rijk/ministeriele-regeling/klachtenregeling-ongewenste-omgangsvormen-ez/BWBR0032969
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen EZ BWBR0032969 ministeriele-regeling geldend 2013-03-09 https://wetten.overheid.nl/BWBR0032969 Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen EZ

Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen EZ

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

    *commissie:* de in artikel 6 bedoelde Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen EZ;

    *directeur Bedrijfsvoering:* de directeur Bedrijfsvoering van het ministerie;

    *EC O&P:* het Expertisecentrum Organisatie en Personeel, onderdeel van De Werkmaatschappij van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

    *klacht:* schriftelijke klacht over ongewenste omgangsvormen;

    *klager:* de medewerker die een klacht over ongewenste omgangsvormen heeft ingediend bij de commissie;

    *medewerker:* degene die werkzaamheden verricht of heeft verricht bij het ministerie of bij de Autoriteit Consument en Markt;

    *melder:* de medewerker die zich in verband met ongewenste omgangsvormen tot de vertrouwenspersoon heeft gewend;

    *melding:* het zich wenden tot de vertrouwenspersoon in verband met ongewenste omgangsvormen;

    *minister:* Minister van Economische Zaken;

    *ministerie:* Ministerie van Economische Zaken;

    *ongewenste omgangsvormen:* de factoren direct of indirect onderscheid met inbegrip van seksuele intimidatie, agressie en geweld en pesten in de arbeidssituatie die stress teweeg brengen;

    *secretaris-generaal:* de secretaris-generaal van het ministerie;

    *vertrouwenspersonen:* de in artikel 4 bedoelde, als zodanig door de minister aangewezen personen.

Paragraaf 2. Werkwijze ongewenste omgangsvormen EZ

Artikel 2

1. De medewerker die met ongewenste omgangsvormen wordt geconfronteerd kan zich wenden tot een vertrouwenspersoon of een klacht indienen bij de commissie.

2. Een klacht bij de commissie wordt gericht aan de Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen EZ, EC O&P, Postbus 20011, 2500 EA Den Haag.

Artikel 3

Bij het ministerie wordt met klachten over ongewenste omgangsvormen omgegaan op de wijze die is beschreven in de bij deze regeling behorende bijlage Werkwijze ongewenste omgangsvormen EZ.

Paragraaf 3. Vertrouwenspersonen ongewenste omgangsvormen EZ

Artikel 4

1. Bij het ministerie en de diensten van het ministerie zijn vertrouwenspersonen ongewenste omgangsvormen.

2. De secretaris-generaal wijst de vertrouwenspersonen aan op voordracht van de directeur Bedrijfsvoering voor de diensten van het kernministerie en op voordracht van de respectieve hoofden van de andere diensten voor hun dienst.

3. De aanwijzing geldt, behoudens tussentijds ontslag, voor drie jaar en kan telkens voor drie jaar worden verlengd.

4. De vertrouwenspersonen ressorteren onder de secretaris-generaal.

Artikel 5

1.

De vertrouwenspersoon heeft de volgende taken en bevoegdheden:

a. a. het opvangen, begeleiden en van advies dienen van de melder, alsmede het zo nodig doorverwijzen naar een professionele hulpverlenende instantie of hulpverlener; b. b. het inwinnen van inlichtingen die noodzakelijk zijn om tot een goed inzicht te komen omtrent de melding en de mogelijkheden om te komen tot een oplossing; c. c. het door middel van het inschakelen van een deskundige, bemiddelaar of mediator trachten tot een oplossing te komen; d. d. het adviseren over en behulpzaam zijn van de melder bij eventueel verder te nemen stappen; e. e. het ondersteunen en begeleiden van de melder bij het indienen van een klacht ter zake bij de commissie en bij het horen door de commissie; f. f. het geven van gevraagd of ongevraagd advies aan de secretaris-generaal op het gebied van de preventie van ongewenste omgangsvormen in de organisatie; g. g. het geven van voorlichting op het gebied van ongewenste omgangsvormen; h. h. het verlenen van nazorg aan de melder.

