rijk/ministeriele-regeling/mandaatbesluit-lnv-voedsel-en-waren-autoriteit/BWBR0019265
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit BWBR0019265 ministeriele-regeling geldend 2011-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0019265 Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit

Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit

Artikel 1

1.

De inspecteur-generaal en de plaatsvervangend inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende:

a. a. de uitgifte van legitimatiebewijzen als bedoeld in artikel 5:12 van de Algemene wet bestuursrecht aan ambtenaren van de Voedsel en Waren Autoriteit; b. b. de afdoening van klachten betreffende gedragingen van ambtenaren van de Voedsel en Waren Autoriteit, voor zover de klacht niet van politieke betekenis is, terwijl ook overigens uit de aard en inhoud van de desbetreffende klachten niet voortvloeit dat de beantwoording door de Minister persoonlijk of namens deze door de Secretaris-Generaal dient te worden ondertekend; c. c. de beantwoording van aan de minister gerichte individuele brieven, het werkterrein van zijn dienst betreffende voor zover het antwoord zich beperkt tot een beschrijving van vigerend beleid en niet van politieke betekenis is, terwijl ook overigens uit de aard en inhoud van de desbetreffende brieven niet voortvloeit dat de beantwoording door de minister persoonlijk of namens deze door de secretaris-generaal dient te worden ondertekend.

2. De inspecteur-generaal en de plaatsvervangend inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur en de plaatsvervangend directeur Dienst Uitvoering van de Voedsel en Waren Autoriteit zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende de afwijzing van verzoeken om schadevergoeding en de toekenning tot bedragen van ten hoogste € 50.000,.

3. De inspecteur-generaal en de plaatsvervangend inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur bedrijfsvoering van de Voedsel en Waren Autoriteit zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard.

Artikel 2

De inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur, en de plaatsvervangend directeur Dienst Uitvoering van de Voedsel en Waren Autoriteit wordt mandaat verleend om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende:

a. a.

    vervallen;

b. b.

    vervallen;

c. c. ontheffingen op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van verboden van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten; d. d. besluiten die op grond van communautaire maatregelen, genoemd in artikel 1.1.1 van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten door de bevoegde autoriteit worden genomen, voor zover dit besluiten zijn inzake het verlenen, schorsen of intrekken van erkenningen, vergunningen, of registraties; e. e. besluiten die op grond van communautaire uitvoeringsmaatregelen als bedoeld in artikel 1.1.2, onderdeel b, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten door de bevoegde autoriteit worden genomen, voor zover dit besluiten zijn inzake het verlenen, schorsen of intrekken van erkenningen, vergunningen, of registraties; f. f. het verlenen van vergunningen, bedoeld in artikel 2.1.1.5, eerste lid, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten; g. g. de erkenning, bedoeld in artikel 2.1.1.5, tweede lid, onderdeel c, onder 1^o, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten, alsmede de schorsing en intrekking daarvan; h. h. het verlenen van vergunningen, bedoeld in artikel 2.4.1.2, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten; i. i. het verlenen van vergunningen, bedoeld in artikel 2.4.2.6, eerste lid, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten; j. j. de registratie, bedoeld in artikel 3.1.2, eerste lid, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten, alsmede het doorhalen ervan; k. k. het verlenen van toestemming, bedoeld in artikel 3.2.3.1, onderdeel a, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten; l. l. het verlenen van toestemming, bedoeld in artikel 3.2.3.2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten; m. m. de erkenning, bedoeld in artikel 3.2.4.2, eerste lid, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten; n. n.

