40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2012 | BWBR0030762 | ministeriele-regeling | geldend | 2012-09-07 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0030762 | Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2012 |
Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2012
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*Minister:* Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
b. b.
*regeling:*
Regeling LNV-subsidies;
c. c.
*verordening (EG) nr. 2200/96:*
verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sectoren groenten en fruit (PbEG L 297);
d. d.
*verordening (EG) nr. 73/2009:*
verordening (EG) Nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PbEU L 30).
Artikel 2
1.
De subsidies, bedoeld in artikel 1:3, vijfde lid, van de regeling, zijn de subsidies bedoeld in de volgende hoofdstukken en titels van dit besluit:
a. a.
hoofdstuk 2;
b. b.
hoofdstuk 4.
2. De subsidies, bedoeld in artikel 1:20 van de regeling, zijn de subsidies bedoeld in de volgende titels van hoofdstuk 2 van dit besluit: titel 1 tot en met 5.
Hoofdstuk 2. Concurrerende landbouw
Titel 1. Bedrijfsadviesdiensten
Artikel 3
1. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:8, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 2 april 2012 tot en met 14 mei 2012 door landbouwondernemingen die rechtstreekse betalingen uit hoofde van verordening (EG) nr. 73/2009 ontvangen.
2. Onder beheerseisen en minimumeisen als bedoeld in artikel 2:8, eerste lid, wordt verstaan: beheerseisen en bepalingen inzake goede landbouw- en milieucondities als bedoeld in artikel 3 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006.
3. De aanvragen kunnen uitsluitend betrekking hebben op adviezen als bedoeld in artikel 2:8, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van de regeling.
Artikel 4
De subsidie bedraagt 50% van de kosten van een bedrijfsadvies en ten minste € 250.
Artikel 5
Het subsidieplafond bedraagt € 600.000.
Artikel 6
Er worden geen voorschotten verleend.
Titel 2. Kennisverspreiding (praktijknetwerken)
Artikel 7
1.
Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door:
a. a. samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen; b. b. samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen of kennisinstellingen, met dien verstande dat een samenwerkingsverband uit minimaal acht deelnemers bestaat.
2. De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kunnen uitsluitend worden ingediend voor projecten als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, onderdeel c, van de regeling en hebben een duur van ten hoogste twee jaar.
3. De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kunnen uitsluitend worden ingediend voor projecten als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, onderdeel c, van de regeling en hebben een duur van ten hoogste tweeënhalf jaar.
4. De aanvragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen worden ingediend in de periode van 1 mei 2012 tot en met 31 mei 2012.
5. In afwijking van artikel 1:14, eerste lid, van de regeling, kunnen aanvragen tot subsidievaststelling worden ingediend tot en met 1 juli 2015.
Artikel 8
1. De subsidie bedraagt voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, 80% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 40.000.
2. De subsidie bedraagt voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, 70% van de subsidiabele kosten, en bedraagt ten minste € 100.000 en ten hoogste € 250.000.
Artikel 9
Het subsidieplafond bedraagt:
a. a. voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, € 1.800.000; b. b. voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, € 3.000.000.
Artikel 10
De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 7, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking, waarbij aanvragen hoger zijn gerangschikt naarmate:
a. a. het gekozen thema en de gekozen aanpak van het project inhoudelijk meer vernieuwend zijn; b. b. het project een meer duurzaam karakter heeft; c. c. de samenstelling van het samenwerkingsverband beter past bij het project; d. d. de kennis en ervaring effectiever worden verspreid; e. e. het project beter aansluit bij de agenda’s van de topsectoren agro & food onderscheidenlijk tuinbouw & uitgangsmaterialen.
Artikel 11
Artikel 1:19, derde lid, van de regeling is van toepassing.
Titel 2a. Demonstratieprojecten
Artikel 11a
1. Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2:14, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend voor projecten die betrekking hebben op de thema’s, bedoeld in artikel 2:15, eerste lid, onderdeel g of onderdeel v, voor zover deze projecten zich richten op vernieuwingen die een bijdrage leveren aan het bereiken van de doelstellingen, genoemd in artikel 2 van het convenant Schone en Zuinige Agrosectoren.
2. De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen uitsluitend worden ingediend door landbouwondernemingen of een samenwerkingsverband van landbouwondernemingen onderling, dan wel met agro-MKB ondernemingen, bosbouwondernemingen of MKB ondernemingen werkzaam in de voedselindustrie, met dien verstande dat de landbouwondernemingen werkzaam zijn in de sectoren: veehouderij, akkerbouw, tuinbouw open teelt, bloembollen, bolbloemen, paddenstoelen of glastuinbouw.
3. De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden ingediend in de periode van 2 april 2012 tot en met 14 mei 2012.
