rijk/ministeriele-regeling/kaderregeling-technocentra-2006-tot-en-met-2010/BWBR0019613
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Kaderregeling Technocentra 2006 tot en met 2010 BWBR0019613 ministeriele-regeling geldend 2006-03-12 https://wetten.overheid.nl/BWBR0019613 Kaderregeling Technocentra 2006 tot en met 2010

Kaderregeling Technocentra 2006 tot en met 2010

Paragraaf 1. Algemene Bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. b. Awb: de Algemene wet bestuursrecht; c. c. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, artikel 1.4.1, of artikel 1.4a.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 van die wet en een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel g, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs; d. d. onderneming: een bedrijf in stand gehouden door een privaatrechtelijke rechtspersoon, niet zijnde een instelling, of een natuurlijke persoon, die een bedrijf zelfstandig uitoefent in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968; e. e. Platform Bèta Techniek: de Stichting Platform Bèta Techniek gevestigd te Den Haag die in opdracht van de minister uitvoerende taken op grond van deze regeling verricht, waaronder het adviseren aan de minister over onder meer de toekenning van basissubsidie en speerpuntsubsidie; f. f. subsidie: de basissubsidie en de speerpuntsubsidie, bedoeld in artikel 3; g. g. technocentrum: een privaatrechtelijke rechtspersoon die door de Minister bij de Kaderregeling Technocentra 2003 als technocentrum is aangewezen, voor zover die rechtspersoon blijft voldoen aan de door de Minister bij die regeling in artikel 3, eerste lid, onder b tot en met e, gestelde voorwaarden en de aanwijzing als technocentrum niet bij beschikking is ingetrokken.

Artikel 2

Op grond van deze regeling wordt subsidie verleend aan een technocentrum:

a. a. ter versterking en vernieuwing van de kennisinfrastructuur in de regio en; b. b. ter verbetering van de aansluiting tussen het technisch beroepsonderwijs en het bedrijfsleven.

Artikel 3

1. Op grond van deze regeling kan de Minister op aanvraag van een technocentrum aanspraak op twee soorten subsidies verlenen te weten een basissubsidie, of een speerpuntsubsidie.

2. Een basissubsidie is de in artikel 7, eerste lid, bedoelde subsidie.

3. Een speerpuntsubsidie is de in artikel 7, tweede tot en met vierde lid, bedoelde subsidie.

Artikel 4

1.

Het jaarlijkse subsidieplafond bedraagt:

a. a. voor de basissubsidie € 7.000.000. b. b. voor de speerpuntsubsidie € 1.700.000.

2. Indien het subsidieplafond in enig jaar niet wordt bereikt, kan de Minister besluiten dat het plafond voor de speerpuntsubsidie in het daaropvolgende jaar wordt verhoogd met het in dat jaar niet verleende bedrag aan subsidie.

3. In afwijking van het eerste lid, onder b, bedraagt het subsidieplafond van de speerpuntsubsidie voor het jaar 2009: € 2.888.632.

4. In afwijking van het eerste lid, onder b, bedraagt het subsidieplafond van de speerpuntsubsidie voor het jaar 2010: € 2.698.368.

Artikel 5

De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Awb, dat de begrotingswetgever voldoende gelden ter beschikking stelt.

Artikel 6

1. Een bedrag van € 150.000 wordt jaarlijks ter beschikking gesteld aan Stichting Technomatch te Drachten ten behoeve van de professionalisering van de technocentra. De Stichting Technomatch verantwoordt dit bedrag als afzonderlijke post in de jaarrekening, bedoeld in artikel 23.

2. Een bedrag van € 150.000 wordt jaarlijks aan het Platform Bèta Techniek ter beschikking gesteld voor de uitvoering van de in deze regeling vermelde activiteiten. Het Platform Bèta Techniek verantwoordt dit bedrag afzonderlijk in het financieel verslag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Regeling stimulering Bèta/techniek.

Paragraaf 2. Subsidieaanvraag

Artikel 7

1.

Binnen het kader van de bevordering van samenwerking tussen het technocentrum en het Platform Bèta Techniek te Den Haag kan op aanvraag aan een technocentrum een basissubsidie worden verleend ter ondersteuning van de basisactiviteiten van dit technocentrum voor zover en indien die basisactiviteiten plaats vinden ter:

a. a. bevordering van de circulatie en de toepassing van kennis tussen instellingen, tussen instellingen en ondernemingen of tussen instellingen, ondernemingen en derden; b. b. gezamenlijke benutting door verschillende instellingen van hoogwaardige en moderne apparatuur ten behoeve van technisch beroepsonderwijs; c. c. bevordering van een goede aansluiting van technisch beroepsonderwijs op de opleidingsbehoeften van de arbeidsmarkt.

