rijk/ministeriele-regeling/openstellingsbesluit-lnv-subsidies-2009/BWBR0024549
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2009 BWBR0024549 ministeriele-regeling geldend 2009-03-24 https://wetten.overheid.nl/BWBR0024549 Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2009

Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2009

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

regeling: Regeling LNV-subsidies;

    verordening (EG) nr. 2200/96: verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sectoren groenten en fruit (PbEG L 297);

    verordening (EG) nr. 1782/2003: verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001.

Artikel 2

De subsidies, bedoeld in artikel 1:20 van de regeling, zijn de subsidies bedoeld in de volgende titels van hoofdstuk 2 van dit besluit:

    titel 1, 2, 3;

    titel 4, met uitzondering van subsidies genoemd in paragraaf 1;

    titel 5, met uitzondering van subsidies genoemd in paragraaf 1, 5 en 6;

    titel 6.

Hoofdstuk 2. Concurrerende landbouw

Titel 1. Beroepsopleiding en voorlichting

Artikel 3

1.

Aanvragen tot subsidieverlening voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 2:3, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door:

a. a. landbouwondernemingen die overwegen om te schakelen naar de biologische productiemethode, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode, die in omschakeling zijn of die reeds omgeschakeld zijn naar die biologische productiemethode; b. b. landbouwondernemingen werkzaam in de melkvee-, vleesvee-, schapen-, geiten-, varkens-, kalveren-, paarden-, pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenen-, of konijnenhouderij.

2. Aanvragen tot subsidieverlening voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 2:3, eerste lid, onderdeel a, van de regeling, kunnen worden ingediend door landbouwondernemingen die in liquiditeitsproblemen verkeren.

3.

De aanvragen worden ingediend:

a. a. voor zover het aanvragen betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, in de periode van 2 januari tot en met 30 november 2009; b. b. voor zover het aanvragen betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, in de periode van 1 april tot en met 15 mei 2009; c. c. voor zover het aanvragen betreft als bedoeld in het tweede lid, in de periode van 2 november tot en met 31 december 2009.

Artikel 4

1.

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, kunnen uitsluitend worden ingediend voor de in artikel 2:3, tweede lid, onderdelen a, b, c, d en g, van de regeling genoemde typen bedrijfsconsulten of de in het derde lid van dat artikel genoemde opleidingen, trainingen of voorlichtingsbijeenkomsten, en uitsluitend voor zover deze activiteiten betrekking hebben op:

a. a. de bedrijfseconomische gevolgen van de omschakeling naar, aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode; b. b. de markt- en afzetperspectieven voor de ondernemer bij omschakeling naar, de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode; c. c. de implementatie van de regelgeving voor de biologische productiemethode in de bedrijfsvoering; d. d. de aanpassingen in het bedrijfssysteem ten behoeve van de biologische productiemethode; e. e. de financieringsmogelijkheden van de voor omschakeling naar, de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode benodigde investeringen; f. f. het verwerven van technische kennis en vaardigheden van de biologische productiemethode, of g. g. het verwerven van kennis en vaardigheden voor het uitoefenen van een of meer andere activiteiten dan de primaire agrarische activiteit, met dien verstande dat de aanvrager de primaire agrarische activiteit blijft voortzetten.

2. In afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, kunnen geen aanvragen worden ingediend door landbouwondernemingen die lid zijn van een erkende telersvereniging als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 2200/96, tenzij door desbetreffende ondernemingen wordt aangetoond dat geen steun wordt ontvangen als bedoeld in artikel 15 of 16 van die verordening voor kosten die uit hoofde van artikel 2:3, tweede lid, onderdelen a, b, c, d en g, van de regeling kunnen worden gesubsidieerd.

Artikel 5

1. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, kunnen, voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering van bedrijfsconsulten, uitsluitend worden ingediend voor de in artikel 2:3, tweede lid, onderdelen a, b, c, d en g, van de regeling genoemde typen bedrijfsconsulten.

2.

De aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, tweede lid:

a. a. kunnen uitsluitend worden ingediend voor de in artikel 2:3, tweede lid, onderdelen a, c en d, van de regeling genoemde typen bedrijfsconsulten en voor zover deze ten minste betrekking hebben op:

        a.
        een beschrijving van de moeilijkheden waarin het bedrijf verkeert met een kwantificering daarvan;
      
      
        b.
        de stappen die de onderneming kan nemen die leiden tot verbetering en de financiële aspecten die daarbij aan de orde komen.

a. a. een beschrijving van de moeilijkheden waarin het bedrijf verkeert met een kwantificering daarvan; b. b. de stappen die de onderneming kan nemen die leiden tot verbetering en de financiële aspecten die daarbij aan de orde komen.

3.

De aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, tweede lid;

a. a. kunnen uitsluitend tot subsidieverlening leiden, indien de aanvrager een bankverklaring overlegt waaruit volgt dat de onderneming liquiditeitsproblemen ondervindt en daardoor volgens normaal bankgebruik geen financiering kan krijgen; b. b. kunnen uitsluitend tot subsidievaststelling leiden, indien de ingeschakelde adviseur of instelling voldoet aan artikel 2:8, tweede lid, onderdeel e, van de regeling.

4. Op de aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, is artikel 2:1a, aanhef en onderdeel a, van de regeling niet van toepassing.

Artikel 6

1. Onverminderd artikel 3 kunnen aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:3, eerste lid, onderdeel b, van de regeling worden ingediend door landbouwondernemingen voor zover die activiteiten betrekking hebben op het voldoen aan beheerseisen en bepalingen inzake goede landbouw- en milieucondities als bedoeld in artikel 3 en 6 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006.

2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden ingediend voor zover de activiteit door ten minste 8 en ten hoogste 20 personen werkzaam op een landbouwonderneming wordt gevolgd of bijgewoond.

3. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid kan slechts door één van de aan de bijeenkomst deelnemende ondernemingen worden ingediend in de periode van 1 april 2009 tot en met 31 augustus 2009.