    vervallen;

o. o. besluiten inzake de registratie en erkenning van entrepots, bedoeld in artikel 2.50d, van de Regeling handel levende dieren en levende producten; p. p. het belasten, bedoeld in artikel 6.1, van de Regeling handel levende dieren en levende producten van dierenartsen van pluimveebedrijven met het uitvoeren van een aantal taken die voortvloeien uit richtlijn nr. 2009/158/EG van de Raad van de Europese Unie van 30 november 2009 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren (PbEU L 343); q. q. het besluit, bedoeld in de artikelen 8.5f, eerste lid, en 8.5g, van de Regeling handel levende dieren en levende producten; r. r. de erkenning van handelaren, bedoeld in de artikelen 3.15, 4.10 en 7.9, van de Regeling handel levende dieren en levende producten; s. s. het registreren en doorhalen dan wel niet-erkennen van registraties van handelaren als bedoeld in artikel 2.62 van de Regeling handel levende dieren en levende producten; t. t. de erkenning en intrekking van de erkenning van verzamelcentra, bedoeld in artikel 2.63, van de Regeling handel levende dieren en levende producten; u. u. de erkenning en intrekking van de erkenning, bedoeld in de artikelen 6.8, 8.6, 8.6a, 9.10, 9.11, 10.7, 10.9, 10.10 en 10.11, van de Regeling handel levende dieren en levende producten; v. v. besluiten die op grond van communautaire vrijwaringsmaatregel als bedoeld in artikel 11A.1 van de Regeling handel levende dieren en levende producten door de bevoegde autoriteit worden genomen, voor zover dit besluiten zijn inzake het verlenen, schorsen of intrekken van erkenningen, vergunningen, of registraties; w. w. het registreren en doorhalen dan wel niet-erkennen van registraties van handelszaken, bedoeld in artikel 8.7, van de Regeling handel levende dieren en levende producten; x. x. het registreren en doorhalen dan wel niet-erkennen van registraties, bedoeld in artikel 9.1.4, van de Regeling aquacultuur; y. y. het verlenen, schorsen of intrekken van erkenningen van laboratoria, bedoeld in de artikelen 3 en 17 van de Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria; z. z. besluiten tot gelijkstelling, alsmede het schorsen of intrekken van besluiten tot gelijkstelling, bedoeld in de artikelen 4 en 18 van de Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria; aa. aa. besluiten inzake varkensspermawincentra en runderspermawincentra als bedoeld in de artikelen 3 en 9 van het Besluit eisen dierlijke sperma en spermawincentra; bb. bb.

    vervallen;

cc. cc. de erkenning, bedoeld in artikel 7 van de Regeling Vleeskeuring; dd. dd. besluiten die op grond van artikel 4, eerste lid, van de Regeling Vleeskeuring, door de bevoegde autoriteit worden genomen, voor zover dit besluiten zijn inzake het verlenen van erkenningen; ee. ee.

    vervallen;

ff. ff. de ontheffing op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het verbod, bedoeld in artikel 2.1, eerste en tweede lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten en in artikel 77, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, voor het zonder handelsoogmerk buiten en in Nederland brengen van andere gezelschapsdieren dan katten en honden, die worden begeleid door een natuurlijke persoon die voor de dieren verantwoordelijk is; gg. gg. de ontheffing op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het verbod op de invoer van entstoffen, bedoeld in artikel 2.1, van de Regeling handel levende dieren en levende producten; hh. hh. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 86, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren; ii. ii. de besluiten inzake de artikelen 21, eerste en vierde lid, 25, 26, eerste lid, 29, 56 en 58 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSEs , alsmede ontheffing op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van deze artikelen; jj. jj.

    vervallen;

kk. kk. besluiten om in plaats van de last onder bestuursdwang van artikel 106 van de Gezondeheids- en welzijnswet voor dieren op te leggen, een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht op te leggen; ll. ll.

    vervallen;

mm. mm.

    vervallen;

nn. nn.

    vervallen;

oo. oo.

    vervallen;

pp. pp.

    vervallen;

qq. qq. de registratie, bedoeld in artikel 6b, van het Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en bestrijding besmettelijke dierziekten; rr. rr. besluiten inzake de Regeling controleposten; ss. ss.

    vervallen;

tt. tt.

    vervallen;

uu. uu.

