40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Mandaatbesluit DG Politie en Veiligheidsregio’s Ministerie van Justitie en Veiligheid 2019 | BWBR0042845 | ministeriele-regeling | geldend | 2019-12-05 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0042845 | Mandaatbesluit DG Politie en Veiligheidsregio’s Ministerie van Justitie en Veiligheid 2019 |
Mandaatbesluit DG Politie en Veiligheidsregio’s Ministerie van Justitie en Veiligheid 2019
Artikel 1
1.
Van het ingevolge artikel 1 van het Mandaatbesluit hoofden clusters Ministerie van Justitie en Veiligheid aan de directeur-generaal Politie, Straffen en Beschermen verleende ondermandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden die hun dienstonderdeel, portefeuille of programma betreffen, ondermandaat verleend aan:
a. a. de directeur Politieorganisatie en -middelen; b. b. de directeur Politieel Beleid en Taakuitvoering; c. c. de directeur Veiligheidsregio’s, Crisisbeheersing en Meldkamer;
2. Van het ingevolge artikel 1 van het Mandaatbesluit hoofden clusters Ministerie van Justitie en Veiligheid aan de directeur-generaal Politie, Straffen en Beschermen verleende ondermandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van het Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid, ondermandaat verleend aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken.
Artikel 2
1. Van het ingevolge artikel 1, aan de directeur Veiligheidsregio’s, Crisisbeheersing en Meldkamer verleende ondermandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden die zijn dienstonderdeel betreffen ondermandaat verleend aan het hoofd van het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum.
2. Het hoofd van het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum wordt bij afwezigheid vervangen door het plaatsvervangend hoofd van het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum.
Artikel 3
Als leidinggevende in de zin van paragraaf 1.3 van de CAO Rijk, ten aanzien van de onder hun dienstonderdeel ressorterende ambtenaren, worden aangewezen de ambtenaren, genoemd in kolom 1 van bijlage 1 bij dit besluit, voor zover het betreft de uitoefening van de bevoegdheden, vermeld in kolom 2 van die bijlage.
Artikel 4
Als bevoegd om te beschikken over bedragen voor het aangaan van verplichtingen en voor het verrichten van uitgaven, worden aangewezen de ambtenaren, genoemd in kolom 1 van bijlage 2 bij dit besluit voor zover het betreft de bedragen, genoemd in kolom 2 van die bijlage.
Artikel 5
Aan de directeur-generaal Politie, Straffen en Beschermen blijft voorbehouden:
a. a. de bevoegdheid om beslissingen te nemen inzake aanstelling, bevordering en ontslag van, en het treffen van disciplinaire maatregelen jegens functionarissen op managementfuncties van schaal 14 en hoger direct onder het niveau van het hoofd van de directie of dienst; b. b. de bevoegdheid tot inhuur van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies.
Artikel 6
De in artikel 1, eerste lid, onder a tot en met c genoemde functionarissen wordt toegestaan elkaar volledig te vervangen. Zij treden daarbij in elkaars, in artikel 1, eerste lid, genoemde bevoegdheden.
Artikel 7
Het Mandaatbesluit DGPOL Ministerie van Veiligheid en Justitie 2015 wordt ingetrokken.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt ten aanzien van artikel 2 en bijlage 1, onderdeel 4.3 en bijlage 2, onderdeel 4.3, terug tot en met 1 mei 2018.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit DG Politie en Veiligheidsregio’s Ministerie van Justitie en Veiligheid 2019.
Bijlage 1. Behorend bij
De functionarissen bij wie in kolom 2 de letter A is geplaatst, zijn, onverminderd artikel 5 van dit besluit, bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens de CAO Rijk aan de betreffende functionaris zijn toegekend.
De functionarissen bij wie in **kolom 2 de letter B **is geplaatst zijn, onverminderd artikel 5 van dit besluit bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens de CAO Rijk aan de leidinggevende zijn toegekend, met uitzondering van de bevoegdheden tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst, bevorderen naar een hogere salarisschaal, het opleggen van disciplinaire straffen en ordemaatregelen en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst, alsmede het nemen van beslissingen over de toekenning van een persoonsgebonden dienstauto.
Bijlage 2. Behorend bij
De functionarissen genoemd in kolom 1 zijn bevoegd, in overeenstemming met artikel 3.3 van de Comptabiliteitswet 2016, tot het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven. Indien in kolom 2 een bedrag is opgenomen betreft dit het maximumbedrag waarvoor de functionaris telkens een verplichting mag aangaan of een uitgave mag doen. Indien in kolom 2 geen bedrag is opgenomen, geldt geen maximumbedrag.