. de Regeling meettarieven elektriciteit 2010; p. p. de Regeling melding wijziging zeggenschap Elektriciteitswet 1998 en Gaswet; q. q. de Regeling nadere invulling technische of economische noodzaak derdentoegang gasopslaginstallaties; r. r. de Regeling niet-bedrijfsmatige levering aan kleinverbruikers Elektriciteitswet 1998; s. s. de Regeling specifieke uitkering aankoop woningen onder een hoogspanningsverbinding; t. t. de Regeling splitsingsplannen; u. u. de Regeling toegang tot LNG-installaties; v. v. de Regeling van de Minister van Economische Zaken van 16 maart 2009, nr. WJZ / 9050477, tot wijziging van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit in verband met het vaststellen van de meetvoorwaarden voor de nuttige aanwending van warmte (Stcrt. 2009, 60); w. w. de Regeling van de Minister van Economische Zaken van 18 augustus 2006, nr. WJZ 6053384, houdende wijziging van de Regeling certificaten warmtekrachtkoppeling Elektriciteitswet 1998 in verband met het vaststellen van nadere eisen aan de afgifte van certificaten voor het opwekken van WKK-elektriciteit (Stcrt. 2006, 164); x. x. de Regeling van de Minister van Economische Zaken van 30 april 2007, nr. WJZ 7054690, houdende wijziging van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit en de Regeling certificaten warmtekrachtkoppeling Elektriciteitswet 1998 in verband met uitgifte van garanties van oorsprong en WKK-certificaten voor afzonderlijke productie-installaties achter een aansluiting (Stcrt. 2007, 87); y. y. de Regeling van de Minister van Economische Zaken van 8 december 2005, nr. WJZ 5715050, tot wijziging van de Regeling subsidiebedragen milieukwaliteit elektriciteitsproductie 2005, de Regeling subsidiebedragen milieukwaliteit elektriciteitsproductie 2006 (periode 1 januari tot 1 juli), de Regeling subsidiebedragen milieukwaliteit elektriciteitsproductie 2006 (periode 1 juli tot en met 31 december), de Regeling subsidiebedragen milieukwaliteit elektriciteitsproductie 2007, de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit en de Algemene uitvoeringsregeling milieukwaliteit (Stcrt. 2005, 244); z. z. de Regeling van de Minister van Economische Zaken van 8 februari 2013, nr. WJZ/ 12357329, tot wijziging van enkele regelingen in verband met uitvoering van het marktmodel (Stcrt. 2013, 3181) en houdende vaststelling van het moment van inwerkingtreding van artikel 9 van de Regeling gegevensbeheer en afdracht elektriciteit en gas (Stcrt. 2013, 7424); aa. aa. de Regeling van de Minister van Economische Zaken van 9 juni, nr. WJZ 6039878, houdende wijziging van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit en van de Algemene uitvoeringsregeling milieukwaliteit elektriciteitsproductie in verband met de invoering van een systeem van gestaffelde subsidiebedragen ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie voor afvalverbrandingsinstallaties (Stcrt. 2006, 115); ab. ab. de Regeling vergoeding derdenplaatsing op afstand uitleesbare meetinrichtingen; ac. ac. de Regeling vergoeding prioriteitsplaatsing op afstand uitleesbare meetinrichtingen 2015; ad. ad. de Regeling zekerheidsstelling voor de levering van gas aan vergunninghouders; ae. ae. de Uitvoeringsregeling Gaswet; af. af. de Wijzigingsregeling Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit (implementatie richtlijn 2009/28/EG en wijzigingen biomassaverklaringen) (Stcrt. 2010, 19956).
Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 8.1
De Regeling specifieke uitkering aankoop woningen onder een hoogspanningsverbinding, zoals die luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop deze regeling in werking is getreden, blijft van toepassing op reeds verstrekte uitkeringen.
Artikel 8.2
Wijzigt de Energieregeling.
Artikel 8.3
Wijzigt de Energieregeling.
Artikel 8.4
Wijzigt de Energieregeling.
Artikel 8.5
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 8.6
Deze regeling wordt aangehaald als: Invoeringsregeling Energiewet.
Bijlage I. bij
Bijlage II. bij
^1 IC staat voor Informatiecode elektriciteit en gas.
^2 ME staat voor Meetcode elektriciteit.
^3 IR staat voor Invoeringsregeling Energiewet.