40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kaderregeling kennis en advies | BWBR0014105 | ministeriele-regeling | geldend | 2002-10-13 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0014105 | Kaderregeling kennis en advies |
Kaderregeling kennis en advies
Paragraaf I. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Paragraaf II. De subsidie
Artikel 2
De minister kan ter stimulering van de duurzame ontwikkeling van de agrarische sector op aanvraag subsidie verstrekken aan ondernemers ter zake van de volgende categorieën van activiteiten:
a. a. het consulteren van deskundigen met het oog op de bedrijfsontwikkeling of -beëindiging; b. b. het laten verrichten van bedrijfsdoorlichtingen, met uitzondering van kwaliteits- en productcontroles, door deskundigen; c. c. het laten verrichten van onderzoek, met uitzondering van kwaliteits- en productcontroles, door deskundigen met het oog op de ontwikkeling van landbouwproducten van hoge kwaliteit; d. d. het consulteren van deskundigen ten behoeve van het opstellen van plannen gericht op de bedrijfsontwikkeling; e. e. het consulteren van deskundigen ten behoeve van het opstellen van plannen gericht op de bedrijfsbeëindiging; f. f. het volgen van opleidingen of trainingen door ondernemers gericht op de bedrijfsontwikkeling bij daartoe gespecialiseerde instellingen of organisaties, of g. g. het volgen van opleidingen of trainingen door ondernemers gericht op de bedrijfsbeëindiging bij daartoe gespecialiseerde instellingen of organisaties.
Artikel 3
Geen subsidie wordt verleend:
a. a. voor in artikel 2 bedoelde activiteiten waarmee een begin van uitvoering is gemaakt alvorens de ontvangst van een aanvraag tot subsidieverlening schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd; b. b. voor in artikel 2 bedoelde activiteiten, waarvoor op grond van enig ander wettelijk voorschrift subsidie wordt verstrekt; c. c. voor opleidingen en trainingen die onderdeel van normale programma's of van leergangen voor middelbaar of hoger landbouw- en bosbouwonderwijs vormen; d. d. indien de bij de beschikking tot subsidieverlening vast te stellen subsidie niet ten minste € 250,- bedraagt; e. e. indien de subsidieverlening, voor zover betrekking hebbend op de categorie van activiteiten bedoeld in artikel 2, onderdeel c, er toe zou leiden dat van overheidswege aan de ondernemer in een periode van drie jaar meer dan € 100.000 aan bijdragen voor de bevordering van de productie en de afzet wordt verstrekt, of f. f. indien de subsidieverlening, voor zover betrekking hebbend op de categorieën van activiteiten bedoeld in artikel 2, onderdelen a, b, d, e f en g ertoe zou leiden dat van overheidswege aan de ondernemer in een periode van drie jaar meer dan € 100.000 aan bijdragen voor technische ondersteuning wordt verstrekt.
Artikel 4
1.
Als subsidiabele kosten worden uitsluitend aangemerkt:
a. a. de door deskundigen in rekening gebrachte kosten, en b. b. de door instellingen of organisaties in rekening gebrachte kosten van opleidingen en trainingen.
2. De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden uitsluitend in aanmerking genomen voor zover deze kosten rechtstreeks zijn toe te rekenen aan één of meerdere van de in artikel 2 bedoelde categorieën van activiteiten.
Artikel 5
1. De minister kan per kalenderjaar één of meer aanvraagperioden vaststellen voor subsidieaanvragen op grond van deze regeling.
2. De minister stelt voor iedere aanvraagperiode een subsidieplafond vast voor op grond van deze regeling te verlenen subsidies.
3.
De minister kan per aanvraagperiode:
a. a. één of meer van in artikel 2 bedoelde categorieën van activiteiten aanwijzen, waarvoor subsidie kan worden aangevraagd; b. b. criteria vaststellen ter zake van de activiteiten, waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, of c. c. één of meer categorieën van ondernemers aanwijzen, die subsidie kunnen aanvragen.
4. De minister maakt besluiten als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid bekend in de Staatscourant.
Artikel 6
1. De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten en per ondernemer niet meer dan € 8.000,- per aanvraagperiode.
2. De minister kan voor een aanvraagperiode het in het eerste lid bedoelde subsidiepercentage per categorie van activiteiten als bedoeld in artikel 2 lager vaststellen.
3. De minister kan voor een aanvraagperiode de in het eerste lid bedoelde maximaal te verlenen subsidie lager vaststellen.
