rijk/ministeriele-regeling/regeling-aanvraag-en-veilingprocedure-vergunningen-35-ghz-band-2024/BWBR0049372
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 3,5 GHz-band 2024 BWBR0049372 ministeriele-regeling geldend 2024-02-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0049372 Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 3,5 GHz-band 2024

Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 3,5 GHz-band 2024

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 3,5 GHz-band: frequentieruimte binnen het frequentiebereik 34503750 MHz;
  • aanvrager: degene die een aanvraag om een vergunning heeft ingediend;
  • bekendmakingsbesluit: Besluit bekendmaking veiling vergunningen 3,5 GHz-band;
  • bod: bod als bedoeld in de artikelen 25, 32 of 41, uitgebracht door een deelnemer via het elektronisch veilingsysteem van de minister en bevestigd door middel van dit elektronisch veilingsysteem;
  • deelnemer: aanvrager die is toegelaten tot de veiling als bedoeld in artikel 13;
  • eerste deel van de primaire fase: eerste deel van de primaire fase als bedoeld in artikel 15, vierde lid;
  • exitbod: exitbod als bedoeld in de artikelen 25, zesde lid, en 32, achtste lid;
  • finale combinatie: finale combinatie als bedoeld in artikel 41, vijfde lid;
  • gebruiken van frequentieruimte: gebruiken van frequentieruimte als bedoeld in artikel 1 van de Capregeling mobiele communicatie 2020;
  • gekwalificeerde elektronische handtekening: handtekening als bedoeld in artikel 3, twaalfde lid, van Verordening (EU) nr. 910/2014 (Pb L 257/73);
  • minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;
  • primaire fase: primaire fase van de veiling als bedoeld in artikel 15, derde lid;
  • rente: volgens actual/360 berekende rente op basis van de door de Europese Centrale Bank vastgestelde Euro Short-Term Rate, minus 100 basispunten, met een minimum van 0%;
  • toewijzingsfase: toewijzingsfase van de veiling als bedoeld in artikel 15, zevende lid;
  • tweede deel van de primaire fase: tweede deel van de primaire fase als bedoeld in artikel 15, vijfde lid;
  • verbonden rechtspersoon: rechtspersoon als bedoeld in artikel 3 van de Capregeling frequenties mobiele communicatie 2020;
  • vergunning: vergunning voor het gebruik van frequentieruimte in de 3,5 GHz-band voor mobiele communicatie, als omschreven in de bijlagen 1 en 2 van het bekendmakingsbesluit;
  • wet: Telecommunicatiewet;
  • winnend bod: bod of exitbod dat als winnend bod is aangemerkt als bedoeld in de artikelen 28 of 35;
  • winnende deelnemer: deelnemer wiens bod of exitbod door de minister is aangemerkt als winnend bod.

Artikel 2

1.

Ingevolge het bekendmakingsbesluit zijn beschikbaar om door middel van een veiling te worden verdeeld:

a. a. drie vergunningen van 60 MHz, en b. b. twaalf vergunningen van 10 MHz.

2.

Ingevolge het bekendmakingsbesluit wordt het aantal, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, na het eerste deel van de primaire fase verhoogd tot:

a. a. achttien, indien één vergunning als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet is verdeeld; b. b. vierentwintig, indien twee vergunningen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet zijn verdeeld; c. c. dertig, indien geen vergunningen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, zijn verdeeld.

Hoofdstuk 2. De aanvraag

Paragraaf 1. Eisen aan de aanvraag en aanvrager

Artikel 3

1. Degene die voor een vergunning in aanmerking wil komen, dient daartoe een aanvraag in bij de minister.

2.