4. Bij de rangschikking van de aanvragen, bedoeld in het eerste lid, wordt, voor zover van toepassing, voorrang gegeven aan landbouwondernemingen die tevens in 2008 een aanvraag hebben ingediend die vanwege overschrijding van het subsidieplafond van dat jaar is afgewezen.

Artikel 7

Per landbouwonderneming kan slechts één aanvraag tot subsidieverlening worden ingediend op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel a of b, artikel 3, tweede lid, of artikel 6, eerste lid.

Artikel 8

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 9

1. De subsidie bedraagt 50% van de totale kosten van het bedrijfsconsult, training of opleiding, met dien verstande dat de subsidie per dagdeel ten hoogste € 250 bedraagt en de subsidie in totaal ten hoogste € 1500 bedraagt.

2. De aanvraag tot subsidievaststelling voor subsidies als bedoeld in artikel 6, eerste lid, bevat de namen van de deelnemende ondernemingen.

Artikel 10

Het subsidieplafond bedraagt:

a. a. € 500.000 voor aanvragen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a; b. b. € 1.600.000 voor aanvragen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b; c. c. € 500.000 voor aanvragen als bedoeld in artikel 3, tweede lid. d. d. € 275.000 voor aanvragen als bedoeld in artikel 6, eerste lid.

Titel 2. Bedrijfsadviesdiensten

Artikel 11

1. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:8, eerste lid, van de regeling kunnen in de periode van 1 april tot en met 15 mei 2009 worden ingediend door landbouwondernemingen die rechtstreekse betalingen uit hoofde van verordening (EG) nr. 1782/2003 ontvangen.

2. Onder beheerseisen en minimumeisen als bedoeld in artikel 2:8, eerste lid, wordt verstaan: beheerseisen en bepalingen inzake goede landbouw- en milieucondities als bedoeld in artikel 3 en 6 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006.

3. De aanvragen kunnen uitsluitend betrekking hebben op adviezen als bedoeld in artikel 2:8, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van de regeling.

Artikel 12

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 13

De subsidie bedraagt 50% van de kosten van een bedrijfsadvies, met dien verstande dat de subsidie ten minste € 250 bedraagt.

Artikel 14

Het subsidieplafond bedraagt € 1.000.000.

Titel 3. Kennisverspreiding

Paragraaf 1. Praktijknetwerken

Artikel 15

1. Aanvragen tot subsidieverlening voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen die werkzaam zijn in de melkvee-, vleesvee-, schapen-, geiten-, varkens-, kalveren-, paarden-, pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij, of konijnenhouderij.

2. De aanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend voor projecten als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, onderdeel b, van de regeling en welke een duur hebben van ten hoogste twee jaar.

3. De aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend in de periode van 15 september tot en met 30 oktober 2009.

Artikel 16

De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 15, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking, waarbij de aanvragen hoger zijn gerangschikt naarmate:

a. a. het gekozen thema en de gekozen aanpak inhoudelijk meer vernieuwend zijn; b. b. de gekozen aanpak procesmatig meer perspectief biedt; c. c. het aangetoonde gezamenlijke belang van de deelnemers groter is; d. d. de kennis en ervaring effectiever worden verspreid, of e. e. het netwerk breder is samengesteld.

Artikel 17

De subsidie bedraagt 80 % van de subsidiabele kosten met dien verstande dat de subsidie ten hoogste € 25.000 bedraagt.

Artikel 18

Het subsidieplafond bedraagt € 1.000.000.

Paragraaf 2. Demonstratieprojecten

Artikel 19

Vervallen

Artikel 20

Vervallen

Artikel 21

Vervallen

Artikel 22

Vervallen

Artikel 23

Vervallen

Artikel 24

Vervallen

Titel 4. Onderzoek en ontwikkeling

Paragraaf 1. Innovatieprojecten

Artikel 25

Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een innovatieproject als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 2 februari tot en met 27 februari 2009 door landbouwondernemingen werkzaam in de melkvee-, vleesvee-, schapen-, geiten-, varkens-, kalveren-, paarden-, pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij, of konijnenhouderij, of door samenwerkingsverbanden van deze ondernemingen.

Artikel 26

1.

Aanvragen als bedoeld in artikel 25 hebben meer innovatief karakter als bedoeld in artikel 2:28, onderdeel a, van de regeling naarmate het project:

a. a. meer aansluit bij de programmalijnen van de desbetreffende sectorale innovatieagendas, of b. b. een meer duurzaam karakter heeft.

2. De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 25, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking.

Artikel 27

Het subsidieplafond bedraagt € 2.000.000.

Artikel 28

Per landbouwonderneming kan slechts een aanvraag tot subsidieverlening worden ingediend.

Paragraaf 2. Samenwerking bij Innovatieprojecten

Artikel 29

1. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:32, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen, met dien verstande dat de landbouwondernemingen werkzaam zijn in de melkvee-, vleesvee-, schapen-, geiten-, varkens-, kalveren-, paarden-, pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij, of konijnenhouderij.

2. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:32, eerste lid, van de regeling kunnen tevens worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen, met dien verstande dat de landbouwondernemingen werkzaam zijn in de bijenhouderij, glastuinbouw, paddestoelenteelt, akkerbouw, opengrondstuinbouw of teelt van plantaardig uitgangsmateriaal.

3. De aanvragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen worden ingediend in de periode van 1 juni tot met 15 juli 2009.

Artikel 30

1. De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 29, eerste en tweede lid, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking.

2. Projecten als bedoeld in artikel 29, eerste en tweede lid, hebben een meer innovatief karakter als bedoeld in artikel 2:33, onderdeel a, van de regeling naarmate het project meer aansluit bij de programmalijnen van de desbetreffende sectorale innovatieagendas.

3. Projecten als bedoeld in artikel 29, eerste lid, hebben een meer duurzaam karakter als bedoeld in artikel 2:33, onderdeel d, van de regeling naarmate het project meer aansluit bij de doelstellingen van de integraal duurzame en diervriendelijke stal of het houderijsysteem.

