rijk/ministeriele-regeling/regeling-aanpassing-bekostiging-personeel-po-20062007/BWBR0020044
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling aanpassing bekostiging personeel PO 20062007 BWBR0020044 ministeriele-regeling geldend 2006-07-16 https://wetten.overheid.nl/BWBR0020044 Regeling aanpassing bekostiging personeel PO 20062007

Regeling aanpassing bekostiging personeel PO 20062007

Hoofdstuk 1. Vaststelling bedragen en landelijk gewogen gemiddelde leeftijd

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. WPO: de Wet op het primair onderwijs; b. b. WEC: de Wet op de expertisecentra; c. c. basisschool: basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; d. d. speciale school voor basisonderwijs: speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; e. e. school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra niet zijnde een instelling; f. f. schoolgewicht: het schoolgewicht, bedoeld in artikel 27 van het Besluit bekostiging WPO; g. g. cumi-leerling: leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO en artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC; h. h. instelling: instelling als bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede volzin, van de Wet op de expertisecentra; i. i. REC: Regionaal expertisecentrum als bedoeld in artikel 28b van de WEC; j. j. formatiebasisbedrag: het bedrag bedoeld in artikel 22, onderdeel a, van het Besluit bekostiging WPO en artikel 31, onderdeel a, van het Besluit bekostiging WEC; k. k. formatieleeftijdsbedrag: het bedrag bedoeld in artikel 22, onderdeel b, van het Besluit Bekostiging WPO en artikel 31, onderdeel b, van het Besluit bekostiging WEC; l. l. bekostigings-fre-prijs: de gemiddelde prijs per formatierekeneenheid als bedoeld in artikel VII van de Wet van 16 juli 2005 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 in verband met de invoering van lumpsumbekostiging in het primair onderwijs met dien verstande dat artikel 8 van het Tijdelijk besluit meetjaargegevens buiten toepassing blijft. m. m. Samenvoeging van scholen: daadwerkelijke samenvoeging per 1 augustus van twee of meer gelijksoortige scholen, als bedoeld in artikel 1 van de WPO en artikel 1 van de WEC.

Paragraaf 2. Basisscholen

Artikel 2

1.

De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2005 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van basisscholen, bedoeld in artikel 120, zesde lid, van de WPO, bedragen:

a. a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 40,26 jaar; b. b. gpl leraar: € 51.066,62; c. c. gpl schoolleiding: € 64.431,17.

2.

Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 22, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WPO, is voor basisscholen:

a. a. formatiebasisbedrag: € 24.475,80; b. b. formatieleeftijdsbedrag: € 660,51.

3.

Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van de WPO bedraagt voor

Bedrag per ll Verhogingsbedrag
a. leerlingen van 4 t/m 7 jaar: € 1.458,76 € 39,37
en voor
b. leerlingen vanaf 8 jaar: € 1.015,75 € 27,41

4. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van basisscholen, bedoeld in artikel VI, tweede lid, van de Wet van 16 juli 2005 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 in verband met de invoering van lumpsumbekostiging in het primair onderwijs bedraagt: 3,84% en 3,16%.

Artikel 3

Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde artikelen, van het Besluit bekostiging WPO, is het bedrag, genoemd in de tweede respectievelijk de derde kolom bij het desbetreffende artikel:

Artikel 4

Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in de artikelen van het Besluit bekostiging WPO, genoemd in de eerste kolom, is het bedrag, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel:

Artikel 5

Het bedrag per leerling verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren vermenigvuldigde bedrag, bedoeld in de artikelen van het Besluit bekostiging WPO, genoemd in de eerste kolom, is het bedrag, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel:

Artikel 6

Het bedrag, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO, is voor scholen met een aantal leerlingen op de teldatum dat niet hoger is dan 97 € 13.364,55 en voor scholen met een aantal leerlingen op de teldatum dat hoger is dan 97 leerlingen € 26.729,10.

Artikel 7

Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van basisscholen vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit bekostiging WPO respectievelijk het her te besteden basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit bekostiging WPO, is per onderwijssoort weergegeven in onderstaande tabel.

Artikel 8

Wijzigt het Besluit bekostiging WPO.

Artikel 9

1.

De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 129 van de WPO, bestaat voor basisscholen uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule basisbedrag + A + B, waarin:

basisbedrag = € 7.328,05

A = het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 285,54

B = het schoolgewicht, vermenigvuldigd met € 238,30

2. De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor basisscholen met minder dan 145 leerlingen wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de uitkomst van de berekening: € 4.584,45 minus (het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 31,62).

3. De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor basisscholen die op 1 oktober 2001 werden bezocht door 70% of meer leerlingen die met de factor 0,9 bijdroegen aan het schoolgewicht, wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de uitkomst van de berekening: (het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 108,61) plus (het schoolgewicht, vermenigvuldigd met € 134,70).

4. Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 121, van de WPO of artikel 3a, zevende lid, van het Besluit bekostiging WPO.

5. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van basisscholen, bedoeld in artikel 129, eerste lid, van de WPO bedraagt: 1,60%.

Artikel 10

1. De bekostiging, bedoeld in artikel 9, wordt voor basisscholen met uitzondering van basisscholen die in stand worden gehouden door een bevoegd gezag dat deelneemt aan pilot 1, genoemd in de bijlage bij de Kamerstukken II 2003/04, 29399, nr. 2, verhoogd met € 2.669,57 per school en € 36,35 per leerling.

2. Aan de verhoging, bedoeld in het eerste lid, wordt voor elke basisschool met minder dan 145 leerlingen een bedrag toegevoegd dat gelijk is aan de uitkomst van de berekening: € 5.728,95 minus (het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 39,51).

