40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Openstellingsbesluit LNV-subsidies | BWBR0021467 | ministeriele-regeling | geldend | 2007-08-15 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0021467 | Openstellingsbesluit LNV-subsidies |
Openstellingsbesluit LNV-subsidies
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
– – regeling: Regeling LNV-subsidies; – – verordening (EG) nr. 2200/96: verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sectoren groenten en fruit (PbEG L 297) – – verordening (EG) nr. 1782/2003: verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001; – – Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Artikel 1a
Dit besluit berust tevens op artikel 7, achtste lid van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928.
Artikel 2
De subsidies, bedoeld in artikel 1:20 van de regeling, zijn de subsidies bedoeld in de volgende titels van hoofdstuk 2 van dit besluit:
– –
titel 1, 2, en 3, met uitzondering van subsidies genoemd in paragraaf 3,
– –
titel 4 en 5, met uitzondering van subsidies genoemd in paragraaf 1, en
– –
titel 6.
Hoofdstuk 2. Concurrerende landbouw
Titel 1. Beroepsopleiding en voorlichting
Artikel 3
1.
Aanvragen tot subsidieverlening voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 2:3, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door:
a. a. landbouwondernemingen die overwegen om te schakelen naar de biologische productiemethode, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode of die reeds omgeschakeld zijn naar die biologische productiemethode; b. b. landbouwondernemingen werkzaam in de melkvee-, vleesvee-, schapen-, geiten-, varkens-, pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenen-, of konijnenhouderij.
2.
De aanvragen worden ingediend:
– – voor zover het aanvragen betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, in de periode van 2 mei tot en met 12 juni 2007; – – voor zover het aanvragen betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, in de periode van 3 september tot en met 15 oktober 2007.
Artikel 4
1.
Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, kunnen uitsluitend worden ingediend voor de in artikel 2:3, tweede lid, onderdelen a, b, c, d en g, van de regeling genoemde typen bedrijfsconsulten of de in het derde lid van dat artikel genoemde opleidingen, trainingen of voorlichtingsbijeenkomsten, en uitsluitend voor zover deze activiteiten betrekking hebben op:
a. a. de bedrijfseconomische gevolgen van de omschakeling naar, aanpassing of b. b. uitbreiding van de biologische productiemethode; c. c. de markt- en afzetperspectieven voor de ondernemer bij omschakeling naar, d. d. de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode; e. e. de implementatie van de regelgeving voor de biologische productiemethode f. f. in de bedrijfsvoering; g. g. de aanpassingen in het bedrijfssysteem ten behoeve van de biologische h. h. productiemethode; i. i. de financieringsmogelijkheden van de voor omschakeling naar, de aanpassing j. j. of uitbreiding van de biologische productiemethode benodigde investeringen; k. k. het verwerven van technische kennis en vaardigheden van de biologische productiemethode, of l. l. het verwerven van alternatieve inkomsten opdat de biologische productiemethode op het bedrijf kan worden gecontinueerd.
2. In afwijking van artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, kunnen geen aanvragen worden ingediend door landbouwondernemingen die lid zijn van een erkende telersvereniging als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 2200/96, tenzij door desbetreffende ondernemingen wordt aangetoond dat geen steun wordt ontvangen als bedoeld in artikel 15 of 16 van die verordening voor kosten die uit hoofde van artikel 2:3, tweede lid, onderdelen a, b, c, d en g, van de regeling kunnen worden gesubsidieerd.
Artikel 5
Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel b, kunnen, voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering van bedrijfsconsulten, uitsluitend worden ingediend voor de in artikel 2:3, tweede lid, onderdelen a, b, c, d en g, van de regeling genoemde typen bedrijfsconsulten.
Artikel 6
1.
Onverminderd artikel 3 kunnen aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:3, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de regeling worden ingediend door landbouwondernemingen voor zover die activiteiten:
a. a. betrekking hebben op het voldoen aan beheerseisen en bepalingen inzake goede landbouw- en milieucondities als bedoeld in artikel 3 en 6 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, en b. b. door ten minste 8 en ten hoogste 20 personen werkzaam op een landbouwonderneming worden gevolgd of bijgewoond.
