rijk/ministeriele-regeling/onderlinge-regeling-opvolging-en-boedelscheiding-algemeen-pensioenfonds-nederlan/BWBR0028963
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Onderlinge regeling opvolging en boedelscheiding Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen en opvolging van enkele andere aanverwante regelingen BWBR0028963 ministeriele-regeling geldend 2010-10-02 https://wetten.overheid.nl/BWBR0028963 Onderlinge regeling opvolging en boedelscheiding Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen en opvolging van enkele andere aanverwante regelingen

Onderlinge regeling opvolging en boedelscheiding Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen en opvolging van enkele andere aanverwante regelingen

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

      *land:* Curaçao, Sint Maarten of, met betrekking tot de BES, Nederland;

b. b.

      *BES:* De openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

c. c.

      *overnemende land:* het land dat ingevolge artikel 2 of 4 de met een bepaalde aanspraak op een uitkering of verzekering corresponderende verplichting overneemt.

d. d.

      *tijdstip van transitie:* het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt;

e. e.

      *actieve deelnemer:* degene die onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van transitie overheidsdienaar is in de zin van de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren (P.B. 1997, no. 312).

f. f.

      *gepensioneerde:* degene die onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van transitie gepensioneerd overheidsdienaar is in de zin van de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren (P.B. 1997, no. 312) of de nagelaten betrekking van deze ambtenaar.

g. g.

      *gewezen overheidsdienaar:* degene die onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van transitie gewezen overheidsdienaar is in de zin van de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren (P.B. 1997, no. 312).

h. h.

      *uitkering:* een uitkering, verstrekking of tegemoetkoming op grond van:
    
      
        1°.
        De pensioenlandsverordening overheidsdienaren ( P.B. 1997, no. 312)
      
      
        2°.
        De Duurtetoeslagregeling pensioengerechtigden 1943 (P.B. 1943 no. 77)
      
      
        3°.
        De landsverordening verhoging leeftijdsgrens ambtenaren (P.B. 1959 no. 126) in samenhang met artikel VII van de Invoeringslandsverordening rechtspositionele regelingen 1998 (P.B. 1997, no. 313);
      
      
        4°.
        De landsverordening verhoging leeftijdsgrens 1996 (P.B. 1995 no 230)
      
      
        5°
        De landsverordening Pensioenregeling politieke gezagsdragers (P.B. 2006, no 31) ;
      
      
        6°
        De regeling uitkering bij wijze van pensioen. (P.B. 1959, no 126)
      
      
        7°
        De werkliedenverordening 1944 (P.B. 1978 no 376)

1°. 1°. De pensioenlandsverordening overheidsdienaren ( P.B. 1997, no. 312) 2°. 2°. De Duurtetoeslagregeling pensioengerechtigden 1943 (P.B. 1943 no. 77) 3°. 3°. De landsverordening verhoging leeftijdsgrens ambtenaren (P.B. 1959 no. 126) in samenhang met artikel VII van de Invoeringslandsverordening rechtspositionele regelingen 1998 (P.B. 1997, no. 313); 4°. 4°. De landsverordening verhoging leeftijdsgrens 1996 (P.B. 1995 no 230) 5° 5° De landsverordening Pensioenregeling politieke gezagsdragers (P.B. 2006, no 31) ; 6° 6° De regeling uitkering bij wijze van pensioen. (P.B. 1959, no 126) 7° 7° De werkliedenverordening 1944 (P.B. 1978 no 376) i. i.

      *vermogen van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen:* het blijkens de eindbalans uit de op te stellen gecontroleerde jaarrekening, per tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van transitie, totale vermogen van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen.

j. j.

      *Premiereserves = voorziening pensioenverplichting (netto vpv):* de contante waarde van de opgebouwde pensioenrechten op basis van reeds verstreken dienstjaren tot aan het tijdstip van transitie. Voorst is in de waardering opgenomen de contante waarde van de toekomstige uitbetalings- en beheerskosten. Bij de berekening van de contante waarde is een rekenrente gehanteerd van 4% en GBM/V 20002005 -1-2. De overige actuariële grondslagen en veronderstellingen zijn gelijk de wetenschappelijke balans 2008

k. k.

      *Werklieden:* deelgenoten in het Werkliedenpensioenfonds die een uitkering of een opgebouwd recht hebben op basis van de Werkliedenverodening 1944 (P.B. 1978 no 376)

l. l. Indien een land de bevoegdheid ter zake van de uitvoering van een uitkering dan wel een hiermee naar aard en strekking overeenkomende voorziening, rechtstreeks opdraagt aan een daartoe aangewezen rechtspersoonlijkheid bezittende uitvoeringsorganisatie, kan die uitvoeringsorganisatie voor de toepassing van deze regeling in de plaats van dat land treden.