Artikel 11b
De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen advies uit in de vorm van een rangschikking.
Artikel 11c
In aanvulling op artikel 2:16 van de regeling wordt een project als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, hoger gerangschikt, naarmate het project:
a. a. meer bijdraagt aan de doelstellingen, genoemd in artikel 2 van het convenant Schone en Zuinige Agrosectoren; b. b. meer bijdraagt aan de voor de sectoren, genoemd in artikel 11a, tweede lid, relevante convenantafspraken als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 8 van het convenant Schone en Zuinige Agrosectoren; c. c. een gunstigere verhouding heeft tussen de kosten en de doelstellingen, genoemd in artikel 2 van het convenant Schone en Zuinige Agrosectoren.
Artikel 11d
1. De subsidie bedraagt voor aanvragen van subsidie als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.
2. Indien het project wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband van uitsluitend landbouwondernemingen, bedraagt de subsidie voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, in afwijking van het eerste lid ten hoogste 70% van de subsidiabele kosten.
Artikel 11e
1. Het subsidieplafond voor aanvragen van subsidie als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, bedraagt € 4.200.000.
2. In aanvulling op het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, geldt een additioneel subsidieplafond van het Productschap Tuinbouw van € 202.000 voor projecten ingediend door glastuinbouwondernemingen, met dien verstande dat per project ten hoogste 20% van het subsidiebedrag ten laste komt van het additionele subsidieplafond.
Artikel 11f
Artikel 1:19, derde lid, van de regeling is van toepassing.
Titel 3. Onderzoek en ontwikkeling (samenwerking bij innovatieprojecten)
Artikel 12
1. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:32, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen, met dien verstande dat het innovatieproject past binnen één of meerdere van de nieuwe uitdagingen: klimaatverandering, waterbeheer, hernieuwbare energie en biodiversiteit.
2. De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden ingediend in de periode van 1 februari 2012 tot en met 24 februari 2012.
3. In afwijking van artikel 1:14, eerste lid, van de regeling, kunnen aanvragen tot subsidievaststelling worden ingediend tot en met 1 juli 2015.
Artikel 13
De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 12, eerste lid, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking.
Artikel 14
Per samenwerkingsverband kan slechts een aanvraag worden ingediend.
Artikel 15
De subsidie bedraagt voor aanvragen van subsidie als bedoeld in artikel 12, eerste lid, 35% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 500.000 voor het innovatieproject, met dien verstande dat voor kosten als bedoeld in artikel 2:35, eerste lid, onderdelen c en h, van de regeling de subsidie ten hoogste € 400.000 bedraagt.
Artikel 16
Het subsidieplafond bedraagt voor aanvragen van subsidie als bedoeld in artikel 12, eerste lid, € 8.000.000.
Titel 4. Bedrijfsmodernisering
Paragraaf 1. Marktintroductie energie-innovaties
Artikel 17
1. Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering in energie-innovaties, niet zijnde aardwarmteprojecten, als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt A, onderdeel a, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen en samenwerkingsverbanden als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt B, van de regeling, met uitzondering van glastuinbouwondernemingen die voor dezelfde energie-innovatie op grond van artikel 2.3.2 van de Subsidieregeling Energie en Innovatie worden gesubsidieerd.
2.
De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van:
a. a. 1 februari 2012 tot en met 15 maart 2012, of b. b. 24 september 2012 tot en met 29 oktober 2012.
Artikel 18
De subsidie bedraagt voor aanvragen van subsidie als bedoeld in artikel 17, eerste lid, 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 1.500.000.
Artikel 19
Het subsidieplafond voor aanvragen van subsidie als bedoeld in artikel 17, eerste lid, bedraagt:
a. a. € 3.000.000 voor aanvragen ingediend in de periode, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel a; b. b. € 4.000.000 voor aanvragen ingediend in de periode, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel b.
Artikel 20
1. Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering in energie-innovaties als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt A, onderdeel b, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen en samenwerkingsverbanden als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt B, van de regeling, met uitzondering van glastuinbouwondernemingen die voor dezelfde energie-innovatie op grond op grond van artikel 2.3.2 van de Subsidieregeling Energie en Innovatie worden gesubsidieerd.
2.
De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van:
a. a. 1 februari 2012 tot en met 15 maart 2012, of b. b. 24 september 2012 tot en met 29 oktober 2012.
Artikel 21
De subsidie bedraagt voor aanvragen van subsidie als bedoeld in artikel 20, eerste lid, 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 1.500.000, met dien verstande dat de subsidiabele kosten worden gemaximeerd op € 100/m^2 opervlak voor het gesloten en bijbehorende open gedeelte of het totale oppervlak semi-gesloten kas.
