rijk/ministeriele-regeling/openstellingsbesluit-ondernemingsgerichte-subsidies-2004/BWBR0016739
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Openstellingsbesluit ondernemingsgerichte subsidies 2004 BWBR0016739 ministeriele-regeling geldend 2004-11-21 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016739 Openstellingsbesluit ondernemingsgerichte subsidies 2004

Openstellingsbesluit ondernemingsgerichte subsidies 2004

Hoofdstuk I. Regeling stimulering biologische productiemethode

Artikel 1

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder regeling: Regeling stimulering biologische productiemethode.

Artikel 2

1. De regeling wordt opengesteld voor aanvragen van bedrijven die uiterlijk met ingang van 31 mei 2005 met de verplichting genoemd in artikel 5, eerste lid, van de regeling starten.

2. Aanvragen voor een subsidie als bedoeld in artikel 2 van de regeling kunnen worden ingediend vanaf 24 mei 2004 tot en met 24 augustus 2004.

3. Voor deze aanvraagperiode wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 3.000.000,.

Artikel 3

De subsidie bedraagt voor gewassen die op het tijdstip van indienen van de aanvraag nog niet als biologische producten kunnen worden afgezet, met uitzondering van veevoedergewassen:

a. a. € 147,48 per jaar per hectare voor de gewassen en groepen van gewassen genoemd in artikel 10, derde lid, onderdeel a, van de regeling; b. b. € 737,39 per jaar per hectare tuinbouw, met uitzondering van de onder a bedoelde gewassen of gewasgroepen, zwarte bes of zure kers, en c. c. € 884,87 per jaar per hectare fruitteelt, met uitzondering van de onder a en b bedoelde gewassen, groepen van gewassen en sector.

Artikel 4

Subsidies als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van de regeling worden berekend op grond van artikel 10a, derde lid, van de regeling.

Artikel 5

1.

De verdeling van het beschikbare bedrag vindt plaats op grond van de volgende rangorde:

a. a. aanvragen van bedrijven waarvan geen enkel product als biologisch product kan worden afgezet, en die gaan beginnen of begonnen zijn met de omschakeling naar de biologische productiemethode van één of meer productierichtingen; b. b. aanvragen die betrekking hebben op de uitbreiding van het volgens de biologische productiemethode geteelde areaal door:

        1°.
        het omschakelen van één of meerdere productierichtingen naast een bestaande biologische productierichting, waarbij de van de eerstgenoemde productierichtingen afkomstige producten, in tegenstelling tot laatstgenoemde productierichting, nog niet als biologische producten kunnen worden afgezet, onderscheidenlijk
      
      
        2°.
        de verwerving van grond ten behoeve van een productierichting waarin de biologische productiemethode reeds wordt toegepast, en waarbij de gewassen afkomstig van de verworven grond op het moment van aanvraag niet als biologische producten kunnen worden afgezet;
      
    
    en die slechts betrekking hebben op de nieuw om te schakelen productierichting of verworven grond;

1°. 1°. het omschakelen van één of meerdere productierichtingen naast een bestaande biologische productierichting, waarbij de van de eerstgenoemde productierichtingen afkomstige producten, in tegenstelling tot laatstgenoemde productierichting, nog niet als biologische producten kunnen worden afgezet, onderscheidenlijk 2°. 2°. de verwerving van grond ten behoeve van een productierichting waarin de biologische productiemethode reeds wordt toegepast, en waarbij de gewassen afkomstig van de verworven grond op het moment van aanvraag niet als biologische producten kunnen worden afgezet; c. c. alle overige aanvragen.

2. Aanvragen die betrekking hebben op twee of meer categorieën als bedoeld in het eerste lid, worden bij de verdeling van het beschikbare bedrag, voor elke categorie als een aparte aanvraag behandeld.

Hoofdstuk II. Kaderregeling kennis en advies

Artikel 6

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a. a. regeling: Kaderregeling kennis en advies; b. b. NGE: Nederlandse grootte-eenheden als bedoeld in artikel 6 van de Regeling landbouwtelling en GDI 2004.

Paragraaf 1. Openstelling jonge agrariërs

Artikel 7

In deze paragraaf wordt verstaan onder vestigen: stichten van een nieuw landbouwbedrijf of het overnemen van een bestaand landbouwbedrijf, waarbij een natuurlijke persoon, die niet eerder een landbouwbedrijf volledig in eigendom, pacht of erfpacht van een landbouwbedrijf heeft gehad:

a. a. het betreffende landbouwbedrijf volledig in eigendom, pacht of erfpacht verwerft, of b. b. met een andere natuurlijke persoon, die niet eerder het volledige eigendom, pacht of erfpacht van een landbouwbedrijf heeft gehad, gezamenlijk het betreffende landbouwbedrijf in eigendom, pacht of erfpacht verwerft.