Paragraaf 2. Toedeling categorieën belanghebbenden

Artikel 2

1.

De verplichtingen op grond van het recht op pensioen dat de gepensioneerde onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van transitie op grond van de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren (P.B. 1997, no 312) gaan op dat tijdstip over op:

a. a. indien de gepensioneerde op het moment van diens ontslag in dienst was van het eilandgebied Sint Maarten of in dienst was van het land Nederlandse Antillen met als laatste standplaats Sint Maarten of als de laatste werkgever van de gepensioneerde op Sint Maarten gevestigd was: het land Sint Maarten. b. b. indien de gepensioneerde op het moment van diens ontslag in dienst was van het eilandgebied Bonaire, het eilandgebied Sint Eustatius of het eilandgebied Saba of in dienst was van het land Nederlandse Antillen met als laatste standplaats een van de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius of Saba of als de laatste werkgever van de gepensioneerde op het eilandgebied Bonaire, het eilandgebied Sint Eustatius dan wel het eilandgebied Saba gevestigd was: het land Nederland; c. c. in alle overige gevallen: het land Curaçao.

2. Ten aanzien van de verplichtingen op grond van opgebouwde rechten die een gewezen overheidsdienaar of een actieve overheidsdienaar onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van transitie ontleent aan de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren (P.B. 1997, no 312) is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. Ten aanzien van de actieve overheidsdienaar geldt daarbij in de plaats van het moment van ontslag, het moment van transitie.

3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de verplichtingen ten aanzien van het recht op nabestaanden- en wezenpensioen dat onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van transitie wordt ontleend aan de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren. Daarbij geldt in de plaats van het moment van ontslag, het moment van overlijden van degene aan wiens overlijden dat recht wordt ontleend.

4. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is het Regionaal Service Centrum een op het eilandgebied Bonaire gevestigde werkgever.

5. De overnemende landen zullen de noodzakelijke landelijke wetgeving tot stand brengen waarin het recht op pensioen, bedoeld in het eerste lid, en de verplichtingen op grond van opgebouwde rechten op pensioen, bedoeld in het tweede lid, en het recht op nabestaanden- en wezenpensioen, bedoeld in het derde lid, voorzover het opgebouwde recht tot aan transitiedatum betreft onverkort worden gegarandeerd.

6. Op aanspraken ten laste van de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland is de wetgeving van het overnemende land van toepassing.

7. De deelgenoten van het Werkliedenpensioenfonds, de verplichtingen jegens hen en het gereserveerde vermogen worden, tenzij anders wordt overeengekomen tussen partijen, op overeenkomstige wijze als hier ten aanzien van de deelgenoten in het Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen is bepaald, toegewezen aan de landen Sint Maarten, Nederland en Curaçao. Partijen maken uiterlijk voor 31 december 2011 nadere afspraken over de praktische uitwerking van deze bepaling. Tot dat moment blijven activa en passiva van dit fonds onverdeeld.

8. Uiterlijk voor 31 december 2011 maken partijen nadere afspraken over de verdeling van lusten en lasten ten aanzien van de aan Curaçao toegewezen deelgenoten met als laatste standplaats Aruba.

Artikel 3

1. Aan de onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van transitie bestaande deelgenoten in het Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds wordt individueel bericht wat voor hun de tot aan het tijdstip van transitie voor pensioen meetellende tijd is en de pensioengrondslag is of de pensioengrondslagen zijn. De in de vorige volzin bedoelde tijd en grondslag of grondslagen worden vastgesteld door het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds dan wel, na het tijdstip van transitie, elk van de landen. Dit is een formele beschikking waartegen bezwaar en beroep mogelijk is.

2. Het Algemeen pensioenfonds Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds, dan wel het land Curaçao dan wel de op grond van artikel 1 lid 2 opgedragen uitvoeringsorganisatie van het land Curaçao maakt de individuele dossiers zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op 31-12-2011 overdrachtsklaar en stelt deze ter beschikking van de overnemende landen dan wel de op grond van artikel 1 lid 2 opgedragen uitvoeringsorganisaties van die landen. Elektronische bestanden worden volgens de in bijlage 1 opgenomen specificatie uiterlijk per transitiedatum of zoveel eerder als mogelijk overgedragen.

