40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Mandaatbesluit Inspectie Justitie en Veiligheid 2023 | BWBR0048431 | ministeriele-regeling | geldend | 2023-07-22 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0048431 | Mandaatbesluit Inspectie Justitie en Veiligheid 2023 |
Mandaatbesluit Inspectie Justitie en Veiligheid 2023
Artikel 1
Van het ingevolge artikel 1 van het Mandaatbesluit hoofden clusters Ministerie van Justitie en Veiligheid aan de inspecteur-generaal van de Inspectie Justitie en Veiligheid verleende ondermandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden die hun dienstonderdeel betreffen ondermandaat verleend aan:
a. a. de hoofdinspecteur-directeur van de directie Beschermen, Straffen en Handhaving (BSH); b. b. de hoofdinspecteur-directeur van de directie Politie, Security en Crisisbeheersing (PSenC); c. c. de directeur van de directie Strategie, Kwaliteit en Bedrijfsvoering (SKenB); d. d. de manager van de afdeling Beschermen; e. e. de manager van de afdeling Straffen; f. f. de manager van de afdeling Handhaving; g. g. de manager van de afdeling Politie en Security; h. h. de manager van de afdeling Crisisbeheersting en Cyber; i. i. de manager van de afdeling Kennis en Kwaliteitscentrum; j. j. de manager van de afdeling Bedrijfsvoering.
Artikel 2
1.
Aan de inspecteur-generaal is voorbehouden:
a. a. het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van feitelijke handelingen betreffende aangelegenheden:
1°.
die het werkterrein van meerdere directies raken, tenzij daarover tussen de betrokken hoofdinspecteur-directeuren en/of directeur overeenstemming bestaat;
2°.
waarvan de inspecteur-generaal mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld.
1°. 1°. die het werkterrein van meerdere directies raken, tenzij daarover tussen de betrokken hoofdinspecteur-directeuren en/of directeur overeenstemming bestaat; 2°. 2°. waarvan de inspecteur-generaal mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld. b. b. het vaststellen van:
1°.
de bevindingen van het onderzoek naar een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;
2°.
besluiten naar aanleiding van verzoeken op grond van de Wet open overheid;
3°.
beleidsregels;
4°.
de toezichtstrategie, inclusief handhavingsstrategie;
5°.
de beantwoording van vragen van andere ambtsdragers;
6°.
het werkprogramma van de Inspectie Justitie en Veiligheid, het meerjarenperspectief en het jaarbericht.
1°. 1°. de bevindingen van het onderzoek naar een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht; 2°. 2°. besluiten naar aanleiding van verzoeken op grond van de Wet open overheid; 3°. 3°. beleidsregels; 4°. 4°. de toezichtstrategie, inclusief handhavingsstrategie; 5°. 5°. de beantwoording van vragen van andere ambtsdragers; 6°. 6°. het werkprogramma van de Inspectie Justitie en Veiligheid, het meerjarenperspectief en het jaarbericht. c. c. het fungeren als leidinggevende in de zin van paragraaf 1.3 van de CAO Rijk ten aanzien van de hoofdinspecteur-directeuren en de directeur.
2. Van het ingevolge artikel 1 van het Mandaatbesluit hoofden clusters Ministerie van Justitie en Veiligheid aan de inspecteur-generaal verleende ondermandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van het Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid, ondermandaat verleend aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken.
Artikel 3
1. Als leidinggevende in de zin van paragraaf 1.3 van de CAO Rijk, ten aanzien van de onder hun dienstonderdeel ressorterende ambtenaren, worden aangewezen en gevolmachtigd de functionarissen, genoemd in kolom 1 van bijlage 1 bij dit besluit, voor zover het betreft de uitoefening van de bevoegdheden, vermeld in kolom 2 van die bijlage.
2. Als leidinggevende in de zin van paragraaf 1.3 van de CAO Rijk, ten aanzien van de onder de afdeling Strategie en Communicatie ressorterende ambtenaren wordt de directeur van de directie Strategie, Kwaliteit en Bedrijfsvoering aangewezen en gevolmachtigd.
