rijk/ministeriele-regeling/keuringsreglement-voor-de-zeevaart-2002/BWBR0013420
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Keuringsreglement voor de Zeevaart 2002 BWBR0013420 ministeriele-regeling geldend 2002-02-20 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013420 Keuringsreglement voor de Zeevaart 2002

Keuringsreglement voor de Zeevaart 2002

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *keuring:* medisch onderzoek als bedoeld in artikel 105, eerste lid, van het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart, of artikel 61, eerste lid, van het Besluit zeevisvaartbemanning;

b. b.

    *keurling:* natuurlijke persoon die zich aan een keuring onderwerpt;

c. c.

    *keuringskaart:* de keuringskaart, vermeld in het monsterboekje, bedoeld in artikel 4 van de Regeling monsterrol en monsterboekje;

d. d.

    *risicogebied:* gebied buiten Nederland, waar het risico van besmetting met tuberculose groter is dan het besmettingsrisico voor de Nederlandse bevolking, blijkend uit een jaarlijks voorkomen van tubercolose in het desbetreffende land dat hoger is dan 50 gevallen per 100.000 inwoners en dat als zodanig is geregistreerd door de Wereldgezondheidsorganisatie.

Artikel 2

1.

Voorafgaand aan de keuring controleert de geneeskundige of medisch specialist:

a. a. het monsterboekje van de keurling of, ingeval de keurling nog niet in het bezit is van een monsterboekje, de verklaring door of namens de scheepsbeheerder dat de keurling in dienst is of komt, dan wel het bewijs van aanmelding van de keurling bij een erkende opleiding voor zeevarenden, vergezeld van een geldig identiteitsbewijs; b. b. indien het niet een eerste keuring betreft: de voorafgaande geneeskundige verklaring van de keurling en de keuringskaart.

2.

Indien het een keuring van de algemene lichamelijke geschiktheid betreft controleert de geneeskundige verder:

a. a. de uitslag van een onderzoek op tuberculose (thoraxfoto of Mantoux-test) of een verklaring van vrijstelling als bedoeld in artikel 10; b. b. een verklaring van de bloedgroep en de rhesusfactor, en c. c. indien van toepassing, de geneeskundige verklaringen voor het gezichts- en het gehoororgaan.

Artikel 3

1. De afgifte van een keuringskaart wordt door de geneeskundige of medisch specialist aangetekend op de daartoe bestemde bladzijde van het monsterboekje, dan wel op diens bewijs van inschrijving aan een erkende opleiding voor zeevarenden, onder vermelding van plaats en datum. Hij bekrachtigt deze aantekening met zijn handtekening en naamstempel.

2. Indien een keurling geen keuringskaart aan de geneeskundige kan overleggen, kan deze pas een nieuwe keuringskaart aan de keurling afgeven nadat daartoe toestemming is verkregen van de Medisch Adviseur Scheepvaart.

3. Het model van de keuringskaart wordt vastgesteld zoals opgenomen in Bijlage I van deze regeling.

Artikel 4

1. De keuring van de algemene lichamelijke geschiktheid vindt plaats met inachtneming van de keuringsaanwijzingen en overeenkomstig de medische maatstaven, opgenomen in de bij deze regeling behorende Bijlage II, onderscheidenlijk Bijlage III.

2.

De keuring omvat een onderzoek naar de voorheen doorgemaakte ziekten en overkomen ongevallen (anamnese), de in de familie voorkomende erfelijke en chronische ziekten (familie-anamnese), een algemene beoordeling van de geestelijke gesteldheid van de keurling, alsmede een algemeen onderzoek van het lichaam waartoe behoort:

a. a. de bepaling van de bloeddruk; b. b. de bepaling van de lichaamslengte en het gewicht; c. c. een inspectie van de te keuren persoon, waarbij deze in ontklede toestand is; d. d. een onderzoek van het gezichtsorgaan, het gehoororgaan, keel en neus met inbegrip van een beoordeling van de spraak; e. e. een onderzoek van lymfeklieren en schildklier; f. f. een onderzoek van de borstorganen door percussie en auscultatie; g. g. een onderzoek van de buikorganen in liggende houding door palpatie en percussie; h. h. een onderzoek van de regio analis en de geslachtsorganen; i. i. een onderzoek van het bewegingsapparaat en de reflexen; j. j. een onderzoek naar breuken, ook in staande houding; k. k. een chemisch onderzoek van de urine, tenminste op eiwit en suiker, en l. l. op indicatie: aanvullend laboratoriumonderzoek van bloed, urine of ontlasting.