2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, kan slechts door één van de aan de bijeenkomst deelnemende ondernemingen worden ingediend, bevat de namen van de ondernemingen die deelnemen en wordt ingediend van 15 november 2007 tot en met 17 januari 2008.
4. In afwijking van artikel 2:4 van de regeling is artikel 1:6 van de regeling van toepassing op de in dit artikel bedoelde aanvragen.
Artikel 7
Per landbouwonderneming kan slechts één aanvraag tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 3 of 6 worden ingediend.
Artikel 8
Er worden geen voorschotten verleend.
Artikel 9
De subsidie bedraagt 50% van de totale kosten van het bedrijfsconsult, training of opleiding, met dien verstande dat de subsidie per dagdeel ten hoogste € 250 bedraagt en de subsidie in totaal ten hoogste € 1500 bedraagt.
Artikel 10
Het subsidieplafond bedraagt:
– – € 710.000 voor aanvragen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a; – – € 2.100.000 voor aanvragen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel b; – – € 725.000 voor aanvragen als bedoeld in artikel 6, eerste lid.
Artikel 11
Subsidies die op grond van artikel 2:3, eerste lid, van de regeling voor bedrijfsconsulten worden verstrekt, worden betaald aan de adviseur of instelling.
Titel 2. Bedrijfsadviesdiensten
Artikel 12
1. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:8, eerste lid, van de regeling kunnen in de periode van 3 september tot en met 24 september 2007 worden ingediend door landbouwondernemingen die rechtstreekse betalingen uit hoofde van verordening (EG) nr. 1782/2003 ontvangen.
2. Onder beheerseisen en minimumeisen als bedoeld in artikel 2:8, eerste lid, wordt verstaan: beheerseisen en bepalingen inzake goede landbouw- en milieucondities als bedoeld in artikel 3 en 6 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006.
3. De aanvragen kunnen uitsluitend betrekking hebben op adviezen als bedoeld in artikel 2:8, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van de regeling, en waarin wordt aangeven welke beheerseisen en bepalingen inzake goede landbouw- en milieucondities als bedoeld in het tweede lid op de onderneming van toepassing zijn en of aan die eisen en bepalingen wordt voldaan.
4.
Een bedrijfsadviesdienst als bedoeld in artikel 2:8 van de regeling:
a. a. staat ingeschreven bij een Kamer van Koophandel als organisatie die zich het geven van adviezen ten doel stelt; b. b. heeft ten minste één jaar ervaring in het verstrekken van adviezen op ten minste één van de in artikel 2:8, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van de regeling genoemde aspecten; c. c. is vóór 27 augustus 2007 aangemeld bij de Dienst Regelingen.
Artikel 13
Per landbouwonderneming kan slechts één aanvraag worden ingediend.
Artikel 14
Er worden geen voorschotten verleend.
Artikel 15
De subsidie bedraagt 50% van de kosten van een bedrijfsadvies, met dien verstande dat de subsidie ten minste € 250 en ten hoogste € 1000 bedraagt.
Artikel 16
Het subsidieplafond bedraagt: € 2.175.000.
Artikel 17
Subsidies die op grond van artikel 2:8 van de regeling worden verstrekt, worden betaald aan de bedrijfsadviesdiensten.
Titel 3. Kennisverspreiding
Paragraaf 1. Praktijknetwerken
Artikel 18
1. Aanvragen tot subsidieverlening voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen die werkzaam zijn in de veehouderijsector.
2. De aanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend voor projecten als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, onderdeel b, van de regeling en welke een duur hebben van ten hoogste twee jaar.
3. De aanvragen worden ingediend in de periode van 3 september tot en met 1 oktober 2007.
Artikel 19
Overeenkomstig artikel 1:4 van de regeling wordt een aanvraag hoger gerangschikt naarmate:
-
- het gekozen thema en de gekozen aanpak zowel inhoudelijk als procesmatig meer perspectief bieden;
-
- de probleemstelling concreter is;
-
- er meer gebruik wordt gemaakt van een vernieuwende aanpak, zowel inhoudelijk als procesmatig;
-
- het aangetoonde gezamenlijk belang van de deelnemers groter is;
-
- de verhouding tussen de kosten en de kwaliteit van het project beter is ten opzichte van andere projecten;
-
- de kennis en ervaring effectiever worden verspreid, of
-
- het netwerk breder is samengesteld.