Artikel 8

Op grond van deze paragraaf kunnen met ingang van 13 september 2004 tot en met 11 oktober 2004 aanvragen tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 5 van de regeling worden ingediend door natuurlijke personen die:

a. a. voornemens zijn zich te vestigen, en b. b. op de datum van de subsidieaanvraag jonger zijn dan 40 jaar.

Artikel 9

1. Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend voor de categorie van activiteiten bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de regeling, voor zover het betreft het opstellen van een ondernemingsplan met het oog op een voorgenomen vestiging op een bedrijf met een omvang van ten minste 16 NGE.

2.

Het ondernemingsplan, bedoeld in het eerste lid, omvat in elk geval:

a. a. de doelstellingen van het landbouwbedrijf; b. b. een sterkte-zwakte analyse van de ondernemer en het desbetreffende landbouwbedrijf; c. c. de voorgenomen bedrijfsvoering, en d. d. een overzicht van de benodigde investeringen en de financieel-economische onderbouwing daarvan.

Artikel 10

De maximaal te verlenen subsidie voor deze aanvraagperiode bedraagt ten hoogste € 1.500, per ondernemer.

Artikel 11

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 8, wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 500.000,.

Paragraaf 2. Openstelling akkerbouw en vollegrondsgroenteteelt

Artikel 12

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. a. akkerbouw: telen van de gewassen, bedoeld in onderdeel E Akkerbouw, in bijlage II bij de Regeling landbouwtelling en GDI 2004, met uitzondering van de gewassen met de codes 703, 715, 754, 962, 963 en 966; b. b. vollegrondsgroenteteelt: telen van de gewassen, bedoeld in onderdeel D Tuinbouw open grond, onder Groenten, in bijlage II bij de Regeling landbouwtelling en GDI 2004.

Artikel 13

Op grond van deze paragraaf kunnen met ingang van 12 oktober 2004 tot en met 9 november 2004 aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend door ondernemers die op hun bedrijf de akkerbouw of de vollegrondsgroenteteelt uitoefenen. De omvang, uitgedrukt in NGE, van de akkerbouw en de vollegrondsgroenteteelt tezamen bedraagt tenminste de helft van de totale omvang, uitgedrukt in NGE, van het landbouwbedrijf.

Artikel 14

1.

Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend voor de volgende in artikel 2 van de regeling bedoelde categorieën van activiteiten:

a. a. onderdeel a, voor zover het betreft een of meer van de volgende activiteiten:

        i.
        Een startgesprek waarin aandacht wordt besteed aan de toekomstmogelijkheden van de ondernemer en het gezin. De werkzaamheden van de adviseur nemen ten hoogste 8 uur in beslag.
      
      
        ii.
        Begeleiding bij bedrijfsbeëindiging, individueel of in groepsverband. De werkzaamheden van de adviseur nemen ten hoogste 12 uur in beslag.
      
      
        iii.
        Evaluatie van de bedrijfsbeëindiging individueel of in groepsverband, met de nadruk op de emotionele aspecten van de bedrijfsbeëindiging. De werkzaamheden van de adviseur nemen ten hoogste 30 uur in beslag.

i. i. Een startgesprek waarin aandacht wordt besteed aan de toekomstmogelijkheden van de ondernemer en het gezin. De werkzaamheden van de adviseur nemen ten hoogste 8 uur in beslag. ii. ii. Begeleiding bij bedrijfsbeëindiging, individueel of in groepsverband. De werkzaamheden van de adviseur nemen ten hoogste 12 uur in beslag. iii. iii. Evaluatie van de bedrijfsbeëindiging individueel of in groepsverband, met de nadruk op de emotionele aspecten van de bedrijfsbeëindiging. De werkzaamheden van de adviseur nemen ten hoogste 30 uur in beslag. b. b. onderdeel b, voor zover het betreft het uitvoeren van een bedrijfsdoorlichting, waarbij aan de hand van onder meer financiële, sociale en technische aspecten de huidige bedrijfssituatie tegen de achtergrond van relevante omgevingsontwikkelingen wordt vergeleken met de situatie van andere bedrijven in de desbetreffende sector. c. c. onderdeel d, voor zover het betreft een of meer van de volgende activiteiten:

        i.
        Het opstellen van een bedrijfsontwikkelingsplan dat, op basis van in elk geval een bedrijfseconomische doorrekening van de huidige en alternatieve situaties, een advies bevat voor de toekomstige ontwikkeling van het landbouwbedrijf.
      