Artikel 22
Het subsidieplafond voor aanvragen van subsidie als bedoeld in artikel 20, eerste lid, bedraagt:
a. a. € 2.000.000 voor aanvragen ingediend in de periode, bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel a; b. b. € 3.500.000 voor aanvragen ingediend in de periode, bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel b.
Artikel 23
In afwijking van artikel 17, eerste lid, en artikel 20, eerste lid, kunnen geen aanvragen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen of samenwerkingsverbanden daarvan, indien deze ondernemingen lid zijn van een erkende telersvereniging als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 2200/96, tenzij wordt aangetoond dat geen steun wordt ontvangen als bedoeld in artikel 15 of 16 van die verordening voor kosten die uit hoofde van bijlage 2, hoofdstuk 2, van de regeling kunnen worden gesubsidieerd.
Artikel 24
Indien subsidie wordt verleend aan een samenwerkingsverband van een of meer glastuinbouwondernemingen en een of meer andere landbouwondernemingen en het aandeel van de met de investering opgewekte energie dat door die landbouwonderneming of -ondernemingen aan de glastuinbouwonderneming of glastuinbouwondernemingen wordt geleverd minder is dan 100% van de energiecapaciteit die met gebruik van de investering kan worden opgewekt, wordt de overeenkomstig artikel 19 vastgestelde subsidie naar rato van dat aandeel verlaagd.
Artikel 25
De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 17, eerste lid, en 20, eerste lid, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking, waarbij de aanvragen hoger zijn gerangschikt naarmate de energie-innovatie naar het oordeel van de commissie:
a. a. meer bijdraagt aan klimaatneutrale glastuinbouw door een zo laag mogelijk gebruik van primaire energie en een zo laag mogelijke CO_2 -uitstoot; b. b. meer teelttechnisch en economisch perspectief heeft en meer perspectief biedt voor toepassing door andere ondernemingen, of c. c. gericht op teelttechnische of economische inpasbare systemen. een hoger niveau van doorontwikkeling vertegenwoordigt
Paragraaf 2. Jonge landbouwers
Artikel 25a
1. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:42, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 26 oktober 2012.
2. Een jonge landbouwer kan slechts één aanvraag indienen.
Artikel 25b
Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot en met 1 juli 2015.
Artikel 25c
Er worden geen voorschotten verleend.
Artikel 25d
Het subsidieplafond bedraagt € 5.300.000.
Artikel 25e
1. De subsidiabele kosten bedragen niet meer dan € 80.000.
2. De subsidie bedraagt ten minste € 5000 en ten hoogste 25% van de subsidiabele kosten.
Paragraaf 3. Verdergaande verduurzaming land- en tuinbouw in het kader van nieuwe uitdagingen (POP NU)
Artikel 25f
1. Een aanvraag tot verlening van een subsidie voor een investering als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt A, categorieën 1 en 2 van de regeling kan worden ingediend in de periode van 2 juli 2012 tot en met 27 juli 2012.
2. Een aanvraag tot verlening van een subsidie voor een investering als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt A, categorieën 3, 4 en 5 van de regeling kan worden ingediend in de periode van 3 december 2012 tot en met 28 december 2012.
3. Per landbouwonderneming, bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt B, wordt één aanvraag ingediend per categorie, die betrekking kan hebben op één of meerdere apparaten, installaties of machines onderscheiden in de categorieën 1, 2, 3, 4 en 5, bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt A, van de regeling.
4. Landbouwondernemingen die in het jaar 2010 en 2011 voor apparatuur, installaties of machines onderscheiden in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt A, subsidie toegewezen hebben gekregen voor één of meer categorieën komen niet voor subsidie in aanmerking.
5. Landbouwondernemingen die in het jaar 2012 subsidie toegewezen hebben gekregen op grond van hoofdstuk 2a, paragraaf 11, van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, komen niet in aanmerking voor subsidie.
6. Artikel 1:5 is van toepassing.
Artikel 25g
Er worden geen voorschotten verleend.
Artikel 25h
Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot en met 1 juli 2015 en per landbouwonderneming bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt B kan in die periode maximaal één aanvraag per categorie gedaan worden.
Artikel 25i
1.
De subsidie voor apparatuur, installaties of machines als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt A, van de regeling bedraagt:
a. a. 35% van de subsidiabele kosten voor apparatuur, installaties of machines als bedoeld in categorie 1, onderdelen b tot en met g, categorie 4, onderdelen a tot en met e, en categorie 5. b. b. 25% van de subsidiabele kosten voor apparatuur, installaties of machines als bedoeld in categorie 1, onderdeel a, categorie 2, categorie 3 en categorie 4, onderdeel f.
