40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Mandaatbesluit LNV Algemene Inspectiedienst | BWBR0018995 | ministeriele-regeling | geldend | 2011-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0018995 | Mandaatbesluit LNV Algemene Inspectiedienst |
Mandaatbesluit LNV Algemene Inspectiedienst
Artikel 1
De directeur en plaatsvervangend directeur van de Algemene Inspectiedienst worden gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
a. a. de uitgifte van legitimatiebewijzen als bedoeld in artikel 5:12 van de Algemene wet bestuursrecht aan ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst; b. b. het sluiten van overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard; c. c. de beantwoording van aan de Minister gerichte individuele brieven, het werkterrein van zijn directie betreffende voor zover het antwoord zich beperkt tot een beschrijving van vigerend beleid en niet van politieke betekenis is, terwijl ook overigens uit de aard en inhoud van de desbetreffende brieven niet voortvloeit dat de beantwoording door de Minister persoonlijk of namens deze door de secretaris-generaal dient te worden ondertekend; d. d. de instelling van de klachtencommissie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Klachtenregeling AID Dienstonderdeel Opsporing.
Artikel 2
De directeur, de plaatsvervangend directeur, het hoofd van het Dienstonderdeel Opsporing en de hoofdinspecteurs van de Algemene Inspectiedienst zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende de afdoening van klachten betreffende gedragingen van ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst, voorzover de klacht niet van politieke betekenis is, terwijl ook overigens uit de aard en inhoud van de desbetreffende klachten niet voortvloeit dat de beantwoording door de Minister persoonlijk of namens deze door de Secretaris-Generaal dient te worden ondertekend.
Artikel 3
De directeur, de plaatsvervangend directeur, de hoofdinspecteurs, de plaatsvervangend hoofdinspecteurs en de hoofden bedrijfsbureau van de Algemene Inspectiedienst zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
a. a. het in rekening brengen van de kosten, bedoeld in artikel 3 van de Regeling gebruik hormonen en beta-agonisten en bedoeld in de artikelen 5 en 6 van de Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten alsmede de hiermee samenhangende besluiten, bedoeld in de artikelen 4:86, 4:94, 4:96, 4:99 en 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht; b. b. de ondertoezichtplaatsing, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten; c. c. de toestemming inzake het verlaten of de overdracht van dieren, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten; d. d. de maatregelen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten; e. e. het uit de handel nemen en vernietigen, bedoeld in artikel 5a, eerste lid, van de Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten; f. f. het in rekening brengen van de kosten, bedoeld in artikel 5a, tweede lid, van de Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten; g. g. het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 106 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, alsmede de hiermee samenhangende besluiten, bedoeld in de artikelen 5:25, 5:31, 5:31a, 5:32, 5:37, 4:94, 4:96, 4:99, 4:112 en 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht en de aanwijzing van ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die de beslissing tot bestuursdwang uitvoeren; h. h.
vervallen;
i. i.
vervallen;
j. j. de uitvoering, bedoeld in artikel 27 van de Regeling identificatie en registratie van dieren 2003, alsmede om ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan te wijzen die deze beslissing uitvoeren; k. k. de toestemming, bedoeld in artikel 98, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren; l. l. besluiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling invoercontrole citruspulp 1998; m. m. het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 26, eerste lid en zesde lid, en 27, eerste lid, van de Kaderwet diervoeders, voorzover de maatregelen voor een of meer afzonderlijke zendingen en of partijen zijn voorgeschreven; n. n. het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, en derde tot en met zevende lid van de Kaderwet diervoeders voor zover de maatregelen voor een of meer afzonderlijke bedrijven zijn voorgeschreven; o. o. het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 30 van de Kaderwet diervoeders, alsmede de hiermee samenhangende besluiten, bedoeld in de artikelen 5:25, 5:31, 5:31a, 5:32, 5:37, 4:94, 4:96, 4:99, 4:112 en 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht en de aanwijzing van ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die de beslissing tot bestuursdwang uitvoeren; p. p. het treffen van maatregelen als bedoeld in de artikelen 21, derde lid, 22, eerste lid, eerste zin, 23, eerste en vierde lid, en 26, eerste lid, van verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en Verordening (EG) nr. 1255/97 (Pb L3); q. q. het verlenen van de vergunning, bedoeld in artikel 23, derde lid, van verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en Verordening (EG) nr. 1255/97 (Pb L3).
Artikel 3a
Het hoofd van het Dienstonderdeel Opsporing en het plaatsvervangend hoofd van het Dienstonderdeel Opsporing is gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
a. a. het autoriseren op grond van artikel 6, derde tot en met vijfde lid, van de Wet politiegegevens; b. b. het benoemen van de functionaris, bedoeld in de artikelen 6, zevende lid, en 34, eerste lid, van de Wet politiegegevens; c. c. het weigeren dan wel beperkende voorwaarden stellen aan de verdere verwerking bij het ter beschikking stellen van gegevens op grond van artikel 15, tweede lid, van de Wet politiegegevens; d. d. het verstrekken van gegevens aan personen of instanties op grond van de artikelen 19 en 20, eerste lid, van de Wet politiegegevens; e. e. de besluiten op grond van artikel 25 van de Wet politiegegevens; f. f. de besluiten op grond van artikel 28 van de Wet politiegegevens; g. g. het ter beschikking stellen van gegevens over toezicht op grond van artikel 4 van het Besluit politiegegevens bijzondere opsporingsdiensten.
Artikel 3b
De directeur, de plaatsvervangend directeur, de hoofdinspecteurs en de plaatsvervangend hoofdinspecteurs, alsmede het hoofd bedrijfsbureau van de Algemene Inspectiedienst zijn gemachtigd tot het nemen van besluiten namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Milieu als het gaat om overtredingen betreffende:
a. a. het besluit tot intrekking van een bewijs van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 85, eerste of derde lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden; b. b. het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang, bedoeld in artikel 86 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden; c. c. het besluit om, in plaats van een last onder bestuursdwang als bedoeld in onderdeel b, een last onder dwangsom op te leggen als bedoeld in artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht; d. d. alle verdere uitvoeringsmaatregelen die nodig zijn in verband met het onder a, b en c bepaalde.
Artikel 4
De ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling aanwijzing ambtenaren Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende besluiten als bedoeld in artikel 40, eerste en tweede lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren.
Artikel 5
1.
De ondertekening, bedoeld in de artikelen 1 tot en met 3a, luidt:
DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,
voor deze:
gevolgd door de functieaanduiding, handtekening en naam functionaris.
2.
In afwijking van het eerste lid luidt de ondertekening van besluiten, bedoeld in artikel 3b als volgt:
De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, respectievelijk De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Milieu, respectievelijk De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
namens deze:
(naam)
(functie)
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit LNV Algemene Inspectiedienst.
Artikel 7
Het Mandaat Algemene Inspectiedienst wordt ingetrokken.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.