Een aanvraag wordt ontvangen vóór 14:00 uur op de laatste dag van een periode van vier weken na de inwerkingtreding van deze regeling, waarop artikel 1, eerste lid, van de Algemene termijnenwet van overeenkomstige toepassing is:

a. a. per versleutelde e-mail of e-mail op het volgende emailadres: Veiling3.5GHz@rdi.nl, of b. b. per aangetekende post of persoonlijke overhandiging op het volgende adres en met de volgende adressering: Rijksinspectie Digitale Infrastructuur Ter attentie van: veilingteam 3,5 GHz-band Emmasingel 1 9726 AH Groningen.

3. De persoonlijke overhandiging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vindt in de genoemde periode plaats op werkdagen tussen 8:30 uur en 17:00 uur. Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst en ondertekening.

4. Voor aanvragen die worden ingediend op de wijze, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, geldt als tijdstip van ontvangst het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen door de e-mailserver van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur.

Artikel 4

De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

Artikel 5

1.

De aanvrager:

a. a. verkeert niet in staat van faillissement of liquidatie, door de aanvrager is geen faillissement aangevraagd, en er is geen verzoek tot faillissement ingediend, en b. b. is geen surseance van betaling verleend, noch is door de aanvrager surseance van betaling aangevraagd.

2. Met de eisen van het eerste lid worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Artikel 6

1. Een aanvrager dient ten hoogste één aanvraag in.

2. Voor de toepassing van het eerste lid worden verbonden rechtspersonen tezamen als één aanvrager gezien.

3. In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen die ieder zelfstandig bevoegd zijn om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veiling en die daartoe beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht.

4. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage 1 opgenomen model en gaat, onverminderd de overige in deze regeling gestelde eisen, vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.

5. Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vierde lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden die zijn opgesteld krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

6. De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.

7. In afwijking van het zesde lid, kunnen de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vierde lid, worden gesteld in één van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, mits gegevens en bescheiden die niet in de Engelse taal zijn gesteld vergezeld gaan van een Nederlandse vertaling.

8.

Een aanvraag die wordt ingediend op de wijze, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, wordt:

a. a. door de aanvrager voorzien van een gekwalificeerde elektronische handtekening, en b. b. voorzien van de publieke sleutel van de aanvrager.

9. Indien de verklaring van de notaris, bedoeld in onderdeel A van bijlage 1, wordt verstrekt op de wijze, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, wordt de verklaring van de notaris voorzien van een gekwalificeerde elektronische handtekening.

Artikel 7

De aanvrager informeert de minister onmiddellijk per versleutelde e-mail of e-mail over een wijziging met betrekking tot de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 6, derde tot en met vijfde lid.

Paragraaf 2. De zekerheidstelling

Artikel 8

1.

De aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van zijn bod een waarborgsom of een bankgarantie ter grootte van:

a. a. € 19.610.000,-, indien de aanvrager wil deelnemen aan het eerste deel van de primaire fase of aan beide delen van de primaire fase; b. b. € 2.180.000,-, indien de aanvrager slechts wil deelnemen aan het tweede deel van de primaire fase.

2.

De waarborgsom wordt verstrekt voor de periode tot en met:

a. a. in geval van intrekking of afwijzing van de aanvraag, de datum van intrekking of afwijzing; b. b. in geval van niet in behandeling nemen van de aanvraag, de datum van het besluit om de aanvraag niet te behandelen, en c. c. in geval van toewijzing van de aanvraag, de datum waarop het verschuldigde bedrag, bedoeld in artikel 46, tweede lid, volledig is betaald, of, indien uitstel van betaling wordt verleend, de datum waarop de eerste termijn is voldaan op de wijze die is bepaald in de vergunning.

3.

Een aanvrager zorgt ervoor dat uiterlijk op het in artikel 3, tweede lid, bedoelde tijdstip:

a. a. de waarborgsom is ontvangen op bankrekeningnummer NL41 INGB 0705 0011 99, ten name van: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, onder vermelding van Veiling vergunningen 3,5 GHz-band, of b. b. de bankgarantie, verstrekt volgens het model, bedoeld in bijlage 2, is ontvangen op het in artikel 3, tweede lid, onderdelen a of b, genoemde adres.