2. De subsidie per categorie bedraagt ten minste € 5.000 en ten hoogste € 100.000.
Artikel 25j
1.
Het subsidieplafond voor investeringen in apparatuur, installaties of machines als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt A, van de regeling bedraagt:
a. a. € 3.750.000 voor categorie 1; b. b. € 3.750.000 voor categorie 2; c. c. € 3.750.000 voor categorie 3; d. d. € 3.750.000 voor de categorieën 4 en 5.
2.
In aanvulling op het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, geldt een additioneel subsidieplafond ten bedrage van:
a. a. € 315.000 voor investeringen in apparatuur, installaties of machines als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt A, categorie 1, die integraal onderdeel uitmaken van een co-vergistingsinstallatie of een vergistingsinstallatie, voor landbouwondernemingen die gevestigd zijn in de provincie Utrecht; b. b. € 925.000 voor investeringen in apparatuur, installaties of machines als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt A, categorieën 4 en 5, voor landbouwondernemingen die gevestigd zijn in de provincie Utrecht.
Paragraaf 4. Duurzame stallen en houderijsystemen rond N2000
Artikel 25k
1.
Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering in een integraal duurzame stal of houderijsysteem als bedoeld in Bijlage 2, Hoofdstuk 4, punt A, van de regeling kunnen worden ingediend door landbouwondernemingen die werkzaam zijn in de:
a. a. melkveehouderij; b. b. vleesveehouderij; c. c. schapenhouderij; d. d. geitenhouderij; e. e. varkenshouderij; f. f. kalverenhouderij g. g. pluimveehouderij, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij, of h. h. konijnenhouderij,
2. Het eerste lid is niet van toepassing op varkens- en pluimveehouderijen gelegen in extensiveringsgebieden als bedoeld in artikel 1 van de Reconstructiewet.
3. De landbouwondernemingen, bedoeld in het eerste lid, zijn ten hoogste 3.000 meter verwijderd van een gebied als beschreven in bijlage 2 bij dit besluit.
4.
De investering in een integraal duurzame stal of houderijsysteem als bedoeld in het eerste lid leidt tot een emissiewaarde van ten hoogste 75% ten opzichte van:
a. a. de maximale emissiewaarde voor de specifieke diercategorie als bedoeld in Bijlage 1 bij het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij; b. b. de emissiefactor voor overige huisvesting in de bijlage bij de Regeling ammoniak en veehouderij, indien er voor de betreffende diercategorie geen maximale emissiewaarde is vastgesteld in Bijlage 1 bij het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij.
5. De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 15 juli 2012 tot en met 31 augustus 2012.
Artikel 25l
1. De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 25k, eerste lid, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking.
2.
Overeenkomstig artikel 1:4 van de regeling wordt een aanvraag hoger gerangschikt:
a. a. indien de integraal duurzame stal of houderijsysteem waarin wordt geïnvesteerd in de beginfase van marktintroductie verkeert; b. b. naarmate de investering in de integraal duurzame stal of houderijsysteem meer economisch of technisch perspectief heeft; c. c. naarmate er voor de investering in de integraal duurzame stal of houderijsysteem een betere verhouding tussen de prijs en kwaliteit bestaat, gezien het aangevraagde subsidiebedrag en de verbetering van het dierenwelzijn; d. d. naarmate er voor de investering in de integraal duurzame stal of houderijsysteem een betere verhouding tussen de prijs en kwaliteit bestaat, gezien het aangevraagde subsidiebedrag en de verbetering van het milieu, diergezondheid of arbeidsomstandigheden; e. e. naarmate de vermindering van de uitstoot van ammoniak hoger is, en f. f. naarmate de landbouwonderneming al dan niet in het bezit is van de in voorkomend geval noodzakelijke vergunningen voor de uitvoering van het investeringsplan dan wel deze vergunningen heeft aangevraagd op het moment van de aanvraag tot subsidieverlening.
3. Aanvragen tot subsidieverlening die op grond van het tweede lid inhoudelijk gelijk zijn gewaardeerd en niet kunnen worden verleend in verband met overschrijding van het subsidieplafond, worden door loting gerangschikt.
Artikel 25m
1. De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat de subsidie ten hoogste € 250.000 bedraagt.
2. In aanvulling op het eerste lid, bedraagt de hoogte van de subsidie voor aanvragers gevestigd in het gebied Groot Wilnis Vinkeveen in de provincie Utrecht ten hoogste € 50.000.
Artikel 25n
1. Het subsidieplafond bedraagt € 8.000.000.
2. In aanvulling op het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, geldt een additioneel subsidieplafond ten bedrage van € 678.000 voor aanvragers gevestigd in Limburg.
