rijk/ministeriele-regeling/mandaatbesluit-college-van-procureurs-generaal-beheer-om-2025/BWBR0051704
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Mandaatbesluit College van procureurs-generaal, beheer OM 2025 BWBR0051704 ministeriele-regeling geldend 2025-11-05 https://wetten.overheid.nl/BWBR0051704 Mandaatbesluit College van procureurs-generaal, beheer OM 2025

Mandaatbesluit College van procureurs-generaal, beheer OM 2025

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

    *het mandaat:* het door de minister aan het College van procureurs-generaal verleende (onder)mandaat met betrekking tot de aangelegenheden die het beheer van het openbaar ministerie betreffen respectievelijk het mandaat om rechtspositionele besluiten te nemen ten aanzien van medewerkers van het OM;

    *leidinggevende:* leidinggevende in de zin van paragraaf 1.3 van de CAO Rijk

    *functionele autoriteit:* de functionele autoriteit in de zin van artikel 1, lid 2 aanhef onder e. tot en met i. van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra).

    *medewerker:* degene die
  
    
      a)
      krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat of
    
    
      b)
      als rechterlijk ambtenaar, genoemd in artikel 1 onderdeel b., onder 5°, 6°, 7° en 10° van de Wet RO,
    
  
  werkzaam is bij of ten behoeve van het openbaar ministerie.

a) a) krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat of b) b) als rechterlijk ambtenaar, genoemd in artikel 1 onderdeel b., onder 5°, 6°, 7° en 10° van de Wet RO,

Artikel 2

    1. Elke procureur-generaal is afzonderlijk gemachtigd om invulling te geven aan het mandaat.
    1. Van het mandaat wordt ten aanzien van de beheeraangelegenheden die hun parket of dienstonderdeel betreffen, ondermandaat verleend aan:

      a.
      de hoofden van de parketten, genoemd in artikel 134 lid 1, b. tot en met f. van de Wet RO;
      
      
      b.
      de directeur van het parket-generaal;
      
      
      c.
      de directeur van de landelijke bedrijfsvoeringsorganisatie openbaar ministerie (LBOM);
      
      
      d.
      de directeur van de IV-organisatie openbaar ministerie (IVOM).
      

a. a. de hoofden van de parketten, genoemd in artikel 134 lid 1, b. tot en met f. van de Wet RO; b. b. de directeur van het parket-generaal; c. c. de directeur van de landelijke bedrijfsvoeringsorganisatie openbaar ministerie (LBOM); d. d. de directeur van de IV-organisatie openbaar ministerie (IVOM). 3) 3) Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van volmacht en machtiging.

Artikel 3

    1. Tot leidinggevende in de zin van paragraaf 1.3 van de CAO Rijk worden aangewezen de in kolom 1 van bijlage 1 bij dit besluit genoemde functionarissen, voor zover het betreft de uitoefening van de bevoegdheden vermeld in kolom 2 van die bijlage.
    1. Aan de functionarissen genoemd in kolom 1 van bijlage 1 wordt voorts mandaat verleend om besluiten te nemen die bij of krachtens de Wrra aan de minister zijn toegekend, een en ander zoals vermeld in kolom 3 van die bijlage.

Artikel 4

    1. Het mandaat ziet toe op de bevoegdheid om te beschikken over bedragen voor het aangaan van verplichtingen en voor het verrichten van uitgaven. Hiervoor worden aangewezen de ambtenaren, genoemd in kolom 1 van tabel 1 in bijlage 2 bij deze regeling voor zover het betreft de bedragen, genoemd in kolom 2 van tabel 1 in die bijlage.
    1. Het ondermandaat ziet toe op de bevoegdheid om te beschikken over bedragen voor het aangaan van verplichtingen en voor het verrichten van uitgaven in geval van afwezigheid van de in lid 1 van dit artikel genoemde aangewezen ambtenaren. Hiervoor worden aangewezen de ambtenaren, genoemd in kolom 2 van tabel 2 in bijlage 2 bij deze regeling voor zover het betreft de OM-onderdelen, genoemd in kolom 1 van tabel 2 in die bijlage.

Artikel 5

    1. Aan het College van procureurs-generaal blijft voorbehouden:

      a.
      het nemen van besluiten op grond van het Burgerlijk Wetboek (BW) en artikel 38e van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Brra), voor zover het een schadeloosstelling, vergoeding van kosten of overigens een geldelijke tegemoetkoming betreft boven een bedrag van € 5.000,- of indien de schadeloosstelling betrekking heeft op immateriële schade.
      
      
      b.
      toekennen van een vergoeding van schade op grond van artikel 27b van het Brra of paragraaf 8.7 van de CAO Rijk inclusief de vaststelling of sprake is van een dienstongeval, beroepsincident of beroepsziekte.
      
      
      c.
      het vaststellen van de organisatie en formatie van salarisschaal 14 en hoger zoals bedoeld in paragraaf 6.3 van de CAO Rijk en van salariscategorie 9 en hoger, als genoemd in artikel 5 van het Brra.
      
      
      d.
      het nemen van besluiten met arbeidsrechtelijke gevolgen, waaronder het aanbieden en beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd, bevordering alsmede het treffen van ordemaatregelen en straffen overeenkomstig hoofdstuk 15 van de CAO Rijk jegens functionarissen op functies van schaal 14 en hoger zoals bedoeld in paragraaf 6.3 van de CAO Rijk.
      
      
      e.
      het toekennen van een financiële vergoeding vanwege de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, die de uitkomst van de berekening overeenkomstig een transitievergoeding in de zin van artikel 7:673 van het BW, overstijgt.
      