4. Een bankgarantie die wordt verstrekt op de wijze, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, wordt voorzien van een gekwalificeerde elektronische handtekening.

Artikel 9

1.

Binnen twee weken nadat de aanvrager zijn aanvraag heeft ingetrokken, dan wel nadat de minister overeenkomstig artikel 11 heeft besloten de aanvraag niet te behandelen, de aanvraag op grond van artikel 12 heeft afgewezen, of de aanvraag heeft geweigerd op grond van artikel 3.18 van de wet:

a. a. stort de minister, indien de aanvrager een waarborgsom heeft verstrekt, de waarborgsom terug aan de betreffende aanvrager, of b. b. stuurt de minister, indien de aanvrager een bankgarantie heeft verstrekt, een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie niet zal worden ingeroepen aan de bank van de betreffende aanvrager, en een kopie van deze schriftelijke verklaring aan de betreffende aanvrager.

2. Indien de minister een waarborgsom terugstort als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vergoedt hij op de dag van terugstorten tevens de rente over de gestorte waarborgsom vanaf de dag na de dag dat de minister de waarborgsom heeft ontvangen tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort.

Paragraaf 3. Beslissingen tijdens de aanvraagfase

Artikel 10

1. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de in de artikelen 6, eerste, derde, vierde, zesde tot en met negende lid, of 8, eerste, derde en vierde lid, gestelde voorschriften, deelt de minister dit de aanvrager mee en stelt hij hem in de gelegenheid het verzuim te herstellen.

2. Het verzuimherstel wordt ontvangen vóór 17.00 uur op de zevende werkdag na de datum waarop de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is verstuurd.

3. De gegevens ten behoeve van het verzuimherstel worden ingediend op de wijze, bedoeld in artikel 3, tweede lid. Artikel 3, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

4. Verzuimherstel ten aanzien van de waarborgsom geschiedt met gebruikmaking van het bankrekeningnummer, bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel a.

Artikel 11

Indien een verzuim niet is hersteld binnen de termijn, bedoeld in artikel 10, tweede lid, of op de wijze, bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid, kan de minister besluiten de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet te behandelen.

Artikel 12

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 3.18 van de wet, wijst de minister de aanvraag af, indien niet is voldaan aan de voorschriften, bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, 4 en 5.

2.

De minister kan een aanvraag afwijzen indien niet is voldaan aan:

a. a.

      artikel 7, of

b. b. een vordering van de minister als bedoeld in artikel 18.7, eerste lid, van de wet, die nodig is voor de vervulling van zijn taken in het kader van deze regeling.

Hoofdstuk 3. Toelating tot de veiling

Artikel 13

1.

De minister deelt de aanvrager wiens aanvraag niet buiten behandeling is gesteld, is afgewezen of is geweigerd op grond van artikel 3.18 van de wet, schriftelijk mee:

a. a. dat hij als deelnemer wordt toegelaten tot de veiling; b. b. tot welke delen van de primaire fase hij als deelnemer wordt toegelaten; c. c. het aantal MHz dat de deelnemer, gelet op zijn aanvraag, en op artikel 3 van de Capregeling mobiele communicatie 2020, ten hoogste kan verwerven.

2. Bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt uitgegaan van het gebruik van frequentieruimte van de aanvrager alsmede van met de aanvrager verbonden rechtspersonen op de dag waarop de aanvraag is ingediend.

3.

De aanvrager raakt van de dag waarop de aanvraag is ingediend tot en met de dag waarop hem een vergunning wordt verleend of waarop zijn aanvraag wordt afgewezen als bedoeld in artikel 45, eerste, respectievelijk tweede lid, niet verbonden met:

a. a. andere aanvragers, of b. b. andere rechtspersonen die in Nederland frequentieruimte gebruiken voor mobiele communicatie als bedoeld in artikel 1 van de Capregeling mobiele communicatie 2020.

