40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Klachtenregeling bijzondere ambtenaren van politie | BWBR0007408 | ministeriele-regeling | geldend | 1995-06-08 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0007408 | Klachtenregeling bijzondere ambtenaren van politie |
Klachtenregeling bijzondere ambtenaren van politie
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
1. Een ieder kan overeenkomstig artikel 64 van de Politiewet 1993 een klacht indienen over de wijze waarop een bijzondere ambtenaar van politie zich in een bepaalde aangelegenheid jegens een natuurlijk persoon of een rechtspersoon heeft gedragen.
2. Een klacht wordt schriftelijk ingediend binnen een jaar nadat de gedraging waarover wordt geklaagd, heeft plaatsgevonden.
Artikel 3
1.
Een klacht bevat de navolgende gegevens:
a. a. de naam en het adres van de klager; b. b. zoveel mogelijk een omschrijving van de gedraging waarop de klacht betrekking heeft en de mededeling wie zich aldus heeft gedragen; c. c. de bezwaren tegen de gedraging waarop de klacht betrekking heeft.
2. In het geval vermelding van een van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, achterwege is gebleven, wordt de klager in staat gesteld binnen twee weken deze gegevens aan te vullen.
Artikel 4
1. De ontvangst van de klacht wordt onder vermelding van het verloop van de procedure door de Minister van Justitie terstond bevestigd.
2. Tezelfdertijd wordt een afschrift van de klacht gezonden naar de coördinator, de ambtenaar, de procureur-generaal en de commissie.
Artikel 5
1. De coördinator belast een klachtbehandelaar met het onderzoek naar de klacht.
2.
Onderzoek naar een klacht kan achterwege worden gelaten in het geval dat:
a. a. de klacht niet binnen de termijn, genoemd in artikel 2, tweede lid, is ingediend; b. b. de klacht niet de gegevens bevat, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en de klager desverzocht niet binnen twee weken voor aanvulling heeft zorg gedragen; c. c. de klacht kennelijk ongegrond is; d. d. het belang van de klager kennelijk onvoldoende is.
3. Van de beslissing, bedoeld in het tweede lid, worden de klager, de ambtenaar, de procureur-generaal en de commissie binnen vier weken in kennis gesteld.
Artikel 6
1. Onderzoek naar een klacht, voor zover die betrekking heeft op een misdrijf, blijft achterwege zo lang ter zake een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is, dan wel een beklagprocedure als bedoeld in artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering aanhangig is.
2. Van de opschorting van het onderzoek naar aanleiding van de klacht worden de klager, de ambtenaar, de procureur-generaal en de commissie onverwijld in kennis gesteld.
Artikel 7
1. De ambtenaar wordt om een schriftelijke reactie op de klacht gevraagd.
2. De klager wordt schriftelijk in kennis gesteld van de reactie van de ambtenaar.
3. De ambtenaar, de klager en eventuele getuigen worden in de gelegenheid gesteld hun standpunt mondeling toe te lichten.
4. De ambtenaar en de klager kunnen zich laten bijstaan door een van hen aan te wijzen persoon.
5. Van de resultaten van het onderzoek wordt door de coördinator binnen vier weken na indiening van de klacht een rapportage vastgesteld die onverwijld ter afdoening wordt ingezonden. Een afschrift van de rapportage wordt verstrekt aan de klager, de ambtenaar, de procureur-generaal en de commissie.
Artikel 8
1. Er is een ’klachtencommissie bijzondere ambtenaren van politie’ die gevraagd of ongevraagd adviseert over de afdoening van klachten.
2. De commissie bestaat uit drie onafhankelijke leden en een ambtelijk secretaris. De leden kunnen worden benoemd uit de commissies die ingevolge artikel 61, tweede lid, van de Politiewet 1993, adviseren over de afdoening van klachten over het optreden van ambtenaren van politie van regionale politiekorpsen, dan wel van het Korps landelijke politiediensten.
3. De leden van de commissie worden voor een periode van drie jaar benoemd. De leden zijn eenmaal opnieuw te herbenoemen.
4. De commissie stelt regels vast omtrent haar werkwijze.
Artikel 9
1. In het geval de aard van de klacht daartoe aanleiding geeft, kan voor de afdoening van de klacht advies worden gevraagd aan de commissie.
2. In het geval de commissie ongevraagd van advies wil dienen, stelt zij de coördinator daarvan zo spoedig mogelijk in kennis.
3. In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden de klager, de ambtenaar en de procureur-generaal daarvan schriftelijk in kennis gesteld. Tevens wordt daarbij melding gemaakt van een verlenging van de behandelingsduur met vier weken.
Artikel 10
1. De commissie verkrijgt alle op de klacht betrekking hebbende stukken die zij voor advisering nodig acht.
2. De commissie kan de klager, de ambtenaar, getuigen of deskundigen schriftelijk dan wel mondeling horen.
3. De commissie zendt binnen drie weken na toezending van de rapportage, bedoeld in artikel 7, vijfde lid, haar schriftelijk advies in. Een afschrift van het advies wordt aan de klager, de ambtenaar en de procureur-generaal verstrekt.
Artikel 11
1. Binnen zes weken na indiening van de klacht wordt, gehoord de procureur-generaal, een met redenen omklede beslissing genomen over de vraag of de wijze waarop de ambtenaar zich heeft gedragen al dan niet behoorlijk is geweest. In het geval de commissie, bedoeld in artikel 8, een advies uitbrengt wordt deze beslissing binnen tien weken genomen.
2. Van de beslissing, bedoeld in het eerste lid, worden de klager, de ambtenaar, de procureur-generaal, de commissie en de coördinator onverwijld schriftelijk in kennis gesteld. Daarbij wordt de klager gewezen op de mogelijkheid om ingevolge artikel 12 van de Wet Nationale ombudsman een verzoekschrift in te dienen.
3. In het geval een afdoeningstermijn, genoemd in dit artikel, niet wordt gehaald, worden de klager en de ambtenaar schriftelijk in kennis gesteld van de redenen die daaraan ten grondslag liggen, alsmede van de termijn waarbinnen afdoening alsnog valt te verwachten.
Artikel 12
1. De ingevogle deze regeling ingediende klachten en de daarop genomen beslissingen worden geregistreerd. De aldus verkregen gegevens worden telkens na afloop van ieder jaar in een openbaar verslag gepubliceerd, dat wordt aangeboden aan het college van procureurs-generaal en de commissie.
2. De verslagen, bedoeld in het eerste lid, bevatten geen gegevens die tot individuele personen herleidbaar zijn.
3. De verslagen, bedoeld in het eerste lid, schenken bijzondere aandacht aan de vraag in hoeverre bepaalde klachten wijzen op structurele tekortkomingen in het functioneren van de bijzondere ambtenaren van politie, en, indien nodig, aan de middelen om deze tekortkomingen op te heffen.
Artikel 13
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van de Staatscou-rant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 14
Deze regeling wordt aangehaald als: Klachtenregeling bijzondere ambtenaren van politie.