Artikel 31

Per samenwerkingsverband kan slechts een aanvraag worden ingediend.

Artikel 32

De subsidie bedraagt 35% van de subsidieabele kosten en ten hoogste € 500.000 voor het innovatieproject, met dien verstande dat voor kosten als bedoeld in artikel 2:35, eerste lid, onderdelen c en h, van de regeling de subsidie ten hoogste € 400.000 bedraagt.

Artikel 33

Het subsidieplafond bedraagt:

a. a. voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, € 3.250.000; b. b. voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 29, tweede lid, € 3.750.000.

Titel 5. Bedrijfsmodernisering

Paragraaf 1. Investeringen op het terrein van energiebesparing

Artikel 34

1.

Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering in:

a. a. een eerste energiescherm als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onderdeel B, van de regeling; b. b. een tweede energiescherm als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2, onderdeel B, van de regeling; c. c. een klimaatcomputer als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 3, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 3, onderdeel B, van de regeling; d. d. een kasdek met antireflectie als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 4, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 4, onderdeel B, van de regeling; e. e. een warmtebuffersysteem als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 5, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 5, onderdeel B, van de regeling; f. f. energieclusters als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 7, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 7, onderdeel B, van de regeling; g. g. een hogedruk vernevelingssysteem ten behoeve van kaskoeling als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 8, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door energie-extensieve glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 8, onderdeel B, van de regeling; h. h. een gevelscherm als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 9, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 9, onderdeel B, van de regeling, of i. i. ventilatoren of lucht-luchtwamtewisselaars als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 10, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door energie-extensieve en energie-intensieve glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 10, onderdeel B, van de regeling.

2. De aanvragen worden ingediend in de periode van 1 april tot en met 15 mei 2009.

3. De Minister rangschikt de aanvragen overeenkomstig artikel 1:6 van de regeling.

Artikel 35

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 36

1. De subsidie voor de in artikel 34, eerste lid, bedoelde investeringen wordt vastgesteld overeenkomstig hetgeen daaromtrent is bepaald in bijlage 1 bij dit besluit met betrekking tot de daarin onderscheiden landbouwondernemingen of samenwerkingsverbanden.

2. De volledige aanvraag tot subsidievaststelling wordt uiterlijk 1 jaar na subsidieverlening ingediend.

Artikel 37

Het subsidieplafond bedraagt € 5.100.000.

Paragraaf 2. Marktintroductie energieinnovaties

Artikel 38

1. Aanvragen tot subsidieverlening voor een investering in energieinnovaties als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt A, onderdeel a, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen en samenwerkingsverbanden als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt B, van de regeling, met uitzondering van glastuinbouwondernemingen die voor dezelfde energieinnovatie op grond van de Tijdelijke energieregeling markt en innovatie worden gesubsidieerd.

2.

De aanvragen kunnen worden ingediend:

a. a. in de periode van 2 februari tot en met 13 maart 2009, of b. b. in de periode van 15 september tot en met 30 oktober 2009.

Artikel 39

De subsidie voor de in artikel 38, eerste lid, bedoelde investeringen bedraagt 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 1.500.000.

Artikel 40

Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 38, eerste lid, bedraagt:

a. a. € 14.480.000 voor aanvragen als bedoeld in artikel 38, tweede lid, onderdeel a; b. b. € 4.000.000 voor aanvragen als bedoeld in artikel 38, tweede lid, onderdeel b.

Artikel 41

1. Aanvragen tot subsidieverlening voor een investering in energieinnovaties als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt A, onderdeel b, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen en samenwerkingsverbanden als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt B, van de regeling, met uitzondering van glastuinbouwondernemingen die voor dezelfde energieinnovatie op grond van de Tijdelijke energieregeling markt en innovatie worden gesubsidieerd.

2.

De aanvragen kunnen worden ingediend:

a. a. in de periode van 2 februari tot en met 13 maart 2009, of b. b. in de periode van 15 september tot en met 30 oktober 2009.

Artikel 42

De subsidie voor de in artikel 41, eerste lid, bedoelde investeringen bedraagt 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 2.000.000.

Artikel 43

Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 41, eerste lid, bedraagt:

a. a. € 10.000.000 voor aanvragen als bedoeld in artikel 41, tweede lid, onderdeel a; b. b. € 10.000.000 voor aanvragen als bedoeld in artikel 41, tweede lid, onderdeel b.

Artikel 44

In zoverre in afwijking van artikel 38, eerste lid, en artikel 41, eerste lid, kunnen geen aanvragen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen of samenwerkingsverbanden daarvan, indien deze ondernemingen lid zijn van een erkende telersvereniging als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 2200/96, tenzij wordt aangetoond dat geen steun wordt ontvangen als bedoeld in artikel 15 of 16 van die verordening voor kosten die uit hoofde van bijlage 2, hoofdstuk 2, van de regeling kunnen worden gesubsidieerd.

Artikel 45

Indien subsidie wordt verleend aan een samenwerkingsverband van een of meer glastuinbouwondernemingen en een of meer andere landbouwondernemingen en het aandeel van de met de investering opgewekte energie dat door die landbouwonderneming of -ondernemingen aan de glastuinbouwonderneming of glastuinbouwondernemingen wordt geleverd minder is dan 100% van de energiecapaciteit die met gebruik van de investering kan worden opgewekt, wordt de overeenkomstig artikel 39 vastgestelde subsidie naar rato van dat aandeel verlaagd.

Artikel 46

De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 38, eerste lid, en 41, eerste lid, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking, waarbij de aanvragen hoger zijn gerangschikt naarmate de energieinnovatie naar het oordeel van de commissie:

meer bijdraagt aan klimaatneutrale glastuinbouw door een zo laag mogelijk gebruik van primaire energie en een zolaag mogelijke CO_2-uitstoot; meer teelttechnisch en economisch perspectief heeft en meer perspectief biedt voor toepassing door andere ondernemingen, of een hoger niveau van doorontwikkeling vertegenwoordigt gericht op teelttechnische of economisch inpasbare systemen.