      
        ii.
        Het opstellen van een kennisplan, inhoudende een analyse van de kennisbehoefte van de ondernemer en de wijze waarop die kennis verkregen kan worden.
      
      
        iii.
        Het opstellen van een samenwerkingsplan, waarin de mogelijkheden tot samenwerking met een ander landbouwbedrijf worden geanalyseerd op basis van onder meer technische, economische en juridische aspecten.

i. i. Het opstellen van een bedrijfsontwikkelingsplan dat, op basis van in elk geval een bedrijfseconomische doorrekening van de huidige en alternatieve situaties, een advies bevat voor de toekomstige ontwikkeling van het landbouwbedrijf. ii. ii. Het opstellen van een kennisplan, inhoudende een analyse van de kennisbehoefte van de ondernemer en de wijze waarop die kennis verkregen kan worden. iii. iii. Het opstellen van een samenwerkingsplan, waarin de mogelijkheden tot samenwerking met een ander landbouwbedrijf worden geanalyseerd op basis van onder meer technische, economische en juridische aspecten. d. d. onderdeel e, voor zover het betreft een of meer van de volgende activiteiten:

        i.
        Het opstellen van een bedrijfsbeëindigingplan, waarin tenminste een stappenplan en een analyse van de fiscale en economische consequenties van de bedrijfsbeëindiging.
      
      
        ii.
        Het opstellen van een rapport waarin de mogelijkheden van de ondernemer om buiten de agrarische sector een nieuwe onderneming te starten in kaart worden gebracht.

i. i. Het opstellen van een bedrijfsbeëindigingplan, waarin tenminste een stappenplan en een analyse van de fiscale en economische consequenties van de bedrijfsbeëindiging. ii. ii. Het opstellen van een rapport waarin de mogelijkheden van de ondernemer om buiten de agrarische sector een nieuwe onderneming te starten in kaart worden gebracht. e. e. onderdeel f, voor zover het betreft een of meer van de volgende activiteiten:

        i.
        Het volgen van een opleiding of het deelnemen aan een training over strategisch ondernemerschap, waarin onder meer wordt ingegaan op strategische aanpak, managementmodellen, missie, visie en doelstellingen en analysemethoden.
      
      
        ii.
        Het volgen van een opleiding of het deelnemen aan een training over het concept van verantwoord ondernemen en de wijze waarop dat concept in het bedrijf van de ondernemer kan worden geïmplementeerd.
      
      
        iii.
        Het volgen van een opleiding of het deelnemen aan een training waarin wordt ingegaan op de juridische, economische en technische aspecten van het aangaan van een samenwerkingsverband.

i. i. Het volgen van een opleiding of het deelnemen aan een training over strategisch ondernemerschap, waarin onder meer wordt ingegaan op strategische aanpak, managementmodellen, missie, visie en doelstellingen en analysemethoden. ii. ii. Het volgen van een opleiding of het deelnemen aan een training over het concept van verantwoord ondernemen en de wijze waarop dat concept in het bedrijf van de ondernemer kan worden geïmplementeerd. iii. iii. Het volgen van een opleiding of het deelnemen aan een training waarin wordt ingegaan op de juridische, economische en technische aspecten van het aangaan van een samenwerkingsverband.

2.

Het subsidiepercentage, bedoeld in artikel 6, derde lid, van de regeling bedraagt:

a. a. voor de categorieën van activiteiten bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en d: 70%; b. b. voor de categorieën van activiteiten bedoeld in het eerste lid, onderdeel b en c: 50%, en c. c. voor de categorieën van activiteiten bedoeld in het eerste lid, onderdeel e: 30%.

Artikel 15

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 13, wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 1.160.000,.

Paragraaf 3. Openstelling biologische landbouw

Artikel 16

In deze paragraaf wordt verstaan onder biologische productiemethode: productiemethode als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode.

Artikel 17

Op grond van deze paragraaf kunnen met ingang van 15 juni 2004 tot en met 28 juli 2004 aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend door ondernemers die overwegen te starten met de biologische productiemethode of die reeds zijn omgeschakeld naar de biologische productiemethode.