    vervallen;

vv. vv. de erkenning en intrekking van erkenning, bedoeld in de artikelen 9.10a, eerste, tweede en vierde lid, 9.10b, derde lid, 9.10c, derde, vierde en zesde lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten; ww. ww. het verlenen van toestemmingen, bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, artikel 11, tweede lid en artikel 20, tweede lid, van de Tijdelijke vrijstellingsregeling vaccinatie hobbypluimvee en biologische legkippen en legkippen met vrije uitloop; xx. xx. besluiten inzake de erkenning van paspoorten als bedoeld in artikel 8.14 van de Regeling handel levende dieren en levende dierlijke producten; yy. yy. besluiten op grond van artikel 106 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSEs; zz. zz. besluiten die op grond van communautaire uitvoeringsmaatregelen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Regeling handel levende dieren en levende dierlijke producten door de bevoegde autoriteit worden genomen, voor zover dit besluiten zijn inzake het verlenen, schorsen of intrekken van erkenningen, vergunningen, of registraties; aaa. aaa. het registreren van een bedrijf, dan wel het verlenen, schorsen, intrekken of beëindigen van een schorsing van een vergunning, bedoeld in de artikelen 2.1.1, tweede lid, 2.1.2, eerste lid, 2.1.3, 2.1.7 van de Regeling aquacultuur; bbb. bbb. het bijhouden van een register, bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, van de Regeling aquacultuur; ccc. ccc. besluiten als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van de Regeling aquacultuur; ddd. ddd. het verlenen van toestemming, bedoeld in artikel 5.6.1, van de Regeling aquacultuur.

Artikel 2a

1. De inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit en het hoofd Afdeling bestuurlijke boete van de Voedsel en Waren Autoriteit wordt mandaat verleend om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende besluiten om een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 120b van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, op te leggen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 120c van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, of een overtreding voor te leggen aan de officier van justitie, in het geval bedoeld in artikel 7b van de Beleidsregels dierenwelzijn 2009.

2. De inspecteur-generaal, de plaatsvervangend inspecteur-generaal en het hoofd afdeling bestuurlijke boete van de Voedsel en Waren Autoriteit zijn namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Milieu gemachtigd tot het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 90, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Artikel 3

1.

De inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur en de plaatsvervangend directeur Dienst Uitvoering van de Voedsel en Waren Autoriteit zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten over en stukken te ondertekenen betreffende:

a. a. het verlenen van erkenningen en registraties als bedoeld in artikel 10 van de Kaderwet diervoeders; b. b. het schorsen en intrekken, onderscheidenlijk doorhalen van erkenningen of registraties als bedoeld in artikel 14 van de Kaderwet diervoeders; c. c. het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 30 van de Kaderwet diervoeders, alsmede de hiermee samenhangende besluiten, bedoeld in de artikelen 5:25, 5:31, 5:31a, 5:32, 5:37, 4:94, 4:96, 4:99, 4:112 en 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht en de aanwijzing van ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die de beslissing tot bestuursdwang uitvoeren; d. d. het verlenen van goedkeuring en erkenning als bedoeld in artikel 11, eerste en derde lid, van de Regeling diervoeders 2010.

2.

De inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur, de plaatsvervangend directeur, de regiodirecteuren en de plaatsvervangend regiodirecteuren Dienst Uitvoering van de Voedsel en Waren Autoriteit zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten over en stukken te ondertekenen betreffende:

a. a. het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 26, eerste lid en zesde lid, van de Kaderwet diervoeders, voor zover de maatregelen voor een of meer afzonderlijke zendingen of partijen zijn voorgeschreven; b. b. het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Kaderwet diervoeders, voor zover de maatregelen voor een of meer afzonderlijke zendingen of partijen zijn voorgeschreven; c. c. het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, en het derde tot en met het zevende lid, van de Kaderwet diervoeders voor zover de maatregelen voor een of meer afzonderlijke bedrijven zijn voorgeschreven.