2. Speerpuntsubsidie kan op aanvraag aan een technocentrum worden verleend mits aan het technocentrum basissubsidie is verleend voor hetzelfde boekjaar als waarvoor de speerpuntsubsidie wordt aangevraagd.

3.

Speerpuntsubsidie kan worden verleend voor projecten indien het doel van die projecten is:

a. a. het realiseren van een van de in het eerste lid, onder a tot en met c, genoemde doelen en b. b. de bevordering van de regionale structuur voor scholing naar een hoger opleidingsniveau, of c. c. de aanpak van specifieke arbeidsmarktknelpunten en ambities in de technische sector.

4. Het bestuur van het Platform Bèta Techniek adviseert de Minister over de te kiezen inhoudelijke themas voor de speerpuntsubsidie. Indien het advies, bedoeld in de vorige volzin, daartoe aanleiding geeft stelt de Minister de themas vast.

5. Speerpuntsubsidie wordt uitsluitend verleend voor projecten waarbij het technocentrum samenwerkt met ondernemingen en met instellingen.

6. De speerpuntsubsidie bedraagt maximaal 40% van de begrote kosten van het speerpuntproject.

Artikel 8

1. De aanvraag voor een subsidie wordt ingediend bij het Platform Beta Techniek.

2. Bij de aanvraag voor de subsidie worden een activiteitenplan en een begroting gevoegd.

3.

Het activiteitenplan bevat:

a. a. een overzicht van de basisactiviteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; b. b. de met die activiteiten nagestreefde doelstellingen; c. c. voor een speerpuntsubsidie tevens de duur van het project en een afschrift van de met derden gesloten overeenkomst of overeenkomsten ter verkrijging van de co-financiering bedoeld in het zevende lid.

4. Het activiteitenplan bevat tevens een analyse van de knelpunten en mogelijkheden in de regio in relatie tot de doelstellingen bedoeld in artikel 7, eerste en derde lid, onder a tot en met c, en de doelstelling van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

5. In het activiteitenplan wordt voldoende onderbouwd dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd een effectieve bijdrage zullen leveren aan de oplossing van de in de regio gesignaleerde knelpunten en aan de benutting van de in de regio gesignaleerde mogelijkheden.

6.

De begroting bevat:

a. a. een overzicht van de voor het boekjaar geraamde inkomsten en uitgaven van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd; b. b. een toelichting op iedere begrotingspost afzonderlijk; c. c. een vergelijking met de begroting van het lopende boekjaar en de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaande aan het lopende boekjaar, tenzij voor de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft nog niet eerder subsidie werd verleend.

7. De financiering van de activiteiten van het speerpuntproject voldoet aan de voorwaarde, dat tenminste 25% van de begrote kosten wordt gefinancierd door ondernemingen.

8. De begroting voor de aanvraag van een speerpuntsubsidie omvat tevens een per co-financier uitgesplitst overzicht van de begrote co-financiering per activiteit.

Artikel 9

1. Behoudens het bepaalde in het tweede lid dient een technocentrum de subsidieaanvragen in voor 15 oktober van het jaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

2.

De subsidieaanvraag voor het jaar 2006 wordt:

a. a. voor de basissubsidie door een technocentrum ingediend voor 15 maart 2006, b. b. voor speerpuntsubsidie door een technocentrum ingediend voor 1 april 2006.

3. De laatste subsidieaanvragen op grond van deze regeling kunnen worden ingediend voor 15 oktober 2009, voor het boekjaar 2010.

Paragraaf 3. Besluit op aanvraag

Artikel 10

1. Basissubsidie wordt verleend voor een periode van één boekjaar.

2. Speerpuntsubsidie wordt verleend voor de duur van een project, met dien verstande dat een project voor speerpuntsubsidie eindigt uiterlijk 31 december 2010.

Artikel 11

1. Het bedrag voor de basissubsidie is een vast bedrag van € 500.000 per technocentrum per jaar.

2. Het bedrag voor de speerpuntsubsidie is maximaal € 350.000 per speerpuntproject.

3. De speerpuntsubsidie wordt in één keer bij wijze van voorschot in het jaar van toekenning van de subsidie betaald.

Artikel 12

1. De Minister beslist uiterlijk op 31 januari van het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

2. Indien de Minister niet tijdig kan beslissen, deelt hij de aanvrager mee binnen welke termijn het besluit wel tegemoet kan worden gezien.

