rijk/ministeriele-regeling/ontwikkelproject-opleiden-in-de-school-in-het-primair-onderwijs-2002-2004/BWBR0013710
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Ontwikkelproject opleiden in de school in het primair onderwijs 2002-2004 BWBR0013710 ministeriele-regeling geldend 2002-05-25 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013710 Ontwikkelproject opleiden in de school in het primair onderwijs 2002-2004

Ontwikkelproject opleiden in de school in het primair onderwijs 2002-2004

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. Het project heeft als doel het ontwikkelen van een visie op opleiden in de school als onderdeel van het integraal personeelsbeleid, het vormgeven van de opleidingsfunctie binnen de school en het zicht krijgen op verschillende varianten van werkplekleren, waarbij duidelijk wordt wat men het beste op school kan leren en wat in de opleiding.

2. Het project draagt bij aan een versterking van de relatie tussen bevoegde gezagsorganen en (leraren)opleidingen.

3. De resultaten van het project, zoals de visie op werkplekleren, de vormgeving van de opleidingsfunctie, de inbedding van opleiden in de school in het integraal personeelsbeleid en de wijze waarop bevoegde gezagsorganen / scholen en opleidingen samenwerken, worden overgedragen naar andere bevoegde gezagsorganen / scholen.

Artikel 3

1. De minister stelt aan een aantal bevoegde gezagsorganen vallende onder de Wet op het primair onderwijs of de Wet op de expertisecentra in de schooljaren 2002-2003 en 2003-2004 middelen beschikbaar om een visie op opleiden in de school te ontwikkelen en de opleidingsfunctie binnen de school vorm te geven.

2. Per bevoegd gezag kunnen ten hoogste 5 scholen actief deelnemen in het project.

3. Het bevoegd gezag dat in aanmerking wil komen voor deelname, dient een projectplan in dat voldoet aan de criteria genoemd in artikel 8.

4. Het projectplan wordt in opdracht van het ministerie van OCenW door de KPC Groep beoordeeld en van een advies voorzien.

5. De deelnemende bevoegde gezagsorganen en scholen zullen gedurende de looptijd van het project betrokken worden bij een door de KPC Groep te organiseren netwerk. Er vinden maximaal 4 netwerkbijeenkomsten per jaar plaats.

6. De minister verstrekt het bevoegd gezag dat deelneemt aan het project een éénmalige subsidie van € 50,- per leerling per deelnemende school (teldatum 1 oktober 2001).

Artikel 4

Voor subsidieverlening op grond van artikel 3, zesde lid van deze regeling is een bedrag van € 6.000.000,- beschikbaar.

Hoofdstuk 2. Subsidieaanvraag project

Artikel 5

De aanvraag tot deelname aan het project moet worden ingediend bij:

  • KPC Groep t.a.v. drs. W.W. Roelofs Postbus 482 5201 AL s Hertogenbosch

Artikel 6

1.

Een aanvraag vindt uitsluitend schriftelijk plaats door middel van een door het bevoegd gezag ondertekende brief die de volgende gegevens bevat:

  • naam, adres en bevoegd gezagsnummer van het bevoegd gezag;
  • naam, vestigingsadres en brinnummer van de deelnemende school/scholen;
  • naam, adres van de lerarenopleiding en/of het regionaal opleidingscentrum en/of de begeleidingsinstelling waarmee in dit kader wordt samengewerkt;
  • een verklaring van het bevoegd gezag dat de deelnemende school/scholen de netwerkbijeenkomsten zal/zullen bijwonen;
  • naam en school van het personeelslid/de personeelsleden, die zal/zullen deelnemen aan de cursus ”opleidingsdocent”;
  • afhankelijk van het type opleidingsfunctie dat wordt vormgegeven een verklaring van het bevoegd gezag van een lerarenopleiding en/of een regionaal opleidingscentrum en/of een begeleidingsinstelling dat ten behoeve van het project wordt samengewerkt met het bevoegd gezag van de deelnemende scholen.

2. De aanvraag bevat een uitgewerkt projectplan zoals bedoeld in artikel 8.

3. In de aanvraag verklaart het bevoegd gezag zich bereid de opbrengsten van het project over te dragen, in elk geval door verslag te doen via Kennisnet over de opzet, de werkwijze en de resultaten van het project.

4. Ten aanzien van aanvragen die onvolledig zijn of die anderszins niet aan de eisen voldoen, wordt toepassing gegeven aan het gestelde in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 7

Aanvragen kunnen tot 1 oktober 2002 worden ingediend.