3. De verhoging wordt per school rekenkundig en op hele euros afgerond.

Artikel 10a

1. Het bedrag per formatieplaats bedoeld in artikel B16b en artikel C11, eerste en tweede lid, van het Besluit trekkende bevolking WPO is € 51.066,62

2. De aanvullende bekostiging voor schoolleiding als bedoeld in artikel B16g van het Besluit trekkende bevolking WPO bedraagt € 13.364,55 per school.

3. Het budget voor personeels en arbeidsmarkt als bedoeld in artikel B16l van het Besluit trekkende bevolking WPO bedraagt € 16.945,55 per school. Per school wordt dit bedrag verhoogd met € 8.336,00 ten behoeve van bestuur en management.

4. De maandelijkse betaling voor de personeelskosten bedoeld in het eerste en tweede lid vindt plaats op basis het bepaalde in artikel 45 tweede lid. De bekostiging van de bedragen bedoeld in het derde lid, tweede volzin worden uitbetaald op basis van artikel 45, derde lid.

Paragraaf 3. Speciale scholen voor basisonderwijs

Artikel 11

1.

De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2005 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in artikel 120, zesde lid, van de WPO, bedragen:

a. a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 41,32 jaar; b. b. gpl leraar: € 55.520,23; c. c. schoolleiding: € 69.618,79.

2.

Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 22, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WPO, is voor speciale scholen voor basisonderwijs;

a. a. formatiebasisbedrag: € 23.747,67; b. b. formatieleeftijdsbedrag: € 769,01.

3.

Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van de WPO bedraagt:

a. a. € 1.073,39 en b. b. € 34,76.

4. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in artikel VI, tweede lid, van de Wet van 16 juli 2005 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 in verband met de invoering van lumpsumbekostiging in het primair onderwijs bedraagt: 3,42% en 2,94%.

Artikel 12

Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van die school, bedoeld in artikel 120, vierde lid, van de WPO is:

a. a. (bedrag per leerling): € 1.534,10; b. b. (verhogingsbedrag): € 49,68.

Artikel 13

Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 28, derde lid, van het Besluit bekostiging WPO, is:

a. a. basisbedrag: € 952,28; b. b. leeftijdsbedrag: € 30,84.

Artikel 14

1. Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van speciale scholen voor basisonderwijs vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 3a, vierde lid, van het Besluit bekostiging WPO, is € 11.603,13.

2. Het bedrag, bedoeld in artikel 26, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO, is voor scholen met een aantal leerlingen op de teldatum dat niet hoger is dan 99 € 14.098,56 en voor scholen met een aantal leerlingen op de teldatum dat hoger is dan 99 leerlingen € 28.197,12.

Artikel 15

De artikelen 7 en 8 zijn van toepassing op scholen in deze paragraaf.

Artikel 16

1.

De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 129 van de WPO, voor speciale scholen voor basisonderwijs bestaat uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule basisbedrag + A+B, waarin:

basisbedrag = € 10.321,92

A = het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 479,91

B = het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 144,63

2. De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor speciale scholen voor basisonderwijs die op 1 oktober 2001 werden bezocht door 50% of meer cumi-leerlingen, wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de uitkomst van de berekening van (het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 196,55) + (het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 225,06).

3. Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 121, van de WPO of artikel 3a, zevende lid, van het Besluit bekostiging WPO.

4. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in artikel 129, eerste lid, van de WPO bedraagt: 1,44%.

Artikel 17

1. De bekostiging, bedoeld in artikel 16 wordt voor speciale scholen voor basisonderwijs met uitzondering van speciale scholen voor basisonderwijs die in stand worden gehouden door een bevoegd gezag dat deelneemt aan pilot 1, genoemd in de bijlage bij de Kamerstukken II 2003/04, 29399, nr. 2, verhoogd met € 3.470,01 per school en € 57,46 per leerling.

2. De verhoging wordt per school rekenkundig en op hele euros afgerond.

Paragraaf 4. Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs

Artikel 18

1.

De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2005 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren, onderwijsondersteunend personeel, respectievelijk van de schoolleiding van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 117, veertiende lid, van de WEC, bedragen:

a. a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 40,83 jaar; b. b. gpl leraar: € 53.780,79; c. c. gpl oop: € 33.189,40; d. d. gpl schoolleiding: € 69.702,46.

2.

Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 31, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WEC, is voor de scholen, bedoeld in het eerste lid:

a. a. formatiebasisbedrag: € 18.873,49; b. b. formatieleeftijdsbedrag: € 854,93.

3.

Het bedrag per leerling respectievelijk het vermenigvuldigingsbedrag, bedoeld in artikel 117, eerste lid, van de WEC, is onderverdeeld naar onderwijssoort en leeftijd van leerlingen, weergegeven in onderstaande tabel:

Onderwijssoort Bedrag per leerling Vermenigvuldigingsbedrag
SO jonger dan 8 jaar SO 8 jaar en ouder VSO SO jonger dan 8 jaar SO 8 jaar en ouder VSO
a. dove kinderen € 10.655,46 € 5.757,87 € 5.764,46 € 183,04 € 180,99 € 190,31
b. slechthorende kinderen € 7.643,65 € 4.427,27 € 5.975,16 € 100,28 € 98,92 € 170,99
c. kinderen met ernstige spraak moeilijkheden € 7.434,55 € 4.218,17 n.v.t. € 100,28 € 98,92 n.v.t.
f. lichamelijk gehandicapte kinderen € 9.819,37 € 9.819,37 € 10.322,32 € 100,97 € 100,97 € 172,61
h. 1^e langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap € 8.895,13 € 4.499,16 € 5.361,72 € 89,17 € 87,29 € 156,88
h. 2^e langdurig zieke kinderen anders dan met lichamelijke handicap € 6.554,59 € 4.283,59 € 4.966,05 € 108,83 € 107,89 € 159,10
j. zeer moeilijk lerende kinderen € 5.017,70 € 5.017,70 € 5.491,92 € 93,19 € 93,19 € 140,98
k. zeer moeilijk opvoedbare kinderen € 6.554,59 € 4.283,59 € 4.966,05 € 108,83 € 107,89 € 159,10
m. kinderen in scholen verbonden aan pedologisch instituut € 6.554,59 € 4.283,59 € 4.966,05 € 108,83 € 107,89 € 159,10
n. meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie:
a + j (doof en zmlk) € 14.451,62 € 11.103,92 € 9.558,27 € 344,02 € 342,57 € 342,31
doof en blind € 19.038,48 € 14.140,90 € 14.140,90 € 515,27 € 513,21 € 513,21
b + j (sh en zmlk) € 9.494,66 € 7.045,87 € 6.589,36 € 170,90 € 169,87 € 173,55
f + j (lg en zmlk) € 13.139,11 € 13.139,11 € 13.490,09 € 159,79 € 159,79 € 176,29

4. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren, onderwijsondersteunend personeel, respectievelijk van de schoolleiding van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel VI, tweede lid, van de Wet van 16 juli 2005 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 in verband met de invoering van lumpsumbekostiging in het primair onderwijs bedraagt: 3,61%, 5,29% resp. 3,04%.

Artikel 19

Bij aanspraak op bekostiging op grond van de artikelen van het Besluit bekostiging WEC, genoemd in de eerste kolom, behoren de bedragen, genoemd in de tweede respectievelijk de derde kolom:

Artikel 20

1. Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 3a van het Besluit bekostiging WEC, is € 11.617,08.

2.

Het bedrag, bedoeld in artikel 35, van het Besluit bekostiging WEC, onderverdeeld in speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, alsmede naar onderwijssoort en aantal leerlingen, is weergegeven in onderstaande tabel:

Aantal leerlingen SO of VSO SOVSO MG SO of VSO MG SOVSO
1 tot en met 49 € 15.921,67 € 15.921,67 € 31.843,34 € 31.843,34
50 of meer € 31.843,34 € 47.765,01 € 31.843,34 € 47.765,01

Artikel 21

Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 39, van het Besluit bekostiging WEC, is per onderwijssoort en afhankelijk van terugplaatsing naar basisonderwijs of overige onderwijssectoren, weergegeven in onderstaande tabel:

Artikel 22

Wijzigt het Besluit bekostiging WEC.

Artikel 23

1.

De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 124, van de Wet op de expertisecentra bestaat voor de scholen in deze paragraaf uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule A+B+C, waarin:

A = het aantal SO-leerlingen en VSO-leerlingen, vermenigvuldigd met de bedragen in de tabel genoemd onder A;

B = het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 113,30;

C = het aantal ambulant begeleide leerlingen, vermenigvuldigd met € 158,93.

2. De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor scholen voor speciaal onderwijs die op 1 oktober 2001 werden bezocht door 50% of meer cumi-leerlingen, wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de uitkomst van de berekening van (het aantal leerlingen vermenigvuldigd met het in de tabel onder B genoemde bedrag) plus (het aantal cumi-leerlingen vermenigvuldigd met € 376,23) plus (het aantal ambulant begeleide leerlingen vermenigvuldigd met € 81,54).

3.

De onder A en B genoemde bedragen zijn afhankelijk van de onderwijssoort.

Onderwijssoort SO VSO
a. dove kinderen € 907,29 € 907,29
b. slechthorende kinderen € 668,11 € 760,14
c. kinderen met ernstige spraak moeilijkheden € 652,77 n.v.t.
f. lichamelijk gehandicapte kinderen € 784,57 € 876,59
h. 1e langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap € 652,77 € 744,81
h. 2e langdurig zieke kinderen anders dan met lichamelijke handicap € 668,11 € 744,81
j. zeer moeilijk lerende kinderen € 652,77 € 668,11
k. zeer moeilijk opvoedbare kinderen € 668,11 € 744,81
m. kinderen in scholen verbonden aan pedologisch instituut € 668,11 € 744,81
n. meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie:
a + j (doof en zmlk) € 1.305,04 € 1.305,04
doof en blind € 1.738,66 € 1.738,66
b + j (sh en zmlk) € 861,28 € 876,59
f + j (lg en zmlk) € 977,73 € 993,06
Onderwijssoort SO en VSO
a. dove kinderen € 351,42
b. slechthorende kinderen € 206,72
c. kinderen met ernstige spraak moeilijkheden € 206,72
f. lichamelijk gehandicapte kinderen € 351,42
h. 1e langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap € 206,72
h. 2e langdurig zieke kinderen anders dan met lichamelijke handicap € 206,72
j. zeer moeilijk lerende kinderen € 206,72
k. zeer moeilijk opvoedbare kinderen € 206,72
m. kinderen in scholen verbonden aan pedologisch instituut € 206,72
n. meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie:
a + j (doof en zmlk) € 578,80
doof en blind € 795,45
b + j (sh en zmlk) € 351,42
f + j (lg en zmlk) € 496,12

4. Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 118, van de WEC of artikel 3a, zevende lid, van het Besluit bekostiging WEC waarbij leerlingen op residentiële plaatsen niet worden meegeteld en het aantal residentiële plaatsen geteld wordt als leerling.

5. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van scholen in deze paragraaf, bedoeld in artikel 124, eerste lid, van de WEC bedraagt: 1,74%.

Artikel 24

1. De bekostiging, bedoeld in artikel 23 wordt voor scholen uit deze paragraaf met uitzondering van scholen die in stand worden gehouden door een bevoegd gezag dat deelneemt aan pilot 1, genoemd in de bijlage bij de Kamerstukken II 2003/04, 29399, nr. 2, verhoogd met € 1.968,43 per school en € 30,52 per leerling.