Paragraaf 3. Gecombineerde luchtwassystemen

Artikel 47

1. Aanvragen tot subsidieverlening voor een investering in gecombineerde luchtwassystemen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 3, punt A, van de regeling kunnen worden ingediend door landbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 3, punt B, van de regeling, met uitzondering van landbouwondernemingen gelegen in extensiveringsgebieden als bedoeld in artikel 1 van de Reconstructiewet.

2. De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 1 juni tot en met 15 juli 2009.

Artikel 48

1.

Overeenkomstig artikel 1:4 van de regeling wordt een aanvraag hoger gerangschikt naarmate:

a. a. bij de landbouwonderneming een in bijlage 2 van de Wet milieubeheer opgenomen grenswaarde voor zwevende deeltjes (PM10) op of na het bijbehorende tijdstip wordt overschreden of dreigt te worden overschreden en, deze onderneming als prioritaire landbouwonderneming is genoemd of aangeduid in een programma als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, van die wet (4 punten); b. b. de landbouwonderneming ten hoogste 1000 meter is verwijderd van een gebied als omschreven in bijlage 3 bij dit besluit (2 punten), en c. c. de aanvrager een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer heeft aangevraagd voor één of meer gecombineerde luchtwassystemen (1 punt).

2. Aanvragen tot subsidieverlening die op grond van het eerste lid inhoudelijk gelijk zijn gewaardeerd en daardoor niet kunnen worden verleend in verband met overschrijding van het subsidieplafond, worden door loting gerangschikt.

Artikel 49

1. Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot 30 september 2011.

2. Er kan slechts één aanvraag worden ingediend per inrichting bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, van de Wet Milieubeheer.

Artikel 50

In afwijking van artikel 1:15, derde lid, van de regeling komt niet-verrekenbare BTW niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 51

De subsidie bedraagt 35% van de subsidiabele kosten.

Artikel 52

Het subsidieplafond bedraagt € 20.000.000.

Paragraaf 4. Jonge landbouwers

Artikel 53

1. Aanvragen tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 2:42, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 juni tot en met 15 juli 2009.

2. Een jonge landbouwer kan slechts één aanvraag indienen.

Artikel 54

Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot 30 september 2011.

Artikel 55

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 56

In aanvulling op artikel 2:40, derde lid, van de regeling komt niet-verrekenbare BTW niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 57

1. Het subsidieplafond bedraagt € 7.200.000.

2.

In aanvulling op het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, geldt een additioneel subsidieplafond ten bedrage van:

a. a. € 167.442 voor jonge landbouwers gevestigd in Drenthe; b. b. € 186.047 voor jonge landbouwers gevestigd in Overijssel; c. c. € 558.140 voor jonge landbouwers gevestigd in Gelderland; d. d. € 57.433 voor jonge landbouwers gevestigd in Utrecht; e. e. € 93.023 voor jonge landbouwers gevestigd in Zeeland; f. f. € 465.116 voor jonge landbouwers gevestigd in Noord-Brabant; g. g. € 232.558 voor jonge landbouwers gevestigd in Noord-Holland; h. h. € 93.023 voor jonge landbouwers gevestigd in Limburg.

Artikel 58

1.

De Minister rangschikt de aanvragen voor subsidies als bedoeld in artikel 53, eerste lid, overeenkomstig artikel 1:5 van de regeling, met dien verstande dat per provincie voorrang wordt gegeven aan jonge landbouwers die op grond van de regeling ook in 2007 of 2008 aanvragen hebben ingediend en:

a. a. vanwege overschrijding van de subsidieplafonds in die jaren niet voor subsidieverlening in aanmerking kwamen en in 2009 opnieuw voor subsidie in aanmerking willen komen op grond van de regeling, en b. b. voldoen aan de voorwaarden van de regeling.

2. Na verlening van de aanvragen overeenkomstig het eerste lid, geschiedt, voor zover van toepassing, de toewijzing van de aanvragen waarvan de onderneming zijn hoofdvestiging heeft in de provincies die een additioneel subsidieplafond ter beschikking hebben gesteld.

Paragraaf 5. Investeringen op het terrein van integraal duurzame stallen en houderijsystemen

Artikel 59

1. Aanvragen tot subsidieverlening voor een investering in integraal duurzame stallen en houderijsystemen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 4, punt A, van de regeling kunnen worden ingediend door landbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 4, punt B, van de regeling, voor zover het betreft landbouwondernemingen op het gebied van de melkvee-, vleesvee-, schapen-, geiten-, varkens-, kalveren-, pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij, of konijnenhouderij.

2..

De aanvragen kunnen worden ingediend:

a. a. in de periode van 2 februari tot en met 27 februari 2009, of b. b. in de periode van 18 augustus tot en met 18 september 2009.

Artikel 60

1. De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 59, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking.

2.

Een aanvraag wordt hoger gerangschikt naarmate:

a. a. de integraal duurzame stal of houderijsysteem waarin wordt geïnvesteerd in de beginfase van marktintroductie verkeert; b. b. de investering in de integraal duurzame stal of houderijsysteem meer economisch of technisch perspectief heeft; c. c. er voor de investering in de integraal duurzame stal of houderijsysteem een betere verhouding tussen de prijs en kwaliteit bestaat, gezien het aangevraagde subsidiebedrag en de verbetering van het dierenwelzijn, en d. d. er voor de investering in de integraal duurzame stal of houderijsysteem een betere verhouding tussen de prijs en kwaliteit bestaat, gezien het aangevraagde subsidiebedrag en de verbetering van het milieu, diergezondheid of arbeidsomstandigheden.

Artikel 61

De subsidie bedraagt 35% van de subsidiabele kosten met dien verstande dat de subsidie ten hoogste € 200.000 bedraagt.

