rijk/ministeriele-regeling/mandaatbesluit-hoofden-clusters-ministerie-van-justitie-en-veiligheid/BWBR0041688
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Mandaatbesluit hoofden clusters Ministerie van Justitie en Veiligheid BWBR0041688 ministeriele-regeling geldend 2024-02-27 https://wetten.overheid.nl/BWBR0041688 Mandaatbesluit hoofden clusters Ministerie van Justitie en Veiligheid

Mandaatbesluit hoofden clusters Ministerie van Justitie en Veiligheid

Artikel 1

Van het ingevolge artikel 2 van het Mandaatbesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid aan de secretaris-generaal verleende mandaat wordt ondermandaat verleend aan de hoofden van de clusters, genoemd in artikel 2, tweede lid, van het Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid ten aanzien van:

a) a) de aangelegenheden die hun cluster betreffen; b) b) de volgende aangelegenheden die mede hun cluster betreffen:

      1°.
      het nemen van besluiten op verzoeken als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de Algemene verordening gegevensbescherming en daarmee samenhangende beslissingen;
    
    
      2°.
      klachtprocedures in de zin van artikel 77 van de Algemene verordening gegevensbescherming;
    
    
      3°.
      bemiddelingsprocedures in de zin van artikel 36 van de Uitvoeringswet algemene verordening gegevensbescherming;
    
    
      4°.
      het doen van kennisgevingen als bedoeld in artikel 9:12 van de Algemene wet bestuursrecht en daarmee samenhangende beslissingen.

1°. 1°. het nemen van besluiten op verzoeken als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de Algemene verordening gegevensbescherming en daarmee samenhangende beslissingen; 2°. 2°. klachtprocedures in de zin van artikel 77 van de Algemene verordening gegevensbescherming; 3°. 3°. bemiddelingsprocedures in de zin van artikel 36 van de Uitvoeringswet algemene verordening gegevensbescherming; 4°. 4°. het doen van kennisgevingen als bedoeld in artikel 9:12 van de Algemene wet bestuursrecht en daarmee samenhangende beslissingen.

Artikel 1a

1. Aan de hoofddirecteur bedrijfsvoering wordt ondermandaat verleend ten aanzien van het nemen van besluiten op verzoeken op grond van de Wet open overheid en daarmee samenhangende beslissingen voor zover deze verzoeken betrekking hebben op aangelegenheden die de clusters, genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdelen a tot en met i van het Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid, betreffen.

2. Aan de hoofden van de clusters, genoemd in artikel 2, tweede lid onderdelen j en k van het Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid wordt ondermandaat verleend ten aanzien van het nemen van besluiten op verzoeken op grond van de Wet open overheid en daarmee samenhangende beslissingen voor zover deze verzoeken het eigen cluster betreffen.

Artikel 2

De hoofden van de clusters, genoemd in artikel 2, tweede lid, van het Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid worden aangewezen en volmacht verleend om op te treden als leidinggevende in de zin van paragraaf 1.3 van de CAO Rijk ten aanzien van de onder hun cluster ressorterende ambtenaren.

Artikel 2a

De secretaris-generaal blijft eindverantwoordelijk voor de beleidsmatige kwesties die de directie Financieel-Economische Zaken en de directie Wetgeving en Juridische Zaken als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdelen a en e, van het Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid betreffen.

Artikel 3

1.

Aan de secretaris-generaal blijft voorbehouden de bevoegdheid om besluiten te nemen, indien deze:

a. a. zijn neergelegd in een document, gericht tot:

        1°.
        de Nationale ombudsman, behoudens de afdoening van ontvangstbevestigingen, tussenberichten, waaronder uitstelberichten, en stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
      
      
        2°.
        de president van en de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden;

1°. 1°. de Nationale ombudsman, behoudens de afdoening van ontvangstbevestigingen, tussenberichten, waaronder uitstelberichten, en stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies); 2°. 2°. de president van en de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden; b. b. worden genomen op grond van:

        1°.
        het Burgerlijk Wetboek, artikel 46 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 69 van het Besluit algemene rechtspositie politie of artikel 22 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op immateriële schade, of materiële schade boven een bedrag van € 10.000,;
      
      
        2º.
        
          artikel 92, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie of artikel 39 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie;
      
      
        3º.
        
          artikel 36b van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren of artikel 95 van het Besluit algemene rechtspositie politie, indien de meerkosten aangaande de minimale uitkering meer bedragen dan drie bruto maandsalarissen;
      
      
        4°
        een financiële vergoeding in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst die de uitkomst van de berekening overeenkomstig een transitievergoeding in de zin van artikel 7:673 van het Burgerlijk Wetboek, vermeerderd met € 10.000, overstijgt;

1°. 1°. het Burgerlijk Wetboek, artikel 46 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 69 van het Besluit algemene rechtspositie politie of artikel 22 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op immateriële schade, of materiële schade boven een bedrag van € 10.000,; 2º. 2º.

          artikel 92, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie of artikel 39 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie;

3º. 3º.

          artikel 36b van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren of artikel 95 van het Besluit algemene rechtspositie politie, indien de meerkosten aangaande de minimale uitkering meer bedragen dan drie bruto maandsalarissen;

4° 4° een financiële vergoeding in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst die de uitkomst van de berekening overeenkomstig een transitievergoeding in de zin van artikel 7:673 van het Burgerlijk Wetboek, vermeerderd met € 10.000, overstijgt; c. c. het verstrekken van reisopdrachten aan functionarissen naar landen buiten Europa alsmede Turkije betreffen.

2.

Aan de secretaris-generaal blijft tevens voorbehouden de bevoegdheid om besluiten te nemen, indien deze:

a. a. zijn neergelegd in een document dat betrekking heeft op een verzoek in de zin van de Wet open overheid, indien gehele of gedeeltelijke inwilliging of afwijzing daarvan belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben; b. b. uitleveringsbeschikkingen inhouden; c. c. betrekking heeft op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een functionaris die tijdelijk is ontheven van de uitoefening van diens functie bij het ministerie en niet in de uitoefening van de functie kan worden hersteld naar het oordeel van diens leidinggevende met A-mandaat als bedoeld in bijlage 1 van het betreffende ondermandaatbesluit, wanneer de functionaris ophoudt met het bekleden van één van de volgende functies:

        1.
        Een functie in een publiekrechtelijk college, waarin de functionaris is benoemd of verkozen;
      
      
        2.
        Een functie in een internationale volkenrechtelijke organisatie; of
      
      
        3.
        Het vervullen van een functie substituut-ombudsman.
    1.   Een functie in een publiekrechtelijk college, waarin de functionaris is benoemd of verkozen;
      
    1.   Een functie in een internationale volkenrechtelijke organisatie; of
      
    1.   Het vervullen van een functie substituut-ombudsman.
      

Artikel 4

De Mandaatregeling hoofden clusters van Ministerie van Veiligheid en Justitie 2012 wordt ingetrokken.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 19 oktober 2018.

Artikel 6

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit hoofden clusters Ministerie van Justitie en Veiligheid.