rijk/ministeriele-regeling/regeling-aanpassing-bedragen-landelijke-gemiddelde-personeelslast-gpl-schooljaar/BWBR0017567
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling aanpassing bedragen landelijke gemiddelde personeelslast (gpl), schooljaar 2003 - 2004 en 2004 - 2005 BWBR0017567 ministeriele-regeling geldend 2004-12-10 https://wetten.overheid.nl/BWBR0017567 Regeling aanpassing bedragen landelijke gemiddelde personeelslast (gpl), schooljaar 2003 - 2004 en 2004 - 2005

Regeling aanpassing bedragen landelijke gemiddelde personeelslast (gpl), schooljaar 2003 - 2004 en 2004 - 2005

Paragraaf I. Begripsbepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

    1. schoolsoortgroep 1:

      a.
      scholen voor mavo, vbo en scholengemeenschappen mavo/vbo, inclusief de afdelingen leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs,
      
      
      b.
      scholen voor praktijkonderwijs waarop artikel 9 van het Besluit RVCs, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging niet van toepassing is;
      

a. a. scholen voor mavo, vbo en scholengemeenschappen mavo/vbo, inclusief de afdelingen leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs, b. b. scholen voor praktijkonderwijs waarop artikel 9 van het Besluit RVCs, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging niet van toepassing is; 2. 2. schoolsoortgroep 2: scholen voor vwo, havo en scholengemeenschappen vwo/havo; 3. 3. schoolsoortgroep 3: scholengemeenschappen (vwo/)havo/mavo, inclusief de afdeling leerwegondersteunend onderwijs; 4. 4. schoolsoortgroep 4: scholengemeenschappen (vwo/)havo/mavo/vbo, inclusief de afdelingen leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs.

Paragraaf II. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2004

Artikel 2

1.

Voor de directie bedraagt per 1 januari 2004 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor:

a. a. schoolsoortgroep 1: €  69.182,85 b. b. schoolsoortgroep 2: €  82.570,29 c. c. schoolsoortgroep 3: €  81.688,94 d. d. schoolsoortgroep 4: €  79.349,83

2.

De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule:

cf x ggl +c.

Daarbij is:

cf: cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt per 1 januari 2004 voor:

        a.
        schoolsoortgroep 1: €  1.093,78
      
      
        b.
        schoolsoortgroep 2: €  1.521,78
      
      
        c.
        schoolsoortgroep 3: €  1.309,04
      
      
        d.
        schoolsoortgroep 4: €  1.152,77

a. a. schoolsoortgroep 1: €  1.093,78 b. b. schoolsoortgroep 2: €  1.521,78 c. c. schoolsoortgroep 3: €  1.309,04 d. d. schoolsoortgroep 4: €  1.152,77 ggl: ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (Gele katern 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (Gele katern 1998, 18), en c: c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt per 1 januari 2004 voor:

        a.
        schoolsoortgroep 1: €  10.950,47
      
      
        b.
        schoolsoortgroep 2: € 1.743,85
      
      
        c.
        schoolsoortgroep 3: €  7.866,41
      
      
        d.
        schoolsoortgroep 4: €  10.202,28

a. a. schoolsoortgroep 1: €  10.950,47 b. b. schoolsoortgroep 2: € 1.743,85 c. c. schoolsoortgroep 3: €  7.866,41 d. d. schoolsoortgroep 4: €  10.202,28

3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 januari 2004 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats €  36.272,17, ongeacht de schoolsoortgroep.

Artikel 3

1. Indien een aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a, eerste lid, van de WVO wordt verstrekt, zijn op de vaststelling van de bekostiging het tweede tot en met het vierde lid van toepassing.

2. Voor de directieformatie geldt de voor de school in artikel 2, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast.

3.

Voor de lerarenformatie bedraagt per 1 januari 2004 de gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor

a. a. schoolsoortgroep 1: €  58.059,75 b. b. schoolsoortgroep 2: €  66.586,76 c. c. schoolsoortgroep 3: €  63.238,66 d. d. schoolsoortgroep 4: €  59.921,27

4. Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 2, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast.

Paragraaf III. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 juli 2004

Artikel 4

1.

Voor de directie bedraagt per 1 juli 2004 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor:

a. a. schoolsoortgroep 1: €  69.401,62 b. b. schoolsoortgroep 2: €  82.831,40 c. c. schoolsoortgroep 3: €  81.947,26 d. d. schoolsoortgroep 4: €  79.600,75

2.

De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule:

cf x ggl +c.