Artikel 62

Het subsidieplafond bedraagt:

a. a. € 4.700.000 voor aanvragen die zijn ingediend in de periode, bedoeld in artikel 59, tweede lid, onderdeel a; b. b. € 2.500.000 voor aanvragen die zijn ingediend in de periode, bedoeld in artikel 59, tweede lid, onderdeel b.

Artikel 63

De extra kosten, bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 4, punt C, van de regeling betreffen de kosten die worden gemaakt naast de norminvesteringen in een gangbare stal, als bedoeld in de kwantitatieve informatie veehouderij.

Artikel 64

De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van informatie waaruit blijkt in hoeverre een stal of houderijsysteem voldoet aan de definitie van integraal duurzame stal of houderijsysteem, bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 4, punt A, van de regeling.

Artikel 65

Er worden geen voorschotten verleend.

Paragraaf 6. Investeringen in technieken ter vermindering van de uitstoot fijn stof

Artikel 65a

1. Aanvragen tot subsidieverlening voor een investering in een techniek ter vermindering van de uitstoot fijn stof als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 5, punt A, van de regeling kunnen worden ingediend door landbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 5, punt B, van de regeling.

2. De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 2 november tot en met 15 december 2009.

3. De Minister rangschikt de aanvragen overeenkomstig artikel 1:6 van de regeling.

4. Er kan slechts één aanvraag worden ingediend per inrichting bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, van de Wet Milieubeheer.

Artikel 65b

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 65c

Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot 31 maart 2011.

Artikel 65d

In afwijking van artikel 1:15, derde lid, van de regeling komt niet-verrekenbare BTW niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 65e

De subsidie bedraagt 60% van de subsidiabele kosten.

Artikel 65f

Het subsidieplafond bedraagt € 5.000.000.

Titel 5a. Risico- en crisisbeheer

Artikel 65g

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld artikel 2:68 van de regeling, kunnen worden ingediend in de periode van 1 juli 2009 tot en met 31 juli 2009.

Artikel 65h

Het subsidieplafond bedraagt € 3.500.000.

Titel 6. Voedselkwaliteitsregelingen

Artikel 66

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 15 september tot en met 31 december 2009.

Artikel 67

Het subsidieplafond bedraagt € 500.000.

Artikel 68

Een landbouwonderneming kan per Skal-certificaat één aanvraag indienen.

Titel 6a. Overige bepalingen

Artikel 68a

Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 42, tweede lid, van het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2008 is opgehoogd met € 3.700.000.

Titel 7. Garantstelling

Artikel 68Aa

Aanvragen voor garantstellingen als bedoeld in Hoofdstuk 2, Titel 12, paragraaf 1, van de regeling kunnen worden ingediend met ingang van de inwerkingtreding van deze regeling tot en met 31 december 2009.

Artikel 68Ab

Het subsidieplafond bedraagt:

a. a. € 41.500.000 voor garantstellingen als bedoeld in artikel 2:79 van de regeling; b. b. € 112.500.000 voor garantstellingen als bedoeld in artikel 2:80 van de regeling.

Artikel 68Ac

Aanvragen tot garantstellingen als bedoeld in Hoofdstuk 2, Titel 12, paragraaf 2, van de regeling kunnen worden ingediend met ingang van de inwerkingtreding van deze regeling tot en met het tijdstip dat de Commissie verstrekking van steun in de vorm van garanties aan landbouwondernemingen op grond van punt 4.2.2 van de Mededeling van de Commissie Tijdelijke communautaire kaderregeling inzake staatssteun ter stimulering van de toegang tot financiering in de huidige financiële en economische crisis (PbEU C 16), na aanmelding als bedoeld in punt 5.2 van dat kader, aan de Nederlandse autoriteiten heeft toegestaan.

Artikel 68Ad

Het subsidieplafond voor aanvragen als bedoeld in artikel 2:82 van de regeling bedraagt € 100.000.000.

Hoofdstuk 3. Natuur, landelijk erfgoed en recreatie

Titel 1. Draagvlak natuur

Artikel 68b

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 2, van de regeling kunnen worden ingediend van 1 juli tot en met 31 juli 2009.

Artikel 68c

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 68a, bedraagt het subsidieplafond:

a. a. voor projecten als bedoeld in artikel 3:4, eerste en tweede lid, van de regeling: € 800.000; b. b. voor programmas als bedoeld in artikel 3:4, eerste en derde lid, van de regeling: € 1.700.000.

Artikel 68d

1. Voor zover na de periode voor indiening van de aanvraag bedoeld in artikel 68a het subsidieplafond bedoeld in artikel 68b, aanhef en onderdeel a, niet wordt bereikt, wordt het resterende bedrag opgeteld bij het subsidieplafond, genoemd in artikel 68b, aanhef en onderdeel b.

2. Voor zover na de periode voor indiening van de aanvraag bedoeld in artikel 68a het subsidieplafond bedoeld in artikel 68b, aanhef en onderdeel b, niet wordt bereikt, wordt het resterende bedrag opgeteld bij het subsidieplafond, genoemd in artikel 68b, aanhef en onderdeel a.

Titel 1a. Effectgerichte maatregelen

Artikel 69

Aanvragen tot verleningen van een subsidie als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 3, van de regeling kunnen worden ingediend tot en met 9 februari 2009.

Artikel 70

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 69, bedraagt het subsidieplafond ten aanzien van aanvragen door:

a. a. de Unie van Bosgroepen: € 1.576.706,65; b. b. de Landschappen: € 1.383.137,75; c. c. de Vereniging Natuurmonumenten: € 1.126.219,03; d. d. overige aanvragers: € 313.229,67.

Titel 2. Behoud en herstel historische buitenplaatsen

Artikel 71

1. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 4, paragraaf 2, van de regeling kunnen worden ingediend tot en met 31 januari 2009.

2. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 4, paragraaf 3, kunnen worden ingediend in de periode van 1 april 2009 tot en met 31 mei 2009.