Artikel 5

1. De keuring van het gezichts- en gehoororgaan vindt plaats met inachtneming van de keuringsaanwijzingen en overeenkomstig de medische maatstaven XXII en XXIII, opgenomen in de bij deze regeling behorende Bijlage II, onderscheidenlijk Bijlage III.

2.

De keuring van het gezichtsorgaan omvat een anamnese en familie-anamnese, alsmede een onderzoek van het oog en gezichtsvermogen waartoe behoren:

a. a. de bepaling van de gezichtsscherpte; b. b. controle op het bezit van een adequate reservebril, indien van toepassing; c. c. de bepaling van het nabijzien; d. d. een onderzoek van de oogbewegingen en controle op dubbelzien; e. e. een onderzoek van de gezichtsvelden; f. f. een onderzoek van het kleurenonderscheidingsvermogen, en g. g. op indicatie: een donkeradaptatie-curve bij vermoeden op nachtblindheid.

3.

De keuring van het gehoororgaan omvat een anamnese en familie-anamnese, alsmede een onderzoek van het oor en gehoor waartoe behoort:

a. a. een onderzoek met de otoscoop; b. b. de bepaling van de gehoorscherpte met behulp van een toon-audiogram, fluister- of conversatiespraak, en c. c. op indicatie: een spraakaudiogram

Artikel 6

1. De geneeskundige die een keuring heeft verricht waarvan de uitslag gunstig is, overhandigt aan de keurling een geneeskundige verklaring van algemene lichamelijke geschiktheid voor de zeevaar, met gebruikmaking van het model opgenomen in de bij deze regeling behorende Bijlage IV. Op de verklaring worden geldigheidsduur en -gebied vermeld.

2. De medisch specialist die een keuring van het gezichtsorgaan, dan wel van het gehoororgaan heeft verricht waarvan de uitslag gunstig is, overhandigt aan de keurling een geneeskundige verklaring betreffende het gezichtsorgaan, onderscheidenlijk het gehoororgaan, met gebruikmaking van het model opgenomen in de bij deze regeling behorende Bijlage V, onderscheidenlijk Bijlage VI.

3. De geneeskundige of de medisch specialist bekrachtigt de geneeskundige verklaring met zijn handtekening en naamstempel.

4. De geneeskundige of de medisch specialist vermeldt de datum, de functie waarvoor is gekeurd en het resultaat van de keuring op de daartoe bestemde plaats op de keuringskaart, en bekrachtigt deze vermelding met zijn handtekening en naamstempel.

5. Bevestiging van de geneeskundige verklaringen van het gezichtsorgaan, dan wel van het gehoororgaan kan worden gedaan door een algemeen geneeskundige, indien deze beschikt over de benodigde uitrusting.

Artikel 7

1. Indien de afgifte van een geneeskundige verklaring moet worden geweigerd, deelt de geneeskundige of medisch specialist dit aan de keurling mede onder vermelding van de reden(en) tot afkeuring.

2. De geneeskundige of medisch specialist deelt tevens mede dat de keurling het recht heeft zich door een scheidsrechter te laten herkeuren.

3. Van iedere afkeuring voor de zeevaart doet de geneeskundige of de medisch specialist onverwijld mededeling aan de Medisch Adviseur Scheepvaart door middel van het daarvoor bestemde `Bericht van afkeuring', onder opgave van de reden(en) tot afkeuring, met gebruikmaking van het model opgenomen in de bij deze regeling behorende Bijlage VII.

4. De geneeskundige of medisch specialist overhandigt aan de keurling de doordrukkopie van het `Bericht van afkeuring' en vermeldt daarop de reden(en) tot afkeuring.

5. Indien de geneeskundige of de medisch specialist bij een tussentijds onderzoek bemerkt dat de keurling tijdelijk, voorlopig dan wel blijvend ongeschikt is voor de zeevaart, handelt hij als beschreven in het tweede, derde en vierde lid van dit artikel.