3. De Minister beslist niet over de aanvraag dan nadat hierover advies is uitgebracht door het bestuur van het Platform Bèta Techniek.

Artikel 13

1. Het bestuur van het Platform Bèta Techniek baseert zich bij zijn advies, bedoeld in artikel 12, vierde lid, op het als bijlage A bij deze regeling bijgevoegde reglement.

2.

Beoordelingscriteria voor de verlening van de speerpuntsubsidie zijn:

a. a. de mate waarin de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd bijdragen aan de in artikel 7, derde lid, bedoelde doelstellingen en b. b. de mate waarin de aanvraag voldoet aan het gestelde in bijlage A bij deze regeling.

3. Het Platform Bèta Techniek stelt een expertgroep in die bestaat uit drie onafhankelijke deskundigen met deskundigheid op het terrein van de arbeidsmarkt, het beroepsonderwijs en aansluitingsvraagstukken tussen beroepsonderwijs en arbeidsmarkt.

4. Alvorens het advies, bedoeld in het eerste lid, uit te brengen aan de Minister draagt het Platform Bèta Techniek er zorg dat het advies wordt getoetst door de expertgroep. De expertgroep toetst het advies op kwaliteit en onafhankelijkheid.

Paragraaf 4. Overige subsidieverplichtingen

Artikel 14

Het technocentrum draagt er zorg voor dat de basissubsidie uitsluitend wordt aangewend voor de in artikel 7, eerste lid onder a tot en met c, omschreven doelen en, dat de speerpuntsubsidie wordt aangewend voor de in artikel 7, derde lid onder a tot en met c, omschreven doelen.

Artikel 15

Bij het aangaan van de in artikel 7, vijfde lid, bedoelde samenwerking, selecteert het technocentrum de instelling en de onderneming met wie hij de samenwerking aangaat op objectief controleerbare gronden.

Artikel 16

1. Het technocentrum draagt zorg voor een transparante, ordelijke en controleerbare bedrijfsvoering.

2. De administratie voldoet aan de vereisten van artikel 4:69 van de Awb.

Artikel 17

Voor specifieke diensten en producten, niet behorend tot de taken van het technocentrum, genoemd in artikel 7, eerste lid, brengt het technocentrum marktconforme tarieven in rekening.

Artikel 18

1. Het technocentrum stelt voor 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarin hem subsidie is toegekend, een jaarverslag op waarin hij de uitvoering van zijn activiteiten in het voorgaande jaar omschrijft en analyseert. Deze analyse heeft mede betrekking op de vraag of de met de uitgevoerde activiteiten beoogde doelen zijn bereikt. De factoren die een rol hebben gespeeld in het al dan niet bereiken van de beoogde doelen, maken onderdeel uit van deze analyse.

2. Het technocentrum maakt het in het eerste lid bedoelde jaarverslag openbaar en draagt er zorg voor dat dit voor een ieder op gelijke voorwaarden beschikbaar is. Toezending van het jaarverslag geschiedt in ieder geval aan die instellingen, ondernemingen en publiekrechtelijke rechtspersonen in de regio die een relevante bijdrage kunnen leveren aan het bereiken van de met de activiteiten beoogde doelen.

Artikel 19

Het technocentrum werkt mee aan de door de Minister uit te voeren monitoring, evaluatie en informatievoorziening aan de Minister met het oog op het verkrijgen van inzicht in de werking en de effectiviteit van deze regeling. Het technocentrum verschaft daartoe, op verzoek van de Minister, alle voor de toepassing van deze regeling relevante gegevens.

Artikel 20

Een technocentrum behoeft toestemming van de Minister voor:

a. a. splitsing van het technocentrum, b. b. samenvoeging van het technocentrum met een ander technocentrum, c. c. verandering van rechtspersoonlijkheid van het technocentrum, en, d. d. de rechtshandelingen, bedoeld in artikel 4:71, eerste lid, onderdelen a, b en j, van de Awb.

Artikel 21

Indien de Minister van oordeel is dat het technocentrum niet meer voldoet aan enige voorwaarde in deze regeling, dan wel een onevenredig deel van de voorgenomen activiteiten niet realiseert, treedt hij in overleg met het bevoegd gezag van het technocentrum. Na dat overleg kan de minister nadere voorwaarden verbinden aan de voortzetting van de subsidie dan wel de subsidie verlagen of geheel beëindigen.