Artikel 20
De subsidie bedraagt 80% van de subsidiabele kosten met dien verstande dat de subsidie ten hoogste € 25.000 bedraagt.
Artikel 21
Het subsidieplafond bedraagt: € 1.000.000.
Paragraaf 2. Demonstratieprojecten
Artikel 22
Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2:14, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door:
– – landbouwondernemingen; – – samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen; – – samenwerkingsverbanden van ten minste één landbouwonderneming met een of meerdere van de in artikel 2:14, tweede lid, onderdeel b, onder punt 1 en 2, van de regeling genoemde ondernemingen.
Artikel 23
1.
De aanvragen kunnen worden ingediend voor projecten die betrekking hebben op het thema biologische landbouw als bedoeld in artikel 2:15, eerste lid, onderdeel a, van de regeling en voor zover de projecten gericht zijn op:
a. a. demonstratie van de biologische bedrijfsvoering of elementen hieruit voor gangbare ondernemers waarbij ervaringen over innovaties in de biologische en gangbare landbouw worden uitgewisseld met als doel verduurzaming van de landbouw; b. b. demonstratie van wijzen van communicatie met en verkoop aan de eindconsument, of c. c. demonstratie van productie, verwerking of verkoop van biologische producten waarbij kostprijsverlaging of verbetering van de kwaliteit van het eindproduct wordt bereikt.
2.
De aanvragen kunnen tevens worden ingediend voor projecten die:
a. a. betrekking hebben op het in artikel 2:15, eerste lid, onderdeel g, van de regeling genoemde thema, en voor zover de aanvragen worden ingediend door landbouwondernemingen of samenwerkingsverbanden werkzaam in de bloembollen- of paddestoelenteelt of de glastuinbouw, of b. b. betrekking hebben alle in artikel 2:15, eerste lid, van de regeling genoemde thema’s, en voor zover de aanvragen worden ingediend door landbouwondernemingen of samenwerkingsverbanden, werkzaam in de varkens-, de konijnen- of de pluimveehouderij, inclusief de eenden- en kalkoenenhouderij.
Artikel 24
De aanvragen kunnen worden ingediend:
a. a. in de periode van 1 oktober tot en met 28 november 2007 voor zover het aanvragen betreft als bedoeld in artikel 23, eerste lid; b. b. in de periode van 1 oktober tot en met 15 november 2007 voor zover het aanvragen betreft als bedoeld in artikel 23, tweede lid, aanhef en onderdeel a; c. c. in de periode van 15 mei tot en met 12 juli 2007 voor zover het aanvragen betreft als bedoeld in artikel 23, tweede lid, aanhef en onderdeel b.
Artikel 25
In aanvulling op artikel 2:16 van de regeling wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel a, hoger gerangschikt naarmate:
a. a. het project een grotere energiebesparingspotentie heeft; b. b. de energiebesparing toepasbaar is op een groter aantal bedrijven of een groter aantal hectares, en c. c. voor zover het een project betreft aangevraagd door een glastuinbouwonderneming, het project relevant is voor meerdere gewassen of gewasgroepen.
Artikel 26
De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten.
Artikel 27
1.
Het subsidieplafond bedraagt:
a. a. € 560.000 voor projecten als bedoeld in artikel 23, eerste lid; b. b.
–
€ 42.000 voor projecten als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel a, voor zover de projecten zijn ingediend door ondernemingen en samenwerkingsverbanden uit de bloembollenteelt;
–
€ 61.000 voor projecten als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel a, voor zover de projecten zijn ingediend door ondernemingen en samenwerkingsverbanden uit de paddestoelenteelt;
–
€ 1.349.000 voor projecten als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel a, voor zover de projecten zijn ingediend door ondernemingen en samenwerkingsverbanden uit de glastuinbouw;
– – € 42.000 voor projecten als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel a, voor zover de projecten zijn ingediend door ondernemingen en samenwerkingsverbanden uit de bloembollenteelt; – – € 61.000 voor projecten als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel a, voor zover de projecten zijn ingediend door ondernemingen en samenwerkingsverbanden uit de paddestoelenteelt; – – € 1.349.000 voor projecten als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel a, voor zover de projecten zijn ingediend door ondernemingen en samenwerkingsverbanden uit de glastuinbouw; c. c. € 1.100.000 voor projecten als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel b.