Artikel 8

Om deel te kunnen nemen aan het project bevat het projectplan de volgende onderdelen:

  • de wijze waarop het bevoegd gezag gaat werken aan de ontwikkeling van een visie op opleiden in de school als onderdeel van het integraal personeelsbeleid;
  • de wijze waarop het bevoegd gezag gaat werken aan de ontwikkeling van een visie op werkplekleren;
  • de wijze waarop het bevoegd gezag en de deelnemende school/scholen de opleidingsfunctie willen vormgeven;
  • de doelstellingen die het bevoegd gezag en de deelnemende school/scholen met dit project willen bereiken binnen de periode waarvoor de subsidie wordt verstrekt;
  • de wijze waarop het bevoegd gezag en de deelnemende school/scholen deze doelstellingen denken te verwezenlijken;
  • het beoogde projectresultaat: de concrete opbrengsten van deelname aan het project;
  • de inbedding: de wijze waarop het project aansluit bij de reeds in gang gezette ontwikkelingen op het gebied van personeelsbeleid binnen de school/scholen;
  • de wijze waarop de samenwerking met de lerarenopleiding en/of het regionaal opleidingscentrum en/of de begeleidingsinstelling en/of andere scholen gestalte krijgt;
  • de overdrachtsactiviteiten die het bevoegd gezag binnen eigen kring zal ondernemen;
  • planning van het project.

Hoofdstuk 3. Subsidieverlening

Artikel 9

1. Op advies van de KPC Groep wordt door de minister een besluit genomen over deelname aan het project, met in acht neming van de subsidievoorwaarden genoemd in deze regeling, in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de aanvraag dient aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld als datum van ontvangst geldt.

2. Bij het besluit genoemd in het eerste lid wordt tevens rekening gehouden met een evenwichtige spreiding over Nederland, een evenwichtige verhouding tussen het aantal bevoegde gezagsorganen van verschillende omvang en tussen bevoegde gezagsorganen met een verschillend aantal achterstandsleerlingen.

Artikel 10

Aanvragers ontvangen vóór eind oktober 2002 van Cfi, afdeling FTO/TBD bericht over verlening van de subsidie ten behoeve van deelname aan het project.

Artikel 11

Subsidie ten laste van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Artikel 12

Subsidie wordt verleend voor het tijdvak van 1 augustus 2002 t/m 31 juli 2004.

Hoofdstuk 4. Betaling

Artikel 13

Het bevoegd gezag ontvangt uiterlijk 1 maand na bericht over de verlening van de subsidie 50% van het subsidiebedrag zoals bedoeld in artikel 3, zesde lid. Vóór 1 december

2003 ontvangt het bevoegde gezag het resterende subsidiebedrag, mits aan de voorwaarde zoals bedoeld in artikel 15 van deze regeling is voldaan en met inachtneming van het gestelde in artikel 11.

Hoofdstuk 5. (Overige) Verplichtingen subsidieontvanger en subsidievaststelling

Artikel 14

1. De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van beleid en de besteding van toegekende middelen.

2. Het bevoegd gezag is verplicht de minister en de door hem aangewezen ambtenaren desgevraagd alle inlichtingen te geven die deze in verband met deze subsidie verlangen. Het bevoegd gezag geeft desgewenst aan voornoemde ambtenaren de boeken en bescheiden ter inzage.

Artikel 15

1. Vóór 1 september 2003 rapporteert de subsidieontvanger in de vorm van een voortgangsverslag over de activiteiten en de daaraan gekoppelde resultaten van het project.

2. Het indienen van een voortgangsverslag is voorwaarde voor de betaling van de tweede termijn.

3.

Het voortgangsverslag kan worden ingediend bij:

  • Cfi t.a.v. FTO/TBD Postbus 606 2700 ML Zoetermeer

Artikel 16

1. Uiterlijk 1 november 2004 dient de subsidieontvanger een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie bij de Centrale Financiën Instellingen (Cfi) t.a.v. Productgroep Verantwoorden.

2.

De aanvraag gaat vergezeld van een financieel verslag. Het financieel verslag bevat een overzicht van de met de activiteiten gemoeide uitgaven en inkomsten. Het vermeldt daarbij:

  • de periode waarin het project heeft plaatsgevonden;
  • de activiteiten die in dat kader zijn ondernomen;
  • de feitelijke kosten die voor de uitvoering gemaakt zijn.

3. Eventuele niet uitgegeven middelen of overschotten per 31 juli 2004 of middelen die in strijd met één of meer voorwaarden van deze regeling zijn besteed, worden teruggevorderd.

4. Het toegekende subsidiebedrag wordt (deels) teruggevorderd indien deelname aan het project voortijdig wordt beëindigd.

5. Het vastgestelde subsidiebedrag kan nooit hoger zijn dan dat van de verleende subsidie.

Artikel 17

Indien het subsidiebedrag hoger of gelijk is aan € 45.500,- gaat het financieel verslag vergezeld van een verklaring over de rechtmatigheid en de naleving van de subsidievoorwaarden door de subsidieontvanger, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De minister kan nadere verplichtingen opleggen in verband met de inrichting van de accountantsverklaring en met betrekking tot de accountantscontrole.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 18

Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 19

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling wordt geplaatst.

Artikel 20

Deze regeling wordt aangehaald als: Ontwikkelproject opleiden in de school in het primair onderwijs 2002-2004.