rijk/ministeriele-regeling/regeling-aanvraag-en-veilingprocedure-digitale-radio-omroep-dab-laag-6/BWBR0049835
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling aanvraag- en veilingprocedure digitale radio-omroep DAB laag 6 BWBR0049835 ministeriele-regeling geldend 2024-06-20 https://wetten.overheid.nl/BWBR0049835 Regeling aanvraag- en veilingprocedure digitale radio-omroep DAB laag 6

Regeling aanvraag- en veilingprocedure digitale radio-omroep DAB laag 6

Hoofdstuk 1. Algemene bepaling

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvrager: degene die een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend;
  • aanvraagformulier: formulier als bedoeld in artikel 6, derde lid;
  • allotment: het gebied dat gelegen is binnen de contouren zoals gevisualiseerd in de bijlage van de vergunning, inclusief het daar genoemde frequentieblok;
  • bankgarantie: bankgarantie als bedoeld artikel 8, derde lid, onderdeel b;
  • bekendmakingsbesluit: Besluit bekendmaking veiling vergunningen DAB laag 6;
  • bod: bod als bedoeld in artikel 26, eerste tot en met derde lid, uitgebracht door een deelnemer via het elektronisch veilingsysteem van de minister en bevestigd door middel van dit elektronisch veilingsysteem, bestaande uit het aantal vergunningen dat een deelnemer voor de in een biedronde bepaalde prijs wenst te verwerven in het betreffende allotment;
  • deelnemer: aanvrager die is toegelaten tot de veiling, bedoeld in hoofdstuk 5;
  • exitbod: exitbod als bedoeld in artikel 26, vierde lid;
  • minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;
  • niet-winnende deelnemer: deelnemer wiens bod, exitbod of exitbiedingen door de minister niet zijn aangemerkt als winnende biedingen als bedoeld in artikel 28, tweede tot en met vierde lid;
  • rente: volgens actual/360 berekende rente op basis van de door de Europese Centrale Bank vastgestelde Euro Short-Term Rate, minus 100 basispunten, met een minimum van 0%;
  • verbonden rechtspersoon: als één aangemerkte rechtspersoon als bedoeld in artikel 3 van de Tijdelijke regeling gebruiksbeperking commerciële radio-omroep;
  • vergunning: vergunning voor het gebruik van 1/18e deel van de capaciteit van de frequentieruimte in het allotment waar de vergunning op ziet;
  • wet: Telecommunicatiewet;
  • winnend bod: bod of exitbod dat als winnend bod is aangemerkt als bedoeld in artikel 28, tweede tot en met vierde lid;
  • winnende deelnemer: deelnemer wiens bod, exitbod of exitbiedingen door de minister zijn aangemerkt als winnende biedingen als bedoeld in artikel 28, tweede tot en met vierde lid.

Hoofdstuk 2. Beschikbare vergunningen

Artikel 2

Ingevolge het bekendmakingsbesluit zijn de in bijlage 1 weergegeven vergunningen beschikbaar om op grond van deze regeling te worden verdeeld.

Hoofdstuk 3. De aanvraagfase

Paragraaf 1. Eisen aan de aanvraag en aanvrager

Artikel 3

1. Degene die voor een vergunning in aanmerking wil komen, dient daartoe een aanvraag in bij de minister.

2.

De aanvraag kan van 20 juni 2024 tot en met 31 juli 2024 worden ingediend per aangetekende post of door middel van persoonlijke overhandiging op het volgende adres en met de volgende adressering:

Rijksinspectie Digitale Infrastructuur

t.a.v. Projectteam uitgifte radio-omroepvergunningen

Emmasingel 1

9726 AH Groningen.

3. De persoonlijke overhandiging, bedoeld in het tweede lid, vindt uitsluitend plaats op werkdagen tussen 10.00 uur en 12.00 uur of tussen 14.00 uur en 16.00 uur. Na de overhandiging ontvangt de aanvrager een bewijs van ontvangst dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst.

Artikel 4

1. De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

2.