2. Indien verstrekking van subsidies niet leidt tot overschrijding van een of meerdere van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde subsidieplafonds, kunnen overgebleven bedragen worden verdeeld over in dat onderdeel genoemde subsidiecategorieën waarbij wel sprake is van overschrijding van het subsidieplafond.
Paragraaf 3. Vouchers ten behoeve van kennisoverdracht
Artikel 28
Aanvragen voor verstrekking van vouchers als bedoeld in artikel 2:22, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door landbouwondernemingen in de perioden van 16 april tot en met 15 mei 2007 of 3 september tot en met 28 september 2007.
Artikel 29
1.
- De vouchers kunnen uitsluitend worden ingeleverd bij:
a. a. een onder a, b, c, f of g van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instellingen voor hoger onderwijs of instellingen als bedoeld in artikel 1.1.1., onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; b. b. andere dan onder a bedoelde geheel of gedeeltelijke, meerjarig met publieke middelen gefinancierde onderzoeksinstellingen zonder winstoogmerk die activiteiten verrichten met als doel de algemene of wetenschappelijke kennis uit te breiden; c. c. een rechtspersoon ten aanzien waarvan een instelling als bedoeld in onderdeel a direct of indirect:
–
meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft;
–
volledig aansprakelijk vennoot is, of
–
overwegende zeggenschap heeft; of
– – meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft; – – volledig aansprakelijk vennoot is, of – – overwegende zeggenschap heeft; of d. d. een kennisinstelling die beschikt over een gecertificeerd kwaliteitsmanagementsysteem volgens ISO 9001, of een aantoonbaar vergelijkbaar managementsysteem, waarbij het certificaat afgegeven is door een bij de Raad voor Accreditatie geaccrediteerde certificeringsinstelling.
2.
De activiteiten die door de kennisinstelling in ruil voor vouchers worden uitgevoerd, mogen geen betrekking hebben op of vorm aannemen van:
a. a. het leveren van goederen; b. b. het geven van cursussen; c. c. verkoopgerichte marktactiviteiten.
Artikel 30
Per landbouwonderneming kan per periode als bedoeld in artikel 28 slechts één aanvraag worden ingediend.
Artikel 31
Een voucher heeft een waarde van € 3000.
Artikel 32
1. De kennisinstelling beantwoordt de kennisvraag als bedoeld in artikel 2:22, eerste lid, van de regeling binnen zes maanden na verstrekking van de voucher aan de landbouwonderneming.
2. De kennisinstelling dient de voucher, vergezeld van een factuur, binnen 9 maanden na verstrekking van de voucher aan de landbouwonderneming in bij de Directeur van de Dienst Regelingen.
Artikel 33
Voor elk van de in artikel 28, eerste lid, genoemde periodes:
a. a. zijn 366 vouchers beschikbaar; b. b. worden in totaal niet meer dan € 1.100.000 aan vouchers verstrekt.
Titel 4. Samenwerking bij innovatieprojecten
Artikel 34
1. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:32, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 15 mei tot en met 12 juli 2007.
2. De aanvragen kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen, met dien verstande dat de landbouwondernemingen werkzaam zijn in de: melkvee-, varkens-, konijnen-, pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenen-, of bijenhouderij, glastuinbouw, paddestoelenteelt, akkerbouw, opengrondstuinbouw, biologische landbouw of teelt van plantaardig uitgangsmateriaal.
Artikel 35
De aanvraag gaat vergezeld van het aan het samenwerkingsverband ten grondslag liggende samenwerkingscontract, met daarin in elk geval een overzicht van de aan het samenwerkingsverband deelnemende ondernemingen en de verdeling van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen tussen de ondernemingen.
Artikel 36
Per samenwerkingsverband kan slechts een aanvraag worden ingediend.
