rijk/ministeriele-regeling/meet-en-rekenvoorschrift-bevoegdheden-luchtkwaliteit/BWBR0020453
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Meet- en rekenvoorschrift bevoegdheden luchtkwaliteit BWBR0020453 ministeriele-regeling geldend 2006-11-24 https://wetten.overheid.nl/BWBR0020453 Meet- en rekenvoorschrift bevoegdheden luchtkwaliteit

Meet- en rekenvoorschrift bevoegdheden luchtkwaliteit

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Besluit: Besluit luchtkwaliteit 2005;

emissiefactor: factor die de uitstoot van een luchtverontreinigende stof per voertuigkilometer weergeeft;

grootschalige concentratiegegevens: gegevens met betrekking tot de gemiddelde concentraties op een schaalniveau van één bij één km;

referentiewaarde: in bijlage IC opgenomen concentraties bepaald met behulp van de in die bijlage omschreven situaties;

ruwheidskaart: kaart, houdende een overzicht van de gemiddelde ruwheidslengte op een schaalniveau van één bij één km;

ruwheidslengte: parameter voor de mechanische wrijving tussen luchtstromen en het landoppervlak;

verkeersintensiteit: aantal motorvoertuigen dat gemiddeld gedurende een bepaald tijdvak een waarneempunt bij een weg passeert.

Paragraaf 2. Algemene regels voor het bepalen van de gevolgen voor de luchtkwaliteit

Artikel 2

1. Deze regeling is van toepassing op het door middel van metingen en berekeningen bepalen van de gevolgen voor de luchtkwaliteit van de uitoefening van bevoegdheden of de toepassing van wettelijke voorschriften, bedoeld in artikel 7 van het Besluit.

2. Voor zover de gevolgen voor de luchtkwaliteit, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald door middel van metingen, zijn de paragrafen 4 tot en met 12 en de bijlage van de Meetregeling luchtkwaliteit 2005 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3

Vóór 15 maart van ieder kalenderjaar worden de volgende gegevens bekendgemaakt:

a. a. een overzicht van de grootschalige concentratiegegevens van zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM_10), lood, koolmonoxide, ozon en benzeen van het voorafgaande kalenderjaar; b. b. een overzicht van de prognoses van de grootschalige concentratiegegevens van zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM_10), lood, koolmonoxide, ozon en benzeen van het tiende kalenderjaar volgend op het voorafgaande kalenderjaar en de jaren 2010 en 2020; c. c. een overzicht van de emissiefactoren van zwaveldioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM_10), lood, koolmonoxide en benzeen van het voorafgaande kalenderjaar; d. d. een overzicht van de prognoses van de emissiefactoren van zwaveldioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM_10), lood, koolmonoxide en benzeen van het tiende kalenderjaar volgend op het voorafgaande kalenderjaar en de jaren 2010 en 2020; e. e. de meteorologische gegevens van het voorafgaande kalenderjaar en de vijfjarige gemiddelde meteorologische gegevens; f. f. de ruwheidskaart.

Artikel 4

1. Bij het door middel van berekeningen bepalen van de gevolgen voor de luchtkwaliteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, maken bestuursorganen gebruik van de gegevens, bedoeld in artikel 3.

2.

In afwijking van het eerste lid kunnen bestuursorganen andere gegevens gebruiken dan de gegevens bedoeld in artikel 3, onder a of b, indien die andere gegevens zijn goedgekeurd door de Minister. De goedkeuring wordt in elk geval onthouden indien:

a. a. bij de totstandkoming van die andere gegevens, de Meetregeling luchtkwaliteit 2005 niet op een juiste wijze is toegepast; b. b. de andere gegevens niet een beeld geven van de grootschalige concentratiegegevens en de prognoses daarvan in een bepaald gebied dat qua representativiteit ten minste gelijkwaardig is aan de gegevens, bedoeld in artikel 3, onder a en b, of c. c. de totstandkoming of het gebruik van de andere gegevens niet op een deugdelijke wijze is onderbouwd.

Artikel 5

1.

De gevolgen voor de luchtkwaliteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden op een zodanige wijze bepaald dat afwijkingen van de berekende concentraties ten opzichte van de werkelijke jaargemiddelde concentraties niet meer bedragen dan:

a. a. 30 procent voor stikstofdioxide bij wegen; b. b. 50 procent voor zwevende deeltjes (PM_10); c. c. 50 procent voor benzeen, en d. d. 50 procent voor lood.

