40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Onderlinge regeling Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland ex artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (samenwerking op het gebied van de overdracht van personen aan wie rechtens hun vrijheid is ontnomen op grond van een veroordeling tot een vrijheidsstraf) | BWBR0035271 | ministeriele-regeling | geldend | 2014-07-03 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0035271 | Onderlinge regeling Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland ex artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (samenwerking op het gebied van de overdracht van personen aan wie rechtens hun vrijheid is ontnomen op grond van een veroordeling tot een vrijheidsstraf) |
Onderlinge regeling Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland ex artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (samenwerking op het gebied van de overdracht van personen aan wie rechtens hun vrijheid is ontnomen op grond van een veroordeling tot een vrijheidsstraf)
Artikel 1
1. Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, hierna ook aan te duiden als de landen en elk afzonderlijk als land, verklaren zich bereid om de tenuitvoerlegging van onherroepelijke strafrechtelijke vonnissen waarin door een rechter van een van de landen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd, aan een ander land over te dragen teneinde de tenuitvoerlegging zoveel mogelijk dienstbaar te maken aan de terugkeer van de betrokkene in de maatschappij. Deze overdracht geschiedt onder de in deze regeling voorgeschreven voorwaarden en op de in deze regeling omschreven wijze.
2. Onder Nederland wordt in deze regeling zowel Bonaire, Sint Eustatius en Saba als het Europese deel van het Koninkrijk verstaan.
3. Onder ‘Koninkrijk’ wordt verstaan: alle landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden.
Artikel 2
1. De tenuitvoerlegging van onherroepelijke strafvonnissen waarbij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd, kan binnen de landen van het Koninkrijk worden overgedragen op grond van overwegingen aan het resocialisatiebelang van de individuele veroordeelde ontleend.
2. Een aanvraag tot overdracht kan door de veroordeelde worden ingediend bij de Minister van Justitie van het land waar de veroordeelde verblijft middels een verzoekschrift, in te dienen bij de Procureur-Generaal of een door de Minister van Justitie daartoe aangewezen dienst van het land waar het vonnis op dat moment ten uitvoer wordt gelegd.
Artikel 3
1.
Het verzoekschrift wordt door aanvrager ondertekend en bevat ten minste:
a. a. de naam en de adresgegevens van de inrichting waar verzoeker verblijft; b. b. de dagtekening; c. c. de aanduiding van het onherroepelijke vonnis of arrest, waarbij verzoeker is veroordeeld; d. d. de in artikel 2, eerste lid, bedoelde overwegingen op grond waarvan de overdracht wordt aangezocht; e. e. het land waar tenuitvoerlegging wordt aangezocht; f. f. documentatie waaruit blijkt dat verzoeker zijn hoofdverblijf heeft in het aangezochte land.
2.
Het verzoekschrift wordt afgewezen indien:
a. a. het verzoekschrift kennelijk ongegrond is; b. b. het verzoekschrift niet aan de in artikel 3, eerste lid, genoemde vereisten voldoet; c. c. het vonnis nog niet onherroepelijk is; d. d. de resterende detentietijd minder dan zes maanden bedraagt op het moment van het indienen van het verzoekschrift; e. e. het door verzoeker aangevoerde resocialisatiebelang in redelijkheid niet gediend kan zijn bij de aangezochte overdracht van de tenuitvoerlegging; f. f. strafvorderlijke belangen zich tegen overdracht verzetten; g. g. gronden ontleend aan het algemeen belang overdracht niet toelaten; h. h. voor zover Nederland het aangezochte land is; indien verzoeker niet kan aantonen dat voor een periode van drie jaar of langer sprake is geweest van een hoofdverblijf in Nederland.
3. Het verzoek wordt tevens afgewezen indien verzoeker in de 365 dagen voorafgaand aan het verzoek reeds eerder een verzoek tot overdracht heeft ingediend.
