40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Meldingen en Verzoeken 2022 | BWBR0046803 | ministeriele-regeling | geldend | 2022-06-25 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0046803 | Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Meldingen en Verzoeken 2022 |
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Meldingen en Verzoeken 2022
Paragraaf 1. Begripsbepaling
Artikel 1
In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. a.
*afdeling M&V AMF:* de afdeling Meldingen en Verzoeken Arbeidsmarktfraude;
b. b.
*afdeling M&V ARBO:* de afdeling Meldingen en Verzoeken Arbeidsomstandigheden;
c. c.
*afdeling MIC:* de afdeling Meldingen Informatie Centrum;
d. d.
*directeur:* de directeur van de directie Meldingen en Verzoeken;
e. e.
*directie:* de directie Meldingen en Verzoeken;
f. f.
*vakgroep AMF:* de vakgroep Arbeidsmarktfraude;
g. g.
*vakgroep ARBO:* de vakgroep Arbeidsomstandigheden;
h. h.
*vakgroep P&P:* de vakgroep Programma- en Projectmanagement van de directie Toezicht.
Paragraaf 2. Organisatie
Artikel 2
1.
De directie bestaat uit de volgende afdelingen en vakgroepen:
a. a. de afdeling MIC, waarbinnen de volgende teams zijn ingericht:
1°.
Loket Vragen en Verzoeken;
2°.
Loket Meldingen;
3°.
Team Meldingen Eerlijk Werk;
4°.
Team Beheer en Informatie;
1°. 1°. Loket Vragen en Verzoeken; 2°. 2°. Loket Meldingen; 3°. 3°. Team Meldingen Eerlijk Werk; 4°. 4°. Team Beheer en Informatie; b. b. de afdeling M&V ARBO; c. c. de vakgroep ARBO, waarbinnen regionale en landelijke teams zijn samengesteld; d. d. de afdeling M&V AMF; e. e. de vakgroep AMF, waarbinnen regionale en landelijke teams zijn samengesteld.
2.
De afdelingen worden als volgt geleid:
a. a. aan het hoofd van iedere afdeling staat een afdelingshoofd; b. b. aan het hoofd van ieder team van de afdeling MIC staat een teamleider; c. c. aan het hoofd van iedere vakgroep staat een vakgroephoofd; d. d. aan het hoofd van ieder regionaal en landelijk team staat een teammanager; e. e. de functionele sturing van de inspecteurs van landelijke teams wordt vervuld door projectleiders van de vakgroep P&P; f. f. de functionele sturing van inspecteurs van regionale teams wordt vervuld door een functioneel leidinggevende, welke hiërarchisch valt onder het afdelingshoofd M&V ARBO of het afdelingshoofd M&V AMF.
Paragraaf 3. Verantwoordelijkheden
Artikel 3
1.
Het afdelingshoofd MIC en de vakgroephoofden zijn verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:
a. a. het leiding geven aan de eigen afdeling of vakgroep, waaronder begrepen:
1°.
de HRM-taken ten aanzien van de medewerkers, de coaching van de medewerkers en het bevorderen van de sociale cohesie van de eigen afdeling of vakgroep;
2°.
de vakontwikkeling en kennisborging;
1°. 1°. de HRM-taken ten aanzien van de medewerkers, de coaching van de medewerkers en het bevorderen van de sociale cohesie van de eigen afdeling of vakgroep; 2°. 2°. de vakontwikkeling en kennisborging; b. b. het afleggen van verantwoording en het rapporteren aan de directeur over bijdragen van de eigen afdeling of vakgroep aan de uitvoering van het jaarplan van de Nederlandse Arbeidsinspectie; c. c. het doen van voorstellen aan de directeur met betrekking tot het aantrekken en ontslaan van personeel; d. d. het bijdragen aan de totstandkoming producten van de Nederlandse Arbeidsinspectie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen a, e, f, g, i en s, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie 2017, binnen de daarvoor geldende departementale kaders dan wel volgens door de inspecteur-generaal dan wel de directeur gegeven richtlijnen; e. e. het als tactisch manager participeren in het ontwikkelen en implementeren van plannen van de Nederlandse Arbeidsinspectie; f. f. het vervullen van proceseigenaarschap van de daartoe aan hen toebedeelde werkprocessen.