Artikel 4
Als bevoegd om te beschikken over bedragen voor het aangaan van financiële verplichtingen en voor het verrichten van uitgaven, worden aangewezen de functionarissen, genoemd in kolom 1 van bijlage 2 bij dit besluit voor zover het betreft de bedragen, genoemd in kolom 2 van die bijlage.
Artikel 5
1.
Van het ingevolge artikel 6 van het Besluit aanwijzing toezichthouders naleving Wet experiment gesloten coffeeshopketen en het verlenen van mandaat en machtiging voor de uitvoering en handhaving van die wet en het ingevolge artikel 2 van het Aanwijzings-mandaatbesluit Inspectie Justitie en Veiligheid aan de inspecteur-generaal van de Inspectie Justitie en Veiligheid verleende mandaat voor de uitvoering en handhaving van de Wet kwaliteit incassodienstverlening wordt ten aanzien van de aangelegenheden die hun dienstonderdeel betreffen ondermandaat verleend aan:
a. a. de hoofdinspecteur-directeur van de directie Beschermen, Straffen en Handhaving (BSH); b. b. de manager van de afdeling Handhaving.
2.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het ondermandaat voor:
a. a. het opleggen van een last onder bestuursdwang en het opleggen van een bestuurlijke boete ingevolge de artikelen 9 en 9a van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen, b. b. het opleggen van een bestuurlijke boete ingevolge artikel 16 van de Wet kwaliteit incassodienstverlening, c. c. het schorsen van een registratie als bedoeld in artikel 9 van de Wet kwaliteit incassodienstverlening en d. d. het doorhalen van een registratie als bedoeld in artikel 17 van de Wet kwaliteit incassodienstverlening,
voorbehouden aan de hoofdinspecteur-directeur BSH.
Artikel 6
1. De door de inspecteur-generaal aangewezen hoofdinspecteur-directeur of directeur treedt als plaatsvervanger in de bevoegdheden van de inspecteur-generaal bij diens afwezigheid.
2. De door de hoofdinspecteur-directeuren dan wel de directeur aangewezen hoofdinspecteur-directeur of directeur treedt als plaatsvervanger in de bevoegdheden van de betrokken hoofdinspecteur-directeur of directeur bij diens afwezigheid, tenzij de inspecteur-generaal op andere wijze in vervanging voorziet.
3. De door een afdelingsmanager aangewezen en tot dezelfde directie behorende afdelingsmanager treedt als plaatsvervanger in de bevoegdheden van de betrokken afdelingsmanager bij diens afwezigheid, tenzij de betrokken hoofdinspecteur-directeur op andere wijze in vervanging voorziet.
4. Indien niet met toepassing van het bepaalde in het derde lid in de vervanging van een afdelingsmanager kan worden voorzien gaan diens bevoegdheden, gedurende de periode van afwezigheid, over op de hoofdinspecteur-directeur of directeur van de directie waar de betrokken afdeling toe behoort.
Artikel 7
Het Mandaatbesluit Inspectie JenV Ministerie van Justitie en Veiligheid 2022 van 7 juli 2022 wordt ingetrokken.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 maart 2023.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als Mandaatbesluit Inspectie Justitie en Veiligheid 2023.
Bijlage 1. behorend bij
De functionarissen bij wie in kolom 2 de letter A is geplaatst zijn, onverminderd artikel 2 van dit besluit, bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens de CAO Rijk aan de leidinggevende zijn toegekend.
De functionarissen bij wie in kolom 2 de letter B is geplaatst zijn, onverminderd artikel 2 van dit besluit bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens de CAO Rijk aan de leidinggevende zijn toegekend, met uitzondering van het opleggen van disciplinaire straffen en ordemaatregelen, alsmede het nemen van beslissingen over de toekenning van een persoonsgebonden dienstauto.
Bijlage 2. behorend bij
De functionarissen genoemd in kolom 1 zijn bevoegd in overeenstemming met artikel 3.3 van de Comptabiliteitswet 2016 tot het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven.
Indien in kolom 2 een bedrag is opgenomen geldt daarbij dat dit bedrag het maximumbedrag is waarvoor de functionaris telkens een verplichting of uitgave mag doen. Indien in kolom 2 geen bedrag is opgenomen, geldt geen maximumbedrag.