De aanvrager voldoet verder aan de volgende eisen:

a. a. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement of liquidatie, en door de aanvrager is geen faillissement aangevraagd; b. b. aan de aanvrager is geen surseance van betaling verleend, en door de aanvrager is geen surseance van betaling aangevraagd; en c. c. de aanvrager heeft geen akkoord buiten faillissement in de zin van artikel 370 van de Faillissementswet aangeboden, en aan de aanvrager is geen herstructureringsdeskundige in de zin van artikel 371 van de Faillissementswet aangewezen.

3. Met de eisen, bedoeld in het tweede lid, worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Artikel 5

De aanvrager beschikt over toestemming als bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008.

Artikel 6

1. Een rechtspersoon dient ten hoogste één aanvraag in.

2. In de aanvraag wordt door de aanvrager per allotment vermeld op hoeveel vergunningen de aanvraag betrekking heeft.

3. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage 2 opgenomen model en gaat, onverminderd de overige in deze regeling gestelde eisen, vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.

4. De aanvraag wordt in de Nederlandse taal gesteld.

5. Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden die zijn opgesteld krachtens het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

6. In afwijking van het vierde lid, kunnen de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, worden gesteld in één van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, mits zij vergezeld gaan van een Nederlandse of Engelse vertaling.

Artikel 7

De aanvrager informeert de minister op de wijze, bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, uiterlijk binnen vijf werkdagen nadat die hem bekend zijn geworden over wijzigingen met betrekking tot:

a. a. de gegevens die de aanvrager heeft verstrekt in het aanvraagformulier; b. b. de gegevens en bescheiden die het aanvraagformulier vergezellen; c. c. overige in deze regeling gestelde eisen aan de aanvrager.

Paragraaf 2. De zekerheidstelling

Artikel 8

1. De aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van zijn bod een waarborgsom of een bankgarantie ter grootte van € 2.000, per vergunning die hij aanvraagt.

2.

De waarborgsom wordt verstrekt voor de periode tot en met:

a. a. in geval van afwijzing of een gedeeltelijke afwijzing van de aanvraag, de datum van de afwijzing; b. b. in geval van intrekking of een gedeeltelijke intrekking van de aanvraag, twee weken nadat die intrekking door de minister is ontvangen; c. c. in geval van niet in behandeling nemen van de aanvraag, de datum van het besluit om de aanvraag niet te behandelen; d. d. in geval van toewijzing van de aanvraag, de datum waarop de totaalprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, volledig is betaald.

3.

De aanvrager zorgt ervoor dat uiterlijk op de in artikel 3, tweede lid, bedoelde einddatum:

a. a. de waarborgsom is ontvangen op bankrekeningnummer (IBAN): NL41INGB0705001199, BIC: INGBNL2A, ten name van Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, Directie Mens en Middelen, onder vermelding van Veiling DAB laag 6; of b. b. de bankgarantie, verstrekt volgens het model, bedoeld in bijlage 3, is ontvangen op het in artikel 3, tweede lid, genoemde adres.

Artikel 9

1.

Binnen twee weken nadat de aanvrager zijn aanvraag heeft ingetrokken, dan wel nadat de minister overeenkomstig artikel 10, vijfde lid, heeft besloten de aanvraag niet te behandelen, de aanvraag op grond van artikel 11 heeft afgewezen, of de aanvraag heeft geweigerd op grond van 3.18 van de wet:

a. a. stort de minister, indien de aanvrager een waarborgsom heeft verstrekt, de waarborgsom terug aan de betreffende aanvrager, of b. b. stuurt de minister, indien de aanvrager een bankgarantie heeft verstrekt, een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt aan de bank van de betreffende aanvrager, en een kopie van deze schriftelijke verklaring aan de betreffende aanvrager.

2. In het geval van een gedeeltelijke afwijzing, bedoeld in artikel 11, derde lid, of een gedeeltelijke intrekking, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, wordt enkel het deel van de waarborgsom of bankgarantie dat betrekking heeft op de gedeeltelijke afwijzing of gedeeltelijke intrekking teruggestort dan wel vervallen verklaard.