3. Per transitiedatum gaan de pensioenverplichtingen conform de verdeling in art 2 over op de landen Curaçao, St. Maarten respectievelijk Nederland. Uiterlijk tot het in lid 2 genoemde moment blijft het land Curaçao dan wel de door hem opgedragen uitvoeringsorganisatie op grond van artikel 1 lid 2, de uitkering dan wel een hiermee naar aard en strekking overeenkomende voorziening als administratiekantoor uitvoeren ten behoeve van de landen Sint Maarten en Nederland, naar het recht van die landen tenzij in goed overleg anders wordt overeengekomen. Hiertoe sluiten de landen Sint Maarten en Nederland een overdrachtsovereenkomst met het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds dan wel met het land Curaçao dan wel met de op grond van artikel 1, tweede lid opgedragen uitvoeringsorganisatie van het land Curaçao. Onderdeel van een dergelijke overeenkomst is dat deze uitvoerder de onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van transitie bestaande deelgenoten in het Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds individueel bericht wat voor hun de tot aan het tijdstip van transitie voor pensioen meetellende tijd is en de pensioengrondslag is of de pensioengrondslagen zijn.

4. Totdat partijen anders afspreken, blijft het Werkliedenpensioenfonds, dan wel met het land Curaçao dan wel met de op grond van artikel 1, tweede lid opgedragen uitvoeringsorganisatie van het land Curaçao, uitvoerder van de werkliedenverordening 1944 (PB 1978 no 376) en beheerder van de verplichtingen en het vermogen van de deelgenoten in het Werkliedenpensioenfonds. Zij legt over het gevoerde beleid en de stand van het fonds ten minste een keer per jaar verantwoording af aan de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland.

Artikel 4

1. De verplichtingen ten aanzien van aanspraken op de door het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen uitgevoerde Duurtetoeslagregeling pensioengerechtigden 1943 (P.B. 1943 no. 77), de landsverordening verhoging leeftijdsgrens ambtenaren (P.B. 1959 no. 126), de landsverordening verhoging leeftijdsgrens 1996 (P.B. 1995 no 230), en de pensioenregeling politieke gezagsdragers (P.B. 2006, no 31), pensioenregeling ministers P.B. 1969 no. 104; Pensioenregeling leden der Staten P.B. 1990 n. 82, voor zover van toepassing op personeel en voormalig personeel in dienst van het Land Nederlandse Antillen en de eilandgebieden Bonaire, Curaçao, Saba, St. Eustatius en St. Maarten, worden overgenomen door de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland via de in artikel 2, vierde lid, bedoelde wetgeving.

2. De wijze van verdeling geschiedt op dezelfde wijze als in artikel 2 gebeurt t.a.v. de deelgenoten van het Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen. Evenals bij de kapitaalgedekte pensioenen geschiedt de toedeling voor de aanspraken op duurtetoeslag, vut, uitkering bij wijze van pensioen voor actieven, uitkeringsgerechtigden en gewezen overheidsdienaren op basis van de laatste standplaats, dan wel de standplaats op het moment van transitie. Voor politieke gezagsdragers dragers geschiedt de toedeling op basis van het eilandgebied dat zij vertegenwoordig(d)en.

3. Uitkerings- en pensioenaanspraken op grond van de Pensioenregeling politieke gezagdragers van gewezen leden der Staten, de gevolmachtigde minister, ministers, staatssecretarissen, gezaghebbers en hun nabestaanden worden overgenomen door de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland.

4. Uitkerings- en/of pensioenaanspraken komen ten laste van het land Curaçao van gewezen gezaghebbers en hun nabestaanden van het eilandgebied Curaçao en van gewezen leden der Staten, ministers en staatssecretarissen en hun nabestaanden die namens een politieke partij van het eilandgebied Curaçao waren vertegenwoordigd in de Staten of benoemd als minister, staatssecretaris of gevolmachtigde minister. Uitkerings- en/of pensioenaanspraken komen ten laste van het land St. Maarten van gewezen gezaghebbers en hun nabestaanden van het eilandgebied St. Maarten en van gewezen leden der Staten, ministers en staatssecretarissen en hun nabestaanden die namens een politieke partij van het eilandgebied St. Maarten waren vertegenwoordigd in de Staten of benoemd als minister, staatssecretaris of gevolmachtigde minister. Uitkerings- en/of pensioenaanspraken komen ten laste van Nederland van gewezen gezaghebbers en hun nabestaanden van de eilandgebieden Bonaire, St. Eustatius en Saba en van gewezen leden der Staten, ministers en staatssecretarissen en hun nabestaanden die namens een politieke partij van de eilandgebieden Bonaire, St. Eustatius en Saba waren vertegenwoordigd in de Staten of benoemd als minister, staatssecretaris of gevolmachtigde minister.