3. In aanvulling op het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, geldt een additioneel subsidieplafond ten bedrage van € 200.000 voor aanvragers gevestigd in het gebied Groot Wilnis Vinkeveen in de provincie Utrecht.
4. In aanvulling op het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, geldt een additioneel subsidieplafond ten bedrage van € 908.000 voor aanvragers gevestigd in Gelderland.
Artikel 25o
1. Er kan slechts één aanvraag worden ingediend per inrichting als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, van de Wet milieubeheer.
2. Geen subsidie wordt verleend voor een integraal duurzame stal of houderijsysteem als bedoeld in Bijlage 2, Hoofdstuk 4, punt A, van de regeling indien voor dezelfde subsidiabele activiteit eerder op grond van artikel 29 van de Regeling GLB-Inkomenssteun 2006 subsidie is verleend.
Artikel 25p
De extra kosten, bedoeld in Bijlage 2, Hoofdstuk 4, punt C, van de regeling betreffen de kosten die worden gemaakt naast de norminvesteringen met betrekking tot dierenwelzijn en, voor zover van toepassing met betrekking tot milieu of diergezondheid, in een gangbare stal, als bedoeld in de kwantitatieve informatie veehouderij.
Paragraaf 5. Investeringen op het terrein van energiebesparing
Artikel 25q
1.
Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering in:
a. a. een eerste energiescherm als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onderdeel B, van de regeling; b. b. een tweede energiescherm als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2, onderdeel B, van de regeling; c. c. een warmtebuffersysteem als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 5, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 5, onderdeel B, van de regeling; d. d. verticale ventilatoren als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 6, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 6, onderdeel B, van de regeling; e. e. energieclusters als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 7, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 7, onderdeel B, van de regeling; f. f. een hogedruk vernevelingssysteem ten behoeve van kaskoeling als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 8, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 8, onderdeel B, van de regeling; g. g. een gevelscherm als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 9, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 9, onderdeel B, van de regeling; h. h. een energiebesparend ventilatiesysteem met voorverwarming en/of warmteterugwinning als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 10, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 10, onderdeel B, van de regeling; i. i. diffuus glas als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk1, paragraaf 11, onderdeel A van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 11, onderdeel B van de regeling; j. j. een biomassa gestookte ketelinstallatie als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 12, onderdeel A, van de regeling kan worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 12, onderdeel B, van de regeling; k. k. de aansluiting op een energie- of CO_2netwerk als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 13, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 13, onderdeel B, van de regeling.
2. De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 12 oktober 2012 tot en met 9 november 2012.
3. De Minister rangschikt de aanvragen overeenkomstig artikel 1:5 van de regeling.
4. Per glastuinbouwonderneming of samenwerkingsverband kan slechts één aanvraag voor subsidieverlening worden ingediend. De aanvraag kan meerdere investeringen als bedoeld in het eerste lid bevatten.
5. In afwijking van het vierde lid, mag een glastuinbouwonderneming geen aanvraag voor subsidieverlening indienen voor zowel een investering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, als een investering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel k.
Artikel 25r
Er worden geen voorschotten verleend.
Artikel 25s
1. De subsidie voor de investeringen, bedoeld in artikel 25q, eerste lid, wordt vastgesteld overeenkomstig hetgeen daaromtrent is bepaald in bijlage 3 met betrekking tot de daarin onderscheiden landbouwondernemingen of samenwerkingsverbanden.
2. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt binnen een jaar na subsidieverlening ingediend.
3. Indien een vergunning die op grond van een wettelijk voorschrift vereist is voor een investering als bedoeld in artikel 25q, eerste lid, vanwege omstandigheden die aantoonbaar buiten de invloedssfeer van de subsidieaanvrager liggen, niet tijdig is verkregen om voor de investering binnen een jaar na subsidieverlening een aanvraag tot subsidievaststelling in te dienen, kan de termijn, bedoeld in het tweede lid, op verzoek van de subsidieaanvrager met een jaar verlengd worden.
4. Voor de toepassing van het derde lid, dient de subsidieaanvrager een verzoek tot uitstel van het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling in bij de Minister, waarbij de subsidieaanvrager aantoont dat de vergunning, bedoeld in het derde lid, niet tijdig is verkregen vanwege omstandigheden die buiten zijn invloedssfeer liggen. De subsidieaanvrager draagt er zorg voor dat het verzoek binnen een jaar na subsidieverlening in het bezit is van Dienst Regelingen.
Artikel 25t
Het subsidieplafond bedraagt € 3.000.000.
Titel 5. Garantstelling
Artikel 26
Aanvragen voor garantstellingen als bedoeld in hoofdstuk 2, titel 12, paragraaf 1, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 3 januari 2012 tot en met 28 december 2012.
