rijk/ministeriele-regeling/mandaatbesluit-artikelen-176-188b-en-188c-van-de-wet-toezicht-verzekeringsbedrij/BWBR0016069
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Mandaatbesluit artikelen 176, 188b en 188c van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 BWBR0016069 ministeriele-regeling geldend 2004-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016069 Mandaatbesluit artikelen 176, 188b en 188c van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993

Mandaatbesluit artikelen 176, 188b en 188c van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

de Minister: De Minister van Financiën;

de PVK: De Stichting Pensioen- & Verzekeringskamer;

de wet: de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993;

verzekeraar: een verzekeraar met zetel in Nederland die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 24 van de wet;

kredietinstelling: een ingevolge artikel 52, tweede lid, onderdelen a, b, c of d, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 ingeschreven kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van die wet.

Artikel 2

Vervallen

Artikel 3

1.

De PVK beslist ingevolge artikel 176, eerste lid, van de wet vanwege de Minister op aanvragen tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 175, eerste lid, van de wet, behoudens in het geval van aanvragen tot het houden, verwerven dan wel vergroten van een gekwalificeerde deelneming dan wel tot het uitoefenen van enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in een verzekeraar die gerekend naar bruto premie-inkomen per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf verzekeraars door:

a. a. een verzekeraar die gerekend naar bruto premie-inkomen per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf verzekeraars; b. b. een kredietinstelling die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf kredietinstellingen; c. c. een ieder die niet behoort tot de onder a en b bedoelde categorieën, in geval van een belang van meer dan 20%.

2. De PVK kan ingevolge artikel 175a, tweede lid, van de wet aan een verklaring van geen bezwaar beperkingen stellen of voorwaarden verbinden, indien zij vanwege de Minister beslist op aanvragen tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 175, eerste lid, van de wet.

3. Bij het verlenen van een verklaring van geen bezwaar aan een onderneming of instelling die niet ingevolge artikel 52 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 is ingeschreven, deelt de PVK aan deze onderneming of instelling tegelijkertijd mee, dat een nieuwe verklaring van geen bezwaar dient te worden aangevraagd, indien de onderneming of instelling voornemens is in Nederland, al dan niet door middel van een bijkantoor, het bedrijf van kredietinstelling uit te oefenen.

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

De PVK stelt ingevolge artikel 175, vierde en zesde lid, van de wet vanwege de Minister de termijnen vast ten aanzien van door de Minister voor de inwerkingtreding van dit besluit afgegeven verklaringen van geen bezwaar, indien de PVK op grond van dit besluit bevoegd zou zijn vanwege de Minister te beslissen op de aanvraag tot het verkrijgen van de verklaring van geen bezwaar.

Artikel 6

De PVK kan ingevolge artikel 175a, derde lid, van de wet vanwege de Minister aan de verklaring van geen bezwaar de in dat artikellid bedoelde gewijzigde voorschriften verbinden:

a. a. in de gevallen waarin de PVK vanwege de Minister heeft beslist op de aanvraag tot het verkrijgen van de verklaring van geen bezwaar; b. b. in de gevallen waarin de Minister heeft beslist op het de aanvraag tot het verkrijgen van de verklaring van geen bezwaar, indien de PVK op grond van dit besluit vanwege de Minister bevoegd zou zijn geweest te beslissen op de aanvraag tot het verkrijgen van de verklaring van geen bezwaar.

Artikel 7

De PVK beslist ingevolge artikel 176, zevende lid, van de wet vanwege de Minister tot het wijzigen of intrekken van een door de Minister voor de inwerkingtreding van dit besluit afgegeven verklaring van geen bezwaar, indien de PVK op grond van dit besluit vanwege de Minister bevoegd zou zijn geweest te beslissen op de aanvraag tot het verkrijgen van de verklaring van geen bezwaar.

Artikel 8

De PVK oefent in de gevallen, waarin zij op grond van dit besluit bevoegd is vanwege de Minister verklaringen van geen bezwaar te verlenen en daarmee samenhangende bevoegdheden uit te oefenen, de volgende bevoegdheden uit:

    1. het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 188b, eerste lid, van de wet terzake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 175, eerste, vierde en zesde lid, en 176, achtste lid, van de wet;
    1. het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 188c, eerste lid, van de wet terzake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 175, eerste, vierde en zesde lid, en 176, achtste lid, van de wet;
    1. de bevoegdheden, bedoeld in Hoofdstuk XI B van de wet, die noodzakelijk zijn met betrekking tot het opleggen van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete terzake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 175, eerste, vierde en zesde lid, en 176, achtste lid, van de wet.

Artikel 9

Een document dat is opgesteld door de PVK en waarin is vastgelegd een besluit of handeling genomen respectievelijk verricht op grond van dit besluit, vermeldt aan het slot:

De Minister van Financiën,

namens deze:

de Pensioen- & Verzekeringskamer,

Artikel 10

De PVK treedt in overleg met de Minister, indien in bijzondere gevallen sprake is van handelingen die de structuur van de financiële sector in zijn wezen raken, ook wanneer op die handelingen het gestelde in artikelen 2 en 3 van toepassing zou zijn.

Artikel 11

Het mandaat verleend bij brief van 29 juni 1994, kenmerk BGW94-796 (Stcrt. 1994, 122), wordt ingetrokken.

Artikel 12

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als Mandaatbesluit artikelen 176, 188b en 188c van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.