a. a. het nemen van besluiten op grond van het Burgerlijk Wetboek (BW) en artikel 38e van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Brra), voor zover het een schadeloosstelling, vergoeding van kosten of overigens een geldelijke tegemoetkoming betreft boven een bedrag van € 5.000,- of indien de schadeloosstelling betrekking heeft op immateriële schade. b. b. toekennen van een vergoeding van schade op grond van artikel 27b van het Brra of paragraaf 8.7 van de CAO Rijk inclusief de vaststelling of sprake is van een dienstongeval, beroepsincident of beroepsziekte. c. c. het vaststellen van de organisatie en formatie van salarisschaal 14 en hoger zoals bedoeld in paragraaf 6.3 van de CAO Rijk en van salariscategorie 9 en hoger, als genoemd in artikel 5 van het Brra. d. d. het nemen van besluiten met arbeidsrechtelijke gevolgen, waaronder het aanbieden en beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd, bevordering alsmede het treffen van ordemaatregelen en straffen overeenkomstig hoofdstuk 15 van de CAO Rijk jegens functionarissen op functies van schaal 14 en hoger zoals bedoeld in paragraaf 6.3 van de CAO Rijk. e. e. het toekennen van een financiële vergoeding vanwege de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, die de uitkomst van de berekening overeenkomstig een transitievergoeding in de zin van artikel 7:673 van het BW, overstijgt. 2) 2) Aan het College blijft tevens de bevoegdheid voorbehouden om besluiten te nemen ten aanzien van rechterlijke ambtenaren:

      a)
      inzake benoeming, plaatsing, salaris, schorsing, ontslag en het treffen van disciplinaire maatregelen, voor zover de wetgever die bevoegdheid niet heeft toegekend aan het hoofd van het parket respectievelijk aan de functionele autoriteit;
    
    
      b)
      inzake hoofdstuk 3a Wrra (beslag, terugvordering, verrekening en korting);
    
    
      c)
      in die situaties waarin de functionele autoriteit een voorstel kan doen of advies dient te geven.

a) a) inzake benoeming, plaatsing, salaris, schorsing, ontslag en het treffen van disciplinaire maatregelen, voor zover de wetgever die bevoegdheid niet heeft toegekend aan het hoofd van het parket respectievelijk aan de functionele autoriteit; b) b) inzake hoofdstuk 3a Wrra (beslag, terugvordering, verrekening en korting); c) c) in die situaties waarin de functionele autoriteit een voorstel kan doen of advies dient te geven. 3) 3) Het voorbehoud in lid 2 is niet van toepassing op de volgende artikelen:

      
      
        6 van het Brra;
    
    
      
      
        6c lid 6 van het Brra;
    
    
      
      
        8b lid 1, 2 en 3 van het Brra;
    
    
      
      
        8d van het Brra;
    
    
      
      
        33n van het Brra;
    
    
      
      
        33p lid 1 van het Brra, indien er sprake is van verlof zonder behoud van bezoldiging, verleend in het persoonlijk belang van de medewerker.

        6 van het Brra;

        6c lid 6 van het Brra;

        8b lid 1, 2 en 3 van het Brra;

        8d van het Brra;

        33n van het Brra;

        33p lid 1 van het Brra, indien er sprake is van verlof zonder behoud van bezoldiging, verleend in het persoonlijk belang van de medewerker.

Artikel 6

    1. Aan de directeuren bedrijfsvoering wordt ondermandaat, volmacht en machtiging verleend om besluiten te nemen, stukken af te doen en brieven te ondertekenen voor zover deze de bestedingen en de uitputting van de budgetten betreffen van het parket of dienstonderdeel waaraan de directeur bedrijfsvoering verbonden is, tot een maximum van € 500.000 per opdracht.
    1. Aan de directeuren en directeur BIOM wordt ondermandaat, volmacht en machtiging verleend om besluiten te nemen, stukken af te doen en brieven te ondertekenen voor zover deze de bestedingen en de uitputting van de budgetten betreffen van het beleidsterrein waaraan de directeur of directeur BIOM verbonden is, tot een maximum van € 500.000 per opdracht.

Artikel 7

De Mandaatregeling College van procureurs-generaal, beheer OM 2016 wordt ingetrokken.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 11 februari 2025.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit College van procureurs-generaal, beheer OM 2025.

Bijlage 1

Behorend bij artikel 3 van het Mandaatbesluit College van procureurs-generaal, beheer OM 2025

De functionarissen (genoemd in kolom 1) bij wie in kolom 2 de letter A is geplaatst zijn, onverminderd artikel 5 van dit besluit, bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens de CAO Rijk aan de leidinggevende zijn toegekend. Onder Topmanager valt de (plv.) directeur en de directeur bedrijfsvoering.

De functionarissen bij wie in kolom 3 de letter A is geplaatst zijn, onverminderd artikel 5 van dit besluit, bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens de Wrra of de Brra aan de functionele autoriteit of aan de minister zijn toegekend. De functionarissen met de aanduiding A* zijn de (wettelijke) vervanger van het hoofd van het parket in geval van afwezigheid, belet of ontstentenis van het hoofd van het parket.

De functionarissen aan wie in de p-portal (P-Direkt) de rol van manager/leidinggevende is toegekend, zijn onverminderd artikel 5 van dit besluit, bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die aan de leidinggevende met een A-bevoegdheid zijn toegekend, met uitzondering van de bevoegdheden tot:

Aan deze functionarissen komt de B-bevoegdheid toe.

^1 De functie van officier van justitie kent meerdere verschijningsvormen, variërend van officier enkelvoudige zittingen tot senior officier van justitie A.

Bijlage 2. Mandaattabel inclusief ondermandaat

[afbeelding]