Artikel 27
Het subsidieplafond bedraagt:
a. a. € 50.000.000 voor garantstellingen als bedoeld in artikel 2:70, eerste lid, van de regeling; b. b. € 80.000.000 voor garantstellingen als bedoeld in artikel 2:80, tweede lid, van de regeling.
Hoofdstuk 3. Natuur, landelijk erfgoed en recreatie
Titel 1. Nationale en grensoverschrijdende parken
Artikel 28
Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:34 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 2 januari 2012 tot en met 31 december 2012.
Artikel 29
Het subsidieplafond bedraagt ten aanzien van aanvragen door:
a. a. de IVN Vereniging voor natuur- en milieueducatie: € 1.478.444,09; b. b. Stichting Samenwerkingsverband Nationale Parken: € 300.000.
Titel 2. Versterking natuur- en bosbeheer bij bos- en landgoedeigenaren
Artikel 30
Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:51, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend voor activiteiten als bedoeld in artikel 3:51, tweede lid, sub a, van de regeling in de periode van 2 januari 2012 tot en met 14 februari 2012.
Artikel 31
Het subsidieplafond bedraagt € 150.000.
Titel 3. Behoud zeldzame landbouwhuisdierrassen
Artikel 32
Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:61 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 februari 2012 tot en met 24 februari 2012.
Artikel 33
Het subsidieplafond bedraagt € 200.000.
Titel 4. Biodiversiteit en bedrijfsleven
Artikel 33a
Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:67 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 augustus 2012 tot en met 26 september 2012, 17.00 uur.
Artikel 33b
Het subsidieplafond bedraagt € 2.500.000,–.
Titel 5. Behoud van gescheperde schaapskuddes bestaande uit zeldzame rassen
Artikel 33c
Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:74 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 3 september 2012 tot en met 1 oktober 2012.
Artikel 33d
Het subsidieplafond bedraagt € 600.000,00.
Titel 6. Groen en doen: vrijwilligersprojecten op het gebied van natuur- en landschapsbeheer
Artikel 33d*
Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 3:79 van de Regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 9 november 2012.
Artikel 33e
Het subsidieplafond bedraagt € 610.000.
Hoofdstuk 4. Visserij
Titel 1. Maatregelen van gemeenschappelijk belang
Paragraaf 1. Innovatieprojecten
Artikel 34
1. Aanvragen tot verlening van een subsidie voor innovatieprojecten als bedoeld in artikel 4:15, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 31 oktober 2012.
2. De subsidie bedraagt 60% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 250.000.
3. Het subsidieplafond bedraagt € 1.000.000.
Artikel 35
Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een liquiditeitsoverzicht of een overzicht van betaalde kosten.
Artikel 36
In afwijking van artikel 4:18, eerste lid, van de regeling voert de subsidieontvanger het project waarvoor subsidie is verleend uit voor 1 januari 2016.
Artikel 37
In aanvulling op artikel 1:15, eerste lid van de regeling komen kosten die betaald zijn na 31 december 2015 niet voor subsidie in aanmerking.
Paragraaf 2. Collectieve acties
Artikel 38
Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 4:22, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 31 oktober 2012.
Artikel 39
De subsidie bedraagt:
a. a. 60% van de subsidiabele kosten voor aanvragen als bedoeld in artikel 4:22, tweede lid, onderdelen a en b, van de regeling, met dien verstande dat de subsidie ten hoogste € 250.000 bedraagt; b. b. 80% van de subsidiabele kosten voor aanvragen als bedoeld in artikel 4:22, tweede lid, onderdeel c, van de regeling, met dien verstande dat de subsidie ten hoogste € 250.000 bedraagt.
Artikel 40
Het subsidieplafond bedraagt € 2.250.000.
Artikel 41
Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een liquiditeitsoverzicht of een overzicht van betaalde kosten.
Artikel 42
In afwijking van artikel 4:24, eerste lid, van de regeling voert de subsidieontvanger het project waarvoor subsidie is verleend uit voor 1 januari 2016.
Artikel 43
In aanvulling op artikel 1:15, eerste lid van de regeling komen kosten die betaald zijn na 31 december 2015 niet voor subsidie in aanmerking.
Paragraaf 3. Duurzame ontwikkeling visserijgebieden
Artikel 43a
1. Aanvragen tot verlening van subsidie als bedoeld in artikel 4:33c, eerste lid, kunnen voor de visserijgebieden opgenomen in bijlage 5, onderdeel A, onder 3, 4, 5 en 6, van de regeling worden ingediend in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 31 oktober 2012.
2.
