rijk/ministeriele-regeling/regeling-aanvraag-en-toelating-vergunningen-op-volgorde-van-binnenkomst-of-bij-w/BWBR0010035
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling aanvraag en toelating vergunningen op volgorde van binnenkomst of bij wijze van voorrang BWBR0010035 ministeriele-regeling geldend 1998-12-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0010035 Regeling aanvraag en toelating vergunningen op volgorde van binnenkomst of bij wijze van voorrang

Regeling aanvraag en toelating vergunningen op volgorde van binnenkomst of bij wijze van voorrang

Hoofdstuk 1. Algemene bepaling

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. wet: Telecommunicatiewet; b. b. minister: de Minister van Verkeer en Waterstaat.

Hoofdstuk 2. De aanvraag van een vergunning

Artikel 2

1. Een aanvraag tot verlening van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte door middel van de procedure op volgorde van binnenkomst of bij wijze van voorrang, dient te geschieden door middel van een daartoe strekkend formulier.

2. De aanvraag tot verlening van een vergunning voor frequentieruimte alsmede de aanvraag tot wijziging of intrekking van een vergunning wordt ingediend bij de divisie Telecom van de Inspectie Verkeer en Waterstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Van aanvragen die betrekking hebben op openbare telecommunicatienetwerken of openbare telecommunicatiediensten verstrekt de minister een afschrift aan het college.

3. Een aanvraag voor de verlening van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van singlepoint-singlepoint straalverbindingen, alsmede een aanvraag voor de verlening, wijziging of intrekking van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van de maritieme radiocommunicatie of voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van het doen van onderzoekingen kan bij de Rijksdienst voor Radiocommunicatie worden ingediend langs elektronische weg met gebruikmaking van een daartoe strekkend elektronisch aanvraagformulier.

4. De aanvrager die voor de eerste maal een aanvraag langs elektronische weg als bedoeld in het derde lid indient, geeft daarbij een persoonlijke code op en verzendt binnen drie dagen na de datum van elektronische verzending van het elektronisch aanvraagformulier aan de divisie Telecom van de Inspectie Verkeer en Waterstaat per gewone post een door hem ondertekende schriftelijke verklaring dat hij een aanvraag langs elektronische weg heeft ingediend.

5. Bij het indienen van een volgende aanvraag langs elektronische weg verstrekt de aanvrager naast de op het elektronische aanvraagformulier gevraagde gegevens de persoonlijke code, bedoeld in het vierde lid.

6. Voor de verklaring, bedoeld in het vierde lid, gebruikt de aanvrager de door de divisie Telecom van de Inspectie Verkeer en Waterstaat opgestelde modelverklaring.

7. Indien de aanvraag tot verlening van een vergunning betrekking heeft op frequentieruimte die is bestemd voor openbare telecommunicatienetwerken of openbare telecommunicatiediensten, kan de minister, naast de gegevens die worden gevraagd in het formulier, nadere gegevens vragen aan de aanvrager ter beoordeling van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, onder b.

Hoofdstuk 3. Toelatingscriteria

Paragraaf 1. openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten

Artikel 3

1.

Een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte die bestemd is voor het aanbieden van openbare telecommunicatienetwerken of openbare telecommunicatiediensten dan wel bestemd is voor commerciële omroep wordt slechts verleend aan de aanvrager die:

a. a. voldoet aan de navolgende voorwaarden met betrekking tot zijn financiële positie:

        1º.
        de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement, noch is een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager ingediend,
      
      
        2º.
        de aanvrager is geen surséance van betaling verleend, noch is ten aanzien van de aanvrager surséance van betaling aangevraagd,
      
      
        3º.
        er is geen beslag gelegd op een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager;

1º. 1º. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement, noch is een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager ingediend, 2º. 2º. de aanvrager is geen surséance van betaling verleend, noch is ten aanzien van de aanvrager surséance van betaling aangevraagd, 3º. 3º. er is geen beslag gelegd op een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager; b. b. op grond van de in de aanvraag vermelde gegevens naar het oordeel van de minister naar verwachting kan voldoen aan het met betrekking tot de vergunning bepaalde.

2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend als de aanvrager aantoont een redelijk belang te hebben bij de gevraagde vergunning.

Paragraaf 2. maritieme radiocommunicatie

Artikel 4

1. Een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van de maritieme radiocommunicatie wordt verleend aan natuurlijke personen van 16 jaar en ouder indien dezen in het bezit zijn van een geldig certificaat van bediening of aan rechtspersonen.

2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend als de aanvrager aantoont een redelijk belang te hebben bij de gevraagde vergunning.

Paragraaf 3. radiozendamateurs

Artikel 5

1. Vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van het doen van onderzoekingen worden onderverdeeld in de categorieën A, C, en N, welke worden onderscheiden door de voor elk van deze categorieën toegewezen frequentiebanden en de toegestane zendvermogens zoals aangegeven in bijlage 1, behorende bij deze regeling.