Artikel 37
De subsidie bedraagt 35% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 500.000 voor het innovatieproject, met dien verstande dat voor kosten als bedoeld in artikel 2:35, eerste lid, onderdelen c en h, de subsidie ten hoogste € 400.000 bedraagt.
Artikel 38
1.
Het subsidieplafond bedraagt:
a. a. € 2.000.000 voor subsidieaanvragen uit de melkveehouderij; b. b. € 3.300.000 voor subsidieaanvragen uit de varkens-, de pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenen, en de konijnenhouderij; c. c. € 2.800.000 voor subsidieaanvragen van glastuinbouwondernemingen en ondernemingen die zich richten op paddestoelenteelt, inclusief subsidieaanvragen van ondernemingen die zich richten op uitgangsmateriaal voor de hiervoor in dit onderdeel genoemde typen ondernemingen; d. d. € 1.100.000 voor subsidieaanvragen van akkerbouw- of opengrondtuinbouwondernemingen, inclusief subsidieaanvragen van ondernemingen die zicht richten op uitgangsmateriaal voor de hiervoor in dit onderdeel genoemde typen ondernemingen, en voor subsidieaanvragen uit de bijenhouderij; e. e. € 550.000 voor subsidieaanvragen van ondernemingen die zich richten op biologische landbouw.
2. Indien verstrekking van subsidies niet leidt tot overschrijding van een of meerdere van de in het eerste lid bedoelde subsidieplafonds, kunnen overgebleven bedragen worden verdeeld over in dat lid genoemde subsidiecategorieën waarbij wel sprake is van overschrijding van het subsidieplafond.
Titel 5. Bedrijfsmodernisering
Paragraaf 1. Investeringen op het terrein van energiebesparing
Artikel 39
1.
Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering in:
a. a. een eerste energiescherm als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onderdeel B, van de regeling; b. b. een tweede energiescherm als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2, onderdeel B, van de regeling; c. c. een klimaatcomputer als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 3, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 3, onderdeel B, van de regeling; d. d. een temperatuurintegratiesoftwarepakket als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 4, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 4, onderdeel B, van de regeling; e. e. een kasdek met antireflectie als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 5, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 5, onderdeel B, van de regeling; f. f. een warmtebufferstysteem als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 6, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 6, onderdeel B, van de regeling; g. g. een condensor als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 7, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 7, onderdeel B, van de regeling, of h. h. energieclusters als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 8, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 8, onderdeel B, van de regeling.
2. De aanvragen worden ingediend in de periode van 14 mei tot en met 25 mei 2007.
3. De minister rangschikt de aanvragen overeenkomstig artikel 1:6 van de regeling.
Artikel 40
Er worden geen voorschotten verleend.
Artikel 41
1. De subsidie voor de in artikel 39, eerste lid, bedoelde investeringen wordt vastgesteld overeenkomstig hetgeen daaromtrent is bepaald in bijlage I bij dit besluit met betrekking tot de daarin onderscheiden landbouwondernemingen of samenwerkingsverbanden.
2. Indien een aanvraag betrekking heeft meerdere investeringen als bedoeld in artikel 39, bedraagt de totale subsidie ten hoogste € 400.000.
3. De volledige aanvraag tot subsidievaststelling wordt uiterlijk 31 december 2007 ingediend.
Artikel 42
Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 39, eerste lid, bedraagt: € 20.000.000.
Paragraaf 2. Marktintroductie energieinnovaties
Artikel 43
1. Aanvragen tot subsidieverlening voor een investering in energieinnovaties als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt A, onderdeel a, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen en samenwerkingsverbanden als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt B, van de regeling, met uitzondering van glastuinbouwondernemingen die voor dezelfde energieinnovatie op grond van het Besluit EOS: demo en transitie-experimenten worden gesubsidieerd.