Artikel 72

1. Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 71, eerste lid, bedraagt het subsidieplafond € 2.250.000.

2. Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 71, tweede lid, bedraagt het subsidieplafond € 215.000.

Titel 3. Nationale en grensoverschrijdende parken

Artikel 73

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 5, van de regeling kunnen worden ingediend tot en met 31 januari 2009.

Artikel 74

Het subsidieplafond bedraagt ten aanzien van aanvragen door:

a. a. de IVN Vereniging voor natuur- en milieueducatie: € 1.444.684,70; b. b. Stichting Samenwerkingsverband Nationale Parken: € 300.000.

Titel 3a. Ontwikkeling van het landschap

Artikel 74a

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 6, van de regeling kunnen worden ingediend tot en met 31 oktober 2009.

Artikel 74b

Het subsidieplafond bedraagt € 792.000.

Titel 4. Versterking natuur- en bosbeheer bij bos- en landgoedeigenaren

Artikel 75

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 8, kunnen worden ingediend tot en met 1 juli 2009.

Artikel 76

Het subsidieplafond bedraagt:

a. a. voor activiteiten, als bedoeld in artikel 3:51, tweede lid, sub a, van de regeling: € 190.000; b. b. voor activiteiten, als bedoeld in artikel 3:51, tweede lid, sub c, van de regeling € 167.000.

Titel 5. Behoud zeldzame landbouwhuisdierrassen

Artikel 77

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 10, kunnen worden ingediend in de periode van 2 februari 2009 tot en met 27 februari 2009.

Artikel 78

Het subsidieplafond bedraagt € 200.000.

Hoofdstuk 4. Visserij

Titel 1. Maatregelen van gemeenschappelijk belang

Paragraaf 1. Innovatieprojecten

Artikel 79

1. Aanvragen tot verlening van een subsidie voor innovatieprojecten als bedoeld in artikel 4:15, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 2 maart 2009 tot en met 30 maart 2009.

2. Het subsidieplafond bedraagt € 2.500.000.

Artikel 80

1. De subsidie bedraagt 60% van de subsidiabele kosten.

2. De subsidie bedraagt ten hoogste € 350.000.

Artikel 81

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van gemaakte en betaalde kosten en de kosten van eigen arbeid.

Paragraaf 2. Collectieve acties

Artikel 82

1. Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 4:22, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 2 maart tot en met 30 maart 2009.

2. Het subsidieplafond bedraagt € 2.500.000.

Artikel 83

1. De subsidie bedraagt 80% van de subsidiabele kosten voor aanvragers als bedoeld in artikel 4:22, tweede lid, onderdelen a en b, van de regeling.

2. De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten voor aanvragers als bedoeld in artikel 4:22, tweede lid, onderdeel c, van de regeling.

3. De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 82, eerste lid, bedraagt ten hoogste € 350.000.

Artikel 84

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van gemaakte en betaalde kosten en de kosten van eigen arbeid.

Paragraaf 3. Kwaliteit, rendement en nieuwe markten

Artikel 85

1. Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 4:27, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 juni tot en met 29 juni 2009.

2. Het subsidieplafond bedraagt € 700.000.

Artikel 86

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van gemaakte en betaalde kosten en de kosten van eigen arbeid.

Paragraaf 4. Certificering

Artikel 86a

1.

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 4:27, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend voor het volledig doorlopen van een beoordeling door onafhankelijke deskundigen in het kader van een traject ter certificering van visserijproducten die zijn gevangen of gekweekt met milieuvriendelijke productiemethoden, voor zover die beoordeling van gemeenschappelijk belang is voor een unieke vorm van visserij en schelpdierkweek, gedefinieerd aan de hand van:

a. a. de doelsoort; b. b. de vis- of kweekmethode, en c. c. het vis- of kweekgebied.

2. Een traject ter certificering als bedoeld in het eerste lid voldoet aan de Guidelines for the ecolabelling of fish and fishery products from marine capture fisheries van de Voedsel en Landbouw Organisatie van de Verenigde Naties.

3. Het gemeenschappelijke belang, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit het voor de eerste maal doorlopen van de beoordeling door onafhankelijke deskundigen, bedoeld in het eerste lid, dat een toegevoegde waarde heeft voor de betreffende unieke vorm van visserij en schelpdierkweek.

4.

Het vis- of kweekgebied, bedoeld in het eerste lid, kan bestaan uit:

a. a. het IJsselmeer, bedoeld in artikel 1, onderdeel t, van de Uitvoeringsregeling visserij; b. b. de binnenwateren, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Uitvoeringsregeling visserij, met uitzondering van het IJsselmeer; c. c. één van de kustwateren, bedoeld in artikel 2 van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970; d. d. de exclusieve 12-mijlszone, bedoeld in artikel 3 van de Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij, met inbegrip van het zeegebied, bedoeld in artikel 1 van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970, of e. e. een internationaal vastgesteld statistisch zeevisserijgebied.

5. In afwijking van het bepaalde in artikel 4:27, tweede lid, van de regeling komen een erkende beroepsorganisatie, een samenwerkingsverband van visserijondernemingen of een combinatie daarvan in aanmerking voor de subsidie.

Artikel 86b

1. Aanvragen als bedoeld in artikel 86a, eerste lid, kunnen worden ingediend in de periode van 1 september tot en met 31 december 2009.

2. Het subsidieplafond bedraagt € 1.000.000.

Artikel 86c

In afwijking van het bepaalde in artikel 4:29 van de regeling is artikel 1:6 van de regeling van toepassing op aanvragen als bedoeld in artikel 86a, eerste lid.

Artikel 86d

1.

In afwijking van het bepaalde in artikel 4:31 van de regeling komen de volgende kosten in aanmerking voor de subsidie:

a. a. kosten voor een procesbegeleider voor het certificeringstraject; b. b. aan derden verschuldigde kosten ter zake van noodzakelijke studies en onderzoeksactiviteiten ten behoeve van het certificeringstraject, en c. c. de overige kosten van het certificeringstraject, zoals overeengekomen met en in rekening gebracht door de certificeerder.