Artikel 18

Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend voor de categorieën van activiteiten bedoeld in artikel 2, onderdelen a, b, c, d en f van de regeling, voor zover de activiteiten betrekking hebben op:

a. a. de bedrijfseconomische gevolgen van de omschakeling naar, aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode b. b. de markt- en afzetperspectieven voor de ondernemer bij omschakeling naar, de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode; c. c. de implementatie van de regelgeving voor de biologische productiemethode in de bedrijfsvoering; d. d. de aanpassingen in het bedrijfssysteem ten behoeve van de biologische productiemethode; e. e. de financieringsmogelijkheden van de voor omschakeling naar, de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode benodigde investeringen; f. f. het verwerven van technische kennis en vaardigheden van de biologische productiemethode, en g. g. het verwerven van alternatieve inkomsten opdat de biologische productiemethode op het bedrijf kan worden gecontinueerd.

Artikel 19

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 17, wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 788.000,.

Hoofdstuk III. Subsidieregeling demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten duurzame landbouw

Artikel 20

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder regeling: Subsidieregeling demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten duurzame landbouw.

Paragraaf 1. Openstelling biologische landbouw, geïntegreerde gewasbestrijding, marktgericht ondernemen en verticale samenwerking in de intensieve veehouderij

Artikel 21

1. Aanvragen voor een subsidie op grond van de regeling kunnen worden ingediend vanaf 1 juni 2004 tot en met 28 juli 2004.

2.

Aanvragen tot subsidieverlening kunnen slechts worden ingediend voor projecten die gericht zijn op de volgende themas genoemd in artikel 3, eerste lid, van de regeling en daarbinnen op de daarbij vermelde subthemas als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de regeling:

a. a. onderdeel a, en daarbinnen op één van de volgende subthemas: verbetering en invoering van op biologische productie toegesneden marktgerichte ketengarantiesystemen of versnelling van de sluiting van kringlopen; b. b. onderdeel c, en daarbinnen op het subthema: mechanische onkruidbestrijding; c. c. onderdeel i, en daarbinnen op de subthemas: vertaling van marktontwikkelingen en -eisen naar de eigen bedrijfsvoering en toepassing van de consequenties daarvan in de eigen bedrijfsvoering, aangaan van nieuwe samenwerkingsverbanden in producentenverenigingen of verbetering van het rendement van het bedrijf door het nemen van initiatieven tot financiële participatie in afzet van producten; d. d. onderdeel q, en daarbinnen op het subthema: verticale samenwerking in de intensieve veehouderij.

Artikel 22

Voor deze aanvraagperiode worden de subsidieplafonds als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de regeling als volgt vastgesteld:

a. a. voor het thema bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel a: € 512.709,, b. b. voor het thema bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel b: € 460.393,, c. c. voor het thema bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel c: € 1.332.854,, d. d. voor het thema bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel d: € 207.644,.

Paragraaf 2. Openstelling energie

Artikel 23

1. Aanvragen voor een subsidie in het kader van de regeling kunnen worden ingediend vanaf 1 december 2004 tot en met 1 februari 2005.

2.

Aanvragen tot subsidieverlening kunnen slechts worden ingediend voor projecten die gericht zijn op het thema genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van de regeling en op de sub-themas:

a. a. bloembollenteelt; b. b. paddestoelenteelt; c. c. glastuinbouw.

Artikel 24

Voor deze aanvraagperiode worden de subsidieplafonds als volgt vastgesteld:

a. a. voor het thema bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel a: € 42.000,; b. b. voor het thema bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel b: € 61.500,; c. c. voor het thema bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel c: € 849.000,.

Artikel 25

In aanvulling op het bepaalde in artikel 11 van de regeling worden projecten, als bedoeld in artikel 23, tweede lid, hoger gerangschikt naarmate:

a. a. het project een grotere energiebesparingspotentie heeft; b. b. de energiebesparing toepasbaar is op een groter aantal bedrijven of een groter aantal hectares; c. c. indien het een project betreft als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel c, het project relevant is voor meerdere gewassen of gewasgroepen.

Hoofdstuk IV. Regeling structuurverbetering glastuinbouw 2002

Artikel 26

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder regeling: Regeling structuurverbetering glastuinbouw 2002.

Artikel 26a

1. Aanvragen voor een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de regeling, kunnen worden ingediend van 22 november 2004 tot en met 15 maart 2005.

2. Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 4, tweede lid van de regeling, wordt voor de aanvraagperiode, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op € 4.000.000.

Artikel 26b

1. Aanvragen voor een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdelen b en c van de regeling, kunnen worden ingediend van 22 november 2004 tot en met 15 maart 2005.

2. Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 4, tweede lid van de regeling, wordt voor de aanvraagperiode, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op € 12.000.000.

Hoofdstuk V. Slotbepalingen

Artikel 27

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit ondernemingsgerichte subsidies 2004.

Artikel 28

Dit besluit vervalt met ingang van 16 maart 2005.