rijk/ministeriele-regeling/organisatie-mandaat-en-volmachtbesluit-directie-werk-en-inkomen-2012/BWBR0031931
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Werk en Inkomen 2012 BWBR0031931 ministeriele-regeling geldend 2012-08-31 https://wetten.overheid.nl/BWBR0031931 Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Werk en Inkomen 2012

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Werk en Inkomen 2012

Paragraaf 1. Begripsbepaling

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. a.

    *de directie:* de directie Werk en Inkomen van de inspectie;

b. b.

    *de directeur:* de directeur van de directie Werk en Inkomen;

c. c.

    *AFM:* de Autoriteit Financiële Markten, genoemd in artikel 1 van de Pensioenwet;

d. d.

    *DNB:* De Nederlandsche Bank N.V., genoemd in artikel 1 van de Pensioenwet;

e. e.

    *RWI:* de Raad voor werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 3 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Paragraaf 2. De organisatie en taken van de afdelingen

Artikel 2

1.

De directie bestaat uit de volgende afdelingen:

a. a. de programma-afdeling A; b. b. de programma-afdeling B; c. c. de programma-afdeling C; d. d. de programma-afdeling D.

2. Aan het hoofd van iedere afdeling staat een afdelingshoofd.

Paragraaf 3. Verantwoordelijkheden

Artikel 3

De afdelingshoofden zijn verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

a. a. het leiding geven aan de eigen afdeling, waaronder begrepen de HRM-taken ten aanzien van de medewerkers, de coaching van de medewerkers en het bevorderen van de sociale cohesie van de eigen afdeling; b. b. het afleggen van verantwoording en het rapporteren aan de directeur over bijdragen van de eigen afdeling aan de uitvoering van het jaarplan van de inspectie; c. c. het doen van voorstellen aan het IG-team met betrekking tot het aantrekken en ontslaan van personeel; d. d. het bijdragen aan de totstandkoming van inspectiebrede producten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen a, e, f, h en j, en artikel 8, onderdeel d, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal SZW 2012, binnen de daarvoor geldende departementale kaders dan wel volgens door de inspecteur-generaal dan wel de directeur gegeven richtlijnen.

Artikel 4

Alle programma-afdelingen zijn verantwoordelijk voor:

a. a. het projectmatig uitvoeren van onderzoeken naar onderwerpen betreffende het aandachtsgebied, en het opstellen van rapporten en programmarapportages daarover; b. b. het signaleren van mogelijke risicos voor de doeltreffendheid van de uitvoering; c. c. het inbrengen van kennis van de uitvoeringspraktijk in de beleidsvorming door het ministerie.

Artikel 5

De programma-afdeling A draagt, naast de verantwoordelijkheden, genoemd in artikel 4, tevens verantwoordelijkheid voor:

a. a. het voorbereiden en uitvoeren van de werkzaamheden ten behoeve van het organisatiegerichte rechtmatigheids- en doelmatigheidstoezicht (exclusief doeltreffendheid), van de directie; b. b. het voorbereiden en uitvoeren van het ketengericht risico-onderzoek ten behoeve van het in onderdeel a genoemde toezicht.

Artikel 6

De programma-afdeling C draagt, naast de verantwoordelijkheden, genoemd in artikel 4, tevens verantwoordelijkheid voor:

a. a. het houden van toezicht op de AFM en DNB, voor zover dit toezicht is opgedragen aan de minister; b. b. het rapporteren over de uitkomsten van het toezicht op de AFM en DNB.

Paragraaf 4. Bevoegdheden

Artikel 7

Aan de afdelingshoofden van de directie wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden ten behoeve van medewerkers van de eigen organisatorische eenheid, voor zover het betreft:

a. a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers; b. b. het houden van manager-medewerker gesprekken; c. c. het beslissen over verlof van medewerkers; d. d. het toekennen van kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, ten bedrage van minder dan € 250, per medewerker, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.

Artikel 8

De afdelingshoofden zijn gevolmachtigd tot het aangaan van overeenkomsten ter waarde van ten hoogste € 15.000, per overeenkomst betreffende:

a. a. het opleiden van medewerkers van de eigen afdeling binnen de kaders van het opleidingsplan van de directie; b. b. activiteiten ten behoeve van sociale en functionele cohesie, representatieve aangelegenheden, vergaderingen en recepties voor de eigen afdeling binnen de daarvoor geldende departementale, dan wel door de inspecteur-generaal vastgestelde financiële kaders.

Artikel 9

1. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, zijn taken en bevoegdheden geheel of gedeeltelijk waargenomen door een daartoe aan te wijzen plaatsvervanger.

2. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, zijn taken en bevoegdheden geheel of gedeeltelijk waargenomen door een daartoe aan te wijzen plaatsvervanger.

Paragraaf 5. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 10

Het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Inspectie Werk en Inkomen 2010 wordt ingetrokken.

Artikel 11

1. Deze regeling treedt, met uitzondering van de artikelen 5 en 6, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2012.

2. Artikel 6 treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 mei 2012.

3. Artikel 5 treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 juli 2012.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Werk en Inkomen 2012.