2. De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 16 april tot en met 7 juni 2007.
Artikel 44
De door de minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 43, eerste lid, advies uit aan de minister in de vorm van een rangschikking, waarbij de aanvragen hoger zijn gerangschikt naarmate de energieinnovatie naar het oordeel van de commissie:
– – meer bijdraagt aan energieneutrale glastuinbouw door een zolaag mogelijk gebruik van fossiele brandstoffen en een zolaag mogelijke CO_2-uitstoot; – – meer teelttechnisch en economisch perspectief heeft en meer perspectief biedt voor toepassing door andere ondernemingen, of – – een hoger niveau van doorontwikkeling vertegenwoordigt gericht op teelttechnische of economisch inpasbare systemen.
Artikel 45
1. De subsidie voor de in artikel 43, eerste lid, bedoelde investeringen bedraagt 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 2.000.000.
2. Indien subsidie wordt verleend aan een samenwerkingsverband van een of meer glastuinbouwondernemingen en een of meer andere landbouwondernemingen en het aandeel van de met de investering opgewekte energie dat door die landbouwonderneming of -ondernemingen aan de glastuinbouwonderneming of -ondernemingen wordt geleverd minder is dan 100% van de energiecapaciteit die met gebruik van de investering kan worden opgewekt, wordt de overeenkomstig het eerste lid vastgestelde subsidie naar rato van dat aandeel verlaagd.
Artikel 46
Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 43 bedraagt: € 5.500.000.
Artikel 47
1. Aanvragen tot subsidieverlening voor een investering in energieinnovaties als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt A, onderdeel b, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen en samenwerkingsverbanden als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt B, van de regeling, met uitzondering van glastuinbouwondernemingen die voor dezelfde energieinnovatie op grond van het Besluit EOS: demo en transitie-experimenten worden gesubsidieerd.
2. De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 16 april tot en met 7 juni 2007.
Artikel 48
De minister rangschikt de aanvragen voor subsidies als bedoeld in artikel 47, eerste lid, overeenkomstig artikel 1:6 van de regeling.
Artikel 49
De subsidie voor de in artikel 47, eerste lid, bedoelde investeringen bedraagt 40% van de subsidiabele kosten.
Artikel 50
In zoverre in afwijking van artikel 43, eerste lid, en artikel 47, eerste lid, kunnen geen aanvragen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen of samenwerkingsverbanden daarvan, indien deze ondernemingen lid zijn van een erkende telersvereniging als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 2200/96, tenzij wordt aangetoond dat geen steun wordt ontvangen als bedoeld in artikel 15 of 16 van die verordening voor kosten die uit hoofde van bijlage 2, hoofdstuk 2, van de regeling kunnen worden gesubsidieerd.
Artikel 51
Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 47 bedraagt: € 22.500.000.
Artikel 52
Indien verstrekking van subsidies niet leidt tot overschrijding van een of meerdere van de in de artikelen 42, 46 of 51 bedoelde subsidieplafonds, kunnen overgebleven bedragen worden verdeeld over de in die artikelen genoemde subsidiecategorieën waarbij wel sprake is van overschrijding van het subsidieplafond.
Paragraaf 3. Gecombineerde luchtwassystemen
Artikel 53
1. Aanvragen tot subsidieverlening voor een investering in gecombineerde luchtwassystemen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 3, punt A, van de regeling kunnen worden ingediend door landbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 3, punt B, van de regeling, met uitzondering van landbouwondernemingen gelegen in extensiveringsgebieden als bedoeld in artikel 1 van de Reconstructiewet.
2. De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 2 april tot en met 25 mei 2007.
Artikel 54
De minister rangschikt de aanvragen overeenkomstig artikel 1:5 van de regeling.
Artikel 55
Er worden geen voorschotten verleend.
Artikel 56
In afwijking van artikel 1:15, derde lid, van de regeling komt niet-verrekenbare BTW niet voor subsidie in aanmerking.
Artikel 57
De subsidie bedraagt 35% van de subsidiabele kosten.
Artikel 58
1. Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 53 bedraagt: € 15.000.000.
2. In aanvulling op het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, geldt een additioneel subsidieplafond ten bedrage van € 462.500 voor landbouwondernemingen die in de provincie Gelderland gevestigd zijn.
Paragraaf 4. Jonge landbouwers
Artikel 59
Aanvragen tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 2:42, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 3 september tot 28 september 2007.
Artikel 60
Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot 28 september 2009.
Artikel 61
Er worden geen voorschotten verleend.