5. Stortingen door de overheid van de Nederlandse Antillen voor niet kapitaalgedekte uitkeringen bij het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen, worden in dezelfde aandelen onder de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland verdeeld volgens de verdeelsleutel, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Onderlinge regeling vereffening boedel Nederlandse Antillen. De daaruit resulterende bedragen voor de landen Curaçao, Sint Maarten respectievelijk Nederland worden direct bij de voorschotverlening aan die landen ter beschikking gesteld of indien het moment van storting is gelegen na het moment van voorschotbetaling, direct per moment van datum van transitie.

Artikel 5

1. Aan de onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van transitie bestaande deelgenoten in het Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen wordt individueel bericht wat voor hun de tot aan het tijdstip van transitie voor pensioen meetellende tijd is en de pensioengrondslag is of de pensioengrondslagen zijn. De in de vorige volzin bedoelde tijd en grondslag of grondslagen worden vastgesteld door het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen dan wel, na het tijdstip van transitie, elk van de landen. Dit is een formele beschikking waartegen bezwaar en beroep mogelijk is.

2. Het Algemeen pensioenfonds Nederlandse Antillen maakt de individuele dossiers zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op 31-12-2011 overdrachtsklaar en stelt deze ter beschikking van de overnemende landen dan wel de op grond van artikel 1, tweede lid opgedragen uitvoeringsorganisaties van die landen. Elektronische bestanden worden volgens de in bijlage 1 opgenomen specificatie uiterlijk per transitiedatum of zoveel eerder als mogelijk overgedragen.

3. Per transitiedatum gaan de pensioenverplichtingen conform de verdeling in art. 2 over op de landen Curaçao, St. Maarten respectievelijk Nederland. Uiterlijk tot het in lid 2 genoemde moment blijft het land Curaçao dan wel de door hem opgedragen uitvoeringsorganisatie op grond van artikel 1 lid 2, de uitkering dan wel een hiermee naar aard en strekking overeenkomende voorziening als administratiekantoor uitvoeren ten behoeve van de landen Sint Maarten en Nederland, naar het recht van die landen tenzij in goed overleg anders wordt overeengekomen. Hiertoe sluiten de landen Sint Maarten en Nederland een overdrachtsovereenkomst met het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen dan wel met het land Curaçao dan wel met de op grond van artikel 1, tweede lid opgedragen uitvoeringsorganisatie van het land Curaçao. Onderdeel van een dergelijke overeenkomst is dat deze uitvoerder de onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van transitie bestaande deelgenoten in het Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen individueel bericht wat voor hun de tot aan het tijdstip van transitie voor pensioen meetellende tijd is en de pensioengrondslag is of de pensioengrondslagen zijn.

Paragraaf 3. Nadere bepalingen werkwijze toedeling belanghebbenden

Artikel 6

1. Beslissingen van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds in verband met de toepassing van een regeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid sub h, genomen vóór het tijdstip van transitie, worden door het overnemende land gelijkgesteld met beslissingen van het overnemende land, dan wel de door het land opgedragen uitvoeringsorganisatie.

2. Meldingen en kennisgevingen aan de Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds, gedaan vóór het tijdstip van transitie ter voldoening aan een op grond van een regeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h geldende verplichting, worden geacht te zijn ingediend bij het overnemende land, dan wel de door het land opgedragen uitvoeringsorganisatie.

Artikel 7

Vóór het tijdstip van transitie bij de Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds ingediende aanvragen om een uitkering gaan, indien op de aanvraag nog geen beslissing is genomen, in de staat waarin zij zich bevinden, over naar het overnemende land.

Artikel 8

1. Op het tijdstip van transitie bij de Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds aanhangige bezwaarschriften in verband met de toepassing van de in artikel 1, eerste lid, onder h genoemde regelingen zoals deze onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van transitie luiden, gaan in de stand waarin zij zich bevinden, over naar het overnemende land.

2. Indien op het tijdstip van transitie het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds partij is in een geding betreffende de toepassing van een regeling als bedoeld in het eerste lid, treedt het overnemende land in de plaats van de Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds, met overneming van procureurstelling onderscheidenlijk aanwijzing van een gemachtigde.

