40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2015 | BWBR0036453 | ministeriele-regeling | geldend | 2015-03-31 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0036453 | Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2015 |
Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2015
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. a.
*besluit:*
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008
b. b.
*bewindspersoon:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
c. c.
*inspecteur-generaal:* inspecteur-generaal van het Onderwijs;
d. d.
*inspectie:* Inspectie van het Onderwijs
e. e.
*inspectieleiding:* inspecteur-generaal en de hoofdinspecteurs;
f. f.
*minister:* minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
g. g.
*ministerie:* ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
h. h.
*wet:*
Wet op het onderwijstoezicht.
Artikel 2
De inspecteur-generaal stelt de organisatie van de inspectie vast zoals deze is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
Artikel 3
1. De inspecteur-generaal verleent mandaat voor de aan de inspectie geattribueerde toezichttaken zoals vermeld in de artikelen 4 en 5 van dit besluit.
2. De inspecteur-generaal verleent krachtens het besluit ondermandaat voor andere taken, zoals vermeld in de artikelen 6 en 7 van dit besluit.
Paragraaf 2. Mandaatverlening ten aanzien van de aan de inspectie geattribueerde toezichttaken
Artikel 4
Aan de inspecteur-generaal is onder meer voorbehouden:
a. a. het afdoen en ondertekenen van stukken gericht aan de bewindslieden van het ministerie en andere ministeries, b. b. het afdoen en ondertekenen van stukken gericht aan de secretaris-generaal van het ministerie en andere ministeries, c. c. het afdoen en ondertekenen van stukken gericht aan de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal, d. d. het afdoen en ondertekenen van stukken gericht aan bewindslieden en secretarissen-generaal van andere ministeries, e. e. de vaststelling van het jaarwerkplan, bedoeld in artikel 7 van de wet, en het onderwijsverslag, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet, f. f. de vaststelling van de toezichtkaders, bedoeld in artikel 13 van de wet, g. g. de vaststelling van het thema rapport, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet, h. h. de besluitvorming over toezichtinhoudelijke zaken die op het niveau van de inspectieleiding worden besproken, i. i. het verlenen en intrekken van mandaten, en, j. j. het nemen van een besluit op een bezwaar tegen een besluit van de inspectie.
Artikel 5
1. De inspecteur-generaal verleent degenen die de functie van hoofdinspecteur uitoefenen mandaat ten aanzien van aangelegenheden voortvloeiend uit hun functie: het nemen van besluiten, en het afdoen en ondertekenen van stukken.
2. Tot de aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, behoren in elk geval alle aangelegenheden ten aanzien waarvan de inspecteur-generaal mandaat heeft verleend aan degenen die de functie van directeur Toezicht respectievelijk inspecteur uitoefenen, voor zover deze aangelegenheden vallen binnen de portefeuille van de desbetreffende hoofdinspecteur.
3. De inspecteur-generaal verleent degenen die de functie van directeur Kennis en directeur Rekenschap en Juridische Zaken uitoefenen mandaat ten aanzien van aangelegenheden voortvloeiend uit hun functie: het nemen van besluiten en het afdoen en ondertekenen van stukken.
4. Tot de aangelegenheden, bedoeld in het derde lid, behoren voor wat betreft de directeur Rekenschap en Juridische zaken in elk geval alle aangelegenheden ten aanzien waarvan de inspecteur-generaal mandaat heeft verleend aan degenen die de functie van auditor binnen de Directie Rekenschap en Juridische zaken uitoefenen.
5. De inspecteur-generaal verleent degenen die de functie van directeur Toezicht uitoefenen mandaat ten aanzien van aangelegenheden voortvloeiend uit hun functie: het nemen van besluiten, en het afdoen en ondertekenen van stukken.
6. Tot de aangelegenheden, bedoeld in het vijfde lid, behoren in elk geval alle aangelegenheden ten aanzien waarvan de inspecteur-generaal mandaat heeft verleend aan degenen die de functie van inspecteur uitoefenen, voor zover deze aangelegenheden vallen binnen de portefeuille van de desbetreffende directeur Toezicht.
7. De inspecteur-generaal verleent degenen die de functie van inspecteur respectievelijk auditor uitoefenen mandaat ten aanzien van aangelegenheden voortvloeiend uit hun functie: het afdoen en ondertekenen van stukken.
8.
Tot de aangelegenheden, bedoeld het zevende lid, behoort voor de inspecteur in elk geval;
a. a. de bekrachtiging van de reguliere toezichthandelingen ten aanzien van de onderwijsinstellingen; b. b. het nemen van besluiten op grond van de Wet op de expertisecentra;
9. Tot de aangelegenheden, bedoeld in het zevende lid, behoort voor de auditor in elk geval de bekrachtiging van de reguliere toezichthandelingen op het gebied van financiële rechtmatigheid.
Paragraaf 3. Ondermandaatverlening in het kader van andere taken krachtens het
Artikel 6
1. De inspecteur-generaal is bij uitsluiting van anderen, met uitzondering van de secretaris-generaal van het ministerie, gemandateerd met betrekking tot de zaken die in het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 als voorbehouden aan de inspecteur-generaal zijn opgenomen.
2.