2.
De afdelingshoofden M&V ARBO en M&V AMF zijn verantwoordelijk voor de volgende taken:
a. a. het leidinggeven aan een afdeling bestaande uit functioneel leidinggevenden die de teams functioneel aansturen, waaronder begrepen:
1°.
het toezien op de taakuitoefening van de functioneel leidinggevenden;
2°.
de HRM-taken ten aanzien van deze functioneel leidinggevenden, de coaching van deze functioneel leidinggevenden en het bevorderen van de sociale cohesie van de eigen afdeling;
3°.
de vakontwikkeling en kennisborging;
1°. 1°. het toezien op de taakuitoefening van de functioneel leidinggevenden; 2°. 2°. de HRM-taken ten aanzien van deze functioneel leidinggevenden, de coaching van deze functioneel leidinggevenden en het bevorderen van de sociale cohesie van de eigen afdeling; 3°. 3°. de vakontwikkeling en kennisborging; b. b. het afleggen van verantwoording en het rapporteren aan de directeur over bijdragen van de eigen afdeling aan de uitvoering van het jaarplan van de Nederlandse Arbeidsinspectie; c. c. het doen van voorstellen aan de directeur met betrekking tot het aantrekken en ontslaan van personeel; d. d. het zorg dragen voor een actuele tactische planning waarin de inzet van de capaciteit van de teams wordt gematcht met de gevraagde inzet op responsief en reactief werk, organisatieprojecten ten behoeve van de programma’s en overige directe taken, waaronder in ieder geval begrepen de nalevingsmonitor; e. e. het samen met de andere tactisch leidinggevenden sturen op de gewenste verhouding tussen programmatisch en actief alsmede responsief en reactief toezicht en de productiviteit van de teams; f. f. de borging en ontwikkeling van regionale netwerken; g. g. het als tactisch manager participeren in het ontwikkelen en implementeren van plannen van de Nederlandse Arbeidsinspectie; h. h. het vervullen van proceseigenaarschap van de daartoe aan hen toebedeelde werkprocessen.
Artikel 4
De teammanagers zijn verantwoordelijk voor de volgende taken:
a. a. het dragen van personele verantwoordelijkheid voor een landelijk of regionaal team dat onderdeel is van een vakgroep en dat wordt ingezet ten behoeve van meldingen, verzoeken, inspectieprojecten, overige interventies en praktijkbegeleiding van inspecteurs; b. b. het organiseren van een vakmatige thuisbasis voor de medewerkers en het vormgeven van de werkgeversrol gericht op de vakontwikkeling, continuïteit, vitaliteit en inzetbaarheid van de medewerker; waaronder in ieder geval de volgende taken worden begrepen:
1°.
het bevorderen van de persoonlijke ontwikkeling;
2°.
het begeleiden van medewerkers met ziekteverzuim;
3°.
het voeren van personeelsgesprekken;
1°. 1°. het bevorderen van de persoonlijke ontwikkeling; 2°. 2°. het begeleiden van medewerkers met ziekteverzuim; 3°. 3°. het voeren van personeelsgesprekken; c. c. het zorgdragen dat de ontwikkeling en aansturing van het team in lijn is met de gewenste productiviteit, inzetbaarheid en resultaten en het daartoe schakelen met de functioneel leidinggevende waarmee de teammanager een duaal koppel vormt; d. d. het zorgdragen voor de borging van kennis en kwaliteit binnen het team; e. e. het rapporteren aan een vakgroephoofd; f. f. het afstemmen met de functioneel leidinggevende en eventueel programmamanagers, projectleiders, teamleiders afdeling MIC en collega teammanagers; g. g. het zorg dragen voor de borging van uniformiteit en kwaliteit van vakspecifieke werkprocessen en het leveren van input voor richtlijnen en procedures; h. h. het verzamelen van input op hoofdprocessen, waaronder in ieder geval begrepen inspecteren en signaleren, vanuit de vakgroep, het actief vormgeven aan ontwikkelingen, innovaties en verbetermogelijkheden en het vertalen daarvan naar vakinhoudelijke producten en diensten; i. i. het samen met de functioneel leidinggevende organiseren van de teambijeenkomsten van het team gericht op teamontwikkeling, vakontwikkeling en werkoverleg.