Artikel 14

De minister deelt de deelnemers uiterlijk drie weken voor de aanvang van de primaire fase schriftelijk mee:

a. a. de datum, aanvangstijd en duur van de eerste biedronde van het eerste deel van de primaire fase; b. b. de voor de veiling benodigde programmatuur; c. c. het telefoonnummer en het e-mailadres met bijbehorende publieke beveiligingssleutel waarop de minister bereikbaar is; d. d. de combinatie van een gebruikersnaam en wachtwoord van de deelnemer; e. e. het internetadres waarop de deelnemer inlogt om aan de veiling deel te nemen.

Hoofdstuk 4. De veiling

Paragraaf 1. Algemene bepalingen omtrent de veiling

Artikel 15

1. De veiling vindt plaats via internet, met behulp van een elektronisch veilingsysteem.

2. De veiling geschiedt in twee fasen: de primaire fase en de toewijzingsfase.

3. De primaire fase bestaat uit twee delen.

4. Het eerste deel van de primaire fase heeft betrekking op de vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, en geschiedt door middel van een klokveiling met een eersteprijsregel en exitbiedingen.

5. Het tweede deel van de primaire fase heeft betrekking op de vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, en geschiedt door middel van een klokveiling met een eersteprijsregel en exitbiedingen.

6. Een deelnemer neemt uitsluitend deel aan de delen van de primaire fase waartoe hij op grond van artikel 13 is toegelaten.

7. De toewijzingsfase heeft betrekking op de toewijzing van specifieke frequentieruimte aan winnende deelnemers en geschiedt door middel van een veiling met een gesloten bod.

Artikel 16

De minister leidt de veiling en draagt zorg voor een goed verloop hiervan.

Artikel 17

De veiling wordt uitsluitend gehouden op werkdagen.

Artikel 18

1. De minister bepaalt het tijdstip en de duur van de biedronden.

2. Een biedronde eindigt op het tijdstip waarop de door de minister bepaalde duur van de biedronde is verstreken.

Artikel 19

1. Biedingen en exitbiedingen worden uitsluitend uitgebracht door middel van het elektronisch veilingsysteem.

2.

Andere communicatie vindt uitsluitend plaats:

a. a. via het elektronisch veilingsysteem, of b. b. telefonisch of per beveiligde e-mail, waarbij:

        1⁰.
        de deelnemer bereikbaar is op het door hem in zijn aanvraag opgegeven telefoonnummer en e-mailadres met bijbehorende publieke beveiligingssleutel, en
      
      
        2⁰.
        de minister bereikbaar is op het telefoonnummer en e-mailadres met publieke beveiligingssleutel, bedoeld in artikel 14, onderdeel c.

1⁰. 1⁰. de deelnemer bereikbaar is op het door hem in zijn aanvraag opgegeven telefoonnummer en e-mailadres met bijbehorende publieke beveiligingssleutel, en 2⁰. 2⁰. de minister bereikbaar is op het telefoonnummer en e-mailadres met publieke beveiligingssleutel, bedoeld in artikel 14, onderdeel c.

Artikel 20

1. De minister kan de veiling opschorten indien zich naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden voordoen die buiten de beïnvloedingssfeer liggen van de minister of de deelnemers, of indien technische problemen optreden waardoor de veiling tijdelijk geen doorgang kan vinden.

2. Een deelnemer meldt een bijzondere omstandigheid of technisch probleem onverwijld, maar uiterlijk binnen tien minuten na afloop van een biedronde of verlengde biedronde, telefonisch aan de minister.

3. Indien technische problemen optreden bij een deelnemer, kan de minister verlangen dat deze deelnemer zijn biedingen of exitbiedingen uitbrengt door middel van een computer die de minister ter beschikking stelt op een door hem te bepalen locatie.