Artikel 3a

De inspecteur-generaal en de plaatsvervangend inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit zijn gemachtigd tot het nemen van besluiten namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Milieu als het gaat om overtredingen betreffende:

a. a. het besluit tot intrekking van een bewijs van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 85, eerste of derde lid van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden; b. b. het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang, bedoeld in artikel 86 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden; c. c. het besluit om, in plaats van een last onder bestuursdwang als bedoeld in onderdeel b, een last onder dwangsom op te leggen als bedoeld in artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht; d. d. alle verdere uitvoeringsmaatregelen die nodig zijn in verband met het onder a, b en c bepaalde.

Artikel 4

De inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, en de plaatsvervangend inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit wordt mandaat verleend om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende de navolgende bevoegdheden op grond van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke  bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002  (PbEU L300), hierna: basisverordening, en verordening (EG) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PbEU L 54), hierna uitvoeringsverordening:

a. a. de beoordeling van mest, melk en biest op grond van artikel 14, onderdeel l, van de basisverordening; b. b. het verlenen van toestemmingen op grond van de basisverordening en de uitvoeringsverordening; c. c. het verlenen, schorsen of intrekken van erkenningen op grond van artikel 24, eerste lid, artikel 44, eerste lid en artikel 46, eerste lid, van de basisverordening; d. d. het stellen van specifieke voorwaarden op grond van artikel 46, eerste lid, basisverordening; e. e. het tijdelijk of definitief verbieden activiteiten uit te voeren op grond van artikel 46, tweede lid, van de basisverordening; f. f. het weigeren, aanvaarden en het verbinden van voorwaarden aan de ontvangst van zendingen als bedoeld in artikel 48 van de basisverordening.

Artikel 4a

De inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur en de plaatsvervangend directeur Dienst Uitvoering van de Voedsel en Waren Autoriteit zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten over en stukken te ondertekenen betreffende de navolgende bevoegdheden op grond van Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en Verordening (EG) nr. 1255/97 (PbEU L3):

a. a. het verlenen van vergunningen als bedoeld in de artikelen 10, 11 en 23, derde lid, van de verordening; b. b.

    vervallen;

c. c. het schorsen en intrekken van vergunningen en certificaten als bedoeld in artikel 26, vierde lid, onderdeel c, van de verordening; d. d. het schorsen en intrekken van getuigschriften van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 26, vijfde lid, van de verordening, van de verordening; e. e. het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 21, derde lid, 22, eerste lid, eerste zin, 23, eerste en vierde lid, 26, eerste en vierde lid, onderdelen a en b, van de verordening.

Artikel 5

De inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur, de plaatsvervangend directeur, de regiodirecteuren en de plaatsvervangend regiodirecteuren Dienst Uitvoering van de Voedsel en Waren Autoriteit wordt mandaat verleend om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende:

a. a. de besluiten, bedoeld in de artikelen 21, eerste lid, 24, 29, eerste lid, 31b, eerste lid, 88, tweede lid, 101, tweede lid, en 104, tweede en derde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren; b. b. ontheffingen op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het bepaalde in of krachtens artikel 25 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren; c. c. het verzoek aan de kantonrechter, bedoeld in artikel 88, derde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren; d. d. besluiten op grond van het Besluit verdachte dieren; e. e. besluiten op grond van de artikelen 18, derde lid, 21, zesde lid, 26, tweede lid, 55, derde lid en 115b, eerste lid, onderdeel b en tweede lid, onderdeel b van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSEs , alsmede ontheffing op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van deze artikelen; f. f.