2.

De gevolgen voor de luchtkwaliteit worden voorts op een zodanige wijze bepaald dat afwijkingen van de berekende concentraties voor:

a. a. stikstofdioxide bij inrichtingen ten opzichte van de werkelijke uurgemiddelde concentraties niet meer bedragen dan 60 procent; b. b. zwevende deeltjes (PM_10) ten opzichte van de werkelijke vierentwintig-uurgemiddelde concentraties niet meer bedragen dan een factor twee; c. c. koolmonoxide ten opzichte van de werkelijke acht-uurgemiddelde concentraties niet meer bedragen dan 50 procent, en d. d. zwaveldioxide ten opzichte van de werkelijke uurgemiddelde concentraties niet meer bedragen dan 60 procent.

Artikel 6

Wanneer de waarde van een door middel van berekeningen bepaalde concentratie aan een grenswaarde als genoemd in paragraaf 2 van het Besluit wordt getoetst, wordt die waarde afgerond naar het dichtstbijzijnde hele getal, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal.

Paragraaf 3. Algemene regels voor het door middel van berekeningen bepalen van de gevolgen voor de luchtkwaliteit bij wegen

Artikel 7

Bij het door middel van berekeningen bepalen van de gevolgen voor de luchtkwaliteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bij een weg wordt, naast de gegevens, bedoeld in artikel 4, gebruik gemaakt van gegevens met betrekking tot de te verwachten:

a. a. verkeersintensiteit van de onderscheidenlijke categorieën van motorvoertuigen; b. b. wijze waarop het verkeer zich afwikkelt; c. c. kenmerken van de betreffende weg, en d. d. kenmerken van de omgeving.

Artikel 8

1.

Bij het door middel van berekeningen bepalen van de gevolgen voor de luchtkwaliteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bij een voor motorvoertuigen bestemde weg, worden:

a. a. concentraties op een zodanige punt bepaald dat gegevens worden verkregen waarvan aannemelijk is dat deze representatief zijn voor de luchtkwaliteit in een gebied van tenminste 200 m^2 ; b. b. concentraties van stikstofdioxide, bepaald op maximaal vijf meter van de wegrand; c. c. concentraties van zwevende deeltjes (PM_10), bepaald op maximaal tien meter van de wegrand.

2. Indien het bepaalde in het eerste lid, onder b of c, ertoe leidt dat door middel van berekeningen concentraties worden bepaald op een zodanige punt dat de verkregen gegevens niet in overeenstemming zijn met het bepaalde in het eerste lid, onder a, worden de concentraties in afwijking van het bepaalde in het eerste lid onder b of c, bepaald op een afstand groter dan vijf respectievelijk tien meter van de wegrand.

Artikel 9

1. Het bepalen, door middel van berekeningen, van de gevolgen voor de luchtkwaliteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bij een weg vindt plaats volgens de in bijlage IA beschreven standaardrekenmethode 1, dan wel volgens de in bijlage IB beschreven standaardrekenmethode 2, al naar gelang en voor zover de desbetreffende situatie valt binnen het toepassingsgebied van de ene dan wel de andere methode.

2. In situaties voor zover die binnen het toepassingsgebied vallen van de standaardrekenmethode 1 of 2, genoemd in het eerste lid, kan geheel of gedeeltelijk worden afgeweken van die standaardrekenmethoden, mits een andere methode waarmee wordt afgeweken passend is en gelijkwaardig aan die standaardrekenmethoden.

3. In situaties voor zover die buiten het toepassingsgebied vallen van de standaardrekenmethode 1 of 2, genoemd in het eerste lid, wordt een andere, passende methode toegepast.

Artikel 10

Van een andere methode als bedoeld in artikel 9, tweede of derde lid, kunnen bestuursorganen gebruik maken indien die methode is goedgekeurd door de Minister. De goedkeuring wordt in elk geval onthouden indien:

a. a. de methode of het toepassingsbereik daarvan niet op een deugdelijke wijze is beschreven, of b. b. de resultaten van de toepassing van een andere methode als bedoeld in artikel 9, tweede lid, in een situatie die valt binnen het toepassingsbereik van standaardrekenmethode 1, meer dan 15 procent afwijken van de referentiewaarde voor zover deze betrekking hebben op de concentraties van stikstofdioxide, of meer dan 10 procent afwijken van de referentiewaarde voor zover deze betrekking hebben op de concentraties van zwevende deeltjes (PM_10) of c. c. de resultaten van de toepassing van een andere methode als bedoeld in artikel 9, tweede lid, in een situatie die valt binnen het toepassingsbereik van standaardrekenmethode 2, meer dan 10 procent afwijken van de referentiewaarde.

