rijk/ministeriele-regeling/ondermandaatbesluit-politie-beheer-rst-2021/BWBR0044977
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
(Onder)Mandaatbesluit Politie beheer RST 2021 BWBR0044977 ministeriele-regeling geldend 2021-03-27 https://wetten.overheid.nl/BWBR0044977 (Onder)Mandaatbesluit Politie beheer RST 2021

(Onder)Mandaatbesluit Politie beheer RST 2021

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *Barp:*
    Besluit algemene rechtspositie politie;

b. b.

    *Bbp:*
    Besluit bezoldiging politie

c. c.

    *korpschef:* korpschef als bedoeld in artikel 27 Politiewet 2012;

d. d.

    *mandaat:* bevoegdheid om namens de korpschef besluiten te nemen;

e. e.

    *Mandaatbesluit beheer RST:*
    Mandaatbesluit beheer RST 2020 van de Minister;

f. f.

    *Mandaatbesluit politie:* Mandaatbesluit politie januari 2020;

g. g.

    *Minister:* minister van Justitie en Veiligheid;

h. h.

    *PDC:* Politiedienstencentrum als bedoeld in artikel 36 Besluit beheer politie;

i. i.

    *politie:* landelijk politiekorps als bedoeld in artikel 25, eerste lid Politiewet 2012;

j. j.

    *portefeuillehouder Caribisch deel van het Nederlands Koninkrijk:* de functionaris die als zodanig door de korpschef van politie is aangewezen;

k. k.

    *Protocol:* Protocol inzake gespecialiseerde recherchesamenwerking tussen de landen van het Koninkrijk Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland;

l. l.

    *RST:* een recherchesamenwerkingsteam als bedoeld in artikel 57a Rijkswet politie en artikel 6 van het Protocol;

m. m.

    *teamchef RST:* hoofd van het RST als bedoeld in artikel 7 van het Protocol;

Artikel 2

Dit besluit heeft betrekking op bevoegdheden en taken die bij of krachtens de Politiewet 2012 en in ondermandaat op grond van het Protocol aan de korpschef toekomen. Dit besluit dient uit dien hoofde gelezen te worden in samenhang met het Mandaatbesluit Politie.

Artikel 3

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder de verlening van mandaat mede begrepen het verlenen van:

a. a. volmacht: de bevoegdheid om namens de politie privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; b. b. machtiging: de bevoegdheid om namens de politie dan wel de korpschef handelingen te verrichten die noch een bestuursrechtelijk besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, waaronder in ieder geval het vertegenwoordigen van de politie dan wel de korpschef in (gerechtelijke) procedures en buiten rechte; c. c. de bevoegdheid tot het nemen van een procesbesluit in civiele procedures.

De directeur PDC beheert het register waarin per functieniveau de maximale bedragen verbonden aan de volmacht van alle leidinggevende functionarissen worden bijgehouden. Dit register ligt ter inzage bij het PDC. Een overzicht van de bij de teamchef RST behorende bedragen is opgenomen in Bijlage 1behorend bij dit mandaatbesluit.

Hoofdstuk 2. Teamchef RST

Artikel 4

1. Aan de teamchef RST wordt (onder)mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein en de daarbij behorende budgetverantwoordelijkheid, met inachtneming van hetgeen is bepaald in het Mandaatbesluit beheer RST en het bepaalde in onderhavig mandaatbesluit.

2.

Ten aanzien medewerkers van het RST die zijn aangesteld bij de politie wordt met het oog op het op grond van het eerste lid uitoefenen van personele bevoegdheden aan de teamchef RST mandaat verleend voor het nemen van besluiten die betrekking hebben op:

de diensttijd (hoofdstuk III Barp); het (vakantie)verlof (hoofdstuk IV en VI Barp); het functioneren en de beoordeling (art. 71 Barp); een tevredenheidsbetuiging, extra verlof of gratificatie (art. 74 tweede lid onder a t/m c); een functionerings- of een waarnemingstoelage, tijdens en maximaal voor de duur van de periode van terbeschikkingstelling (artt 16 en 17 Bbp); een ordemaatregel (artt. 73, 84 en 85 Barp) of een betrouwbaarheidsonderzoek (art. 8b Barp); een studiefaciliteit (art. 58 Barp); een verplaatsing in het belang van de dienst (art. 64 Barp); regels omtrent goed ambtelijk handelen (§ 1 van hoofdstuk VII.a Barp); de vaststelling van een dienstongeval of beroepsziekte (art. 54 Barp); en besluiten in geval van ziekte minder dan 6 maanden (§ 1 van hoofdstuk VII Barp); e.e.a. zoals tevens is opgenomen in de individuele terbeschikkingstellingsovereenkomst.

