rijk/ministeriele-regeling/kledingregeling-voor-de-politie/BWBR0006553
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Kledingregeling voor de politie BWBR0006553 ministeriele-regeling geldend 2012-12-13 https://wetten.overheid.nl/BWBR0006553 Kledingregeling voor de politie

Kledingregeling voor de politie

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *uniform:* het samenstel van de in bijlage 1 genoemde kledingstukken en de in bijlage 2 genoemde uitmonstering;

b. b.

    *dienstkleding:* de door de beheerder aan de ambtenaar verstrekte kleding, niet zijnde het uniform;

c. c.

    *beheerder:* de korpschef;

d. d.

    *ambtenaar:* de ambtenaren, genoemd in artikel 56, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie en de vrijwillige ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 15 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie.

Artikel 2

1. De beheerder draagt er zorg voor dat het uniform en de dienstkleding bestaan uit de in bijlage 1 genoemde kledingstukken voor de basistaken en de door de beheerder toegewezen bijzondere taken.

2. De ambtenaar is verantwoordelijk voor de reiniging van overhemden/blouses, poloshirts, sokken en onderkleding. De aan de reiniging verbonden kosten zijn voor rekening van de ambtenaar.

3. De beheerder draagt er zorg voor dat onder de omstandigheden waarin het nodig is dat de aanwezigheid van de ambtenaar zichtbaar is, deze ambtenaar een zichtbaarheidsvest, blouson, parka, regenkleding of regencape als bedoeld in bijlage 1 draagt.

Artikel 3

De beheerder geeft in een reglement aan:

a. a. welke in bijlage 1 genoemde kledingstukken en in bijlage 2 genoemde uitmonstering verstrekt worden; b. b. de wijze van verstrekking van het uniform; c. c. op welke wijze het uniform wordt gedragen met dien verstande dat het witte overhemd in combinatie met de tuniek wordt gedragen en het blauwe overhemd in combinatie met de blouson wordt gedragen; d. d. op welke wijze het uniform wordt onderhouden.

Artikel 4

1. Het uniform is eigendom van de politie.

2. De ambtenaar is verantwoordelijk voor het hem verstrekte uniform.

Artikel 5

Het uniform dat aan de ambtenaar is verstrekt, wordt door de beheerder ingenomen bij:

a. a. de vervanging van het uniform, b. b. het overlijden van de ambtenaar, of c. c. het ontslag van de ambtenaar uit de politiedienst.

Artikel 6

De beheerder draagt er zorg voor dat het uniform niet in handen van onbevoegden terecht komt.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 1994.

Artikel 7a

Deze regeling berust op artikel 25, eerste lid, van het Besluit bewapening en uitrusting politie.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Kledingregeling voor de politie.

Deze regeling zal in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 3, die op het ministerie van Binnenlandse Zaken ter inzage wordt gelegd.

Bijlage 1. behorende bij

Bijlage 2. behorende bij

Artikel

1. Het politiebrevet bestaat uit de afbeelding, zoals deze is opgenomen in hoofdstuk 7 van het handboek politielogo en huisstijl, dat ter inzage ligt bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

2. Het politiebrevet wordt gedragen door de uniformdragende ambtenaar, zijnde een ambtenaar als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of artikel 2a, tweede lid, van het Besluit rangen politie, en beëdigd als bedoeld in artikel 9 van het Besluit algemene Rechtspositie Politie, alsmede door de uniformdragende ambtenaar, belast met operationele taken met publiekscontacten, niet zijnde een ambtenaar als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of artikel 2a, tweede lid, van het Besluit rangen politie, maar wel beëdigd als bedoeld in artikel 9 van het Besluit algemene Rechtspositie Politie, op het colbert, de parka en de blouson en wel op de rechterborst, in de daarvoor in het betreffende kledingstuk aangebrachte bevestigingsopeningen. Op overige kledingstukken wordt geen politiebrevet gedragen.

Artikel

1. Het politie-logo bestaat uit de afbeelding, zoals opgenomen in hoofdstuk 7 van het handboek politielogo en huisstijl.

2. Het politie-beeldmerk uit het politielogo bestaat uit de afbeelding, zoals opgenomen in hoofdstuk 7 van het handboek politielogo en huisstijl.

3. Het politie-logo en het -beeldmerk worden op de uniformkleding gedragen overeenkomstig de in hoofdstuk 7 van het handboek politielogo en huisstijl neergelegde aanwijzingen.