Artikel 5
De functioneel leidinggevenden zijn verantwoordelijk voor de volgende taken:
a. a. de operationele aansturing van het programmatische/actieve en responsieve/reactieve toezicht dat uitgevoerd wordt door een regionaal team; b. b. het zorg dragen voor de borging van uniformiteit en kwaliteit van specifieke werkprocessen en het leveren van input voor richtlijnen en procedures; c. c. het verzamelen van input op hoofdprocessen, waaronder in ieder geval begrepen inspecteren en signaleren; d. d. het functioneel aansturen van de medewerkers die onderdeel zijn van het team en het vormgeven aan de P-zorg voor zover passend binnen de uitvoering van het werk of project; e. e. het zorg dragen voor een passende operationele planning voor het team waaraan functioneel leiding wordt gegeven en het aansturen op een adequate productiviteit; f. f. het in voorkomende gevallen vervullen van de opdrachtnemersrol met betrekking tot interventies die door het team worden uitgevoerd in opdracht van een of meer programma’s; g. g. het sturen op de uitvoering van deze opdrachten volgens de projectplannen van de Nederlandse Arbeidsinspectie en een adequate terugkoppeling naar het programma kernteam; het in die rol doen uitvoeren van toezichtinterventies en uitvoeren van handhavingscorrespondentie; h. h. het bijdragen aan de ontwikkeling en borging van regionale netwerken; i. i. het in afstemming met de afdeling MIC op verzoek van het externe netwerk organiseren van gezamenlijk optreden en effectieve behandeling van signalering- of samenwerkingsverzoeken; j. j. het sturen op de kwantiteit en kwaliteit van de opvolging van meldingen en verzoeken; k. k. het afstemmen met de collega functioneel leidinggevenden over teamoverstijgende operationele zaken; l. l. het samen met de teammanager van het team organiseren van de wenselijke vormen van teamoverleg gericht op de uitvoering van het werk; m. m. het rapporteren aan het afdelingshoofd.
Artikel 6
De teamleiders afdeling MIC zijn verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:
a. a. de aansturing van uitvoerende medewerkers ten aanzien van de meldingen en verzoeken; b. b. het vormgeven van een professionele thuisbasis voor de medewerkers en het vervullen van de werkgeversrol, gericht op de vakontwikkeling, continuïteit, vitaliteit en inzetbaarheid van de medewerkers, waaronder in ieder geval de volgende taken worden begrepen:
1°.
het bevorderen van de persoonlijke ontwikkeling;
2°.
het begeleiden van medewerkers met ziekteverzuim;
3°.
het voeren van personeelsgesprekken;
1°. 1°. het bevorderen van de persoonlijke ontwikkeling; 2°. 2°. het begeleiden van medewerkers met ziekteverzuim; 3°. 3°. het voeren van personeelsgesprekken; c. c. het zicht houden op de voortgang van de realisatie van teamdoelen en het zo nodig bijsturen; d. d. het gestructureerd voeren van werkoverleg en behalen van afgesproken resultaten en het opleveren van producten en diensten conform de geldende kaders; e. e. het zorg dragen voor de borging van kennis en kwaliteit binnen het team; f. f. het rapporteren aan het afdelingshoofd en collega teamleiders met het oog op een optimale inzet van mensen, uniforme wijze van aansturen, kennismanagement en netwerkbeheer; g. g. het zorg dragen voor de borging van uniformiteit en kwaliteit van vakspecifieke werkprocessen en het leveren van input voor richtlijnen en procedures; h. h. het monitoren van de werkprocessen van het team; i. i. het actief vormgeven aan ontwikkelingen, innovaties en verbetermogelijkheden en deze vertalen naar vakinhoudelijke producten en diensten; j. j. het op een tijdige en juiste wijze toepassen van personeelsinstrumenten, waaronder in ieder geval worden begrepen:
1°.
