rijk/ministeriele-regeling/mandaatregeling-hoofden-clusters-van-ministerie-van-veiligheid-en-justitie-2012/BWBR0032164
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Mandaatregeling hoofden clusters van Ministerie van Veiligheid en Justitie 2012 BWBR0032164 ministeriele-regeling geldend 2012-01-14 https://wetten.overheid.nl/BWBR0032164 Mandaatregeling hoofden clusters van Ministerie van Veiligheid en Justitie 2012

Mandaatregeling hoofden clusters van Ministerie van Veiligheid en Justitie 2012

Artikel 1

Van het ingevolge artikel 2 van de Mandaatregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie 2011 aan de secretaris-generaal verleende mandaat wordt ondermandaat verleend aan de hoofden van de clusters, genoemd in artikel 2, onder b tot en met h, van de Organisatieregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie 2011 ten aanzien van de aangelegenheden die hun cluster betreffen.

Artikel 2

Aan de secretaris-generaal blijft voorbehouden de bevoegdheid om besluiten te nemen, indien deze:

a. a. zijn neergelegd in een document, gericht tot:

      1°.
      de Nationale ombudsman, behoudens de afdoening van:
      
        
          
          ontvangstbevestigingen,
        
        
          
          tussenberichten, waaronder uitstelberichten,en
        
        
          
          stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
        
      
    
    
      2°.
      de president van en de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden;

1°. 1°. de Nationale ombudsman, behoudens de afdoening van:

          
          ontvangstbevestigingen,
        
        
          
          tussenberichten, waaronder uitstelberichten,en
        
        
          
          stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);

ontvangstbevestigingen, tussenberichten, waaronder uitstelberichten,en stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies); 2°. 2°. de president van en de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden; b. b. zijn neergelegd in een document dat betrekking heeft op een verzoek in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur, indien inwilliging of afwijzing daarvan belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben; c. c. uitleveringsbeschikkingen inhouden; d. d. beschikkingen inhouden waarin in het kader van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties dan wel de Wet overdracht ten uitvoerlegging strafvonnissen de in het buitenland opgelegde straf wordt aangepast aan het in Nederland wettelijk toegestane maximum; e. e. worden genomen op grond van:

      1°.
      
        artikel 69 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, artikel 46 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 69 van het Besluit algemene rechtspositie politie of artikel 22 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op:
      
        
          
          immateriële schade, of
        
        
          
          materiële schade boven een bedrag van € 10.000;
        
      
    
    
      2º.
      
        artikel 96b van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, artikel 92, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie of artikel 39 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie;
    
    
      3º.
      
        artikel 99 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, artikel 36b van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren of artikel 95 van het Besluit algemene rechtspositie politie, indien de meerkosten aangaande de minimale uitkering meer bedragen dan drie bruto maandsalarissen;

1°. 1°.

        artikel 69 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, artikel 46 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 69 van het Besluit algemene rechtspositie politie of artikel 22 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op:
      
        
          
          immateriële schade, of
        
        
          
          materiële schade boven een bedrag van € 10.000;

immateriële schade, of materiële schade boven een bedrag van € 10.000; 2º. 2º.

        artikel 96b van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, artikel 92, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie of artikel 39 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie;

3º. 3º.

        artikel 99 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, artikel 36b van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren of artikel 95 van het Besluit algemene rechtspositie politie, indien de meerkosten aangaande de minimale uitkering meer bedragen dan drie bruto maandsalarissen;

f. f. betreffen het verstrekken van reisopdrachten aan ambtenaren naar landen buiten Europa alsmede Turkije.

Artikel 3

De hoofden van de clusters, genoemd in artikel 2, onder b tot en met h, van de Organisatieregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie 2011 worden aangewezen als hoofd van dienst in de zin van artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement ten aanzien van de onder hun cluster ressorterende ambtenaren.

Artikel 4

Besluiten inzake aanstelling, ontslag, bevordering of verplaatsing van ambtenaren op managementfuncties in schaal 14 en hoger behoeven de instemming van het Centraal Loopbaanberaad van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Artikel 5

De Mandaatregeling DGs, NCTb en plv. SG Justitie 2005 en het Taak- en bevoegdheidsbesluit pSG Justitie worden ingetrokken.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2011.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatregeling hoofden clusters van Ministerie van Veiligheid en Justitie 2012.