Paragraaf 4. Algemene regels voor het door middel van berekeningen bepalen van de gevolgen voor de luchtkwaliteit bij inrichtingen

Artikel 11

Bij het bepalen, door middel van berekeningen, van de gevolgen voor de luchtkwaliteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bij een inrichting wordt, naast de gegevens bedoeld in artikel 4, gebruik gemaakt van gegevens met betrekking tot de te verwachten:

a. a. fysieke kenmerken van de bron; b. b. kenmerken van de emissie, en c. c. kenmerken van de omgeving.

Artikel 12

De gevolgen voor de luchtkwaliteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bij een inrichting worden bepaald vanaf de grens van het terrein van die inrichting.

Artikel 13

1. Het bepalen, door middel van berekeningen, van de gevolgen voor de luchtkwaliteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bij een inrichting vindt plaats volgens de rekenmethode van het Nieuw Nationaal Model (Uitgave 1998, ISBN 90-76323-003), zoals deze luidt op 1 oktober 2006, voor zover de desbetreffende situatie valt binnen het toepassingsgebied van die rekenmethode.

2. Van het Nieuw Nationaal Model, genoemd in het eerste lid, kan geheel of gedeeltelijk worden afgeweken, mits een andere methode waarmee wordt afgeweken passend is en gelijkwaardig aan het Nieuw Nationaal Model.

3. In situaties voor zover die vallen buiten het toepassingsgebied van het Nieuw Nationaal Model wordt een andere, passende methode toegepast.

Artikel 14

Van een andere methode als bedoeld in artikel 13, tweede of derde lid, kunnen bestuursorganen gebruik maken indien de andere methode is goedgekeurd door de Minister. De goedkeuring wordt in elk geval onthouden indien de methode of het toepassingsbereik daarvan niet op een deugdelijke wijze is beschreven.

Paragraaf 5. Verslaglegging

Artikel 15

1.

De resultaten van het bepalen van de gevolgen voor de luchtkwaliteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bij een weg of inrichting worden op een inzichtelijke en te verifiëren wijze vastgelegd in een rapport dat verder in elk geval bevat:

a. a. een verantwoording van de gebruikte methode en van de redenen waarom de betreffende situatie valt binnen het toepassingsbereik van die methode, en b. b. een vermelding van alle gegevens die bij de berekening zijn gebruikt, alsmede een onderbouwing van die gegevens en van de wijze van invoer daarvan.

2. In situaties waarin gebruik is gemaakt van een andere methode als bedoeld in artikel 9, tweede of derde lid, of artikel 13, tweede of derde lid, bevat het rapport een beschrijving en een verantwoording van die andere methode en de toepassing daarvan.

3. In situaties waarin gebruik is gemaakt van een afstand groter dan vijf respectievelijk tien meter van de wegrand als bedoeld in artikel 8, tweede lid, bevat het rapport een motivering daarvan, alsmede van de gehanteerde afstand.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 16

In afwijking van artikel 3 worden de in dat artikel bedoelde gegevens in het jaar 2006 binnen twee weken na de inwerkingtreding van deze regeling bekendgemaakt.

Artikel 17

Deze regeling is niet van toepassing op besluiten die zijn voortgevloeid uit de uitoefening van bevoegdheden als bedoeld in artikel 7 van het Besluit, noch op de uit die besluiten voortvloeiende rechts- en feitelijke handelingen, voor zover het ontwerp van een dergelijk besluit voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling ter inzage is gelegd of een dergelijk besluit voor dat tijdstip is vastgesteld.

Artikel 18

Deze regeling treedt in werking met ingang van de vierde week na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 19

Deze regeling wordt aangehaald als: Meet- en rekenvoorschrift bevoegdheden luchtkwaliteit.

Bijlage IA. Standaardrekenmethode 1

Bijlage IB. Standaardrekenmethode 2

Bijlage IC. Referentiewaarde