2. De verhoging wordt per school rekenkundig en op hele euros afgerond.

Paragraaf 5. Instellingen voor visueel gehandicapte leerlingen

Artikel 25

1.

Het bedrag per leerling respectievelijk het vermenigvuldigingsbedrag, bedoeld in artikel 117, tiende lid, van de WEC is

a. a. € 1.030,49 en b. b. € 46,68.

2.

Het bedrag, bedoeld in artikel 117, vierde lid, van de WEC is per instelling weergegeven in onderstaande tabel:

(Bedrag per instelling visueel gehandicapte leerlingen) Instelling Bedrag
Visio Onderwijsinstellingen Noord 25GP € 1.843.749,15
Bartimeus OWI voor Visueel Gehandicapte Leerlingen 25GR € 4.999.998,77
Koninklijk Instituut tot Onderwijs van Slechtzienden en Blinden 25HD € 3.411.507,19
Onderwijsinstelling Sensis 25HE € 6.685.658,74

Artikel 26

1.

De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid voor instellingen, bestaat uit het in de tabel opgenomen bedrag per instelling.

(Bedrag per instelling visueel gehandicapte leerlingen) Instelling Bedrag
Visio Onderwijsinstelling Noord 25GP € 73.388,63
Bartimeus OWI voor Visueel Gehandicapte Leerlingen 25GR € 245.696,40
Koninklijk Instituut tot Onderwijs van Slechtzienden en Blinden 25HD € 155.596,89
Onderwijsinstelling Sensis 25HE € 283.295,89

2. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van instellingen, bedoeld in artikel 124, eerste lid, van de WEC bedraagt: 1,74%.

Artikel 27

1. De bekostiging, bedoeld in artikel 26 wordt voor instellingen verhoogd met € 1.968,43 per instelling en € 30,52 per leerling.

2. De verhoging wordt per instelling rekenkundig en op hele euros afgerond.

Hoofdstuk 2. Bijzondere bekostiging schooljaar 20062007

Paragraaf 1

Artikel 28

1. Het bevoegd gezag van een basisschool die voor 1 april wordt bezocht door 3 of meer kinderen in de leerjaren 1 tot en met 4 die verblijven in een internaat of pleeggezin en van wie de vader of moeder het schippersbedrijf uitoefent of heeft uitgeoefend, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.

2.

De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per ingeschreven schipperskind boven het aantal van 3 de in de tabel opgenomen bedragen die worden gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met het aantal maanden waarvoor de bekostiging wordt toegekend.

Aantal schipperskinderen Bedrag personeel Bedrag MI
3 tot en met 6 € 11.127,42 € 348,88
7 tot en met 10 € 16.545,58 € 523,41
11 tot en met 14 € 21.968,86 € 697,77
15 tot en met 18 € 27.387,03 € 872,30
en vervolgens per 4 leerlingen boven het aantal van 18 leerlingen te verhogen met € 5.418,17 € 174,53

3.

De aanvraag voor de bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij CFI/BPO en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

a. a. naam, adres, brinnummer, postcode en plaats van de school; b. b. de datum waarop de kinderen zijn of worden toegelaten tot de school; c. c. het aantal schipperskinderen dat de school zal bezoeken in de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd; d. d. de school of scholen waarvan de kinderen afkomstig zijn, onder vermelding van de betreffende schoolsoort.

4. Van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt een afschrift gezonden aan de inspectie van het basisonderwijs waaronder de school ressorteert.

5. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen vier maanden na indiening van de aanvraag.

6. Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen.

7. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft voor de periode na 1 april van het schooljaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 29

1. Het bevoegd gezag van een basisschool die voor 1 april wordt bezocht door 4 of meer leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en Sinti, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.

2.

De aanvraag voor de bijzondere en aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij CFI/BPO en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

a. a. naam, adres, brinnummer, postcode en plaats van de school; b. b. het aantal leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en de Sinti en hun leerlinggewicht(en) dat op het telformulier van 1 oktober van het voorafgaande schooljaar waarin bijzondere bekostiging wordt aangevraagd, is opgegeven; c. c. het aantal leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en Sinti met hun leerlinggewicht(en) dat de school zal bezoeken in de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt aangevraagd;

3. Van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt een afschrift gezonden aan de inspectie van het basisonderwijs waaronder de school ressorteert.

4. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen vier maanden na indiening van de aanvraag.

5. Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen.

6. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft voor de periode na 1 april van het schooljaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 29a

1. Het bevoegd gezag van een basisschool, waar gedurende een periode van maximaal één jaar voorafgaand aan de aanvraag ten minste 10 leerlingen uit een Blijf van mijn lijf huis zijn ingeschreven, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiele instandhouding.

2.

De aanvraag voor de bijzondere en aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij CFI/BPO en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

a. a. naam, adres, brinnummer, postcode en plaats van de school; b. b. een overzicht van het aantal tehuisleerlingen dat gedurende de periode van maximaal één jaar voor de aanvraag de basisschool heeft bezocht met de data van in- en uitschrijving.

3. Van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt een afschrift gezonden aan de inspectie van het onderwijs waaronder de school ressorteert.

4. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen vier maanden na indiening van de aanvraag.

5. Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen.

Artikel 30

1. Het bevoegd gezag van een basisschool waar op de eerste schooldag van het schooljaar het aantal ingeschreven asielzoekers minimaal 10 meer bedraagt dan het aantal ingeschreven asielzoekers op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. Onder asielzoeker wordt in dit artikel verstaan een vreemdeling die in het bezit is van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onder c, d, f, g, h en j van die wet, onderscheidenlijk een vreemdeling van wie tenminste één van de ouders of voogden in het bezit is van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onder c, d, f, g, h en j van die wet, en die ingeschreven staat op een school en deze geregeld bezoekt.