4. Indien de veiling wordt opgeschort, kan de minister ten aanzien van de biedronde of verlengde biedronde waarin of waarna de bijzondere omstandigheden of technische problemen zijn opgetreden besluiten dat die biedronde en alle daarin uitgebrachte biedingen ongeldig worden verklaard en de biedronde opnieuw moet worden gehouden.

Artikel 21

1.

Een aanvrager of deelnemer, inbegrepen diegene die een aanvrager of deelnemer ten behoeve van de veiling bijstaat of een met de aanvrager of deelnemer verbonden rechtspersoon:

a. a. onthoudt zich voorafgaande aan en gedurende de veilingprocedure van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan een goed verloop van de veiling, de mededinging in het kader van de veilingprocedure daaronder begrepen; b. b. maakt tot de mededeling, bedoeld in artikel 44, is gedaan geen informatie openbaar, verspreidt geen informatie en doet geen informatie verspreiden aan derden met betrekking tot diens strategie, budget, gewenste of verkregen hoeveelheid, soort of combinatie van vergunningen, en verwachte of te betalen prijzen in de veiling.

2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan een aanvrager of een deelnemer de daar genoemde informatie verstrekken aan diens aandeelhouders voor zover hij daar contractueel, statutair of anderszins toe is verplicht. De aanvrager of deelnemer draagt er in dat geval zorg voor dat de informatie zo veel mogelijk vertrouwelijk wordt verstrekt om verdere verspreiding ervan te voorkomen.

3. Een aanvrager of deelnemer, inbegrepen diegene die een aanvrager of deelnemer ten behoeve van de veiling bijstaat of een met de aanvrager of deelnemer verbonden rechtspersoon, maakt voorafgaand aan en gedurende de veilingprocedure tot de mededeling, bedoeld in artikel 44, informatie over het al dan niet deelnemen aan de veiling en de indiening van de aanvraag daartoe, onverwijld volledig openbaar, zodra deze door hem aan een of meer derden bekend is gemaakt.

4. De minister kan de veiling beëindigen of opschorten indien naar zijn oordeel sprake is van afspraken, gedragingen, of informatieverstrekking die in strijd zijn met het eerste, tweede of derde lid, of indien de minister gegronde vermoedens heeft dat daarvan sprake is.

Artikel 22

1.

Indien voorafgaande aan of tijdens de veiling blijkt dat een aanvrager of deelnemer niet of niet meer voldoet aan de artikelen 4 tot en met 7, dan wel dat een aanvrager of deelnemer naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met artikel 21, eerste, tweede of derde lid, kan de minister:

a. a. de betrokken deelnemer of aanvrager uitsluiten van deelname of verdere deelname aan de veiling en de biedingen en exitbiedingen van de betrokken deelnemer uit één of meerdere biedronden ongeldig verklaren; b. b. de uitkomst van een of meer biedronden ongeldig verklaren, of c. c. besluiten dat één of meer biedronden opnieuw moeten worden gehouden.

2. Indien niet eerder dan na afloop van de veiling blijkt dat een deelnemer naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met artikel 21, eerste, tweede of derde lid, kan de minister de winnende biedingen van die deelnemer ongeldig verklaren en besluiten dat de veiling opnieuw moet worden gehouden.

Artikel 23

Een deelnemer is:

a. a. onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bod gebonden; b. b. onvoorwaardelijk en, met uitzondering van het bepaalde in artikel 32, elfde lid, onherroepelijk aan zijn exitbod gebonden.

Paragraaf 2. Eerste deel van de primaire fase (veiling vergunningen van 60 MHz)

Artikel 24

Deze paragraaf is van toepassing op de vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a.

Artikel 25

1. Een deelnemer brengt een bod uit in iedere biedronde waaraan hij deelneemt.

2. Een bod bestaat uit het aantal vergunningen dat een deelnemer voor de in de biedronde bepaalde prijs wenst te verwerven.