Het subsidieplafond bedraagt voor het visserijgebied opgenomen in:
a. a.
bijlage 5, onderdeel A, onder 3, van de regeling € 100.000;
b. b.
bijlage 5, onderdeel A, onder 4, van de regeling € 433.800;
c. c.
bijlage 5, onderdeel A, onder 5, van de regeling € 300.000;
d. d.
bijlage 5, onderdeel A, onder 6, van de regeling € 400.000.
3. Geen subsidie wordt verstrekt voor activiteiten waarvan de subsidiabele kosten in totaal minder bedragen dan € 100.000.
Artikel 43b
Artikel 1:2, tweede lid, van de regeling is niet van toepassing op aanvragen als bedoeld in artikel 43a met dien verstande dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend niet zijn aangevangen voor 1 januari 2007.
Artikel 43c
Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een liquiditeitsoverzicht of een overzicht van de gemaakte en betaalde kosten.
Artikel 43d
In afwijking van artikel 4:33f, eerste lid, van de regeling voert de subsidieontvanger het project waarvoor subsidie is verleend uit voor 1 januari 2016.
Artikel 43e
In aanvulling op artikel 1:15, eerste lid, van de regeling komen kosten die betaald zijn na 31 december 2015 niet voor subsidie in aanmerking.
Titel 1a. Investeringen in weegapparatuur aan boord van vissersvaartuigen
Artikel 43f
1. Aanvragen voor de vaststelling van subsidie voor de aanschaf en installatie van elektronische weegapparatuur als bedoeld in artikel 4:39a, eerste lid, van de regeling, kunnen worden ingediend in de periode van 1 juli 2011 tot en met 1 november 2012.
2. Het subsidieplafond bedraagt € 600.000,-.
Artikel 43g
In afwijking van artikel 1:2, tweede lid, van de regeling kan subsidie worden verleend voor activiteiten die zijn aangevangen voor de subsidievaststelling met dien verstande dat de activiteiten zijn aangevangen na 1 juni 2011.
Artikel 43h
Er worden geen voorschotten verleend.
Titel 2. Investeringen in aquacultuur
Artikel 44
1. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 4:40 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 3 september 2012 tot en met 28 september 2012.
2. Het subsidieplafond bedraagt € 1.800.000.
Artikel 44a
In afwijking van artikel 1:2, tweede lid, en artikel 4:43, eerste lid, van de regeling, kan subsidie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, worden verleend in verband met kosten als bedoeld in artikel 4:45, eerste lid, onderdelen e en f, die zijn gemaakt voor activiteiten ter voorbereiding van het project voorafgaand aan de subsidieverlening, met dien verstande dat deze activiteiten zijn aangevangen na 1 januari 2007.
Artikel 45
Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van betaalde kosten.
Artikel 46
In afwijking van artikel 4:43, eerste lid, van de regeling voert de subsidieontvanger het project waarvoor subsidie is verleend uit voor 1 januari 2016.
Artikel 47
In aanvulling op artikel 1:15, eerste lid van de regeling komen kosten die betaald zijn na 31 december 2015 niet voor subsidie in aanmerking.
Titel 2a. Tegemoetkoming tijdelijk aalvisverbod 2012
Artikel 47a
1. Aanvragen tot verstrekking van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 4:68 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 oktober tot en met 31 oktober 2012.
2. Het subsidieplafond voor aanvragen als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 400.000.
Titel 3. Garantstelling visserij
Artikel 48
1. Aanvragen tot verstrekking van een garantstelling als bedoeld in artikel 4:53 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 januari 2012 tot en met 20 juli 2012.
2. Het maximumbedrag, bedoeld in artikel 4:57, eerste lid, van de regeling, wordt voor 2012 vastgesteld op € 8.000.000.
Hoofdstuk 4a. Onderwijs
Titel 1. Groene plus lectoraten
Artikel 48a
Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een lectoraat als bedoeld in artikel 4a:3 van de regeling, kunnen worden ingediend in de periode 2 juli 2012 tot en met 14 september 2012.
Artikel 48b
De hoogte van het subsidiebedrag bedraagt maximaal € 120.000 per jaar.
Artikel 48c
De duur van de subsidieverlening bedraagt maximaal 4 jaar.
Artikel 48d
Het subsidieplafond bedraagt € 1.920.000.
