40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Rechtspositieregeling voorzitter Raad van bestuur UWV | BWBR0013253 | ministeriele-regeling | geldend | 2002-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0013253 | Rechtspositieregeling voorzitter Raad van bestuur UWV |
Rechtspositieregeling voorzitter Raad van bestuur UWV
Artikel 1
In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Artikel 2
1. De bezoldiging van de voorzitter bedraagt € 187.340 bruto per jaar.
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is inclusief een vakantie- en een eindejaarsuitkering.
3. De bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, wordt, met uitzondering van de vakantie- en eindejaarsuitkering, uitbetaald in gelijke maandelijkse termijnen. De vakantie- en eindejaarsuitkering worden eens per jaar uitbetaald, in de maanden mei respectievelijk december van ieder jaar.
4. Indien de bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel wordt gewijzigd wordt de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, dienovereenkomstig aangepast met ingang van de datum waarop die wijziging ingaat.
Artikel 3
1. De voorzitter heeft recht op een vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de regeling van het UWV voor het vergoeden van reis- en verblijfkosten.
2. De voorzitter ontvangt een representatievergoeding overeenkomstig het Besluit vergoeding representatiekosten rijkspersoneel, ter hoogte van het bedrag van de maximale vergoeding op grond van artikel 2 van dat Besluit.
Artikel 4
De voorzitter heeft aanspraak op de verloff aciliteiten die gelden voor de personen in dienst van het UWV.
Artikel 5
In geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling zijn de bepalingen ten aanzien van doorbetaling van de bezoldiging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, alsmede de suppletieregeling gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de sector rijk, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6
1. In geval van niet-herbenoeming dan wel tussentijds ontslag, anders dan op eigen verzoek en anders dan ten gevolge van eigen schuld of toedoen, heeft de voorzitter in aanvulling op de reguliere aanspraak op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet aanspraak op een bovenwettelijke uitkering.
2.
De hoogte en duur van deze uitkering worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het Besluit bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid voor de sector Rijk, met dien verstande dat als diensttijd voor de vaststelling van hoogte en duur van genoemde uitkering tevens geldt:
a. a. de tijd dat de voorzitter is benoemd in de Raad van bestuur van het UWV; b. b. de tijd dat de voorzitter direct voorafgaand aan zijn benoeming in de Raad van bestuur op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam is geweest bij het UWV of één van de rechtsvoorgangers van het UWV.
3. Als berekeningsbasis voor de hoogte van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, geldt het salarisbedrag dat geldt voor leden van de topmanagementgroep, bedoeld in bijlage A van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984, exclusief bijzondere toeslagen.
Artikel 7
1. De voorzitter onthoudt zich van het openbaren van gedachten of gevoelens, indien daardoor de goede vervulling van zijn functie of het goede functioneren van de openbare dienst, voorzover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zouden zijn verzekerd.
2. Het is de voorzitter verboden nevenbetrekkingen te vervullen die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
3. Het is de voorzitter in zijn ambt verboden vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te nemen.
Artikel 8
1. De kosten die voortvloeien uit deze regeling komen ten laste van het UWV.
2. Het UWV is belast met de uitvoering van deze regeling.
3. Voor zover niet anders is vermeld zijn de bepalingen van de voor het UWV geldende CAO van overeenkomstige toepassing.
4. Het werkgeversdeel van de premie voor de pensioenregeling komt ten laste van het UWV tot een bedrag van maximaal € 28.767.
Artikel 9
Deze regeling wordt aangehaald als: Rechtspositieregeling voorzitter Raad van bestuur UWV.
Artikel 10
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.