2. Het bevoegd gezag van een basisschool die aanvullende bekostiging ontvangt in verband met groei, bedoeld in artikel 29, van het Besluit bekostiging WPO, en waarbij sprake is van een toename met minimaal 10 asielzoekerkinderen ten opzichte van het aantal asielzoekerkinderen op de datum van de laatste groeitelling, dan wel bij gebreke daarvan, 1 oktober van het voorafgaande schooljaar ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.

3.

De aanvraag voor de bijzondere en aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij CFI/BPO en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

a. a. naam, adres, brinnummer, postcode en plaats van de school; b. b. het aantal asielzoekers op 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het schooljaar waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt aangevraagd; c. c. het aantal asielzoekers op de eerste schooldag van het schooljaar waarin de bijzondere en aanvullende bekostiging wordt aangevraagd.

4.

De aanvraag voor de bijzondere en aanvullende bekostiging, bedoeld in het tweede lid, wordt ingediend bij CFI/BPO en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

a. a. naam, adres, brinnummer, postcode en plaats van de school; b. b. de datum met ingang waarvan aanvullende bekostiging, bedoeld in het tweede lid, is toegekend; c. c. het aantal asielzoekers dat heeft meegeteld voor de vaststelling van de toename; d. d. de data waarop de asielzoekers zijn ingeschreven op de school.

5. Van de aanvraag, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt een afschrift gezonden aan de inspectie van het basisonderwijs waaronder de school ressorteert.

6. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen vier maanden na indiening van de aanvraag.

7. Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen.

8. De in het eerste lid en tweede lid bedoelde bekostiging bedraagt per ingeschreven asielzoekerkind € 1.138,79 voor personeel en € 35,79 voor materiële instandhouding welke bedragen worden gedeeld door 12 en vermenigvuldigd met het aantal resterende maanden van het schooljaar waarvoor de bekostiging is toegekend.

Artikel 31

1. Het bevoegd gezag van een basisschool waaraan een visueel gehandicapte leerling is ingeschreven die begeleiding ontvangt van een instelling voor visueel gehandicapte kinderen en waarvoor geen leerlinggebonden budget beschikbaar is als bedoeld in artikel 70a van de WPO, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.

2. De aanvraag voor de bijzondere en aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend ingediend door middel van formulier nummer CFI 66052, te downloaden via www.cfi.nl en te bestellen met het plaketiket CFI 84887, bij CFI/BPO. Het aanvraagformulier dient voorzien te zijn van een verklaring van ambulante begeleiding die is ingevuld door de instelling voor visueel gehandicapten die de ambulante begeleiding verzorgt.

3.

De bekostiging,bedoeld in het eerste lid, bedraagt per leerling:

Soort handicap Bijzondere bekostiging voor personeel Aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding
Blinde leerling € 11.127,42 € 1.130,13
Slechtziende leerling € 5.418,17 € 955,78

De bedragen in deze tabel worden gedeeld door 12 en vermenigvuldigd met het aantal resterende maanden van het schooljaar waarin de leerling op de school is ingeschreven.

4. Van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt een afschrift gezonden aan de inspectie van het basisonderwijs waaronder de school ressorteert.

5. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen vier maanden na indiening van de aanvraag.

6. Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen.

Artikel 32

1. Het bevoegd gezag van een school voor speciaal onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen waar leerlingen een VSO-programma volgen, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.

2.

De aanvraag voor de bijzondere en aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij CFI/BPO en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

a. a. naam, adres, brinnummer, postcode en plaats van de school; b. b. het aantal kinderen van 13 jaar en ouder dat een VSO-programma volgt op 1 oktober 2005 dan wel 16 januari 2006 ingeval toepassing is gegeven aan artikel 37 van het Besluit bekostiging WEC.

3. De bijzondere en aanvullende bekostiging gezamenlijk, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 2.200,00 per leerling als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.

4. Van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt een afschrift gezonden aan de inspectie van het onderwijs waaronder de school ressorteert.

5. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen vier maanden na indiening van de aanvraag.

Artikel 33

1. Bevoegde gezagsorganen van scholen voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet onderwijs ontvangen ambtshalve bijzondere bekostiging voor preventieve ambulante begeleiding als bedoeld in artikel 8a, derde lid, onderdeel a, van de WEC, die bestaat uit een basisbedrag, welk bedrag wordt verhoogd met een leeftijdsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van de school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar en vervolgens vermenigvuldigd met het aantal leerlingen van de school op de teldatum.

2.

Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in het eerste lid, is onderverdeeld naar speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs, alsmede naar onderwijssoort, weergegeven in onderstaande tabel:

Onderwijssoort SO VSO
Basisbedrag Leeftijds bedrag Basisbedrag Leeftijds bedrag
a. dove kinderen n.v.t n.v.t. € 230,26 € 10,43
b. slechthorende kinderen € 215,16 € 9,75 n.v.t. n.v.t.
c. kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden € 217,05 € 9,83 n.v.t. n.v.t.
d. lichamelijk gehandicapte kinderen € 932,35 € 42,23 € 201,95 € 9,15
e. langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap € 9,44 € 0,43 n.v.t. n.v.t.
f. zeer moeilijk lerende kinderen € 22,65 € 1,03 n.v.t. n.v.t.
g. meervoudig gehandicapte kinderen n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
h. Cluster 4 € 56,62 € 2,56 € 96,25 € 4,36

3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het aantal leerlingen van de school op de teldatum verstaan het aantal ingeschreven leerlingen op 1 oktober 2005 dan wel 16 januari 2006 ingeval toepassing is gegeven aan artikel 37 van het Besluit bekostiging WEC, exclusief de leerlingen op residentiële plaatsen afkomstig uit een justitiële jeugdinrichting en inclusief het aantal residentiële plaatsen voor leerlingen afkomstig uit een justitiële jeugdinrichting en inclusief het aantal ingeschreven leerlingen op 1 oktober 2005 dan wel 16 januari 2006 ingeval toepassing is gegeven aan artikel 37 van het Besluit bekostiging WEC op overige residentiële plaatsen.