Artikel 62
1. De subsidie bedraagt 20% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 20.000, maar nooit meer dan het bedrag als bedoeld in artikel 2:46 van de regeling.
2. In aanvulling op artikel 1:15, derde lid, en artikel 2:40, derde lid, van de regeling komt niet-verrekenbare BTW niet voor subsidie in aanmerking.
Artikel 63
1. Het subsidieplafond bedraagt: € 8.880.000.
2.
In aanvulling op het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, geldt een additioneel subsidieplafond ten bedrage van:
a. a. € 37.000 voor landbouwondernemingen die in de provincie Limburg gevestigd zijn; b. b. € 161.000 voor landbouwondernemingen die in de provincie Zeeland gevestigd zijn; c. c. € 167.442 voor landbouwondernemingen die in de provincie Drenthe gevestigd zijn; d. d. € 162.617 voor landbouwondernemingen die in de provincie Overijssel gevestigd zijn; e. e. € 186.047 voor landbouwondernemingen die in de provincie Gelderland gevestigd zijn; f. f. € 95.433 voor landbouwondernemingen die in de provincie Utrecht gevestigd zijn; g. g. € 232.558 voor landbouwondernemingen die in de provincie Noord-Holland gevestigd zijn; h. h. € 372.393 voor landbouwondernemingen die in de provincie Noord-Brabant gevestigd zijn.
Artikel 64
1.
De minister rangschikt de aanvragen voor subsidies als bedoeld in artikel 60 overeenkomstig artikel 1:5 van de regeling, met dien verstande dat per provincie voorrang wordt gegeven aan aanvragen die ingediend zijn op grond van de Subsidieregeling jonge agrariërs in 2005 of 2006, en:
a. a. vanwege overschrijding van de subsidieplafonds in die jaren niet voor subsidieverlening in aanmerking kwamen en opnieuw voor subsidie in aanmerking willen komen op grond van de regeling, en b. b. voldoen aan de voorwaarden van de regeling.
2. Na verlening van de aanvragen overeenkomstig het eerste lid, geschiedt de toewijzing van de aanvragen waarvan de onderneming zijn hoofdvestiging heeft in de provincies die een additioneel subsidieplafond ter beschikking hebben gesteld.
Titel 6. Voedselkwaliteitsregelingen
Artikel 65
Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:55 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 juni tot en met 29 november 2007.
Artikel 66
De beschikking omtrent subsidieverlening wordt gegeven binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag doch niet eerder dan 10 oktober 2007.
Artikel 67
Het subsidieplafond bedraagt: € 550.000.
Artikel 68
Een landbouwonderneming kan per Skal-certificaat één aanvraag indienen.
Hoofdstuk 3. Natuur, landelijk erfgoed en recreatie
Titel 1. Draagvlak natuur
Artikel 69
Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 2, van de regeling kunnen worden ingediend van 1 juli 2007 tot en met 31 juli 2007.
Artikel 70
Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 69, bedraagt het subsidieplafond:
a. a. voor projecten als bedoeld in artikel 3:4, eerste en tweede lid, van de regeling: € 1.400.000; b. b. voor programma’s als bedoeld in artikel 3:4, eerste en derde lid, van de regeling: € 1.400.000.
Artikel 71
De aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van liquiditeitbehoefte.
Titel 2. Historische buitenplaatsen
Artikel 72
Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:27 van de regeling voor het jaar 2007 kunnen worden ingediend in de periode van 1 april 2007 tot en met 31 mei 2007.
Artikel 73
Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 72, bedraagt het subsidieplafond:
€ 215.000.
Titel 3. Ontwikkeling van het landschap
Artikel 74
Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:40 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 april 2007 tot en met 31 oktober 2007.
Artikel 75
Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 74, bedraagt het subsidieplafond: € 800.000.
Hoofdstuk 3a. Overige bepalingen
Artikel 75a
Als formulier waarmee aanvragen tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a en b, artikel 6, eerste lid, artikel 12, eerste lid, artikel 18, eerste lid, artikel 23, eerste lid, artikel 23, tweede lid, onderdeel a en b, artikel 28, artikel 34, eerste lid, artikel 39, eerste lid, artikel 43, artikel 47, eerste lid, artikel 53, artikel 59 en artikel 65 worden ingediend, zijn vastgesteld de aanvraagformulieren die overeenkomen met de desbetreffende modellen opgenomen in Bijlage II bij dit besluit.