start- en personeelsgesprekken;
2°.
de ontwikkeling, opleiding en loopbaanbegeleiding van de medewerkers;
1°. 1°. start- en personeelsgesprekken; 2°. 2°. de ontwikkeling, opleiding en loopbaanbegeleiding van de medewerkers; k. k. het analyseren van ontwikkelingen, innovaties en verbetermogelijkheden en vertalen naar nieuwe vakinhoudelijke producten en diensten; l. l. het als operationeel manager participeren in het ontwikkelen en implementeren van plannen van de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Artikel 7
De afdeling MIC is verantwoordelijk voor:
a. a. het fungeren als het centrale loket van de Nederlandse Arbeidsinspectie voor burgers, bedrijven en samenwerkingspartners voor alle meldingen en verzoeken over ongezond, onveilig en oneerlijk werk; b. b. het risicogericht beoordelen en doorgeleiden van meldingen naar de juiste afnemer voor de juiste opvolging in het responsieve toezicht om zo het veiligheidsbewustzijn bij werkgevers en werknemers te stimuleren en bij te dragen aan een eerlijke arbeidsmarkt en bestaanszekerheid voor iedereen; c. c. het samenwerken met andere partijen en toezichthouders in de keten waarmee wordt bijgedragen aan de brede interventiemix die de Nederlandse Arbeidsinspectie nastreeft; d. d. het verwerven en bijhouden van specifieke kennis en expertise ten aanzien van de informatie die van meldingen en verzoeken verwerkt wordt; e. e. het informatiegestuurd werken door data uit alle meldingen en verzoeken te benutten om pro-actief ontwikkelingen zichtbaar te maken en aan de hand van analyses en het leveren van informatieproducten vooruit te blikken op risico’s, trends en fenomenen op de arbeidsmarkt en zo bij te dragen aan het vergroten van het maatschappelijk effect van de Nederlandse Arbeidsinspectie; f. f. het voeren van handhavingscorrespondentie die verband houdt met de verantwoordelijkheden van de afdeling MIC; g. g. het behandelen of doen behandelen van klachten, meldingen, signalen en verzoeken over het niet naleven van wet- en regelgeving door werkgevers en werknemers:
1°.
op het gebied van de arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen, met name ten aanzien van illegale tewerkstelling van vreemdelingen, allocatie van arbeidskrachten door intermediairs, gelijke behandeling en beloning van mannen en vrouwen en de betaling van het minimumloon en de minimumvakantiebijslag. Hieronder valt in ieder geval het behandelen van verzoeken om een onderzoek als bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, van de Wet op het algemeen verbindend en onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve overeenkomsten;
2°.
op het gebied van arbeidstijden en arbeidsomstandigheden, met inbegrip van stralingsbescherming, gewasbeschermingsmiddelen en biociden, gevaarlijke werktuigen en stoffen en daaraan gerelateerd milieubeheer. Hieronder valt in ieder geval het behandelen van klachten, meldingen, signalen, verzoeken om onderzoek als bedoeld in artikel 24, zevende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, en verzoeken tot vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 30 van de Arbeidsomstandighedenwet;
3°.