Artikel 9

1.

Partijen komen overeen dat de uitvoeringsorganisatie van het land Curaçao op zich neemt om de archiefbescheiden ter zake overheidsdienaren en gewezen overheidsdienaren die met toepassing van de landsverordening vaststelling en verdeling van de boedel van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds aan Sint Maarten en Nederland ingaande het tijdstip van transitie worden toegedeeld, aan het overnemende land dan wel de namens dat land optredende uitvoeringsorganisatie, over te dragen.

De pensioengerechtigden, gewezen overheidsdienaren en actieve deelgenoten worden tijdig over de gevolgen van de op het tijdstip van transitie nieuw ingaande situatie geïnformeerd. De informatievoorziening ter zake wordt tussen de vertegenwoordigers van de (toekomstige) landen onderling afgestemd.

Paragraaf 4. Financieel en materieel

Artikel 10

1. De waardering van de activa en de passiva van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds wordt per tijdstip direct voorafgaand aan het tijdstip van transitie vastgesteld.

2. Voor de waardering van de activa en de passiva van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds, vormt de waardevaststelling zoals opgenomen in de eindbalans van de jaarrekening per het tijdstip direct voorafgaand aan het tijdstip van transitie het uitgangspunt, met als voorwaarde dat alle activa, inclusief het vastgoed, en alle passiva, met uitzondering van de voorziening pensioenverplichting, tegen marktwaarde zijn gewaardeerd.

3. De verdeling van de activa en de passiva minus voorziening pensioenverplichting tussen de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland geschiedt evenredig aan de relatieve aandelen (afgerond op 5 cijfers na de komma) in de voorziening pensioenverplichtingen incl eventuele excassoreserves, schadereserves, solvabiliteitsmarges en andere relevante voorzieningen op grond van. artikel 2. De aandelen van de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland in het totale van activa en passiva minus voorziening pensioenverplichting van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds is gelijk aan de verhouding van de som van de premiereserves (=voorziening pensioenverplichtingen incl. eventuele excassoreserves, schadereserves, solvabiliteitsmarges en andere relevante voorzieningen) op het moment direct voorafgaande aan de transitiedatum van de aan de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland toebedeelde deelgenoten en de totale premiereserves van alle deelgenoten in het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds op het moment direct voorafgaande aan de transitiedatum

4. De vereffeningcommissie genoemd in paragraaf 3 van de Onderlinge Regeling vereffening boedel Nederlandse Antillen, wordt onder verantwoordelijkheid van de landen belast met het doen opstellen van de gecontroleerde jaarrekening (inclusief balans) per transitiedatum.. Het land Curaçao dan wel de op grond van artikel 1 lid 2 opgedragen uitvoeringsorganisatie van het land Curaçao verleent hiertoe alle medewerking.

5. De in het voorgaande lid bedoelde vereffeningscommissie brengt een advies uit aan de landen waarin in ieder geval in extenso gedetailleerd verslag wordt gedaan van de in het derde lid bedoelde berekeningen van de aandelen, de waardering van de verschillende activa en passiva, de gecontroleerde jaarrekening en het accountantsverslag.

6. De landen leggen vervolgens de verdeling definitief vast.

7. In de verdeling van het totaal van activa en passiva minus voorziening pensioenverplichting van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen wordt het voorschot, bedoeld in artikel 11, verrekend

8. Indien naar het oordeel van een van de landen gerede twijfel bestaat omtrent de volledigheid of juistheid van de in het vijfde lid genoemde stukken, kan dat land vorderen dat ter verificatie een nader onderzoek wordt ingesteld door een door de gezamenlijke landen aan te wijzen accountant, niet zijnde de reguliere accountant bedoeld in het vierde lid. De kosten van een nader onderzoek als bedoeld in de eerste volzin worden ten laste van het te verdelen vermogen van de Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds gebracht.

9. Verschillen van mening worden door de landen in goed overleg opgelost. Indien dit niet lukt, kan het geschil op verzoek van tenminste een van de landen worden voorgelegd aan de geschillencommissie zoals vermeld in paragraaf 4 van de Onderlinge Regeling inzake regeling vereffening boedel Nederlandse Antillen.