Artikel 75b
Als rekenmodel voor de toetsing van CO_2 reductie als bedoeld in Hoofdstuk 2, onderdeel A, van Bijlage 2 van de Regeling LNV-subsidies, is vastgesteld het rekenmodel dat is opgenomen in Bijlage III bij dit besluit.
Artikel 75c
1. Een verzoek als bedoeld in artikel VI, derde lid, van de Wet van 14 december 2000 tot wijziging van de Wet op de belastingen van rechtsverkeer, de Natuurschoonwet 1928, de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de Coördinatiewet Sociale Verzekering, geschiedt met gebruikmaking van het formulier ‘Aanvraag (geen) hernieuwde rangschikking als landgoed Natuurschoonwet 1928’ dat is opgenomen in bijlage IV.
2. In afwijking van artikel 7, eerste en tweede lid, van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 bevat het verzoek, bedoeld in het eerste lid, de in het formulier gevraagde gegevens en worden bij het verzoek de documenten overgelegd zoals aangegeven in het formulier.
Artikel 75d
Als formulier waarmee aanvragen tot voorschotverlening als bedoeld in artikel 18, eerste lid, artikel 23, eerste lid, artikel 23, tweede lid, onderdeel a en b, artikel 34, eerste lid, artikel 43, artikel 47 en artikel 69 worden ingediend, zijn vastgesteld de aanvraagformulieren die overeenkomen met de desbetreffende modellen opgenomen in Bijlage V bij dit besluit.
Artikel 75e
Als formulier waarmee aanvragen tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a en b, artikel 6, eerste lid, artikel 18, eerste lid, 23, eerste lid, 23, tweede lid, onderdeel a en b, artikel 28, artikel 34, artikel 39, eerste lid, artikel 43, eerste lid, artikel 47, eerste lid, artikel 53 en artikel 59, worden ingediend, zijn vastgesteld de formulieren die overeenkomen met de desbetreffende modellen opgenomen in bijlage VI van dit besluit.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 76
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Artikel 77
Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit LNV-subsidies.
Bijlage I. behorende bij
Eerste energieschermen, niet zijnde gevelschermen of verduisteringsschermen (artikel 39, onderdeel a):
Tweede energieschermen, niet zijnde gevelschermen of verduisteringsschermen (artikel 39, onderdeel b)
Bijlage II
Ligt ter inzage bij het Ministerie van LNV.
Bijlage III
Dit rekenmodel beschrijft de CO_2-emissiebeperking die mag worden verwacht bij toepassing van het hierbij beschreven ontwerp voor een semi-gesloten kas bij:
De berekeningen zijn gemaakt op grond van de door de aanvrager ingevulde karakteristieken met betrekking tot het verwarmings- en koelingsysteem, de installaties die in kas en ketelhuis worden voorzien en het door de tuinder gewenste kasklimaat.
Als rekenmodel wordt gebruik gemaakt van programmatuur die in het kader van het project Synergie is ontwikkeld ten behoeve van de technische, energetische en economische beoordeling van gesloten kasconcepten. Dit rekenmodel is gebouwd en wordt onderhouden door de Business Unit Glas van Wageningen UR.
Het model rekent op uurbasis de warmte- en koudebehoefte van de door de aanvrager beschreven kasconfiguratie in een gemiddeld Nederlands jaar. Vanuit deze gegevens wordt voor elk uur uitgerekend welke gas-, elektriciteits-, CO_2-behoefte en laagwaardig warmtegebruik of -overschot voor deze kas verwacht mag worden.
Deze berekening wordt gemaakt voor de geconditioneerde kas en voor een relevante referentie.
De vergelijking van de berekende CO_2-emissie voor het hierbij ingediende geconditioneerde kasconcept met de referentie leidt tot de conclusie dat de verwachte CO_2-emissiereductie ........... bedraagt.
Bijlage IV
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
Bijlage V
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Bijlage VI
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.