Artikel 4
1. De Procureur-Generaal of de door de Minister van Justitie daartoe aangewezen dienst, verwittigt na ontvangst van het verzoekschrift, bedoeld in artikel 2, de Minister van Justitie en brengt daarbij een advies uit omtrent de toewijsbaarheid van het verzoek, gegrond op de door hem daartoe ingewonnen inlichtingen. Na ontvangst van het verzoekschrift en het advies van de Procureur-Generaal of de door de Minister van Justitie daartoe aangewezen dienst, beslist de Minister van Justitie binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het verzoekschrift over de toewijsbaarheid van het verzoek.
2. Indien de Minister van Justitie van oordeel is dat het verzoek dient te worden toegewezen, zendt hij de door hem uitgevaardigde beslissing onverwijld aan zijn ambtgenoot in het land waarin voortzetting van de tenuitvoerlegging wordt aangezocht. Daarbij doet hij ook de voor de beoordeling van het verzoek relevante bescheiden aan zijn ambtgenoot toekomen. Voorts wordt verzoeker onverwijld van deze beslissing in kennis gesteld.
3. Indien de Minister van Justitie van oordeel is dat het verzoek dient te worden afgewezen, deelt hij deze afwijzing onverwijld aan verzoeker schriftelijk mede. Deze schriftelijke mededeling behelst een uiteenzetting van de redenen die tot deze afwijzing hebben geleid.
Artikel 5
Na ontvangst van een beslissing als bedoeld in artikel 4, tweede lid, verwittigt de Minister van Justitie van het aangezochte land onverwijld de Procureur-Generaal of de door de Minister van Justitie daartoe aangewezen dienst van het aangezochte land, waarna deze advies uitbrengt aan de Minister van Justitie van het aangezochte land omtrent de toewijsbaarheid van het verzoek, gegrond op de door hem daartoe ingewonnen inlichtingen.
Artikel 6
1. De Minister van Justitie van het aangezochte land beslist na ontvangst van het advies van de Procureur-Generaal of de door de Minister van Justitie daartoe aangewezen dienst over de toewijsbaarheid van het verzoek op basis van de in artikel 3 genoemde gronden. Artikel 4, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de Minister van Justitie van het verzoekende land in kennis wordt gesteld.
2. Toewijzing van het verzoek heeft tot gevolg dat het verzoekende land bevoegd is tot overdracht van de tenuitvoerlegging.
Artikel 7
1. Overdracht van de tenuitvoerlegging in de zin van deze regeling heeft tot gevolg dat het aangezochte land het recht tot tenuitvoerlegging van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf verkrijgt. Dit behelst alle ten aanzien van de tenuitvoerlegging relevante bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
2. De overdracht wordt georganiseerd door het verzoekende land.
3. De overdracht kan tijdelijk worden opgeschort indien beperkte detentiecapaciteit in het aangezochte land overdracht op het moment van beslissen niet mogelijk maakt.
4. Het tijdstip van de overdracht ligt niet later dan dertig dagen nadat de Minister van Justitie van het aangezochte land heeft ingestemd met de overdracht.
5. Het vervoer van verzoeker wordt door de lucht uitgevoerd door de ambtenaren, bedoeld in artikel 8.
Artikel 8
Bij de overbrenging is de bewaking van verzoeker opgedragen aan ambtenaren van het verzoekende land. Deze ambtenaren zijn bevoegd alle dienstige maatregelen te nemen ter beveiliging van de verzoeker en ter voorkoming van zijn ontvluchting. Deze bevoegdheden staan gelijk aan die welke overeenkomstig het recht van het aangezochte land ten aanzien van een veroordeelde kunnen worden uitgeoefend.
Artikel 9
De tijd die vereist is om verzoeker naar het aangezochte land over te brengen wordt in mindering gebracht op de straftijd, zoals in beginsel door aangezochte land is overgenomen.
Artikel 10
De kosten van het transport van de verzoeker en van de hem begeleidende ambtenaren komen voor rekening van het verzoekende land. Het aangezochte land draagt de kosten van de verdere tenuitvoerlegging van de straf.
Artikel 11
Deze onderlinge regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van het publicatiemedium waarin zij wordt geplaatst.