op het gebied van arbeidsomstandigheden, met name op het terrein van risico’s op zware ongevallen;
1°. 1°. op het gebied van de arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen, met name ten aanzien van illegale tewerkstelling van vreemdelingen, allocatie van arbeidskrachten door intermediairs, gelijke behandeling en beloning van mannen en vrouwen en de betaling van het minimumloon en de minimumvakantiebijslag. Hieronder valt in ieder geval het behandelen van verzoeken om een onderzoek als bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, van de Wet op het algemeen verbindend en onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve overeenkomsten; 2°. 2°. op het gebied van arbeidstijden en arbeidsomstandigheden, met inbegrip van stralingsbescherming, gewasbeschermingsmiddelen en biociden, gevaarlijke werktuigen en stoffen en daaraan gerelateerd milieubeheer. Hieronder valt in ieder geval het behandelen van klachten, meldingen, signalen, verzoeken om onderzoek als bedoeld in artikel 24, zevende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, en verzoeken tot vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 30 van de Arbeidsomstandighedenwet; 3°. 3°. op het gebied van arbeidsomstandigheden, met name op het terrein van risico’s op zware ongevallen; h. h. het vervullen van de rol van liaison met regionale netwerken en landelijke netwerken voor zover deze niet zijn niet verbonden aan programma’s; i. i. het fungeren als informatieknooppunt voor meldingen over fraude binnen de sociale zekerheid en de boordeling en doorgeleiding naar afnemers, waaronder in ieder geval begrepen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en gemeenten; j. j. het verlenen van administratieve ondersteuning aan de medische adviseurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Artikel 8
De afdeling M&V ARBO is verantwoordelijk voor:
a. a. het functioneel aansturen van het toezicht op de naleving door werkgevers en werknemers van wet- en regelgeving op het gebied van arbeidstijden en arbeidsomstandigheden, met inbegrip van stralingsbescherming, gewasbeschermingsmiddelen en biociden, gevaarlijke werktuigen en stoffen, en daaraan gerelateerd milieubeheer; b. b. het functioneel aansturen van het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving ten aanzien van het in de handel brengen van producten, genoemd in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, van de Warenwet, die bestemd zijn voor de Europese Economische Ruimte; c. c. het zorgdragen voor de tactische en operationele planning van het werk dat door teams wordt uitgevoerd, de realisatie van deze planning conform de afgesproken kaders en de ontwikkeling van de samenwerking met regionale partners.
Artikel 9
De vakgroep ARBO draagt zorg voor het voorzien in vakbekwame medewerkers voor de uitvoering van de volgende taken:
a. a. het toezicht op de naleving door werkgevers en werknemers van wet- en regelgeving op het gebied van arbeidstijden en arbeidsomstandigheden, met inbegrip van stralingsbescherming, gewasbeschermingsmiddelen en biociden, gevaarlijke werktuigen en stoffen, en daaraan gerelateerd milieubeheer, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten; b. b. het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving ten aanzien van het in de handel brengen van producten, genoemd in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, van de Warenwet, die bestemd zijn voor de Europese Economische Ruimte alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten; c. c. het toezicht gericht op het terugdringen van arbeidsdiscriminatie.
Artikel 10
De afdeling M&V AMF is verantwoordelijk voor:
a. a. het functioneel aansturen van het toezicht op de naleving door werkgevers van wet- en regelgeving op het gebied van de arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen, met name ten aanzien van illegale tewerkstelling van vreemdelingen, allocatie van arbeidskrachten door intermediairs, gelijke behandeling en beloning van mannen en vrouwen, de arbeidstijden en de betaling van het minimumloon en de minimumvakantiebijslag, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten; b. b. het functioneel aansturen van het toezicht op de naleving door werkgevers en werknemers van wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten; c. c. het zorgdragen voor de tactische en operationele planning van het werk dat door teams wordt uitgevoerd, de realisatie van deze planning conform de afgesproken kaders en de ontwikkeling van de samenwerking met regionale partners.
Artikel 11
De vakgroep AMF draagt zorg voor het voorzien in vakbekwame medewerkers voor de uitvoering van de volgende taken:
a. a. het toezicht op de naleving door werkgevers van wet- en regelgeving op het gebied van de arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen, met name ten aanzien van illegale tewerkstelling van vreemdelingen, allocatie van arbeidskrachten door intermediairs, gelijke behandeling en beloning van mannen en vrouwen, de arbeidstijden en de betaling van het minimumloon en de minimumvakantiebijslag, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten; b. b. het toezicht op de naleving door werkgevers en werknemers van wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten.
