rijk/ministeriele-regeling/openstellingsbesluit-kaderregeling-kennis-en-advies-akkerbouw-en-vollegrondsgroe/BWBR0014362
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Openstellingsbesluit Kaderregeling kennis en advies (akkerbouw en vollegrondsgroenteteelt 2002) BWBR0014362 ministeriele-regeling geldend 2002-12-11 https://wetten.overheid.nl/BWBR0014362 Openstellingsbesluit Kaderregeling kennis en advies (akkerbouw en vollegrondsgroenteteelt 2002)

Openstellingsbesluit Kaderregeling kennis en advies (akkerbouw en vollegrondsgroenteteelt 2002)

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

Op grond van de regeling kunnen met ingang van 12 december 2002 tot en met 28 maart 2003 aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend door ondernemers die op hun bedrijf de akkerbouw of de vollegrondsgroenteteelt uitoefenen. De omvang, uitgedrukt in NGE, van de akkerbouw en de vollegrondsgroenteteelt tezamen bedraagt ten minste tweederde van de totale omvang, uitgedrukt in NGE, van het landbouwbedrijf.

Artikel 3

1.

Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend voor de categorieën van activiteiten:

a. a. bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de regeling, voor zover het betreft een of meer van de volgende activiteiten:

        i.
         Een startgesprek waarin aandacht wordt besteed aan de toekomstmogelijkheden van de ondernemer en het gezin. De werkzaamheden van de adviseur nemen ten hoogste 8 uur in beslag.
      
      
        ii.
         Begeleiding bij bedrijfsbeëindiging, individueel of in groepsverband. De werkzaamheden van de adviseur nemen ten hoogste 12 uur in beslag.
      
      
        iii.
         Evaluatie van de bedrijfsbeëindiging individueel of in groepsverband, met de nadruk op de emotionele aspecten van de bedrijfsbeëindiging. De werkzaamheden van de adviseur nemen ten hoogste 30 uur in beslag.

i. i. Een startgesprek waarin aandacht wordt besteed aan de toekomstmogelijkheden van de ondernemer en het gezin. De werkzaamheden van de adviseur nemen ten hoogste 8 uur in beslag. ii. ii. Begeleiding bij bedrijfsbeëindiging, individueel of in groepsverband. De werkzaamheden van de adviseur nemen ten hoogste 12 uur in beslag. iii. iii. Evaluatie van de bedrijfsbeëindiging individueel of in groepsverband, met de nadruk op de emotionele aspecten van de bedrijfsbeëindiging. De werkzaamheden van de adviseur nemen ten hoogste 30 uur in beslag. b. b. bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de regeling, voor zover het betreft het uitvoeren van een bedrijfsdoorlichting, waarbij aan de hand van onder meer financiële, sociale en technische aspecten de huidige bedrijfssituatie tegen de achtergrond van relevante omgevingsontwikkelingen wordt vergeleken met de situatie van andere bedrijven in de desbetreffende sector. c. c. bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de regeling, voor zover het betreft een of meer van de volgende activiteiten:

        i.
         Het opstellen van een bedrijfsontwikkelingsplan dat, op basis van in elk geval een bedrijfseconomische doorrekening van de huidige en alternatieve situaties, een advies bevat voor de toekomstige ontwikkeling van het landbouwbedrijf.
      
      
        ii.
         Het opstellen van een kennisplan, inhoudende een analyse van de kennisbehoefte van de ondernemer en de wijze waarop die kennis verkregen kan worden.
      
      
        iii.
         Het opstellen van een samenwerkingsplan, waarin de mogelijkheden tot samenwerking met een ander landbouwbedrijf worden geanalyseerd op basis van onder meer technische, economische en juridische aspecten.

i. i. Het opstellen van een bedrijfsontwikkelingsplan dat, op basis van in elk geval een bedrijfseconomische doorrekening van de huidige en alternatieve situaties, een advies bevat voor de toekomstige ontwikkeling van het landbouwbedrijf. ii. ii. Het opstellen van een kennisplan, inhoudende een analyse van de kennisbehoefte van de ondernemer en de wijze waarop die kennis verkregen kan worden. iii. iii. Het opstellen van een samenwerkingsplan, waarin de mogelijkheden tot samenwerking met een ander landbouwbedrijf worden geanalyseerd op basis van onder meer technische, economische en juridische aspecten. d. d. bedoeld in artikel 2, onderdeel e, van de regeling, voor zover het betreft een of meer van de volgende activiteiten:

        i.
         Het opstellen van een bedrijfsbeëindigingplan, waarin tenminste een stappenplan en een analyse van de fiscale en economische consequenties van de bedrijfsbeëindiging.
      
      
        ii.
         Het opstellen van een rapport waarin de mogelijkheden van de ondernemer om buiten de agrarische sector een nieuwe onderneming te starten in kaart worden gebracht.

i. i. Het opstellen van een bedrijfsbeëindigingplan, waarin tenminste een stappenplan en een analyse van de fiscale en economische consequenties van de bedrijfsbeëindiging. ii. ii. Het opstellen van een rapport waarin de mogelijkheden van de ondernemer om buiten de agrarische sector een nieuwe onderneming te starten in kaart worden gebracht. e. e. bedoeld in artikel 2, onderdeel f, van de regeling, voor zover het betreft een of meer van de volgende activiteiten:

        i.
         Het volgen van een opleiding of het deelnemen aan een training over strategisch ondernemerschap, waarin onder meer wordt ingegaan op strategische aanpak, managementmodellen, missie, visie en doelstellingen en analysemethoden.
      
      
        ii.
         Het volgen van een opleiding of het deelnemen aan een training over het concept van verantwoord ondernemen en de wijze waarop dat concept in het bedrijf van de ondernemer kan worden geïmplementeerd.
      
      
        iii.
         Het volgen van een opleiding of het deelnemen aan een training waar wordt ingegaan op de juridische, economische en technische aspecten van het aangaan van een samenwerkingsverband.

i. i. Het volgen van een opleiding of het deelnemen aan een training over strategisch ondernemerschap, waarin onder meer wordt ingegaan op strategische aanpak, managementmodellen, missie, visie en doelstellingen en analysemethoden. ii. ii. Het volgen van een opleiding of het deelnemen aan een training over het concept van verantwoord ondernemen en de wijze waarop dat concept in het bedrijf van de ondernemer kan worden geïmplementeerd. iii. iii. Het volgen van een opleiding of het deelnemen aan een training waar wordt ingegaan op de juridische, economische en technische aspecten van het aangaan van een samenwerkingsverband.

2.

Het subsidiepercentage, bedoeld in artikel 6, derde lid, van de regeling bedraagt:

a. a. voor de categorieën van activiteiten bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en d: 70%; b. b. voor de categorieën van activiteiten bedoeld in het eerste lid, onderdeel b en c: 50%, en c. c. voor de categorieën van activiteiten bedoeld in het eerste lid, onderdeel e: 30%

Artikel 4

Met betrekking tot deze aanvraagperiode bedraagt het subsidieplafond € 700.000.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 6

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit Kaderregeling kennis en advies (akkerbouw en vollegrondsgroenteteelt 2002).