40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen EZ | BWBR0017992 | ministeriele-regeling | geldend | 2005-02-20 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0017992 | Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen EZ |
Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen EZ
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a. ongewenste omgangsvormen:
1.
seksuele intimidatie: ongewenste seksuele toenadering, verzoeken om seksuele gunsten of ander verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag van seksuele aard,
waarbij tevens sprake is van een of meer van de volgende factoren:
–
onderwerping aan een dergelijk gedrag wordt hetzij expliciet hetzij impliciet gehanteerd als voorwaarde voor de tewerkstelling van de betrokken medewerker;
–
onderwerping aan of afwijzing van een dergelijk gedrag door de betrokken medewerker wordt gebruikt of mede gebruikt als basis voor beslissingen die het werk van de betrokken medewerker raken;
–
dergelijk gedrag heeft tot doel de werkprestaties van de betrokken medewerker aan te tasten of een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving te creëren dan wel tot gevolg dat de werkprestaties van de betrokken medewerker worden aangetast of een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving wordt gecreëerd;
2.
agressie of geweld: voorvallen waarbij een medewerker psychisch of fysiek wordt lastiggevallen, bedreigd of aangevallen onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het verrichten van arbeid, waaronder begrepen pesten, treiteren, roddelen, geruchtenverspreiding en discriminatie op het werk;
-
-
seksuele intimidatie: ongewenste seksuele toenadering, verzoeken om seksuele gunsten of ander verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag van seksuele aard, waarbij tevens sprake is van een of meer van de volgende factoren: – onderwerping aan een dergelijk gedrag wordt hetzij expliciet hetzij impliciet gehanteerd als voorwaarde voor de tewerkstelling van de betrokken medewerker; – onderwerping aan of afwijzing van een dergelijk gedrag door de betrokken medewerker wordt gebruikt of mede gebruikt als basis voor beslissingen die het werk van de betrokken medewerker raken; – dergelijk gedrag heeft tot doel de werkprestaties van de betrokken medewerker aan te tasten of een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving te creëren dan wel tot gevolg dat de werkprestaties van de betrokken medewerker worden aangetast of een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving wordt gecreëerd;
-
– – onderwerping aan een dergelijk gedrag wordt hetzij expliciet hetzij impliciet gehanteerd als voorwaarde voor de tewerkstelling van de betrokken medewerker; – – onderwerping aan of afwijzing van een dergelijk gedrag door de betrokken medewerker wordt gebruikt of mede gebruikt als basis voor beslissingen die het werk van de betrokken medewerker raken; – – dergelijk gedrag heeft tot doel de werkprestaties van de betrokken medewerker aan te tasten of een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving te creëren dan wel tot gevolg dat de werkprestaties van de betrokken medewerker worden aangetast of een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving wordt gecreëerd; 2. 2. agressie of geweld: voorvallen waarbij een medewerker psychisch of fysiek wordt lastiggevallen, bedreigd of aangevallen onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het verrichten van arbeid, waaronder begrepen pesten, treiteren, roddelen, geruchtenverspreiding en discriminatie op het werk; b. b. minister: Minister van Economische Zaken; c. c. ministerie: Ministerie van Economische Zaken; d. d. directeur P&O: directeur Personeel en Organisatie; e. e. medewerker: degene die werkzaamheden verricht of heeft verricht bij het ministerie; f. f. vertrouwenspersonen: de in artikel 2 bedoelde, als zodanig door de minister benoemde personen; g. g. commissie: de in artikel 4 bedoelde klachtencommissie ongewenste omgangsvormen EZ; h. h. melding: het zich wenden tot de vertrouwenspersoon in verband met ongewenste omgangsvormen; i. i. melder: de medewerker die zich in verband met ongewenste omgangsvormen tot de vertrouwenspersoon heeft gewend; j. j. klacht: schriftelijke klacht over ongewenste omgangsvormen; k. k. klager: de medewerker die een klacht over ongewenste omgangsvormen heeft ingediend bij de commissie; l. l. aangeklaagde: de medewerker tegen wie een klacht over ongewenste omgangsvormen is ingediend.
Paragraaf 2. Vertrouwenspersonen ongewenste omgangsvormen EZ
Artikel 2
1. Bij het ministerie en de diensten van het ministerie zijn vertrouwenspersonen ongewenste omgangsvormen.
2. De minister benoemt de vertrouwenspersonen op voordracht van de directeur P&O voor het kernministerie en op voordracht van de respectieve hoofden van dienst voor hun dienst.
3. De benoeming geldt, behoudens tussentijds ontslag, voor drie jaar en kan telkens voor drie jaar worden verlengd.
Artikel 3
De vertrouwenspersoon heeft de volgende taken en bevoegdheden:
a. a. het opvangen, begeleiden en van advies dienen van de melder, alsmede het zonodig doorverwijzen naar een professionele hulpverlenende instantie of hulpverlener; b. b. het inwinnen van inlichtingen die noodzakelijk zijn om tot een goed inzicht te komen omtrent de melding en de mogelijkheden om te komen tot een oplossing; c. c. het door middel van het inschakelen van een deskundige, bemiddelaar of mediator trachten tot een oplossing te komen; d. d. het adviseren over en behulpzaam zijn van de melder bij eventueel verder te nemen stappen; e. e. het ondersteunen en begeleiden van de medewerker die is geconfronteerd met ongewenste omgangsvormen bij het indienen van een klacht ter zake bij de commissie en bij het horen door de commissie; f. f. het geven van gevraagd of ongevraagd advies aan de minister op het gebied van de preventie van ongewenste omgangsvormen in de organisatie; g. g. het geven van voorlichting op het gebied van ongewenste omgangsvormen; h. h. het verlenen van nazorg aan de medewerker die is geconfronteerd met ongewenste omgangsvormen.