3. Indien de minister een waarborgsom geheel of gedeeltelijk terugstort als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a respectievelijk tweede lid vergoedt hij tegelijkertijd de rente over het teruggestorte bedrag, berekend vanaf de dag na de dag dat de minister de waarborgsom heeft ontvangen tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop het bedrag door de minister wordt teruggestort.

Paragraaf 3. Beslissingen tijdens de aanvraagfase

Artikel 10

1. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de in de artikelen 5, 6 en 8 gestelde voorschriften, deelt de minister de aanvrager dit mee en stelt hij hem in de gelegenheid het verzuim te herstellen.

2. De aanvrager heeft de gelegenheid het verzuim te herstellen tot en met 16:00 uur op de tiende werkdag na de dag waarop de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is verstuurd.

3. De gegevens ten behoeve van het verzuimherstel worden ingediend op de wijze, bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid.

4. De aanvrager heeft de gelegenheid verzuim ten aanzien van de waarborgsom te herstellen met gebruikmaking van het bankrekeningnummer, bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel a.

5. Indien het verzuim niet is hersteld binnen de termijn en op de wijze, bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid, kan de minister besluiten de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet te behandelen.

Artikel 11

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 3.18 van de wet, wijst de minister de aanvraag volledig af, indien niet is voldaan aan de voorschriften, bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, en 4.

2.

De minister kan een aanvraag afwijzen als:

a. a. naar zijn oordeel aannemelijk is dat de aanvrager afspraken heeft gemaakt of onderling afgestemde feitelijke gedragingen heeft verricht die afbreuk doen of kunnen doen of gedaan hebben of gedaan kunnen hebben aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure; b. b. de aanvrager niet heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 7; of c. c. de aanvrager niet voldoet aan een vordering als bedoeld in artikel 18.7, eerste lid, van de wet.

3. De minister wijst een aanvraag gedeeltelijk af voor zover er in de aanvraag meer vergunningen voor een bepaald allotment zijn aangevraagd dan er binnen dat allotment beschikbaar zijn.

Hoofdstuk 4. Vaststelling eventuele schaarste en vergunningverlening bij afwezigheid van schaarste

Artikel 12

1. Indien de minister vaststelt dat, uitgezonderd de aanvragen die buiten behandeling zijn gesteld, geheel of gedeeltelijk zijn afgewezen, geheel of gedeeltelijk zijn ingetrokken of op grond van artikel 3.18 van de wet zijn geweigerd, het aantal vergunningen dat is aangevraagd per allotment hoger is dan het aantal vergunningen dat op grond van artikel 2 beschikbaar is in het betreffende allotment, vindt de verdeling voor dat allotment plaats met toepassing van de hoofdstukken 5 en 6.

2. Indien omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de minister op elk moment tot vijf werkdagen te rekenen vanaf de datum, bedoeld in artikel 23, overgaan tot een nieuwe schaarstetoets in een allotment, als bedoeld in het eerste lid. Indien de minister op basis van de herhaalde schaarstetoets vaststelt dat uitgezonderd de aanvragen die buiten behandeling zijn gesteld, geheel of gedeeltelijk zijn afgewezen, geheel of gedeeltelijk zijn ingetrokken of op grond van artikel 3.18 van de wet zijn geweigerd, het aantal vergunningen dat is aangevraagd per allotment gelijk is aan, of lager is dan het aantal vergunningen dat op grond van artikel 2 beschikbaar is in het betreffende allotment, vindt de verdeling alsnog plaats met toepassing van artikel 13.

Artikel 13

1. Indien de verdeling in een allotment niet plaatsvindt met toepassing van de hoofdstukken 5 en 6, wordt het aantal vergunningen dat is aangevraagd in het betreffende allotment om niet verleend aan de betreffende aanvrager of aanvragers.

2. Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing op de waarborgsom of bankgarantie van aanvragers als bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 5. De veilingfase

Paragraaf 1. Algemene bepalingen omtrent de veiling

Artikel 14

1. De veiling vindt plaats via internet met behulp van een elektronisch veilingsysteem en geschiedt door middel van een discrete klokveiling met exitbiedingen met dien verstande dat tijdens de veiling alleen kan worden geboden op de vergunningen binnen de allotments als bedoeld in artikel 22, onder c.

2. De allotments worden volgordelijk geveild.

Artikel 15

De minister leidt de veiling en draagt zorg voor een goed verloop hiervan.

Artikel 16

De veiling wordt uitsluitend op werkdagen gehouden.

Artikel 17

1. Biedingen en exitbiedingen worden uitsluitend uitgebracht door middel van het elektronisch veilingsysteem.

2.

Andere communicatie vindt uitsluitend plaats:

a. a. via het elektronisch veilingsysteem; of b. b. telefonisch of per e-mail, waarbij de deelnemer bereikbaar is op het door hem in zijn aanvraag opgegeven telefoonnummer en e-mailadres, en de minister bereikbaar is op het telefoonnummer en e-mailadres, bedoeld in artikel 23, onderdeel d.

Artikel 18

1. De minister kan de veiling opschorten indien zich naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden voordoen die buiten de beïnvloedingssfeer liggen van de minister of de deelnemers, of indien technische problemen optreden waardoor de veiling tijdelijk geen doorgang kan vinden.

2. Een deelnemer meldt een bijzondere omstandigheid of technisch probleem onverwijld, maar uiterlijk binnen tien minuten na afloop van een biedronde of verlengde biedronde, telefonisch aan de minister.

3. Indien de technische problemen optreden bij een deelnemer, kan de minister verlangen dat deze deelnemer zijn biedingen of exitbiedingen uitbrengt door middel van een computer die de minister ter beschikking stelt op een door hem te bepalen locatie.

4.

Indien de veiling wordt opgeschort, kan de minister ten aanzien van de biedronde of verlengde biedronde waarin de bijzondere omstandigheden of technische problemen zijn opgetreden besluiten dat:

a. a. alle biedingen of exitbiedingen uitgebracht in die ronde vervallen, tenzij alle nog actieve deelnemers in die ronde reeds een bod of exitbod hebben uitgebracht; of b. b. die biedronde ongeldig wordt verklaard en opnieuw moet worden gehouden.

Artikel 19

1.

Een aanvrager, inbegrepen diegene die een aanvrager ten behoeve van de veiling bijstaat of een met de aanvrager verbonden rechtspersoon:

a. a. onthoudt zich van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan een goed verloop van de veiling, de mededinging in het kader van de veilingprocedure daaronder begrepen; b. b. maakt tot de mededeling, bedoeld in artikel 29, eerste lid, is gedaan geen informatie openbaar, verspreidt geen informatie en doet geen informatie verspreiden aan derden met betrekking tot diens strategie, budget, gewenste of verkregen hoeveelheid, soort of combinatie van vergunningen, en verwachte of te betalen prijzen in de veiling.

2. Een aanvrager, inbegrepen diegene die een aanvrager ten behoeve van de veiling bijstaat of een met de aanvrager verbonden rechtspersoon, maakt voorafgaand aan en gedurende de veilingprocedure tot de mededeling, als bedoeld in artikel 29, eerste lid, informatie over het al dan niet deelnemen aan de veiling en de indiening van de aanvraag daartoe, onmiddellijk volledig openbaar, zodra deze door hem aan een of meer derden bekend is gemaakt.

3. De minister kan de veiling beëindigen of opschorten indien naar zijn oordeel sprake is van afspraken, gedragingen of informatieverstrekking die in strijd zijn met het eerste of tweede lid.

Artikel 20

1.