3. Ten aanzien medewerkers van het RST die zijn aangesteld bij de politie wordt met het oog op het op grond van het eerste lid uitoefenen van personele bevoegdheden door de teamchef RST uitgezonderd besluiten die zijn voorbehouden aan korpschef, leden korpsleiding, politiechef en directeuren als bedoeld in het Mandaatbesluit politie.

4. De teamchef RST is bevoegd om binnen de grenzen van de vastgestelde formatie en het vastgestelde budget van het RST op te treden als opdrachtgever richting het PDC voor de levering van producten en diensten. In gevallen waarin dienstverlening aan het RST vanuit het PDC praktisch niet mogelijk is of onevenredig bezwarend in tijd of geld, is de teamchef RST binnen de reikwijdte van zijn budget en het bepaalde in het eerste lid ter plaatse bevoegd overeenkomsten te sluiten.

5. De teamchef RST oefent het mandaat waar mogelijk uit binnen het binnen de politie geldende beleid. Indien onverkorte toepassing van dat beleid ertoe leidt dat de RST zijn wettelijke taken niet naar behoren kan uitvoeren, kan de teamchef RST, met instemming van de korpschef, besluiten tot afwijking van het beleid in individuele gevallen.

6.

Besluiten die op basis van het eerste en tweede lid door de teamchef RST worden genomen, worden als volgt ondertekend:

De korpschef van politie,

namens deze de teamchef RST,

[handtekening]

[naam]

Artikel 5

1. Aan de teamchef RST wordt, binnen de grenzen van de vastgestelde formatie en het vastgestelde budget van het RST, mandaat verleend om ter tijdelijke ondersteuning van een lokaal politiekorps in het Caribisch deel van het Nederlands Koninkrijk reeds aan hem ter beschikking gesteld personeel en middelen te leveren op grond van de opdracht van de Minister als bedoeld in artikel 18 van het Protocol.

2. Het mandaat bedoeld in het eerste lid wordt niet verleend met betrekking tot het additioneel vanuit Nederland ter beschikking stellen van personeel en middelen aan het RST. Daartoe is met tussenkomst van de portefeuillehouder Caribisch deel van het Nederlands Koninkrijk een afzonderlijke afweging voorbehouden aan de korpschef. Indien de korpschef additioneel personeel en middelen vanuit de politie beschikbaar stelt op grond van artikel 18 van het Protocol, wordt aan de teamchef RST mandaat verleend om zorg te dragen voor het beheer van het aan een lokaal politiekorps ter beschikking gestelde personeel en middelen.

Artikel 6

1. De teamchef RST oefent het (onder)mandaat uit met inachtneming van de aanwijzingen van de korpschef.

2. Voorgenomen besluiten die afwijken van de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen, dienen door de korpschef te worden goedgekeurd.

Artikel 7

De bevoegdheden die in dit besluit worden (onder)gemandateerd, komen ook toe aan de plaatsvervanger van de teamchef RST, indien en voor zover deze als zodanig optreedt.

Hoofdstuk 3. Portefeuillehouder Caribisch deel van het Nederlands Koninkrijk

Artikel 8

1. Aan de portefeuillehouder Caribisch deel van het Nederlands Koninkrijk wordt mandaat verleend tot het nemen van beslissingen op bezwaarschriften die zijn ingediend door ambtenaren van politie tegen personeelsbesluiten van de teamchef RST als bedoeld in artikel 4, tweede lid.

2.

Besluiten die op basis van dit artikel door de portefeuillehouder Caribisch deel van het Nederlands Koninkrijk worden genomen, worden als volgt ondertekend:

De korpschef van politie,

namens deze de portefeuillehouder Caribisch deel van het Nederlands Koninkrijk,

[handtekening]

[naam]

Artikel 9

Aan de portefeuillehouder Caribisch deel van het Nederlands Koninkrijk wordt mandaat verleend tot het namens de korpschef deelnemen aan het overleg als bedoeld in artikel 13, vierde lid onder b van het Protocol met het oog op de verantwoordelijkheden voor het ter beschikking stellen van personeel en middelen als bedoeld in artikel 12, vierde lid van het Protocol.

Artikel 10

1. De portefeuillehouder Caribisch deel van het Nederlands Koninkrijk oefent het (onder)mandaat uit met inachtneming van de aanwijzingen van de korpschef.

2. Voorgenomen besluiten die afwijken van de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen, dienen door de korpschef te worden goedgekeurd.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 11

Dit besluit kan worden aangehaald als: (Onder)Mandaatbesluit Politie beheer RST 2021.

Artikel 12

Dit besluit treedt in werking op de dag nadat het is gepubliceerd, en werkt terug tot en met 27 juli 2019.

Bijlage 1. bij Mandaatbesluit korpschef beheer RST 2021