    vervallen;

g. g. ontheffingen als bedoeld in artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van een op grond van artikel 30, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren geldend vervoersverbod dat is vastgesteld wegens een uitbraak van een aangewezen dierziekte; h. h. ontheffingen op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het verbod, bedoeld in artikel 2.1, eerste en tweede lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten en in artikel 77, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, in verband met het grensbeweiden van vee in België en Duitsland; i. i. Het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 106 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, alsmede de hiermee samenhangende besluiten, bedoeld in de artikelen 5:25, 5:37, 4:94, 4:96, 4:99, 4:112 en 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht en de aanwijzing van ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die de beslissing tot bestuursdwang uitvoeren; j. j. de uitvoering, bedoeld in artikel 27 van de Regeling identificatie en registratie van dieren, alsmede om ambtenaren van de Voedsel en Waren Autoriteit of van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan te wijzen die dit besluit uitvoeren; k. k. de goedkeuring van protocollen als bedoeld in de Regeling identificatie en registratie van dieren; l. l. besluiten die op grond van artikel 4, eerste lid, van de Regeling Vleeskeuring, door de bevoegde autoriteit worden genomen, voor zover dit niet zijn besluiten als bedoeld in artikel 2, onderdelen aa en cc; m. m. het doen van een vordering, bedoeld in artikel 3.2.3.2, tweede lid, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten; n. n.

    vervallen;

o. o.

    vervallen;

p. p. de verklaring, bedoeld in artikel 3.8, tweede lid, onderdeel c, van de Regeling handel levende dieren en levende producten; q. q.

    vervallen;

r. r. besluiten op grond van de artikelen 4.1.1, vierde lid, 4.2.1, tweede lid, 6.2.7, onderdeel g, 6.2.8, eerste, tweede en vierde lid, 6.3.1, tweede lid, onderdeel d, 6.3.3, 6.3.8, 6.3.10, eerste en tweede lid, 7.2.3, 7.3.3, 7.3.6, derde lid, 7.3.8, derde lid, 7.3.9, eerste, tweede en derde lid, 8.2.3, onderdeel e, 9.1.1, eerste lid, van de Regeling aquacultuur; s. s. het heffen van een vergoeding van de kosten, bedoeld in artikel 25, van de Kaderwet diervoeders, alsmede de hiermee samenhangende besluiten, bedoeld in de artikelen 4:86, 4:94, 4:96, 4:99 en 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht; t. t. het heffen van een vergoeding op grond van de Regeling retributies veterinaire en hygiënische aangelegenheden I; u. u. de ontheffing, bedoeld in artikel 8, van de Regeling zekerheidsstelling en betaling van VWA-keurlonen; v. v. het officiële toezicht, bedoeld in artikel 8.5k, vierde lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten; w. w. de vaststelling van de raming, bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Regeling zekerheidsstelling en betaling van VWA-keurlonen; x. x. besluiten op grond van de artikelen 2.5, derde lid, en 2.6, zesde lid, van de Regeling tijdelijke maatregelen dierziekten; y. y. de toestemming, bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren.

Artikel 5a

Het hoofd van de Afdeling Incidentenmanagement, Meldkamer en Dierziektebestrijding van de Voedsel en Waren Autoriteit is gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten over en stukken te ondertekenen betreffende:

a. a. de besluiten, bedoeld in de artikelen 21, eerste lid, 24, 29, eerste lid, 88, tweede lid, 101, tweede lid, en 104, tweede en derde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren; b. b. ontheffingen op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het bepaalde in of krachtens artikel 25 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Artikel 6

De inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur, de plaatsvervangend directeur, de regiodirecteuren en de plaatsvervangend regiodirecteuren en de keuringsdierenartsen Dienst Uitvoering van de Voedsel en Warenautoriteit wordt mandaat verleend om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende:

a. a. besluiten als bedoeld in de artikelen 2.32, 2.42 en 2.51 van de Regeling handel levende dieren en levende producten; b. b. de overeenkomst, bedoeld in de artikelen 2.44, eerste lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten; c. c. de vordering, bedoeld in artikel 2.45, tweede lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten; d. d. de toestemming, bedoeld in artikel 8.5b, vierde lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten; e. e. de maatregelen, bedoeld in artikel 9.9, van de Regeling handel levende dieren en levende producten; f. f. de goedkeuring, bedoeld in artikel 5, van de Regeling paardensperma; g. g.

    vervallen;

h. h.