Artikel 34

1. Het bevoegd gezag van een school voor voortgezet speciaal onderwijs aan zeer moeilijk opvoedbare kinderen met een nevenvestiging die fungeert als gesloten justitiële inrichting waarbinnen het onderwijs georganiseerd moet worden, ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel.

2. De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 27.578,79 per nevenvestiging en € 414,11 per residentiële plaats.

Artikel 35

1. Het bevoegd gezag van een basisschool waaraan een zeer moeilijk lerende leerling is ingeschreven waarvoor een leerlinggebonden budget beschikbaar is als bedoeld in artikel 70a van de WPO, ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding indien de leerling is geplaatst in groep 3 of hoger.

2. De aanvraag voor de bijzondere en aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend ingediend voor een geïndiceerde zmlk-leerling die met ingang van het schooljaar vanuit groep 2 wordt geplaatst in groep 3 door middel van een per leerling volledig ingevuld formulier nummer CFI 66007, te downloaden via www.cfi.nl en te bestellen met het plaketiket CFI 84887, bij CFI/GEG.

3. De toekenning van de bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding wordt na de eerste toekenning elk schooljaar automatisch toegekend zolang de leerling op de school staat ingeschreven.

4. Indien de leerling wordt teruggeplaatst naar groep 2 stopt de toekenning met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand van terugplaatsing. Het bevoegd gezag meldt deze terugplaatsing direct aan CFI.

5. De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 5.704,14 per leerling en de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 271,00 per leerling.

Artikel 36

Het aantal formatierekeneenheden dat regionale expertisecentra ontvangen ten behoeve van het schooljaar 20052006 als aanvullende formatie in de zin van onderdeel 2.5. van de beleidsregel Aanvullende formatie voor basisscholen voor scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs (V)SO) en regionale expertisecentra (recs) op grond van bijzondere omstandigheden voor het schooljaar 20052006, Gele Katern 2005, nr. 7, zoals die luidde op 14 oktober 2005, wordt omgerekend door genoemd aantal te delen door 195 en de op vier decimalen afgeronde uitkomst van deze berekening te vermenigvuldigen met de gemiddelde personele lasten van de leraren bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel b.

Artikel 37

Wijzigt de Regeling formatiegarantie lgf.

Artikel 38

1. Het aantal formatierekeneenheden dat ten behoeve van het schooljaar 20052006 en eventueel volgende is toegekend als expertisebekostiging als bedoeld in artikel VII van de Wet van 28 november 2002 tot wijziging van de Wet op de expertisecentra, de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de invoering van een leerlinggebonden financiering en de vorming van regionale expertisecentra (regeling leerlinggebonden financiering) en in de artikelen 1 en 2, van de Regeling Heliomare en expertisebekostiging, Gele Katern 2005, nr. 1, wordt omgerekend door genoemd aantal te vermenigvuldigen met de bekostigings-fre-prijs en deze uitkomst aan te passen aan de ontwikkeling van de genormeerde personele lasten van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.

2. Het aantal formatierekeneenheden dat ten behoeve van het schooljaar 20052006 en eventueel volgende is toegekend als aanvullende formatie als bedoeld in artikel XI, tweede lid, van het Besluit van 26 februari 2003, houdende wijziging van het Bekostigingsbesluit WEC, het Formatiebesluit WEC, het Onderwijskundig besluit WEC, het bekostigingsbesluit WPO, het Formatiebesluit WPO en het Bekostigingsbesluit WVO in verband met de invoering van leerlinggebonden financiering, wordt omgerekend door genoemd aantal te vermenigvuldigen met de bekostigings-fre-prijs en deze uitkomst aan te passen aan de ontwikkeling van de genormeerde personele lasten van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.

3. Het aantal formatierekeneenheden dat ten behoeve van het schooljaar 20052006 en eventueel volgende is toegekend als garantiebekostiging voor een voormalige afdeling voor zeer moeilijk lerende kinderen als bedoeld in artikel VIII, derde lid, van de Wet van 28 november 2002 tot wijziging van de Wet op de expertisecentra, de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de invoering van een leerlinggebonden financiering en de vorming van regionale expertisecentra (regeling leerlinggebonden financiering) wordt omgerekend door genoemd aantal te vermenigvuldigen met de bekostigings-fre-prijs en deze uitkomst aan te passen aan de ontwikkeling van de genormeerde personele lasten van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.

Paragraaf 2. Bijzondere bekostiging bij samenvoeging

Artikel 39

1. Het bevoegd gezag van een basisschool die met ingang van 1 augustus is ontstaan uit samenvoeging van twee of meer zelfstandige basisscholen, ontvangt het eerste schooljaar na de samenvoeging bijzondere bekostiging voor de personeelskosten van leraren en die van de schoolleiding berekend op grond van het derde en vierde lid.

2.

Het bevoegd gezag, bedoel in het eerste lid, ontvangt in het tweede schooljaar na de samenvoeging

a. a. de helft van de bijzondere bekostiging berekend op grond van het derde lid, aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van basisscholen en b. b. de bijzondere bekostiging berekend op grond van het vierde lid, aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van basisscholen.

3.