Indien voorafgaande aan of tijdens de veiling blijkt dat een aanvrager niet of niet meer voldoet aan de in de artikelen 5, 6, of 8 gestelde voorschriften, dan wel dat een aanvrager, inbegrepen diegene die een aanvrager ten behoeve van de veiling bijstaat of een met de aanvrager verbonden rechtspersoon, naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met artikel 19, eerste of tweede lid, kan de minister:

a. a. de betrokken aanvrager uitsluiten van deelname of verdere deelname aan de veiling en de biedingen en exitbiedingen van de betrokken aanvrager uit één of meerdere biedronden ongeldig verklaren; b. b. de uitkomst van een of meer biedronden ongeldig verklaren en besluiten dat een of meer biedronden opnieuw moeten worden gehouden.

2. Indien niet eerder dan na afloop van de veiling blijkt dat een aanvrager naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met artikel 19, eerste of tweede lid, kan de minister de winnende biedingen van die aanvrager ongeldig verklaren en besluiten dat de veiling opnieuw moet worden gehouden.

Artikel 21

Een deelnemer is onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bod of exitbod gebonden.

Paragraaf 2. De veilingprocedure

Artikel 22

Indien na toepassing van artikel 12, eerste lid, de noodzaak van veilen van een allotment is komen vast te staan, deelt de minister de deelnemer wiens aanvraag voor het betreffende allotment niet buiten behandeling is gesteld, geheel is afgewezen, geheel is ingetrokken of is geweigerd op grond van artikel 3.18 van de wet, schriftelijk mee:

a. a. dat hij als deelnemer wordt toegelaten tot de veiling; b. b. het aantal vergunningen dat de deelnemer, gelet op zijn aanvraag, ten hoogste per betreffende allotment kan verwerven; c. c. de allotments waarbinnen de deelnemer tijdens de veiling uitsluitend een bod kan uitbrengen; d. d. het totale aantal deelnemers per allotment waarvoor hij is toegelaten.

Artikel 23

De minister deelt de deelnemers uiterlijk twee weken voor de aanvang van de veiling schriftelijk mee:

a. a. de datum, de aanvangstijd en de duur van de eerste biedronde; b. b. indien er meerdere allotments geveild worden dat de allotments volgordelijk zullen worden geveild en in welke volgorde; c. c. de voor de veiling benodigde programmatuur; d. d. het telefoonnummer en het e-mailadres waarop de minister bereikbaar is; e. e. de combinatie van een gebruikersnaam en wachtwoord van de deelnemer; f. f. het internetadres waarop de deelnemer inlogt om aan de veiling deel te nemen.

Artikel 24

1. De minister bepaalt het tijdstip en de duur van de biedronden.

2. Een biedronde eindigt op het tijdstip waarop de door de minister bepaalde duur van de biedronde is verstreken of, indien dat eerder is, op het tijdstip waarop alle resterende deelnemers een bod of exitbod hebben uitgebracht.

3. In afwijking van het tweede lid, kan de minister bij het vaststellen van de duur van een biedronde bepalen dat de biedronde niet eerder eindigt dan nadat de door de minister bepaalde duur is verstreken.

4. De prijs per vergunning in de eerste biedronde is € 0.

5. De minister bepaalt de prijs in de tweede en daaropvolgende biedronden.

Artikel 25

1. Voor een deelnemer die een biedronde laat verstrijken zonder dat hij een bod of, indien van toepassing, exitbod heeft uitgebracht, wordt de betreffende biedronde van rechtswege verlengd met 30 minuten.

2. Per deelnemer worden ten hoogste twee biedronden van rechtswege verlengd, waarbij niet worden meegerekend de biedronden waarvoor de minister op grond van de artikelen 18 of 20, heeft besloten dat deze opnieuw worden gehouden.

3. De minister kan besluiten dat de biedronden niet worden meegerekend waarin het niet uitbrengen van een bod of exitbod het gevolg was van technische problemen die zijn ontstaan vóór het verstrijken van de biedronde.

4. In afwijking van artikel 24, tweede en derde lid, eindigt een biedronde als bedoeld in het eerste lid op het moment dat de termijn van 30 minuten is verstreken of, indien dat eerder is, op het tijdstip waarop alle deelnemers wiens biedronde van rechtswege is verlengd een bod of exitbod hebben uitgebracht.