Daarbij is:

cf: cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt per 1 juli 2004 voor:

        a.
        schoolsoortgroep 1: €  1.097,22
      
      
        b.
        schoolsoortgroep 2: €  1.526,59
      
      
        c.
        schoolsoortgroep 3: €  1.313,18
      
      
        d.
        schoolsoortgroep 4: €  1.156,41

a. a. schoolsoortgroep 1: €  1.097,22 b. b. schoolsoortgroep 2: €  1.526,59 c. c. schoolsoortgroep 3: €  1.313,18 d. d. schoolsoortgroep 4: €  1.156,41 ggl: ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (Gele katern 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (Gele katern 1998, 18), en c: c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt per 1 juli 2004 voor:

        a.
        schoolsoortgroep 1: €  10.984,90
      
      
        b.
        schoolsoortgroep 2: € 1.749,37
      
      
        c.
        schoolsoortgroep 3: €  7.891,28
      
      
        d.
        schoolsoortgroep 4: €  10.234,46

a. a. schoolsoortgroep 1: €  10.984,90 b. b. schoolsoortgroep 2: € 1.749,37 c. c. schoolsoortgroep 3: €  7.891,28 d. d. schoolsoortgroep 4: €  10.234,46

3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 juli 2004 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats €  36.386,87, ongeacht de schoolsoortgroep.

Artikel 5

1. Indien een aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a, eerste lid, van de WVO wordt verstrekt, zijn op de vaststelling van de bekostiging het tweede tot en met het vierde lid van toepassing.

2. Voor de directieformatie geldt de voor de school in artikel 4, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast.

3.

Voor de lerarenformatie bedraagt per 1 juli 2004 de gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor

a. a. schoolsoortgroep 1: €  58.242,29 b. b. schoolsoortgroep 2: €  66.797,33 c. c. schoolsoortgroep 3: €  63.438,64 d. d. schoolsoortgroep 4: €  60.110,24

4. Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 4, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast.

Paragraaf IV. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 augustus 2004

Artikel 6

1.

Voor de directie bedraagt per 1 augustus de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor:

a. a. schoolsoortgroep 1: €  68.926,80 b. b. schoolsoortgroep 2: €  82.264,70 c. c. schoolsoortgroep 3: €  81.386,61 d. d. schoolsoortgroep 4: €  79.056,16

2.

De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule:

cf x ggl +c.

Daarbij is:

cf: cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt per 1 augustus 2004 voor:

        a.
        schoolsoortgroep 1: €  1.090,90
      
      
        b.
        schoolsoortgroep 2: €  1.518,73
      
      
        c.
        schoolsoortgroep 3: €  1.304,61
      
      
        d.
        schoolsoortgroep 4: €  1.150,86

a. a. schoolsoortgroep 1: €  1.090,90 b. b. schoolsoortgroep 2: €  1.518,73 c. c. schoolsoortgroep 3: €  1.304,61 d. d. schoolsoortgroep 4: €  1.150,86 ggl: ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (Gele katern 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (Gele katern 1998, 18), en c: c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt per 1 augustus 2004 voor:

        a.
        schoolsoortgroep 1: €  10.921,52
      
      
        b.
        schoolsoortgroep 2: €  1.740,35
      
      
        c.
        schoolsoortgroep 3: €  7.839,84
      
      
        d.
        schoolsoortgroep 4: €  10.185,38

a. a. schoolsoortgroep 1: €  10.921,52 b. b. schoolsoortgroep 2: €  1.740,35 c. c. schoolsoortgroep 3: €  7.839,84 d. d. schoolsoortgroep 4: €  10.185,38

3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 augustus 2004 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats €  36.137,93, ongeacht de schoolsoortgroep.

Artikel 7

1. Indien een aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a, eerste lid, van de WVO wordt verstrekt, zijn op de vaststelling van de bekostiging het tweede tot en met het vierde lid van toepassing.

2. Voor de directieformatie geldt de voor de school in artikel 6, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast.

3.

Voor de lerarenformatie bedraagt per 1 augustus 2004 de gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor:

a. a. schoolsoortgroep 1: €  57.862,79 b. b. schoolsoortgroep 2: €  66.362,15 c. c. schoolsoortgroep 3: €  63.024,99 d. d. schoolsoortgroep 4: €  59.718,46

4. Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 6, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast.

Paragraaf V. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 oktober 2004

Artikel 8

1.

Voor de directie bedraagt per 1 oktober de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor:

a. a. schoolsoortgroep 1: €  68.926,80 b. b. schoolsoortgroep 2: €  82.264,70 c. c. schoolsoortgroep 3: €  81.386,61 d. d. schoolsoortgroep 4: €  79.056,16

2.

De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule:

cf x ggl +c.