2. De vertrouwenspersoon heeft jegens de melder een recht op verschoning.

3. De vertrouwenspersoon legt over zijn tijdsbesteding als zodanig verantwoording af aan zijn hoofd van dienst.

4. Indien de vertrouwenspersoon een advies geeft als bedoeld in het eerste lid, onder f, zendt de secretaris-generaal afschrift daarvan aan de Departementale Ondernemingsraad.

Paragraaf 4. Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen

Artikel 6

Er is een Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen EZ.

Artikel 7

1. De commissie wordt telkens na het indienen van een klacht samengesteld.

2.

De commissie bestaat uit:

a. a. een voorzitter, tevens lid, niet werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de minister, en b. b. twee andere leden.

3. De Afdelingsmanager Arbeidsjuridisch, Cluster Advies van EC O&P benoemt de voorzitter, leden en plaatsvervangers van de leden van de commissie, waarbij de directeur Bedrijfsvoering een bij het ministerie werkzame ambtenaar voordraagt als lid.

4. De Afdelingsmanager Arbeidsjuridisch, Cluster Advies van EC O&P draagt tevens zorg voor secretariële ondersteuning van de commissie. De secretaris is geen lid van de commissie.

Artikel 8

1. De commissie heeft tot taak het verrichten van onderzoek naar de ingediende klacht en het daarover uitbrengen van een rapport van bevindingen, vergezeld van een advies en eventuele aanbevelingen aan de secretaris-generaal.

2. Afdeling 9.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

3. Als tijdens het onderzoek naar de klacht zowel de klager als degene op wie de klacht betrekking heeft bereid blijken tot bemiddeling of mediation schort de commissie, met instemming van de klager, de behandeling van de klacht op.

Artikel 9

De commissie is bevoegd:

a. a. tot het oproepen van daarvoor in aanmerking komende derden voor het verkrijgen van inlichtingen; iedere als zodanig opgeroepen medewerker met een dienstverband bij het ministerie is verplicht aan een oproep van de commissie gehoor te geven en desgevraagd alle inlichtingen naar waarheid en zonder voorbehoud te verstrekken; b. b. overlegging te vorderen van ter zake dienende bescheiden; c. c. een onderzoek op de werkplek in te stellen of te doen instellen; d. d. zich door deskundigen van advies en bijstand laten dienen; e. e. ook anderszins de medewerking te verlangen die zij nodig acht voor de behandeling van de klacht.

Paragraaf 5. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 10

1. De vertrouwenspersonen brengen jaarlijks voor 1 maart gezamenlijk een verslag uit aan de secretaris-generaal.

2. Het verslag bevat een geanonimiseerd overzicht van hun werkzaamheden in het voorgaande kalenderjaar.

3. Het verslag wordt ter kennis gebracht van de Departementale Ondernemingsraad.

Artikel 11

1. De commissie registreert alle schriftelijk ingediende klachten.

2. De commissie brengt jaarlijks voor 1 maart een verslag uit aan de secretaris-generaal.

3. Het verslag bevat een geanonimiseerd overzicht van het aantal en de aard van de klachten in het voorgaande kalenderjaar en de strekking van de adviezen die daarover zijn uitgebracht. Het verslag kan aanbevelingen van algemene aard bevatten.

4. Het verslag wordt ter kennis gebracht van de Departementale Ondernemingsraad en de vertrouwenspersonen.

Artikel 12

De commissie draagt zorg dat de op klachten betrekking hebbende dossiers worden overgedragen aan de directeur Bedrijfsvoering. Zij zijn alleen toegankelijk voor de minister, de secretaris-generaal, de directeur Bedrijfsvoering en de door deze daartoe aangewezen ambtenaren.

Artikel 13

De Klachtenregeling seksuele intimidatie en discriminatie LNV, de Algemene klachtenregeling medewerkers LNV, het Besluit instelling ombudsfunctie EZ en de Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen EZ (regeling van 4 februari 2005, Stcrt. 35) worden ingetrokken.

Artikel 14

Indien het bij Koninklijke boodschap van 25 februari 2012 ingediende voorstel van wet Regels omtrent de instelling van de Autoriteit Consument en Markt tot wet is of wordt verheven en die wet in werking treedt, wordt in de definitie van medewerker in artikel 1 de Nederlandse Mededingingsautoriteit vervangen door: de Autoriteit Consument en Markt.

Artikel 15

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als: Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen EZ.

Bijlage . behorende bij