2. De kosten van offertes en voorstudies komen niet in aanmerking voor subsidie.

3. De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kunnen loonkosten of kosten van eigen arbeid omvatten.

4. Een aanvraag tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 86a, eerste lid, gaat vergezeld van offertes of prijsopgaven van de kosten, bedoeld in het eerste lid.

5. Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van gemaakte en betaalde kosten en de kosten van eigen arbeid.

Artikel 86e

De subsidie bedraagt 80% van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat de subsidie ten hoogste € 100.000 bedraagt.

Titel 2. Investeringen

Paragraaf 1. Investeringen in vissersvaartuigen

Artikel 87

1.

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 4:34 van de regeling kunnen worden ingediend voor het moderniseren van en het aanbrengen van voorzieningen aan boord van een vissersvaartuig waarmee de boomkorvisserij wordt uitgeoefend ten behoeve van de energie-efficiëntie en de selectiviteit, door middel van:

a. a. de omschakeling van de visserij met de boomkor naar visserij met de twinrig, flyshoot of squidjig; b. b. verkorting van de som van de totale lengte van de boomkor van 24 meter naar 20 meter.

2. Aanvragen als bedoeld in het eerste lid kunnen worden ingediend in de periode van 2 januari tot en met 31 januari 2009.

3. Het subsidieplafond bedraagt € 2.000.000.

Artikel 88

De aanvraag tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 87, eerste lid, gaat vergezeld van offertes of prijsopgaven voor de aan te schaffen apparatuur, de werkzaamheden ten behoeve van de installatie en de werkzaamheden ten behoeve van de noodzakelijke aanpassingen aan het vissersvaartuig.

Artikel 89

De aanvragen, bedoeld in artikel 87, eerste lid, kunnen worden ingediend door eigenaren van vissersvaartuigen waarmee de boomkorvisserij wordt uitgeoefend, indien:

a. a. het vaartuig geregistreerd staat in het visserijregister, bedoeld in artikel 6 van het Besluit Registratie vissersvaartuigen 1998; b. b. het motorvermogen van het vaartuig meer dan 735 kW is.

Artikel 90

1. De subsidie bedraagt 20% van de subsidiabele kosten voor een omschakeling als bedoeld in artikel 87, eerste lid, onderdeel a.

2. De subsidie voor een omschakeling als bedoeld in artikel 87, eerste lid, onderdeel a, bedraagt ten hoogste € 100.000.

3. De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten voor een verkorting van de boomkor als bedoeld in artikel 87, eerste lid, onderdeel b.

4. De subsidie voor een verkorting van de boomkor als bedoeld in artikel 87, eerste lid, onderdeel b, bedraagt ten hoogste € 50.000.

Artikel 91

De aanvraag tot vaststelling van subsidie als bedoeld in artikel 87, eerste lid, gaat vergezeld van facturen en betaalbewijzen van de ten behoeve van de investering gemaakte kosten.

Artikel 92

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van gemaakte en betaalde kosten en de kosten van eigen arbeid.

Paragraaf 1a. Investeringen in mosselzaadinvanginstallaties

Artikel 92a

In deze paragraaf wordt verstaan onder productie-installatie: een vaste of drijvende installatie voor het invangen van mosselzaad bestaande uit invangsubstraat, verbindingsmateriaal, al dan niet voorzien van drijvers en veiligheidsvoorzieningen voor zover direct verbonden met de installatie en ankermateriaal.

Artikel 92b

1. Aanvragen tot verlening van subsidie als bedoeld in artikel 4:40, eerste lid, onderdeel a, van de regeling kunnen worden ingediend voor de aankoop, bouw en eerste plaatsing van productie-installaties.

2. Onverminderd artikel 4:40, tweede lid, van de regeling wordt slechts subsidie verleend aan rechthebbenden op een vergunning als bedoeld in artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij om met een vissersvaartuig op mosselen te vissen in de Waddenzee.

3. Per onderneming kan slechts één aanvraag tot subsidieverlening worden ingediend.

Artikel 92c

1. Aanvragen als bedoeld in artikel 92b, eerste lid, kunnen worden ingediend in de periode van 12 oktober tot en met 26 oktober 2009.

2. Het subsidieplafond bedraagt € 1.700.000.

Artikel 92d

1. De artikelen 1:9, tweede lid, en artikel 4:42 van de regeling zijn niet van toepassing op aanvragen als bedoeld in artikel 92b, eerste lid.

2. Een aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van een investeringsplan met daarin een beschrijving van de productie-installatie en een onderbouwde inschatting van de kosten voor aankoop, bouw en eerste plaatsing van die installatie.

Artikel 92e

Artikel 4:41, eerste lid, onderdeel b, van de regeling is niet van toepassing op aanvragen als bedoeld in artikel 92b, eerste lid.

Artikel 92f

In afwijking van artikel 4:45, eerste lid, van de regeling komen kosten voor aankoop, bouw en eerste plaatsing van een nieuwe productie-installatie in aanmerking voor subsidie.

Artikel 92g

Artikel 1:13, tweede lid, van de regeling is niet van toepassing op een subsidieontvanger die op grond van artikel 92b een subsidie is verleend.

Artikel 92h

In afwijking van artikel 4:43 van de regeling is de subsidieontvanger verplicht:

a. a. de aankoop, bouw en eerste plaatsing van de productie-installatie uit te voeren binnen achttien maanden na de datum van subsidieverlening, en b. b. de productie-installatie in gebruik te nemen in de Nederlandse kustwateren.

Artikel 92i

In afwijking van artikel 4:46, derde lid, van de regeling bedraagt de subsidie ten hoogste € 100.000.

Artikel 92j

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van de facturen en betaalbewijzen van de ten behoeve van de investering gemaakte kosten.

Artikel 92k

1. Artikel 1:14, vierde lid, en artikel 4:44 van de regeling zijn niet van toepassing op een aanvraag tot vaststelling van een subsidie voor een productie-installatie.

