rijk/ministeriele-regeling/mandaatbesluit-dgsenb-ministerie-van-justitie-en-veiligheid-2023/BWBR0048084
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Mandaatbesluit DGSenB Ministerie van Justitie en Veiligheid 2023 BWBR0048084 ministeriele-regeling geldend 2023-04-21 https://wetten.overheid.nl/BWBR0048084 Mandaatbesluit DGSenB Ministerie van Justitie en Veiligheid 2023

Mandaatbesluit DGSenB Ministerie van Justitie en Veiligheid 2023

Artikel 1

1.

Van het ingevolge artikel 1 van het Mandaatbesluit hoofden clusters Ministerie van Justitie en Veiligheid aan de directeur-generaal Straffen en Beschermen verleende ondermandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden die hun directie betreffen ondermandaat verleend aan:

a. a. de directeur Sanctie- en Slachtofferbeleid; b. b. de directeur Jeugd, Familie en aanpak Criminaliteitsfenomenen; c. c. de directeur Advies, Regie en Centrale autoriteit; d. d. de directeur Artificiële Intelligentie.

2. De directeur-generaal verleent ondermandaat aan de plaatsvervangend directeur-generaal Straffen en Beschermen om bij afwezigheid of verhindering als plaatsvervangend directeur-generaal diens bevoegdheden uit te oefenen.

3. De directeuren, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met c, wordt voorts toegestaan om elkaar te vervangen bij afwezigheid of verhindering. Ten aanzien van dergelijke gevallen wordt de waarnemende directeur hetzelfde ondermandaat verleend als de directeur die deze vervangt.

4. Het ondermandaat dat aan ieder van de directeuren, bedoeld in het eerste lid, en aan de plaatsvervangend directeur-generaal, bedoeld in het tweede lid, is verleend, wordt tevens verleend aan door hen aangewezen plaatsvervangers ingeval zij afwezig of verhinderd zijn.

5. De directeuren, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, wordt ondermandaat verleend om namens de directeur-generaal de bevoegdheden uit te oefenen die behoren bij diens rol als opdrachtgever als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van het Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid, voor zover deze verband houden met de aangelegenheden van hun directie. Zij handelen hierbij overeenkomstig de aanwijzingen van de directeur-generaal.

6. Van het ingevolge artikel 1 van het Mandaatbesluit hoofden clusters Ministerie van Justitie en Veiligheid aan de directeur-generaal Straffen en Beschermen verleende ondermandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van het Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid, ondermandaat verleend aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken.

Artikel 2

Als leidinggevende in de zin van paragraaf 1.3 van de CAO Rijk ten aanzien van de onder hun dienstonderdeel ressorterende ambtenaren, worden aangewezen de functionarissen, genoemd in kolom 1 van bijlage 1 bij dit besluit, voor zover het betreft de uitoefening van de bevoegdheden, vermeld in kolom 2 van die bijlage.

Artikel 3

Als bevoegd om te beschikken over bedragen voor het aangaan van verplichtingen en voor het verrichten van uitgaven, worden aangewezen de functionarissen, genoemd in kolom 1 van bijlage 2 bij dit besluit, voor zover het betreft de bedragen, genoemd in kolom 2 van die bijlage.

Artikel 4

Aan de directeur-generaal Straffen en Beschermen blijft voorbehouden:

a. a. de bevoegdheid om beslissingen te nemen inzake het aangaan van een arbeidsovereenkomst, bevorderen naar een hogere salarisschaal, het opleggen van disciplinaire straffen en ordemaatregelen, beëindigen van een arbeidsovereenkomst jegens functionarissen op managementfuncties van schaal 14 en hoger direct onder het niveau van het hoofd van de directie; b. b. de bevoegdheid voorbehouden tot inhuur van interim--management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies, voor zover deze inhuur niet reeds is goedgekeurd door de directeur-generaal als onderdeel van een bestedingsplan.

Artikel 5

Het Mandaatbesluit DGSenB Ministerie van Justitie en Veiligheid 2022 en het Mandaatbesluit DGSenB-Programmadirecteur AI worden ingetrokken.

Artikel 6

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

2. Besluiten of handelingen die functionarissen van het directoraat-generaal Straffen en Beschermen bij of krachtens ondermandaat van de directeur-generaal voor de inwerkingtreding van dit besluit hebben genomen of verricht, behouden hun rechtskracht.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit DGSenB Ministerie van Justitie en Veiligheid 2023.

Bijlage 1. behorend bij

Onverminderd artikel 4 van dit besluit zijn de functionarissen bij wie in kolom 2 de letter A is geplaatst, voor ieder van hun onderdelen bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens de CAO Rijk aan de leidinggevende zijn toegekend.

Onverminderd artikel 4 van dit besluit zijn de functionarissen bij wie in kolom 2 de letter B is geplaatst, voor ieder van hun onderdelen bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens de CAO Rijk aan de leidinggevende zijn toegekend, met uitzondering van de bevoegdheden tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst, bevorderen naar een hogere salarisschaal, het opleggen van disciplinaire straffen en ordemaatregelen, beëindigen van een arbeidsovereenkomst, alsmede het nemen van beslissingen over de toekenning van een persoonsgebonden dienstauto.

Bijlage 2. behorend bij

De functionarissen genoemd in kolom 1 zijn bevoegd voor ieder van hun onderdelen en in overeenstemming met artikel 3.3 van de Comptabiliteitswet 2016 tot het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven. Indien in kolom 2 een bedrag is opgenomen betreft dit het maximumbedrag waarvoor de functionaris telkens een verplichting of uitgave mag doen. Indien in kolom 2 geen bedrag is opgenomen, geldt geen maximumbedrag.