Voorts zijn onder meer de volgende aangelegenheden voorbehouden aan de inspecteur-generaal:
a. a. vaststelling van jaarstukken als het jaarverslag, de jaarrekening en de concept-managementafspraak met de secretaris-generaal van het ministerie, b. b. vaststelling van viermaandsrapportages over de bedrijfsvoering, c. c. vaststelling van toezichtberichten, d. d. besluiten over klachten over de inspectie, e. e. aanwijzing van een plaatsvervanger bij afwezigheid of verhindering, f. f. meer in het algemeen de besluitvorming over bedrijfsvoeringsaangelegenheden die op het niveau van de inspectieleiding worden besproken, g. g. het verlenen en intrekken van ondermandaten, h. h. het nemen van een besluit waarin een verzoek om openbaarmaking op grond van de Wet openbaarheid van bestuur door de inspectie wordt gehonoreerd, i. i. het nemen van een beslissing op een tegen een besluit als bedoeld in artikel 7, vierde lid, onderdelen a tot en met e, van het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 ingediend bezwaarschrift.
Artikel 7
1. De inspecteur-generaal verleent degene die de functie van hoofdinspecteur, directeur Staf, plaatsvervangend directeur Staf, directeur Kennis, directeur Rekenschap en Juridische Zaken en directeur Toezicht uitoefenen ondermandaat, binnen het kader van de managementafspraak, ten aanzien van alle aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden voortvloeiend uit hun functie,
2. Tot de aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, behoort in elk geval het optreden als budgethouder voor de door de inspecteur-generaal toegewezen budgetten, en specifiek voor de directeur Staf het optreden namens de inspecteur-generaal als budgethouder voor de centrale budgetten van de inspectieleiding. Hierbij geldt dat de hoofdinspecteurs, de directeur Staf en de andere directeuren (inclusief de plaatsvervangend directeur Staf) verplichtingen kunnen aangaan, binnen de grenzen van het door de minister goedgekeurde bestedingsplan, tot maximaal € 100.000 respectievelijk € 150.000 respectievelijk € 50.000.
3. De inspecteur-generaal verleent degene die de functie van kwaliteitsmanager uitoefent ondermandaat ten aanzien van alle aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden voortvloeiend uit zijn functie,
Paragraaf 4. Ondermandaatverlening in het kader van de
Artikel 8
De inspecteur-generaal verleent ondermandaat aan degenen die de functie van hoofdinspecteur uitoefenen om de bevoegdheden aan te wenden, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren.
Paragraaf 5. Plaatsvervanging
Artikel 9
Bij afwezigheid of verhindering van de inspecteur-generaal wordt voor de duur van de afwezigheid of verhindering zijn bevoegdheid uitgeoefend overeenkomstig het bepaalde in bijlage 2 bij dit besluit. Dit mandaat omvat niet de bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van (onder)mandaten.
Artikel 10
1. Bij afwezigheid of verhindering van degene aan wie de inspecteur-generaal een (onder)mandaat heeft verleend, wordt voor de duur van de afwezigheid of verhindering diens bevoegdheid uitgeoefend door de direct leidinggevende.
2. In afwijking van het eerste lid wordt bij afwezigheid of verhindering van de hoofdinspecteur voor de duur daarvan diens bevoegdheid uitgeoefend door de andere hoofdinspecteur of bij diens afwezigheid door de door de inspecteur-generaal aan te wijzen directeur Toezicht.
3. In afwijking van het eerste lid wordt bij afwezigheid of verhindering van de directeur Staf voor de duur daarvan diens bevoegdheid uitgeoefend door de plaatsvervangend directeur Staf.
4. In afwijking van het eerste lid wordt bij afwezigheid of verhindering van de directeur Kennis voor de duur daarvan diens bevoegdheid uitgeoefend door de door de inspecteur-generaal aan te wijzen hoofdinspecteur.
5. In afwijking van het eerste lid wordt bij afwezigheid of verhindering van de directeur Rekenschap en Juridische zaken voor de duur daarvan diens bevoegdheid uitgeoefend door een door de inspecteur-generaal aan te wijzen hoofdinspecteur en op grond van de beroepsvoorschriften voor registeraccountants voor vakinhoudelijke zaken een door inspecteur-generaal aan te wijzen registeraccountant.
6. In afwijking van het eerste lid wordt bij afwezigheid of verhindering van de directeur Toezicht diens bevoegdheid voor de duur van de afwezigheid of verhindering uitgeoefend door een daartoe door de hoofdinspecteur aan te wijzen directeur Toezicht.
7. De gemandateerde die zich gedurende een bepaalde periode wil laten vervangen, meldt dit voornemen aan de inspecteur-generaal en vermeldt daarbij de periode van de vervanging en wie de plaatsvervanger voor die periode is.
Paragraaf 6. Slotbepalingen
Artikel 11
1. Het Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs1Besluit van 14 november 2013, bekendgemaakt op de website van de Inspectie van het Onderwijs. wordt ingetrokken.
2. Mandaten die zijn verleend op grond van het Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs of mandaten die geacht op grond van dat besluit te zijn verleend, en die gelden op de dag voor inwerkingtreding van dit besluit, worden geacht te zijn verleend op grond van dit besluit, met inachtneming van het in dit besluit bepaalde.
Artikel 12
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
2. De inspecteur-generaal draagt zorg voor bekendmaking van de bijlagen en de verleende mandaten, bedoeld in artikel 2 en van de verleende ondermandaten, bedoeld in artikel 3 door openbare ter inzage legging bij de inspectie en door plaatsing op de website van de inspectie.
Artikel 13
Dit besluit wordt aangehaald als het Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2015.
Bijlage 1. Bij het Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2015
Deze bijlage bevat
I een organogram van de Inspectie van het Onderwijs
II een organisatiebeschrijving van de Inspectie van het Onderwijs
III de portefeuilleverdeling over de leden van het MT-inspectie
Bijlage 2. Bij het Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2015
Plaatsvervanging of afwezigheid