3. Het aantal, bedoeld in het tweede lid, is ten hoogste één vergunning.

4. De prijs in de eerste biedronde is € 39.220.000,- per vergunning.

5. De minister bepaalt de prijs in de tweede en daaropvolgende biedronden.

6. Een deelnemer die zijn bod verlaagt ten opzichte van zijn bod in de voorafgaande biedronde, kan een exitbod uitbrengen.

7.

Een exitbod bestaat uit een bedrag in hele euros dat:

1⁰. 1⁰. gelijk is aan, of hoger is dan, de prijs per vergunning die de minister heeft bepaald voor de voorafgaande biedronde, en 2⁰. 2⁰. lager is dan de prijs per vergunning die de minister heeft bepaald voor de biedronde waarin de deelnemer zijn bod verlaagt.

8.

Een deelnemer die een biedronde of een voor hem verlengde biedronde laat verstrijken:

a. a. wordt geacht een bod te hebben uitgebracht van nul, en b. b. brengt in de daaropvolgende biedronden geen bod uit.

Artikel 26

1. Voor een deelnemer die een biedronde laat verstrijken zonder dat hij een bod heeft uitgebracht, wordt de betreffende biedronde eenmalig van rechtswege verlengd met 30 minuten.

2. Per deelnemer worden ten hoogste drie biedronden van rechtswege verlengd, waarbij niet worden meegerekend de biedronden waarvoor de minister op grond van de artikelen 20 of 22, heeft besloten dat deze opnieuw worden gehouden.

3. De minister kan besluiten dat voor de bepaling van het aantal biedronden dat nog van rechtswege wordt verlengd, niet wordt meegerekend een biedronde waarin het niet uitbrengen van een bod het gevolg was van technische problemen die zijn ontstaan vóór het verstrijken van de biedronde.

4. In afwijking van artikel 18, tweede lid, eindigt een biedronde als bedoeld in het eerste lid op het moment dat de termijn van 30 minuten is verstreken of, indien dat eerder is, op het tijdstip waarop alle deelnemers voor wie de biedronde van rechtswege is verlengd een bod hebben uitgebracht.

5. De minister deelt de verlenging van een biedronde zo spoedig mogelijk mee aan alle deelnemers.

Artikel 27

Zo spoedig mogelijk na het einde van een biedronde deelt de minister elke deelnemer mee:

a. a. het nummer van die biedronde, en, indien van toepassing, de aanvangstijd, duur en het nummer van, alsmede de prijs in, de volgende biedronde; b. b. het aantal vergunningen dat in de afgelopen biedronde in totaal is geboden; c. c. zijn bod en zijn exitbiedingen in de afgelopen biedronde, en d. d. het aantal keer dat hij nog in aanmerking komt voor een verlenging als bedoeld in artikel 26, tweede lid.

Artikel 28

1. De laatste biedronde is de biedronde waarin het aantal vergunningen dat in totaal is geboden, gelijk is aan of kleiner is dan het aantal vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a.

2. Indien het aantal vergunningen dat in totaal is geboden gelijk is aan het aantal vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, merkt de minister alle in de laatste biedronde gedane biedingen aan als winnende biedingen.

3.

Indien het aantal vergunningen dat in totaal is geboden kleiner is dan het aantal vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, merkt de minister de volgende biedingen aan als winnende biedingen:

a. a. alle biedingen die zijn gedaan in de laatste biedronde, gevolgd door: b. b. de hoogste exitbiedingen voor het aantal vergunningen dat dan nog resteert.

4. Indien op grond van het derde lid, onderdeel b, verschillende exitbiedingen dezelfde hoogste waarde hebben, worden de exitbiedingen aangemerkt als winnende biedingen door middel van een loting tussen de betreffende exitbiedingen.

Artikel 29

De minister maakt zo spoedig mogelijk na het einde van het eerste deel van de primaire fase:

a. a. aan alle deelnemers aan het eerste deel van de primaire fase bekend of hun biedingen of exitbiedingen zijn aangemerkt als winnende biedingen; b. b. aan alle winnende deelnemers in het eerste deel van de primaire fase bekend het bedrag, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel a.