Daarbij is:

cf: cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt per 1 oktober 2004 voor:

        a.
        schoolsoortgroep 1: €  1.105,62
      
      
        b.
        schoolsoortgroep 2: €  1.518,73
      
      
        c.
        schoolsoortgroep 3: €  1.304,61
      
      
        d.
        schoolsoortgroep 4: €  1.158,26

a. a. schoolsoortgroep 1: €  1.105,62 b. b. schoolsoortgroep 2: €  1.518,73 c. c. schoolsoortgroep 3: €  1.304,61 d. d. schoolsoortgroep 4: €  1.158,26 ggl: ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (Gele katern 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (Gele katern 1998, 18), en c: c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt per 1 oktober 2004 voor:

        a.
        schoolsoortgroep 1: €  11.068,91
      
      
        b.
        schoolsoortgroep 2: € 1.740,35
      
      
        c.
        schoolsoortgroep 3: €  7.839,84
      
      
        d.
        schoolsoortgroep 4: €  10.250,86

a. a. schoolsoortgroep 1: €  11.068,91 b. b. schoolsoortgroep 2: € 1.740,35 c. c. schoolsoortgroep 3: €  7.839,84 d. d. schoolsoortgroep 4: €  10.250,86

3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 oktober 2004 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats €  36.137,93, ongeacht de schoolsoortgroep.

Artikel 9

1. Indien een aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a, eerste lid, van de WVO wordt verstrekt, zijn op de vaststelling van de bekostiging het tweede tot en met het vierde lid van toepassing.

2. Voor de directieformatie geldt de voor de school in artikel 8, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast.

3.

Voor de lerarenformatie bedraagt per 1 oktober 2004 de gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor:

a. a. schoolsoortgroep 1: €  58.643,64 b. b. schoolsoortgroep 2: €  66.362,15 c. c. schoolsoortgroep 3: €  63.024,99 d. d. schoolsoortgroep 4: €  60.102,39

4. Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 8, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast.

Paragraaf VI. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2005

Artikel 10

1.

Voor de directie bedraagt per 1 januari de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor:

a. a. schoolsoortgroep 1: €  69.249,18 b. b. schoolsoortgroep 2: €  82.649,46 c. c. schoolsoortgroep 3: €  81.767,26 d. d. schoolsoortgroep 4: €  79.425,91

2.

De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule:

cf x ggl +c.

Daarbij is:

cf: cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt per 1 januari 2005 voor:

        a.
        schoolsoortgroep 1: €  1.110,69
      
      
        b.
        schoolsoortgroep 2: €  1.525,83
      
      
        c.
        schoolsoortgroep 3: €  1.310,72
      
      
        d.
        schoolsoortgroep 4: €  1.163,63

a. a. schoolsoortgroep 1: €  1.110,69 b. b. schoolsoortgroep 2: €  1.525,83 c. c. schoolsoortgroep 3: €  1.310,72 d. d. schoolsoortgroep 4: €  1.163,63 ggl: ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (Gele katern 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (Gele katern 1998, 18), en c: c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt per 1 januari 2005 voor:

        a.
        schoolsoortgroep 1: €  11.119,69
      
      
        b.
        schoolsoortgroep 2: € 1.748,49
      
      
        c.
        schoolsoortgroep 3: €  7.876,51
      
      
        d.
        schoolsoortgroep 4: €  10.298,37

a. a. schoolsoortgroep 1: €  11.119,69 b. b. schoolsoortgroep 2: € 1.748,49 c. c. schoolsoortgroep 3: €  7.876,51 d. d. schoolsoortgroep 4: €  10.298,37

3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 januari 2005 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats €  36.306,95, ongeacht de schoolsoortgroep.

Artikel 11

1. Indien een aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a, eerste lid, van de WVO wordt verstrekt, zijn op de vaststelling van de bekostiging het tweede tot en met het vierde lid van toepassing.

2. Voor de directieformatie geldt de voor de school in artikel 10, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast.

3.

Voor de lerarenformatie bedraagt per 1 januari 2005 de gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor:

a. a. schoolsoortgroep 1: €  58.912,71 b. b. schoolsoortgroep 2: €  66.672,53 c. c. schoolsoortgroep 3: €  63.319,76 d. d. schoolsoortgroep 4: €  60.380,94

4. Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 10, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast.

Paragraaf VII. Maatregelen schooljaar 2004 - 2005

Artikel 12

Voor de periode van 1 augustus 2004 tot en met 31 december 2004 is het percentage in verband met de kosten van werkloosheidsuitkeringen of suppleties inzake arbeidsongeschiktheid, bedoeld in artikel 84b van de WVO: 0,1%. Met ingang van 1 januari 2005 is het percentage vastgesteld op 1,75%.

Artikel 13

Voor het schooljaar 2004 - 2005 bedraagt de impuls voor de beloningsdifferentiatie en leerlingbegeleiding voor scholen voor praktijkonderwijs, waarop artikel 9 van het Besluit RVCs, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging van toepassing is, €  68,- per leerling. Het aantal leerlingen wordt gebaseerd op de telling van 1 oktober 2003.

Paragraaf VIII. Slotbepalingen

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van het Gele katern waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2004.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanpassing bedragen landelijke gemiddelde personeelslast (gpl), schooljaar 2003 - 2004 en 2004 - 2005.

Bijlage

Deze bijlage behoort bij de Regeling aanpassing bedragen landelijke gemiddelde personeelslast (gpl), schooljaar 2003 - 2004 en 2004 - 2005.