rijk/ministeriele-regeling/mandaatbesluit-korps-landelijke-politiediensten/BWBR0011077
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Mandaatbesluit Korps landelijke politiediensten BWBR0011077 ministeriele-regeling geldend 2000-01-22 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011077 Mandaatbesluit Korps landelijke politiediensten

Mandaatbesluit Korps landelijke politiediensten

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. De korpschef is bevoegd tot het in naam van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uitoefenen van het beheer van het Korps landelijke politiediensten, bedoeld in artikel 38, derde lid, van de Politiewet 1993, alsmede van de taken en bevoegdheden ten aanzien van de persoonsregistraties en politieregisters die bij het Korps landelijke politiediensten worden gevoerd, met uitzondering van hetgeen is opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage.

2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden met betrekking tot het beheer kunnen niet worden uitgeoefend ten aanzien van de korpschef, zijn plaatsvervanger, de divisiehoofden en de stafafdelingshoofden.

3. De korpschef kan ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden ondermandaat verlenen aan ambtenaren behorend tot het Korps landelijke politiediensten. Dit ondermandaat wordt schriftelijk verleend en aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ter kennis gebracht.

Artikel 3

Met uitzondering van civiele procedures, is de korpschef bevoegd de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in rechte te vertegenwoordigen ten aanzien van besluiten genomen op grond van de bevoegdheden die ingevolge dit besluit aan hem zijn gemandateerd.

Artikel 4

De korpschef legt aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verantwoording af over de door hem op grond van de artikelen 2 en 3 uitgeoefende bevoegdheden. Ter uitvoering van dit artikel kan de directeur-generaal Openbare Orde en Veiligheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties nadere regels stellen.

Artikel 5

Binnen een jaar na de inwerkingtreding van dit besluit zendt de korpschef aan de directeur-generaal Openbare Orde en Veiligheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2000.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Korps landelijke politiediensten.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst

Afschrift van dit besluit zal worden gezonden aan:

  • de minister en staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
  • de minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid;
  • de directeuren-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
  • de hoofden van de directies, diensten, inspecties en rechtstreeks onder de secretaris-generaal ressorterende bureaus van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
  • de directeur van het Kabinet der Koningin;
  • de Inspectie der Rijksfinanciën;
  • de president van de Algemene Rekenkamer;
  • de afdeling Publicaties Overheidsorganisatie van de Centrale Archief Selectiedienst;
  • de beveiligingsambtenaar.

Bijlage . inhoudende een lijst van bevoegdheden die niet zijn gemandateerd als bedoeld in

Onverminderd het bepaalde in artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt mandaat als bedoeld in artikel 3, eerste lid, niet verleend voor de volgende bevoegdheden:

Het afsluiten van overeenkomsten boven een bedrag van f 1.000.000,00 (excl. BTW).

Artikel 38b, tweede lid: Bepalen welke gegevens in welke registers worden geregistreerd.

derde lid: Geven van regels over de wijze waarop gegevens worden geregistreerd, verwijderd dan wel verstrekt en op welke wijze bestandsvergelijking met die gegevens plaatsvindt.

vierde lid: Geven van regels over de schrijfwijze, classificatie of codering van gegevens en de samenstelling van gegevens in de vorm van berichten.

Artikel 38c: Opstellen van het ontwerp-beleidsplan voor het KLPD.

Artikel 39, vierde lid: Delegeren van bepaalde bevoegdheden met betrekking tot het beheer van het KLPD, onderscheidenlijk bepaalde politiediensten aan de Raad voor het KLPD.

Artikel 40, derde lid: Voordragen voor benoeming en ontslag bij KB van de voorzitter en overige leden van de Raad.

Artikel 41, eerste lid: Verlenen van instemming met de organisatie, de begroting, de jaarrekening, de formatie, het beleidsplan en het jaarverslag voor het KLPD.

Artikel 42, eerste lid: Voordragen voor benoemen, schorsen en ontslaan bij KB van de korpschef.

Artikel 42, tweede lid: Voordragen voor benoemen, schorsen en ontslaan bij KB van de leiding.

Artikel 42, derde lid: Benoemen, bevorderen, schorsen en ontslaan van ambtenaren van het KLPD als bedoeld in artikel 52.

Artikel 47: Oordelen over het algemeen belang bij het verlenen van buitengewoon verlof voor het vervullen van een functie in dienst van een volkenrechtelijke organisatie, ten behoeve van de Nederlandse Antillen en Aruba of als deskundige bij een vreemde mogendheid.

Artikel 53: Vaststelling van regels met betrekking tot het verlenen van een tegemoetkoming in de kosten die verband houden met ziekte.

Artikel 62, eerste lid, onder b: Detachering bij het Ministerie van Justitie.

Artikel 67, vierde lid: Stellen van nadere regels ter uitvoering van de verplichting opleidingskosten terug te betalen.

Artikel 71, eerste lid: Stellen van nadere regels ten aanzien van functioneringsgesprekken.

tweede lid: Stellen van nadere regels ten aanzien van beoordelingen.

derde lid: Stellen van nadere regels ten aanzien van toekomstverwachtingen.

vijfde lid: Stellen van nadere regels ten aanzien van het kenbaar maken van bezwaren tegen de opgemaakte beoordeling of toekomstverwachting.

Artikel 77, eerste lid onder h en j, juncto het vierde lid: Opleggen straffen schorsing en ontslag.

Artikel 93: ntslag ex artikel 125e, vierde lid van de Ambtenarenwet.

Artikel 95, eerste lid, eerste volzin: Ontslag op andere gronden.

Artikel 3: Aanwijzen geneeskundige.

Artikel 13, eerste lid: Opdracht tot het maken van een buitenlandse dienstreis.

Artikel 15, onder b: Stellen van regels ten aanzien van het verlenen van voorschotten.

geheel

geheel, voor zover het gaat om detachering van medewerkers van het KLPD als ambtenaren van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij de vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

voor deze,

de directeur-generaal Openbare Orde en Veiligheid,

A.H.C. Annink.