2. In aanvulling op artikel 1:14 van de regeling gaat een aanvraag tot vaststelling van een subsidie voor een productie-installatie vergezeld van facturen en betaalbewijzen van de ten behoeve van de investering gemaakte kosten en bevat de geografische locatie van het project.

Paragraaf 2. Investeringen in verwerking en afzet

Artikel 93

1. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 4:47, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 2 februari tot en met 2 maart 2009.

2. Het subsidieplafond bedraagt € 1.500.000.

Artikel 94

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van gemaakte en betaalde kosten en de kosten van eigen arbeid.

Paragraaf 3. Garantstelling

Artikel 94a

1. Aanvragen tot verstrekking van een garantstelling als bedoeld in artikel 4:53 van de regeling kunnen worden ingediend van 1 januari tot en met 31 december 2009.

2. Het maximumbedrag, bedoeld in artikel 4:57, eerste lid, van de regeling, wordt voor 2009 vastgesteld op € 4.000.000,.

Hoofdstuk 4a. Onderwijs

Titel 1. Groene-plus lectoraten

Artikel 94b

Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een lectoraat als bedoeld in artikel 4a:3 van de regeling, kunnen worden ingediend in de periode 15 juli 2009 tot 15 september 2009.

Artikel 94c

De hoogte van het subsidiebedrag bedraagt maximaal € 120.000 per jaar.

Artikel 94d

De duur van de subsidieverlening bedraagt maximaal 4 jaar.

Artikel 94e

Het subsidieplafond bedraagt € 3.840.000.

Hoofdstuk 4b. Overige subsidies

Titel 1. Diversificatie in de suikersector

Artikel 94f

1. Aanvragen tot subsidieverlening voor de activiteiten, bedoeld in artikel 5:3, tweede lid, onderdeel a, van de regeling kunnen worden ingediend door de suikerbietentelers die in 2007 in hun verzamelaanvraag ten behoeve van de landbouwtellingen 2007 hebben aangegeven dat zij beschikken over percelen met suikerbieten.

2. Aanvragen tot subsidieverlening voor de activiteiten, bedoeld in artikel 5:3, tweede lid, onderdeel b, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingverbanden van suikerbietentelers of voormalige suikerbietentelers, die in 2007 in hun verzamelaanvraag ten behoeve van de landbouwtellingen 2007 hebben aangegeven dat zij beschikken over percelen met suikerbieten, onderling of met verwerkende industrie of derden.

3. Aanvragen tot subsidieverlening voor de activiteiten, bedoeld in artikel 5:3, tweede lid, onderdeel c, van de regeling kunnen worden ingediend door de suikerbietentelers, die in 2007 in hun verzamelaanvraag ten behoeve van de landbouwtellingen 2007 hebben aangegeven dat zij beschikken over percelen met suikerbieten, of samenwerkingsverbanden van suikerbietentelers.

4. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 5:3 van de regeling, kunnen worden ingediend in de periode 17 augustus 2009 tot en met 30 september 2009.

Artikel 94g

Het subsidieplafond bedraagt:

a. a. € 8.000.000 voor aanvragen tot verlening van subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 5:3, tweede lid, onderdeel a, van de regeling; b. b. € 3.500.000 voor aanvragen tot verlening van subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 5:3, tweede lid, onderdeel b, van de regeling; c. c. € 370.108 voor aanvragen tot verlening van subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 5:3, tweede lid, onderdeel c, van de regeling.

Hoofdstuk 5. Beoordelingscommissies

Artikel 95

1. Als beoordelingscommissie bedoeld in de artikelen 16, 22, 26, 30, 46 en 60, wordt ingesteld de beoordelingscommissie concurrerende landbouw.

2. De beoordelingscommissie, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit de heer drs. J.P.J. Lokker en de heer ir. J.T.G.M. Koolen.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 96

1. Het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2008 wordt ingetrokken.

2. De verlening en vaststelling van een subsidie die is aangevraagd onder het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2008 wordt afgehandeld op grond van het recht zoals dat gold voorafgaand aan de intrekking van dat besluit.

Artikel 97

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.

Artikel 98

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2009.

Bijlage 1. Hoogte van het subsidiepercentage en de subsidiabele kosten bij Investeringen op het terrein van energiebesparing als bedoeld in

Bijlage 2. Rekenmodel als bedoeld in

Bedrijfsnaam:

Eigenaar/indiener:

Bedrijfsadres:

Postcode/plaats:

Bedrijfswebsite:

Correspondentieadres:

Postcode/plaats:

Telefoonnummer:

E-mailadres:

Aanvraagnummer:

De berekeningen zijn gemaakt op grond van de door de aanvrager ingevulde karakteristieken met betrekking tot het verwarmings- en koelingsysteem, de installaties die in kas en ketelhuis worden voorzien en het door de tuinder gewenste kasklimaat.

Als rekenmodel wordt gebruik gemaakt van programmatuur die in het kader van het project Synergie is ontwikkeld ten behoeve van de technische, energetische en economische beoordeling van gesloten kasconcepten. Dit rekenmodel is gebouwd en wordt onderhouden door de Business Unit Glas van Wageningen UR.

Het model rekent op uurbasis de warmte- en koudebehoefte van de door de aanvrager beschreven kasconfiguratie in een gemiddeld Nederlands jaar. Vanuit deze gegevens wordt voor elk uur uitgerekend welke gas-, elektriciteits-, CO_2-behoefte en laagwaardig warmtegebruik of -overschot voor deze kas verwacht mag worden.

Deze berekening wordt gemaakt voor de geconditioneerde kas en voor een relevante referentie.

De vergelijking van de berekende CO_2-emissie voor het hierbij ingediende geconditioneerde kasconcept met de referentie leidt tot de conclusie dat de verwachte CO_2-emissiereductie ……… bedraagt.

Bijlage 3. Gebied als bedoeld in