Artikel

1. a. a. eerste hoofdcommissaris: Op de schouderbedekkingen: Een horizontale lauwertak, vier sterren, twee gekruiste zwaarden en een rijkskroon, in goud uitgevoerd. Op de petklep: Een gouden borduursel van eikenbladeren, breed 13 mm, bezet met 6 eikels, aangebracht op een afstand van 5 mm van het omboordsel. Dit borduursel is tevens aangebracht langs de bovenkant, waar de klep aan de opstaande rand van de pet is bevestigd. De stormband van de pet is in goud uitgevoerd. b. b. hoofdcommissaris en hoofdcommissaris titulair Op de schouderbedekkingen: Een horizontale lauwertak, twee gekruiste zwaarden en een rijkskroon, in goud uitgevoerd. Op de petklep: Een gouden borduursel van eikebladeren, breed 13 mm, bezet met 6 eikels, aangebracht op een afstand van 5 mm van het omboordsel. Dit borduursel is eveneens aangebracht langs de bovenrand, waar de klep aan de opstaande rand van de pet is bevestigd. c. c. commissaris: Op de schouderbedekkingen: Een horizontale lauwertak met rijkskroon, in goud uitgevoerd. Op de petklep: Een gouden borduursel van eikebladeren, breed 13 mm, bezet met 6 eikels, aangebracht op een afstand van 5 mm van het omboordsel. d. d. hoofdinspecteur: Op de schouderbedekkingen: Een galon met rijkskroon, in goud uitgevoerd. Op de petklep: Een gouden borduursel van eikebladeren, aangebracht op een afstand van 5 mm van het omboordsel. e. e. inspecteur: Op de schouderbedekkingen: Een rijkskroon, in goud uitgevoerd. Op de petklep: Een gouden galon, breed 10 mm, aangebracht op een afstand van 5 mm van het omboordsel. f. f. brigadier: Op de schouderbedekkingen: Twee gebogen lauwertakken, waarin een kleine rijkskroon met zwaard is geplaatst, in goud uitgevoerd. g. g. hoofdagent: Op de schouderbedekkingen: Vier goudkleurige galons. h. h. agent: Op de schouderbedekkingen: Drie goudkleurige galons. i. i. surveillant van politie: Op de schouderbedekkingen: Twee goudkleurige galons. j. j. adspirant: Op de schouderbedekkingen: Eén goudkleurige galon.

2. De onderscheidingstekens voldoen aan de modellen en technische voorschriften, zoals opgenomen in hoofdstuk 7 van het handboek politielogo en huisstijl.

3.

De schouderbedekkingen voor de uniformdragende ambtenaar, belast met operationele taken met publiekscontacten, niet zijnde een ambtenaar als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of artikel 2a, tweede lid, van het Besluit rangen politie, maar wel beëdigd als bedoeld in artikel 9 van het Besluit algemene Rechtspositie Politie, bestaan uit:

op het overhemd een epaulet, nassaublauw, voorzien van een geborduurd, goudkleurig logo: op het colbert een metalen goudkleurig logo (formaat kraag-logo overjas); op de parka/blouson een blauwzwarte schuifpassant voorzien van een geborduurd, goudkleurig logo.

Artikel

Het vangsnoer (voor de heren) en het armsnoer (voor de dames), zoals afgebeeld in hoofdstuk 7 van het handboek politielogo en huisstijl, wordt op aanwijzing van de korpschef op het colbert gedragen aan de linker schouder, c.q. de linker arm bij officiële of feestelijke gelegenheden.

Artikel

1.

Varend politiepersoneel

De uitmonstering van varend personeel is gelijk aan de onder A tot en met D beschreven uitmonstering.

Door degenen die deel uitmaken van een onderdeel dat meer specifiek is belast met de uitoefening van de politietaak te water en die hebben voldaan aan de hiertoe door hun Dienst- of Unithoofd vastgestelde opleidingseisen, wordt daarnaast het volgende dienstonderscheidingsteken gedragen: een goudkleurig onklaar anker, zoals afgebeeld in hoofdstuk 7 van het handboek politielogo en huisstijl.

2.

Vliegend politiepersoneel

De uitmonstering van het vliegend personeel is gelijk aan de onder A tot en met D beschreven uitmonstering.

Door degenen die deel uitmaken van een onderdeel dat meer specifiek is belast met de uitoefening van de politietaak door middel van de luchtvaart en die bevoegd zijn tot het besturen van politie-luchtvaartuigen wordt daarnaast het volgende dienstonderscheidingsteken gedragen: een goudkleurige metalen wing met in het midden het beeldmerk uit het politielogo, zoals afgebeeld in hoofdstuk 7 van het handboek politielogo en huisstijl.

3. De dienstonderscheidingstekens worden gedragen op het colbert, de parka en de blouson, en wel op de linkerborst ter hoogte van de oksel.

4. De dienstonderscheidingstekens voldoen aan de modellen en technische voorschriften, zoals opgenomen in hoofdstuk 7 van het handboek politielogo en huisstijl.

Bijlage 3

Vervallen