5. De minister deelt de verlenging van een biedronde zo spoedig mogelijk mee aan alle deelnemers.

Artikel 26

1. Een deelnemer brengt een bod uit in iedere biedronde waaraan hij deelneemt.

2. In de eerste biedronde is het bod gelijk aan het aantal, bedoeld in artikel 22, onderdeel b.

3. In de tweede en daaropvolgende biedronden is het bod telkens gelijk aan of lager dan het bod dat de deelnemer heeft uitgebracht in de voorafgaande biedronde ten aanzien van het betreffende allotment.

4. Een deelnemer die zijn bod verlaagt ten opzichte van zijn bod in een voorafgaande biedronde brengt tevens een exitbod uit.

5.

Een exitbod bestaat uit een bedrag in hele euros nauwkeurig dat:

a. a. gelijk is aan, of hoger is dan, de prijs die de minister heeft bepaald voor de voorafgaande biedronde; en b. b. lager is dan de prijs die de minister heeft bepaald voor de biedronde waarin de deelnemer zijn bod verlaagt.

6. Een deelnemer die in een biedronde zijn bod verlaagt met méér dan één vergunning brengt voor de tweede en daaropvolgende vergunningen waarmee hij zijn bod verlaagt afzonderlijke exitbiedingen uit die voor iedere verlaging met één vergunning gelijk zijn aan, of hoger zijn dan, zijn voorafgaande exitbod.

7. Een deelnemer die een biedronde of een verlengde biedronde laat verstrijken zonder een bod uit te brengen, brengt in de daaropvolgende biedronden geen bod uit.

Artikel 27

1.

Zo spoedig mogelijk na het einde van een biedronde deelt de minister per allotment:

a. a. alle deelnemers mee:

        1.
        het nummer van die biedronde;
      
      
        2.
        het aantal deelnemers dat een bod heeft uitgebracht;
      
      
        3.
        het aantal vergunningen dat in totaal is geboden;
      
      
        4.
        het aantal exitbiedingen; en
      
      
        5.
        de aanvangstijd, de duur en het nummer van, alsmede de prijs in, de volgende biedronde,
    1.   het nummer van die biedronde;
      
    1.   het aantal deelnemers dat een bod heeft uitgebracht;
      
    1.   het aantal vergunningen dat in totaal is geboden;
      
    1.   het aantal exitbiedingen; en
      
    1.   de aanvangstijd, de duur en het nummer van, alsmede de prijs in, de volgende biedronde,
      

b. b. iedere deelnemer afzonderlijk mee:

        1.
        zijn bod of exitbiedingen in de afgelopen biedronde of het gebrek daaraan;
      
      
        2.
        het aantal keer dat hij nog in aanmerking komt voor een verlenging als bedoeld in artikel 25, eerste en tweede lid.
    1.   zijn bod of exitbiedingen in de afgelopen biedronde of het gebrek daaraan;
      
    1.   het aantal keer dat hij nog in aanmerking komt voor een verlenging als bedoeld in artikel 25, eerste en tweede lid.
      

2. Het eerste lid, onderdeel a, onder 5, is niet van toepassing na het einde van de laatste biedronde, bedoeld in artikel 28, eerste lid.

Artikel 28

1. De laatste biedronde is de biedronde waarin het aantal vergunningen dat in totaal is geboden gelijk is aan of kleiner is dan het aantal vergunningen dat op grond van artikel 2 beschikbaar is in het betreffende allotment.

2. Indien het aantal vergunningen gelijk is aan het aantal vergunningen dat op grond van artikel 2 beschikbaar is, merkt de minister alle in de laatste biedronde gedane biedingen aan als winnende biedingen.

3.

Indien het aantal vergunningen kleiner is dan het aantal vergunningen dat op grond van artikel 2 beschikbaar is, merkt de minister de volgende biedingen aan als winnende biedingen:

a. a. alle biedingen die zijn gedaan in de laatste biedronde, gevolgd door b. b. de hoogste exitbiedingen die in de voorafgaande biedronde zijn gedaan op de resterende vergunningen.