Paragraaf 3. Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen EZ
Artikel 4
Er is een klachtencommissie ongewenste omgangsvormen EZ.
Artikel 5
1. De commissie bestaat uit een voorzitter en twee andere leden.
2. De minister benoemt de voorzitter en de andere leden op voordracht van de directeur P&O.
3. De minister benoemt voor ieder lid tevens een plaatsvervanger, eveneens op voordracht van de directeur P&O.
4. De benoeming geldt, behoudens tussentijds ontslag, voor een periode van drie jaar en kan telkens voor drie jaar worden verlengd.
Artikel 6
1. De commissie wordt bijgestaan door een door de minister, op voordracht van de directeur P&O, aan te wijzen secretaris.
2. De minister wijst tevens een plaatsvervanger voor de secretaris aan, eveneens op voordracht van de directeur P&O.
Artikel 7
De commissie is belast met het onderzoek van elke bij haar ingediende klacht van een medewerker en het daarover uitbrengen van een rapport van bevindingen en haar advies aan de secretaris-generaal. Afdeling 9.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
Artikel 8
1. De commissie handelt bij de klachtbehandeling overeenkomstig hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Anonieme klachten worden door de commissie niet in behandeling genomen, tenzij de klacht het toepassen van agressie of geweld betreft.
3. Als tijdens het onderzoek naar de klacht zowel klager als aangeklaagde bereid blijken tot bemiddeling of mediation schort de commissie de behandeling van de klacht op.
Artikel 9
De commissie is bevoegd:
a. a. tot het oproepen van daarvoor in aanmerking komende derden voor het verkrijgen van inlichtingen. Ieder als zodanig opgeroepen medewerker met een dienstverband bij het ministerie is verplicht aan een oproep van de commissie gehoor te geven en desgevraagd alle inlichtingen naar waarheid en zonder voorbehoud te verstrekken; b. b. overlegging te vorderen van ter zake dienende bescheiden; c. c. een onderzoek op de werkplek in te stellen of te doen instellen; d. d. zich door deskundigen van advies en bijstand laten dienen.
Paragraaf 4. Werkwijze ongewenste omgangsvormen EZ
Artikel 10
De medewerker die met ongewenste omgangsvormen wordt geconfronteerd kan zich wenden tot een vertrouwenspersoon of een klacht indienen bij de commissie.
Artikel 11
Bij het ministerie wordt met klachten over ongewenste omgangsvormen omgegaan op de wijze die is beschreven in de bij dit besluit behorende bijlage Werkwijze ongewenste omgangsvormen EZ.
Paragraaf 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 12
Voor de eerste maal worden als voorzitter en leden van de commissie respectievelijk als vertrouwenspersonen benoemd de personen die ingevolge het Besluit tot uitvoering van de Klachtenregeling sexuele intimidatie burgerlijk rijkspersoneel bij het Ministerie van Economische Zaken zijn benoemd tot voorzitter en leden van de klachtencommissie respectievelijk tot vertrouwenspersonen. In afwijking van de artikelen 2, tweede lid, en 5, vierde lid, geldt deze benoeming voor de resterende benoemingsperiode ingevolge het hiervoor genoemde besluit.
Artikel 13
1. Alle schriftelijk ingediende klachten worden geregistreerd door de commissie.
2. De commissie brengt jaarlijks voor 1 maart een verslag uit aan de secretaris-generaal.
3. Het verslag bevat een geanonimiseerd overzicht van het aantal en de aard van de klachten in het voorgaande kalenderjaar en de strekking van de adviezen die daarover zijn uitgebracht. Het verslag kan aanbevelingen van algemene aard bevatten.
4. Het verslag wordt ter kennis gebracht van de Departementale Ondernemingsraad en de vertrouwenspersonen.
Artikel 14
1. De vertrouwenspersonen brengen jaarlijks voor 1 maart gezamenlijk een verslag uit aan de secretaris-generaal.
2. Het verslag bevat een geanonimiseerd overzicht van hun werkzaamheden in het voorgaande kalenderjaar.
3. Het verslag wordt ter kennis gebracht van de Departementale Ondernemingsraad en de commissie.
Artikel 15
1. De dossiers van de commissie worden bewaard in het archief van het ambtelijk secretariaat van de klachtencommissie. Zij zijn alleen toegankelijk voor de minister, de secretaris-generaal en diens plaatsvervanger en de voorzitter en de secretaris van de commissie.
2. Elk dossier wordt tien jaar na de datum waarop de commissie advies heeft uitgebracht door de ambtelijk secretaris uit het archief verwijderd en vervolgens vernietigd, tenzij het gaat om klachten die tevens een strafbaar feit bevatten of waaromtrent op dat moment nog een juridische procedure loopt.
Artikel 16
Het Besluit tot uitvoering van de Klachtenregeling sexuele intimidatie burgerlijk rijkspersoneel bij het Ministerie van Economische Zaken wordt ingetrokken.
Artikel 17
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 18
Deze regeling wordt aangehaald als: Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen EZ.
Bijlage
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Economische Zaken.