De bijzondere bekostiging voor de personeelskosten van leraren is voor het eerste schooljaar na de samenvoeging gelijk aan X Y, waarin:

X = de som van de bekostiging van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond van artikel 23, 24, 25 en 28 van het Besluit bekostiging WPO in het schooljaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden; en

Y = de som van de bekostiging van de samengevoegde school, berekend op grond van artikel 23, 24, 25 en 28 van het Besluit bekostiging WPO in het schooljaar na de samenvoeging.

4.

De bijzondere bekostiging voor de personeelskosten van de schoolleiding is voor het eerste schooljaar na de samenvoeging gelijk aan Xs Ys, waarin:

Xs = de som van de bekostiging van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond van artikel 26 van het Besluit bekostiging WPO in het schooljaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden; en

Ys = de som van de bekostiging van de samengevoegde school, berekend op grond van artikel 26 van het Besluit bekostiging WPO in het schooljaar na de samenvoeging.

Artikel 40

1. Het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs die met ingang van 1 augustus is ontstaan uit samenvoeging van twee of meer zelfstandige basisscholen, ontvangt het eerste schooljaar na de samenvoeging bijzondere bekostiging voor de personeelskosten van de schoolleiding berekend op grond van het derde lid.

2. Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, ontvangt in het tweede schooljaar na de samenvoeging de bijzondere bekostiging berekend op grond van het derde lid, aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van speciale scholen voor basisonderwijs.

3.

De bijzondere bekostiging voor schoolleiding is voor het eerste schooljaar na de samenvoeging gelijk aan Xs Ys, waarin:

Xs = de som van de bekostiging van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond van artikel 26 van het Besluit bekostiging WPO in het schooljaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden; en

Ys = de som van de bekostiging van de samengevoegde school, berekend op grond van artikel 26 van het Besluit bekostiging WPO in het schooljaar na de samenvoeging.

Artikel 41

1. Het bevoegd gezag van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs die met ingang van 1 augustus is ontstaan uit samenvoeging van twee of meer zelfstandige scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs, ontvangt het eerste schooljaar na de samenvoeging bijzondere bekostiging voor de personeelskosten van leraren en die van de schoolleiding berekend op grond van het derde en vierde lid.

2.

Het bevoegd gezag, bedoel in het eerste lid, ontvangt in het tweede schooljaar na de samenvoeging

a. a. de helft van de bijzondere bekostiging berekend op grond van het derde lid, aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en b. b. de bijzondere bekostiging berekend op grond van het vierde lid, aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.

3.

De bijzondere bekostiging voor leraren is voor het eerste schooljaar na de samenvoeging gelijk aan X Y, waarin:

X = de som van de bekostiging van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond van artikel 32 van het Besluit bekostiging WEC in het schooljaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden; en

Y = de som van de bekostiging van de samengevoegde school, berekend op grond van artikel 32 van het Besluit bekostiging WEC in het schooljaar na de samenvoeging.

4.

De bijzondere bekostiging voor schoolleiding is voor het eerste schooljaar na de samenvoeging gelijk aan Xs Ys, waarin:

Xs = de som van de bekostiging van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond van artikel 35 van het Besluit bekostiging WEC in het schooljaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden; en

Ys = de som van de bekostiging van de samengevoegde school, berekend op grond van artikel 35 van het Besluit bekostiging WEC in het schooljaar na de samenvoeging.

Artikel 42

1. Het bevoegd gezag van een basisschool, die op 1 augustus 2005 is ontstaan uit de samenvoeging van twee of meer scholen, ontvangt in 20062007 bijzondere bekostiging berekend op grond van het tweede en derde lid.

2.

De bijzondere bekostiging voor een op 1 augustus 2005 samengevoegde basisschool voor de personeelskosten van de leraren is de helft van (X Y), rekenkundig afgerond op hele fres, vermenigvuldigd met de voor de samengevoegde school bepaalde bekostigings-fre-prijs en aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van basisscholen, waarbij:

X= de som van a, b, c en d die alle bij de fusie betrokken basisscholen in het eerste schooljaar na de samenvoeging zouden hebben ontvangen wanneer zij zelfstandige scholen waren gebleven;

Y= de som van a, b, c en d die de samengevoegde school in het eerste schooljaar na de samenvoeging ontvangt, waarin:

a = de verhoging van het aantal formatierekeneenheden t.b.v. zeer kleine scholen;

b = de vermeerdering van de basisformatie t.b.v. basisscholen met een of meer nevenvestigingen;

c = de kleine scholentoeslag(en) en

d = de formatie voor de bestrijding van onderwijsachterstanden.

3.

De bijzondere bekostiging voor een op 1 augustus 2005 samengevoegde basisschool voor de personeelskosten van de schoolleiding is (Xs Ys), vermenigvuldigd met de voor de samengevoegde school bepaalde bekostigings-fre-prijs en aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van basisscholen, waarbij:

Xs = de som van de formatie voor schoolleiding van alle bij de samenvoeging betrokken scholen in het schooljaar 20042005;

Ys = de formatie voor schoolleiding van de samenvoegde school in het schooljaar 20052006.

De formatierekeneenheden worden berekend op grond van het Formatiebesluit WPO zoals dat op 9 februari 2006 luidde.

Artikel 43

1. Het bevoegd gezag van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs, die op 1 augustus 2005 is ontstaan uit de samenvoeging van twee of meer scholen, ontvangt in 20062007 bijzondere bekostiging berekend op grond van het tweede en derde lid.

2.