4. Indien twee of meer exitbiedingen als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, gelijk zijn, en onvoldoende vergunningen resteren om elk van deze exitbiedingen als winnende biedingen aan te merken, vindt het aanmerken van deze exitbiedingen als winnende biedingen plaats door middel van een loting, waarbij gebruik wordt gemaakt van het elektronisch veilingsysteem.

Artikel 29

1.

De minister maakt zo spoedig mogelijk na de veiling aan alle deelnemers bekend:

a. a. de winnende biedingen; b. b. exitbiedingen die zijn betrokken bij een loting als bedoeld in artikel 28, vierde lid; c. c. het per vergunning verschuldigde bedrag, bedoeld in artikel 31, tweede lid.

2. De minister maakt zo spoedig mogelijk na de in het eerste lid bedoelde bekendmaking de informatie genoemd in het eerste lid openbaar.

3. De minister maakt zo spoedig mogelijk na de in het eerste lid bedoelde bekendmaking een overzicht van de biedingen van alle deelnemers openbaar, waarbij de identiteit van een deelnemer die geen winnende bieding heeft uitgebracht niet openbaar wordt gemaakt.

Hoofdstuk 6. Vergunningverlening en afwijzing aanvragen na de veilingfase

Paragraaf 1. Algemene bepaling

Artikel 30

1. De minister verleent de winnende deelnemers de door hen gewonnen vergunningen, nadat zij de verschuldigde bedragen, bedoeld in artikel 31, tweede lid, hebben betaald.

2. De minister wijst de aanvragen af van niet-winnende deelnemers en van aanvragers die van deelname of verdere deelname zijn uitgesloten.

Paragraaf 2. Winnende deelnemers

Artikel 31

1. De winnende deelnemer betaalt het door hem verschuldigde bedrag binnen twee weken na de mededeling, bedoeld in artikel 29, eerste lid.

2.

Het verschuldigde bedrag per vergunning is gelijk aan:

a. a. de prijs die de minister heeft bepaald voor de laatste biedronde, of b. b. het laagste exitbod dat als winnend bod is aangemerkt, indien één of meer exitbiedingen als winnende biedingen zijn aangemerkt.

Artikel 32

1.

Indien de winnende deelnemer een waarborgsom heeft gestort, wordt de waarborgsom aangewend voor de betaling van het voor de vergunning of vergunningen verschuldigde bedrag, met dien verstande dat:

a. a. indien de waarborgsom van een deelnemer minder dan het verschuldigde bedrag bedraagt, die deelnemer het restant van het verschuldigde bedrag betaalt, b. b. indien de waarborgsom van een deelnemer méér dan het verschuldigde bedrag bedraagt, het bedrag van de waarborgsom dat resteert aan die deelnemer wordt teruggestort uiterlijk twee weken nadat de vergunning, bedoeld in artikel 30, is verleend.

2. Artikel 9, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

3. Indien de winnende deelnemer een bankgarantie heeft afgegeven is artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van overeenkomstige toepassing, nadat de winnende deelnemer het verschuldigde bedrag heeft betaald.

Paragraaf 3. Niet-winnende deelnemers en uitgesloten aanvragers

Artikel 33

Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing op de waarborgsom of bankgarantie van niet-winnende deelnemers en van aanvragers die van deelname of verdere deelname zijn uitgesloten.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 34

Wijzigt de Tijdelijke regeling gebruiksbeperking commerciële radio-omroep.

Artikel 35

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt gepubliceerd.

Artikel 36

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag- en veilingprocedure digitale radio-omroep DAB laag 6.

Bijlage 1. Te verdelen vergunningen als bedoeld in

Bijlage 2. Modelaanvraagformulier als bedoeld in

Bijlage 3. Model bankgarantie als bedoeld in

Model bankgarantie

In aanmerking nemende:

Verbindt zich tot het navolgende:

Plaats:.........................................................................................................

Datum:........................................................................................................

Naam bank:...............................................................................................

Naam medewerker:....................................................................................