    vervallen;

i. i. het afgeven van gezondheidscertificaten en het treffen van maatregelen op grond van Bijlage II, Hoofdstukken III en VIII, eerste volzin op grond van Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (PbEU L273); j. j. het onderzoeken op salmonella op grond van Bijlage VII, Hoofdstuk II, onder 13, op grond van Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (PbEU L273); k. k. besluiten die op grond van artikel 4, eerste lid, van de Regeling vleeskeuring door de bevoegde autoriteit worden genomen, voor zover dit besluiten zijn die worden genomen op grond van artikel 54 van verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PbEU L 165); l. l. het treffen van maatregelen, bedoeld in de artikelen 5.1 en 5.2 van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten; m. m. besluiten die op grond van communautaire maatregelen, genoemd in artikel 1.1.1 van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten door de bevoegde autoriteit worden, voorzover dit niet zijn besluiten als bedoeld in artikel 2, onderdeel d; n. n. besluiten die op grond van communautaire uitvoeringsmaatregelen als bedoeld in artikel 1.1.2, onderdeel b, van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten door de bevoegde autoriteit worden, voorzover dit niet zijn besluiten als bedoeld in artikel 2, onderdeel e; o. o. besluiten die op grond van communautaire vrijwaringsmaatregelen als bedoeld in artikel 11A.1 van de Regeling handel levende dieren en levende dierlijke producten door de bevoegde autoriteit worden genomen, voor zover dit niet zijn besluiten als bedoeld in artikel 2, onderdeel v; p. p. besluiten die op grond van communautaire uitvoeringsmaatregelen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Regeling handel levende dieren en levende dierlijke producten door de bevoegde autoriteit worden genomen, voor zover dit niet zijn besluiten als bedoeld in artikel 2, onderdeel zz.

Artikel 7

De keuringsdierenartsen Dienst Uitvoering van de Voedsel en Waren Autoriteit wordt mandaat verleend om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende:

a. a. het besluit tot de uitvoering, bedoeld in artikel 27, van de Regeling identificatie en registratie van dieren met betrekking tot op een slachthuis aangevoerde runderen; b. b. certificaten en bewijsstukken op grond van de artikelen 2.4, 2.16, 2.46 en 2.50c, tweede lid, onderdeel d, 2.52, van de Regeling handel levende dieren en levende producten, artikel 117e van de Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen; c. c. de machtiging, bedoeld in artikel 2.50e, van de Regeling handel levende dieren en levende producten; d. d. de toestemming, bedoeld in de artikelen 2.36, 2.43, tweede lid, onderdeel b, 2.45, eerste lid, onderdeel a, 2.50b, van de Regeling handel levende dieren en levende producten; e. e. besluiten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Regeling Vleeskeuring; f. f. besluiten als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de Regeling Vleeskeuring.

Artikel 7a

De inspecteur-generaal, de plaatsvervangend inspecteur-generaal, de directeur, de plaatsvervangend directeur, de regiodirecteuren en de plaatsvervangend regiodirecteuren Dienst Uitvoering van de Voedsel en Waren Autoriteit zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende:

a. a. de openbaarmaking van de gegevens, bedoeld in artikel 2, van het Besluit houdende beleidsregels omtrent openbaarmaking van controlegegevens door de VWA; b. b. het niet publiceren op de website van de Voedsel en Waren Autoriteit van de onderdelen van de schriftelijke reactie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit houdende beleidsregels omtrent openbaarmaking van controlegegevens door de VWA van 28 augustus 2006.

Artikel 8

1.

De ondertekening, bedoeld in de artikelen 1 tot en met 7a, luidt:

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

voor deze:

gevolgd door de functieaanduiding, handtekening en naam functionaris.

2.

In afwijking van het eerste lid luidt de ondertekening van besluiten, bedoeld in artikel 3a als volgt:

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, respectievelijk De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Milieu, respectievelijk De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

namens deze:

(naam)

(functie)

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit.

Artikel 10

Het Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit 2005 wordt ingetrokken.

Artikel 11

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.