De bijzondere bekostiging voor een op 1 augustus 2005 samengevoegde school voor de personeelskosten van de leraren is de helft van (X Y), rekenkundig afgerond op hele formatierekeneenheden (hierna: fres), vermenigvuldigd met de voor de samengevoegde school bepaalde bekostigings-fre-prijs en aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs, waarbij:

X = het totale aantal fres waarop de scholen die bij de samenvoeging betrokken zijn gezamenlijk op 31 juli 2005 aanspraak maakten, verminderd met de daarin opgenomen fres voor de schoolleiding, en

Y = het aantal fres waarop de school die na samenvoeging ontstond op 1 augustus 2005 aanspraak maakte, verminderd met de daarin opgenomen fres voor de schoolleiding.

3.

De bijzondere bekostiging voor een op 1 augustus 2005 samengevoegde school voor de personeelskosten van de schoolleiding is (Xs Ys), vermenigvuldigd met de voor de samengevoegde school bepaalde bekostigings-fre-prijs en aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs, waarbij:

Xs = de som van de formatie voor schoolleiding van alle bij de samenvoeging betrokken scholen in het schooljaar 20042005;

Ys = de formatie voor schoolleiding van de samenvoegde school in het schooljaar 20052006.

De formatie omvat alle formatierekeneenheden die zijn toegekend op grond van artikel 117 van de Wet op de expertisecentra zoals dat op 31 juli 2006 luidde.

Hoofdstuk 3. Gewogen gemiddelde leeftijd en betaalritme

Artikel 44

1. De gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, bedoeld in artikel 11a van het Besluit bekostiging WPO en artikel 10b van het Besluit bekostiging WEC, is de betrekkingsomvang aan de desbetreffende school van elke leraar op de school, vermenigvuldigd met diens leeftijd en vervolgens gedeeld door de som van de betrekkingsomvang van alle leraren op de school. Voor leraren ouder dan 50 jaar wordt voor de toepassing van de eerste volzin de leeftijd op 50 jaar vastgesteld. Indien de uitkomst van de berekening van de gewogen gemiddelde leeftijd, bedoeld in de eerste volzin, lager is dan 30 wordt de gewogen gemiddelde leeftijd vastgesteld op 30. De in de eerste volzin bedoelde gewogen gemiddelde leeftijd wordt afgerond op 2 decimalen.

2. Onder leraar als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan elk personeelslid dat is aangesteld in een onderwijsgevende functie als bedoeld in artikel 151 van Rechtspositiebesluit WPO/WEC, zoals dat luidde op 31 juli 2005, met uitzondering van: leraren in opleiding als bedoeld in artikel 191, onderdeel a, van dat besluit en personeelsleden die in dienst zijn of van wie de betrekkingsomvang is uitgebreid in verband met vervanging, voor zover de kosten van deze dienstbetrekking of uitbreiding van de betrekkingsomvang ten laste komen van de in artikel 183 van de WPO of artikel 169 van de WEC bedoelde rechtspersoon.

3. In geval van een samenvoeging is de gewogen gemiddelde leeftijd de som van de betrekkingsomvang van elke leraar van alle bij de samenvoeging betrokken scholen vermenigvuldigd met diens leeftijd en vervolgens gedeeld door de som van de betrekkingsomvang van alle leraren van alle bij de samenvoeging betrokken scholen. De tweede tot en met de laatste volzin van het eerste lid is van toepassing.

4. De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd wordt vastgesteld op basis van de gewogen gemiddelde leeftijd van de scholen op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar.

Artikel 45

1. Tenzij in deze regeling anders is bepaald worden de bekostigingsbedragen, bedoeld in deze regeling, uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang.

2.

De maandelijkse betaling van de bekostigingsbedragen voor personeelskosten bedoeld in de artikelen 2, 3, 6, 11, 12, 13, 14, tweede lid, 18, 19, 20, tweede lid, 21 en 25 vindt plaats op grond van de volgende percentages:

Augustus 6,91%
September 6,91%
Oktober 6,91%
November 6,91%
December 6,91%
Januari 10,25%
Februari 9,20%
Maart 9,20%
April 9,20%
Mei 9,20%
Juni 9,20%
Juli 9,20%

3. Van de bekostigingsbedragen bedoeld in de artikelen 10, 17, 24 en 27 wordt 70% uitbetaald in 5 gelijke maandelijkse termijnen in 2006 en 30% in 7 gelijke maandelijkse termijnen in 2007.

Hoofdstuk 4. Vaststelling drempelwaarden overgangsregeling

Artikel 46

De drempelwaarden, bedoeld in artikel VIII, vierde lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b van de Wet van 16 juli 2005 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 in verband met de invoering van lumpsumbekostiging in het primair onderwijs, bedragen de volgende percentages:

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 47

De ingevolge het besluit van 5 oktober 2005, houdende wijziging van onder meer het Bekostigingsbesluit WPO, het Bekostigingsbesluit WEC, het Formatiebesluit WPO en het Formatiebesluit WEC in verband met de invoering van lumpsumbekostiging in het primair onderwijs gewijzigde artikelen van het Bekostigingsbesluit WPO, het Bekostigingsbesluit WEC, Het Formatiebesluit WPO en het Formatiebesluit WEC, zoals die artikelen luidden op de dag voor de inwerkingtreding van die Wet, blijven van toepassing op de afhandeling van de bekostiging tot en met het schooljaar 20052006.

Artikel 48

De Regeling bekostiging personeel PO 20062007 van 5 april 2006, nr. PO/ADR/06/51034, gepubliceerd in de Staatscourant 2006, 73, pagina 22 van 12 april 2006 wordt ingetrokken met dien verstande dat deze van toepassing blijft op bezwaar- en beroepschriften die op de datum van inwerkingtreding van deze regeling aanhangig zijn.

Artikel 49

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst met dien verstande dat indien de dagtekening van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst geschiedt na 18 juli 2006 de regeling terugwerkt tot en met 20 juli 2006.

Artikel 50

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanpassing bekostiging personeel PO 20062007.