4. De minister maakt besluiten als bedoeld in het tweede en derde lid bekend in de Staatscourant.
Artikel 7
Op grond van deze regeling wordt aan een ondernemer gedurende een periode van drie kalenderjaren maximaal € 25.000,- aan subsidie verleend.
Paragraaf III. Subsidieverlening
Artikel 8
De aanvraag tot subsidieverlening wordt bij Dienst Regelingen ingediend, op een daartoe door Dienst Regelingen ter beschikking gesteld formulier.
Artikel 9
1. De aanvragen tot subsidieverlening worden behandeld op volgorde van binnenkomst.
2. Indien door toewijzing van subsidieaanvragen met dezelfde datum van ontvangst het subsidieplafond als bedoeld in artikel 6, tweede lid, zou worden overschreden, geschiedt de toewijzing volgens een rangschikking van de subsidieaanvragen, waarbij telkenmale de hoogst gerangschikte subsidieaanvraag het eerste voor toewijzing in aanmerking komt. De rangschikking vindt plaats volgens loting, die geschiedt door een door de minister aan te wijzen notaris.
Artikel 10
1. De subsidieverlening wordt geweigerd of ingetrokken indien de aanvrager naast de aanvraag tot subsidieverlening in hetzelfde kalenderjaar een andere aanvraag tot subsidieverlening op grond van deze regeling heeft ingediend en deze aanvraag door ernstige nalatigheid of opzet onjuist is.
2. De subsidieverlening wordt geweigerd of ingetrokken indien de aanvrager naast de aanvraag tot subsidieverlening in het voorgaande kalenderjaar een andere aanvraag tot subsidieverlening op grond van deze regeling heeft ingediend en deze aanvraag door opzet onjuist is.
Paragraaf IV. Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 11
De subsidieontvanger voert de activiteit uit,
a. a. overeenkomstig de aanvraag waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft en b. b. binnen 6 maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening of in de gevallen dat in de beschikking tot subsidieverlening een andere termijn is genoemd, binnen deze termijn.
Paragraaf V. Subsidievaststelling
Artikel 12
1. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt binnen 9 maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening ingediend bij Dienst Regelingen, op een daartoe door Dienst Regelingen ter beschikking gesteld formulier.
2. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 11, onderdeel b, laatste volzin, wordt de aanvraag tot subsidievaststelling binnen de op grond van dit artikel vastgestelde termijn ingediend.
3.
De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. a. een afschrift van een factuur waaruit kan worden opgemaakt op welk tijdstip de activiteit is aangevangen en beëindigd; b. b. een bankafschrift waaruit de betaling van de in onderdeel a bedoelde factuur blijkt, en c. c. een schriftelijk bewijsstuk waaruit kan worden opgemaakt dat de activiteit daadwerkelijk verricht is.
Artikel 13
De subsidievaststelling wordt geweigerd of ingetrokken:
a. a. indien de aanvrager naast de aanvraag tot subsidievaststelling in hetzelfde kalenderjaar een andere aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling op grond van deze regeling heeft ingediend en deze aanvraag door ernstige nalatigheid of opzet onjuist is; b. b. indien de aanvrager naast de aanvraag tot subsidieverstelling in het voorgaande kalenderjaar een andere aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling op grond van deze regeling heeft ingediend en deze aanvraag door opzet onjuist is; c. c. indien de subsidievaststelling, voor zover betrekking hebbend op de categorie van activiteiten bedoeld in artikel 2, onderdeel c, er toe zou leiden dat aan de ondernemer van overheidswege in een periode van drie jaar meer dan € 100.000 aan bijdragen voor de bevordering van de productie en de afzet wordt verstrekt, of d. d. indien de subsidievaststelling, voor zover betrekking hebbend op de categorieën van activiteiten bedoeld in artikel 2, onderdelen a, b, d, e f en g, er toe zou leiden dat van overheidswege aan de ondernemer in een periode van drie jaar meer dan € 100.000 aan bijdragen voor technische ondersteuning wordt verstrekt.
Paragraaf VI. Slotbepalingen
Artikel 14
1. Een subsidie wordt verleend onder voorbehoud van goedkeuring van deze regeling door de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
2. De beslissing tot verlening van een subsidie kan worden ingetrokken of gewijzigd indien dit noodzakelijk is ter verkrijging van de goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of wegens het uitblijven ervan.
Artikel 15
Met het toezicht op de naleving van deze regeling zijn belast de door de minister aangewezen ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Artikel 16
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 17
Deze regeling wordt aangehaald als: Kaderregeling kennis en advies.