10. De definitieve vermogensbepaling en verdeling is uiterlijk op 31 december 2011 afgerond.

Artikel 11

1. De landen Curaçao, Sint Maarten en de staat der Nederlanden ontvangen op grond van artikel 9 van de AMvRB rechtsopvolging burgerlijke rechten en verplichtingen Nederlandse Antillen een voorschot op de verdeling van de boedel van het Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen. Partijen in deze Onderlinge Regeling spreken af dat genoemde voorschot wordt betaald op de dag na datum van uitgifte van het Staatsblad waarin de AMvRB rechtsopvolging burgerlijke rechten en verplichtingen Nederlandse Antillen in het staatsblad is geplaatst.

2. Voor de duur dat het in art 9 van de AMvRB rechtsopvolging burgerlijke rechten en verplichtingen Nederlandse Antillen genoemde voorschot voor Sint Maarten in beheer blijft van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen, of diens rechtsopvolger, worden de op het moment van uitbetaling nog bestaande betalingsachterstanden nog niet in mindering gebracht op dit voorschot, uiteraard onder gelijktijdige handhaving van die vordering op Sint Maarten. Op het moment dat Sint Maarten uitbetaling vordert van het voorschot is het Algemeen Pensioenfonds van Sint Maarten, op wie de vordering op de transitiedatum van rechtswege is overgegaan, gerechtigd het voorschot op dat moment te salderen met de op dat moment nog openstaande vorderingen of betalingsachterstanden. De gespecificeerde vorderingen en achterliggende dossiers worden dan door het pensioenfonds dat tot dan het beheer voert over het pensioenfonds van Sint Maarten overgedragen aan het pensioenfonds van Sint Maarten.

3. Op het in art 9 van de AMvRB rechtsopvolging burgerlijke rechten en verplichtingen Nederlandse Antillen genoemde voorschot voor Nederland worden de op het moment van uitbetaling nog bestaande betalingsachterstanden van de eilandgebieden Bonaire, St. Eustatius en Saba in mindering gebracht onder gelijktijdige overdracht door het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen van de gespecificeerde vorderingen en achterliggende dossiers aan Nederland.

Paragraaf 5. Overleg en geschillenregeling

Artikel 12

Op uitvoerend niveau wordt namens de partijen in gericht overleg voorzien met het oog op een adequate uitvoering van deze regeling. Na het tijdstip van de transitie wordt dit overleg op een wijze gericht op een adequate uitvoering van deze regeling door of vanwege de partijen voortgezet totdat de boedelverdeling zijn beslag heeft gekregen. Hiertoe wordt onder de verantwoordelijkheid van de vereffeningcommissie een stuurgroep ingericht die maandelijks overleg pleegt over de voortgang, die actiepunten kan benoemen en die rapporteert aan de vereffeningscommissie. Naast twee leden per land, neemt hier ook het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen, dan wel de op grond van artikel 1 lid 2 opgedragen uitvoeringsorganisatie van het land Curaçao aan deel.

Artikel 13

Indien zich bij de uitvoering van deze onderlinge regeling geschillen voordoen dan kunnen deze worden voorgelegd aan een geschillencommissie zoals vermeld in paragraaf 4 van de Onderlinge Regeling inzake regeling vereffening boedel Nederlandse Antillen.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 14

De vereffeningcommissie is onder de verantwoordelijkheid van de landen belast met de aangelegenheden die verband houden met de definitieve afwikkeling en beëindiging van zaken na de splitsing van de Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds, tenzij anders wordt bepaald.

Artikel 15

Met het oog op een goede uitvoering van of ter uitwerking van het bepaalde in deze regeling kunnen tussen de besturen van de uitvoeringsorganisaties dan wel pensioenfondsen nadere afspraken worden gemaakt.

Artikel 16

1. De partijen verplichten zich hetgeen in deze onderlinge regeling is bepaald, in het nationale recht waar nodig van een voldoende juridische basis te voorzien In ieder geval verplichten zij zich om de garantie van de vóór de datum van transitie opgebouwde pensioenaanspraken een wettelijke basis te geven.

Artikel 17

1. Deze overeenkomst treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst. De overeenkomst wordt geplaatst in de Nederlandse Staatscourant en de Curaçaosche Courant.

2. Deze overeenkomst kan worden aangehaald als Onderlinge regeling opvolging en boedelscheiding Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen en opvolging van enkele andere aanverwante regelingen.

Bijlage 1

Specificatie elektronisch bestanden zoals genoemd in artikel 3 lid 2

De door APNA per transitiedatum op te leveren elektronisch bestanden bevatten ten minste de volgende gegevens. De gegevens worden in een nader overeen te komen format door APNA aangeleverd in een Excelbestand.

Actieve deelgenoten

Gewezen deelgenoten

Pensioengerechtigde deelgenoten