Paragraaf 4. Bevoegdheden
Artikel 12
De afdelingshoofden, de teamleiders afdeling MIC en de functioneel leidinggevenden zijn bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met het werkterrein van hun organisatieonderdeel en voor zover zij niet zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de inspecteur-generaal of de directeur.
Artikel 13
De onder de directeur Meldingen en Verzoeken ressorterende ambtenaren, belast met toezicht, zijn gemachtigd om een beschikking tot stillegging van werkzaamheden in verband met recidive te effectueren door het treffen van de nodige maatregelen, het geven van de nodige aanwijzingen en het inroepen van de hulp van de sterke arm.
Artikel 14
De onder de directeur Meldingen en Verzoeken ressorterende ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, de Wet arbeid vreemdelingen en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, zijn bevoegd om namens een bewindspersoon te besluiten tot openbaarmaking van het feit dat na een afgerond onderzoek geen overtreding is geconstateerd.
Artikel 15
1.
Aan de afdelingshoofden, vakgroephoofden, teamleiders en teammanagers van de directie wordt volmacht en machtiging verleend tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden ten behoeve van medewerkers van de eigen organisatorische eenheid, voor zover het betreft:
a. a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers; b. b. het houden van personeelsgesprekken; c. c. het beslissen over verlof van medewerkers; d. d. het toekennen van kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, ten bedrage van minder dan € 250,– per medewerker, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur; e. e. het accorderen van buitenlandse dienstreizen en declaraties van kosten in verband met buitenlandse dienstreizen op grond van de CAO Rijk.
2. In aanvulling op het eerste lid wordt in het geval een teamleider of teammanager de beoordeling van een medewerker opmaakt, aan het afdelingshoofd of vakgroephoofd dat boven de teamleider of teammanager ressorteert ook volmacht en machtiging verleend met betrekking tot het vaststellen van deze beoordeling.
Artikel 16
De afdelingshoofden en vakgroephoofden zijn binnen de daarvoor geldende departementale, dan wel door de inspecteur-generaal vastgestelde financiële kaders gevolmachtigd tot het aangaan van overeenkomsten ter waarde van ten hoogste € 75.000,– inclusief BTW per overeenkomst betreffende:
a. a. het opleiden van medewerkers van de eigen afdeling binnen de kaders van het door het Directieteam goedgekeurde opleidingsplan; b. b. activiteiten ten behoeve van sociale en functionele cohesie, representatieve aangelegenheden, vergaderingen en recepties voor de eigen afdeling.
Artikel 17
De teamleiders, de teammanagers en de functioneel leidinggevenden zijn gevolmachtigd tot het aangaan van overeenkomsten ter waarde van ten hoogste € 5.000,– inclusief BTW per overeenkomst betreffende activiteiten ten behoeve van sociale en functionele cohesie, representatieve aangelegenheden, vergaderingen en recepties voor het eigen team binnen de daarvoor geldende departementale, dan wel door de inspecteur-generaal vastgestelde financiële kaders.
Artikel 18
1. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, de taken en bevoegdheden van de directeur geheel of gedeeltelijk waargenomen door een daartoe aan te wijzen plaatsvervanger.
2. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd, vakgroephoofd, teamleider of teammanager worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, de taken en bevoegdheden van het afdelingshoofd, het vakgroephoofd, de teamleider of de teammanager geheel of gedeeltelijk waargenomen door een daartoe aan te wijzen plaatsvervanger.
Paragraaf 5. Slotbepalingen
Artikel 19
Het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Mensen & Middelen 2017 wordt ingetrokken.
Artikel 20
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 mei 2022.
Artikel 21
Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Meldingen en Verzoeken 2022.