2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid van de categorie A of C wordt slechts verleend aan natuurlijke personen van 14 jaar en ouder die met goed gevolg het vereiste examen hebben afgelegd dat voor de te onderscheiden categorieën verschillend is.

3. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid van de categorie N wordt slechts verleend aan natuurlijke personen van 12 jaar en ouder die met goed gevolg het voor die categorie vereiste examen hebben afgelegd.

4. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid van de categorie A wordt slechts verleend aan verenigingen van radiozendamateurs waarvan het ledental en de samenstelling voldoende representatief is voor de door de vereniging te behartigen belangen van de radiozendamateurs.

5. Een vergunning van de categorie A of C wordt slechts verleend aan onderwijsinstellingen waarvan het doen van onderzoekingen met radiozendapparaten essentieel is voor het geven van het onderwijs.

6. Aan andere aanvragers dan bedoeld in de leden 2 tot en met 5 wordt slechts een vergunning verleend in de categorie A, C, of N indien dezen naar het oordeel van de minister geacht kunnen worden op enigerlei wijze in het belang van het wetenschappelijk onderzoek van het radiospectrum werkzaam te zijn.

Paragraaf 4. overig gebruik

Artikel 6

Een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte voor ander gebruik dan bedoeld in de artikelen 3 tot en met 5 wordt slechts verleend indien de aanvrager aantoont een redelijk belang te hebben bij de gevraagde vergunning.

Hoofdstuk 4. Frequentieruimte waarvoor geen vergunning is vereist

Paragraaf 1. storing

Artikel 7

De gebruiker van frequentieruimte waarvoor geen vergunning is vereist, zorgt er voor dat door het gebruik van het gewenste signaal van het radiozendapparaat geen storing of belemmering wordt veroorzaakt in andere radiozendapparaten dan wel in overige elektrische of elektronische apparaten.

Paragraaf 2. aanwijzing categorieën radiozendapparaten

Artikel 8

1.

Als categorieën radiozendapparaten, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder a, van de wet, worden aangewezen:

a. a. randapparaten, zijnde koordloze telefoons, die bestemd zijn voor aansluiting op een vast openbaar telefoonnetwerk, mits de in bijlage 3 aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen; b. b. randapparaten die bestemd zijn voor aansluiting op een mobiel openbaar telefoonnetwerk; c. c. radiozendapparaten voor algemene radiocommunicatie in de 27 MHz-frequentieband (CB), mits de in bijlage 3 aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen; d. d. mobiele VHF/UHF radiotelefonen voor landmobiel gebruik die daadwerkelijk en krachtens een daartoe gesloten overeenkomst onderdeel zijn van een besloten netwerk, dat deel is van een radionetwerk met dynamische frequentietoewijzing ten behoeve waarvan een vergunning is verleend voor het gebruik van frequentieruimte (trunkinginstallatie); e. e. randapparaten bestemd voor aansluiting op een openbaar satellietsysteem, ten behoeve van mobiele communicatie, met uitzondering van het nood-, spoed en veiligheidsverkeer; f. f. mobiele UHF radiotelefonen, werkend in de frequentieband 446 MHz, bedoeld voor algemeen gebruik ten behoeve van spraak over korte afstand (PMR 446), mits de in bijlage 3 aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen; g. g. de in bijlage 2 bedoelde categorieën radiozendapparaten, mits de in die bijlage aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen; h. h. randapparaten, zijnde satellietgrondstations (SGS), werkend in de frequentiebanden 14.00 GHz tot 14.50 GHz en 29.50 GHz tot 30.00 GHz, met een maximaal uitgangsvermogen van 2 Watt en een maximaal uitgestraald vermogen van 50 dBWatt e.i.r.p. 2Equivalent rondom uitgestraald vermogen, en geplaatst op een afstand van ten minste 500 meter buiten de begrenzing van een luchtvaartterrein als bedoeld in de Luchtvaartwet; i. i. randapparaten voor mobiele communicatie via ionisatiesporen van meteoren, werkend in de frequentieband 39.00 tot 39.20 MHz, met een maximaal uitgestraald vermogen van 50 Watt e.r.p. 3Effectief uitgestraald vermogen en een kanaalafstand van 25 kHz, alsmede een maximale uitzendtijd van 100 milliseconden en een minimale wachttijd van 10 seconden, met een totaal van 24 uitzendingen per 24 uur.

2. Onder de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, vallen slechts apparaten die voldoen aan het bij of krachtens het Besluit randapparaten en radioapparaten bepaalde.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 december 1998.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag en toelating vergunningen op volgorde van binnenkomst of bij wijze van voorrang.

Bijlage 1,. bedoeld in

Bijlage 2,. bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel g

Bijlage 3,. bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen a, c en f