Paragraaf 5. Subsidievaststelling en jaarrekening

Artikel 22

1. Uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar waarvoor de subsidie is toegekend dient het technocentrum een aanvraag tot vaststelling van de basissubsidie in. Bij deze aanvraag worden het jaarverslag, bedoeld in artikel 18, en de jaarrekening, bedoeld in artikel 23, gevoegd.

2. Uiterlijk zes maanden na afloop van het speerpuntproject dient het technocentrum een aanvraag tot vaststelling van de speerpuntsubsidie in. Bij deze aanvraag worden het jaarverslag, bedoeld in artikel 18, en de jaarrekening, bedoeld in artikel 23, gevoegd.

3. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend bij CFI.

4. De basissubsidie wordt vastgesteld overeenkomstig het bedrag van de subsidieverlening, tenzij uit de jaarrekening blijkt dat de subsidie niet of niet volledig is besteed, dan wel niet is besteed in overeenstemming met het doel en de bepalingen van de regeling.

5. De speerpuntsubsidie wordt vastgesteld op basis van de werkelijke kosten van het speerpuntproject.

6. De subsidie kan niet worden vastgesteld op een hoger bedrag dan de verleende subsidie.

Artikel 23

1. Het technocentrum stelt jaarlijks, als onderdeel van het jaarverslag, een jaarrekening vast waarin voor de basissubsidie over het afgelopen boekjaar verantwoording wordt afgelegd. Voor de speerpuntsubsidie wordt na afloop van het speerpuntproject in een aparte bijlage bij de jaarrekening verantwoording afgelegd over het gehele project. Hiervoor kan de Minister aanvullende richtlijnen geven.

2. Uit de jaarrekening dient te blijken dat sprake is van een rechtmatige en doelmatige aanwending van de subsidie. In de jaarrekening zijn de cijfers van de begroting mede opgenomen.

3. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door het technocentrum aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Bij de aanwijzing van de accountant bedingt het bevoegd gezag dat aan de Minister op diens verzoek inzicht wordt geboden in de controlerapporten van de accountant.

4. De voorschriften van de Regeling Financieel jaarverslag (jaarrekening) voor instellingen/organen in de BVE-sector met ingang van het verslagjaar 2002 zijn van toepassing op de jaarrekening van het technocentrum.

5. De accountant die door de Minister is belast met het onderzoek van de ministeriële jaarrekening wordt met het oog op het verrichten van dat onderzoek toegang verleend tot ieder technocentrum. Aan de accountant wordt desgevraagd inzage gegeven in de boeken en bescheiden en worden alle inlichtingen verstrekt die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt.

6. Het eventueel niet bestede deel van de basissubsidie wordt door het technocentrum aan het einde van het boekjaar herkenbaar opgenomen in de jaarrekening als bestemmingsreserve/publiek onder de post eigen vermogen. Ook de eventuele tekorten worden in deze post verwerkt. Het nog niet bestede deel van de speerpuntsubsidie wordt door het technocentrum aan het einde van het boekjaar herkenbaar in de jaarrekening opgenomen onder de post overlopende passiva.

7. Bij beëindiging van de subsidie van het technocentrum, dan wel aan het einde van de subsidieperiode, worden de onder artikel 23, zesde lid, bedoelde overschotten terugbetaald aan de Minister.

8. De Minister stelt regels vast voor de inrichting en de uitvoering van de controle door de accountant van de jaarrekening en de administratie van het technocentrum. De controle richt zich op de rechtmatigheid van de verkrijging en van de besteding van de subsidie.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 24

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006.

2.

Met ingang van de datum, bedoeld in het eerste lid, wordt de Kaderregeling Technocentra 2003 ingetrokken, met dien verstande dat:

a. a. een technocentrum blijft voldoen aan de voorwaarden van artikel 3, eerste lid onder b tot en met e en tweede lid, van de Kaderregeling Technocentra 2003; b. b. de vaststelling van de subsidie, verleend voor het jaar 2005, geschiedt overeenkomstig de voorschriften van de Kaderregeling Technocentra 2003, c. c. de artikelen 15 en 17 vervallen met ingang van 1 januari 2007.

Artikel 25

Deze regeling wordt aangehaald als: Kaderregeling Technocentra 2006 tot en met 2010.

Bijlage A