Hoofdstuk 5. Overige bepalingen en slotbepalingen
Artikel 49
De volgende subsidieplafonds worden, voor zover van toepassing, naar rato verhoogd:
a. a. de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 9, onderdeel a en onderdeel b, met het bedrag overgebleven door het niet bereiken van een van deze subsidieplafonds; b. b. de subsidieplafonds, bedoeld in de artikelen 19 en 22 met het bedrag overgebleven door het niet bereiken van een van deze subsidieplafonds; c. c. de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 19, onderdeel b, en artikel 22, onderdeel b, met het bedrag overgebleven door het niet bereiken van het subsidieplafond, bedoeld in artikel 25t; d. d. de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 25j, eerste lid, onderdelen c of d, met het bedrag overgebleven door het niet bereiken van een van de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 25j, eerste lid, onderdeel a, b, c of d; e. e. het subsidieplafond, bedoeld in artikel 25j, tweede lid, onderdeel b, met het bedrag overgebleven door het niet bereiken van het subsidieplafond, bedoeld in artikel 25j, tweede lid, onderdeel a.
Artikel 50
1. Als beoordelingscommissie bedoeld in de artikelen 10, 11b, 13 en 25 wordt ingesteld de beoordelingscommissie concurrerende landbouw.
2. De beoordelingscommissie, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit de heer drs. J.P.J. Lokker en de heer ir. J.T.G.M. Koolen.
Artikel 51
Wijzigt het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2001.
Artikel 52
Wijzigt de Regeling LNV-subsidies.
Artikel 53
1. Het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2011 wordt ingetrokken.
2. De verlening en vaststelling van een subsidie die is aangevraagd onder het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2011 wordt afgehandeld op grond van het recht zoals dat gold voorafgaand aan de intrekking van dat besluit.
Artikel 54
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.
2. In afwijking van het eerste lid, treedt artikel 51, onderdelen A en B, in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
3. In afwijking van het eerste lid treedt artikel 51, onderdeel C, in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 5 december 2011.
4. In afwijking van het eerste lid treedt artikel 52, onderdelen B en C, in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 7 november 2011.
Artikel 55
Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2012.
Bijlage 1. Rekenmodel als bedoeld in
Bedrijfsnaam:
Eigenaar/indiener:
Bedrijfsadres:
Postcode/plaats:
Bedrijfswebsite:
Correspondentieadres:
Postcode/plaats:
Telefoonnummer:
E-mailadres:
Aanvraagnummer:
De berekeningen zijn gemaakt op grond van de door de aanvrager ingevulde karakteristieken met betrekking tot het verwarmings- en koelingsysteem, de installaties die in kas en ketelhuis worden voorzien en het door de tuinder gewenste kasklimaat.
Als rekenmodel wordt gebruik gemaakt van programmatuur die in het kader van het project Synergie is ontwikkeld ten behoeve van de technische, energetische en economische beoordeling van gesloten kasconcepten. Dit rekenmodel is gebouwd en wordt onderhouden door de Business Unit Glas van Wageningen UR.
Het model rekent op uurbasis de warmte- en koudebehoefte van de door de aanvrager beschreven kasconfiguratie in een gemiddeld Nederlands jaar. Vanuit deze gegevens wordt voor elk uur uitgerekend welke gas-, elektriciteits-, CO_2-behoefte en laagwaardig warmtegebruik of -overschot voor deze kas verwacht mag worden.
Deze berekening wordt gemaakt voor de geconditioneerde kas en voor een relevante referentie.
De vergelijking van de berekende CO_2-emissie voor het hierbij ingediende geconditioneerde kasconcept met de referentie leidt tot de conclusie dat de verwachte CO_2-emissiereductie bedraagt.
Bijlage 2. N2000-GEBIEDEN bedoeld in
Bijlage 3. Hoogte van het subsidiepercentage en de subsidiabele kosten bij investeringen op het terrein van energiebesparing als bedoeld in
*Eerste energieschermen, niet zijnde gevelschermen of (teeltkundig vereiste) verduisteringsschermen of wettelijk verplichte lichtafschermingsschermen (artikel 25q, eerste lid, onderdeel a): *
Tweede energieschermen, niet zijnde gevelschermen of (teeltkundig vereiste) verduisteringsschermen of wettelijk verplichte lichtafschermingsschermen (artikel 25q ,eerste lid, onderdeel b):
Warmtebuffersysteem (artikel 25q, eerste lid, onderdeel c):
Verticale ventilatoren (artikel 25q, eerste lid, onderdeel d):
Energieclusters (artikel 25q, eerste lid, onderdeel e):
Hogedruk vernevelingssysteem voor kaskoeling (artikel 25q, eerste lid, onderdeel f):
Gevelscherm, niet zijnde verduisteringsscherm (artikel 25q, eerste lid, onderdeel g):
Energiebesparend ventilatiesysteem met voorverwarming en/of warmte terugwinning (artikel 25q, eerste lid, onderdeel h):
Diffuus glas (artikel 25q, eerste lid, onderdeel i):
Biomassa gestookte ketelinstallatie (artikel 25q, eerste lid, onderdeel j):
Aansluiting op een energie- of CO2netwerk (artikel 25q, eerste lid, onderdeel k):