6. Indien bij de keuring met het oog op bevestiging van de verklaringen inzake het gezichts- en het gehoororgaan blijkt dat de toestand van het gezichts- of gehoororgaan niet meer in overeenstemming is met de overgelegde geneeskundige verklaring, bevestigt de geneeskundige de verklaring niet. Hij stelt de keurling hiervan op de hoogte en verwijst hem door middel van een Bericht van afkeuring' als bedoeld in het derde lid, naar een aangewezen medisch specialist. Op de desbetreffende geneeskundige verklaring plaatst hij de aantekening voldoet niet aan de gestelde eisen', en bekrachtigt deze met zijn handtekening en naamstempel. De geneeskundige geeft voorts onverwijld kennis van zijn bevindingen aan de Medisch Adviseur Scheepvaart.

7. De keurling die een herkeuring wenst, richt zich daartoe tot een van de scheidsrechters onder overlegging van de doordrukkopie van het `Bericht van afkeuring'.

Artikel 8

1. Na afgifte van een verklaring van tijdelijke of voorlopige ongeschiktheid kan herkeuring uitsluitend plaatsvinden door dezelfde geneeskundige die de keurling ongeschikt heeft bevonden, tenzij hij gebruik wenst te maken van het recht tot herkeuring door een aangewezen scheidsrechter.

2. Na afgifte van een verklaring van blijvende ongeschiktheid kan herkeuring uitsluitend plaatsvinden door een aangewezen scheidsrechter.

Artikel 9

1. Van de uitslag van een herkeuring geeft de scheidsrechter onverwijld kennis aan de Medisch Adviseur Scheepvaart, vergezeld van een schriftelijk verslag van zijn bevindingen die tot de keuringsuitslag hebben geleid.

2. Bij goedkeuring geeft de scheidsrechter aan de keurling alsnog de geneeskundige verklaring af. Het eerste tot en met vierde lid van artikel 6 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10

1. Studenten aan een zeevaartopleiding zijn vrijgesteld van het onderzoek op tuberculose, zolang zij niet monsteren aan boord van een zeeschip.

2. Vrijstelling van het onderzoek op tuberculose wordt verleend aan zeevarenden die uitsluitend dienst doen aan boord van vissersvaartuigen waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan Vaargebied II voor de zeevisvaart en waarvan geen van de bemanningsleden afkomstig is uit een risicogebied. De bemanningsleden van deze schepen leggen bij de keuring een kopie over van het certificaat van deugdelijkheid van het schip waarop men vaart, te samen met een afschrift van het visserijmaatschapscontract of de arbeidsovereenkomst waaruit blijkt dat men uitsluitend dienst doet aan boord van het genoemde schip.

3. Vrijstelling van het onderzoek op tuberculose wordt voorts verleend aan zeevarenden die uitsluitend dienst doen aan boord van zeilschepen op reizen binnen Vaargebied I, II of IIIA voor de zeilvaart. De bemanningsleden van deze schepen leggen bij de keuring een namens de Vereniging voor Beroepschartervaart BBZ ondertekende verklaring over.

4. Vrijstelling van het onderzoek op tuberculose wordt tenslotte verleend aan zeevarenden die uitsluitend dienst doen aan boord van zeeschepen op reizen nabij de kust uit een met name genoemde Nederlandse werkhaven. De bemanningsleden van deze schepen leggen bij de keuring een kopie over van een daartoe strekkende verklaring, afgegeven door de inspecteur-generaal.

Artikel 11

Van de bij deze regeling vastgestelde medische eisen voor het gezichts- en het gehoororgaan kan ontheffing worden verleend overeenkomstig de bij deze regeling behorende Bijlage VIII.

Artikel 12

De resultaten van de keuringen worden door de geneeskundige of de medisch specialist aangetekend en telkens na het verstrijken van het kalenderkwartaal aan de Medisch Adviseur Scheepvaart toegezonden. De keurende arts behoudt een kopie voor zijn medisch archief.

Artikel 13

Bij de afgifte van de documenten, vermeld in deze regeling, maakt de geneeskundige of medisch specialist uitsluitend gebruik van de formulieren voor deze documenten die verkrijgbaar zijn bij de Medisch Adviseur Scheepvaart.

Artikel 14

Wijzigt de Regeling geneeskundig onderzoek vaarbewijzen binnenvaart.

Artikel 15

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 februari 2002.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als: Keuringsreglement voor de Zeevaart 2002.

Bijlage I

[afbeelding]

[afbeelding]

Bijlage II

Bijlage III. Medische maatstaven

Bijlage IV

[afbeelding]

Bijlage V

[afbeelding]

Bijlage VI

[afbeelding]

Bijlage VII

[afbeelding]

Bijlage VIII