Paragraaf 3. Tweede deel van de primaire fase (veiling vergunningen van 10 MHz)

Artikel 30

Deze paragraaf is van toepassing op de vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b.

Artikel 31

Vóór aanvang van het tweede deel van de primaire fase deelt de minister aan elke deelnemer aan het tweede deel van de primaire fase mee:

a. a. het aantal vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b; b. b. de datum, aanvangstijd en de duur van de eerste biedronde van het tweede deel van de primaire fase; c. c. de prijs, bedoeld in artikel 32, derde lid; d. d. het aantal MHz dat hij in het tweede deel van de primaire fase ten hoogste kan verwerven; e. e. het aantal keer dat dat hij in aanmerking komt voor een verlenging als bedoeld in artikel 33.

Artikel 32

1. Een deelnemer brengt een bod uit in iedere biedronde waaraan hij deelneemt.

2. Een bod bestaat uit het aantal vergunningen dat een deelnemer voor de in de biedronde bepaalde prijs wenst te verwerven.

3. De prijs in de eerste biedronde is € 4.360.000,- per vergunning.

4. De minister bepaalt de prijs in de tweede en daaropvolgende biedronden.

5. Een deelnemer die tijdens het eerste deel van de primaire fase geen bod heeft uitgebracht, kan ten hoogste vijf vergunningen verwerven.

6. In de eerste biedronde overschrijdt een deelnemer met zijn bod niet het aantal MHz, bedoeld in artikel 31, onderdeel d.

7. In de tweede en daaropvolgende biedronden is het bod telkens gelijk aan of lager dan het bod dat de deelnemer heeft uitgebracht in de voorafgaande biedronde.

8. Een deelnemer die zijn bod verlaagt ten opzichte van zijn bod in de voorafgaande biedronde, kan één of meer exitbiedingen uitbrengen.

9.

Een exitbod bestaat uit een combinatie van:

a. a. een aantal vergunningen dat niet hoger is dan het aantal vergunningen waarmee hij zijn bod heeft verlaagd ten opzichte van de voorafgaande biedronde, en b. b. een bedrag in hele euros per vergunning dat:

        1⁰.
        gelijk is aan, of hoger is dan, de prijs per vergunning die de minister heeft bepaald voor de voorafgaande biedronde, en
      
      
        2⁰.
        lager is dan de prijs per vergunning die de minister heeft bepaald voor de biedronde waarin de deelnemer zijn bod verlaagt.

1⁰. 1⁰. gelijk is aan, of hoger is dan, de prijs per vergunning die de minister heeft bepaald voor de voorafgaande biedronde, en 2⁰. 2⁰. lager is dan de prijs per vergunning die de minister heeft bepaald voor de biedronde waarin de deelnemer zijn bod verlaagt.

10. Indien een deelnemer in een biedronde meerdere exitbiedingen uitbrengt, is het bedrag per vergunning, bedoeld in het negende lid, onderdeel b, behorende bij een exitbod, niet hoger dan het bedrag per vergunning van een in dezelfde ronde uitgebracht exitbod op een kleiner aantal vergunningen.

11. Een deelnemer kan in elke biedronde waarin hij een bod uitbrengt tevens één of meer exitbiedingen intrekken.

12.

Een deelnemer die een biedronde of een voor hem verlengde biedronde laat verstrijken:

a. a. wordt geacht een bod te hebben uitgebracht van nul, en b. b. brengt in de daaropvolgende biedronden geen bod uit.

Artikel 33

Artikel 26 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 34

Zo spoedig mogelijk na het einde van een biedronde deelt de minister elke deelnemer mee:

a. a. het nummer van die biedronde, en, indien van toepassing, de aanvangstijd, duur en het nummer van, alsmede de prijs in, de volgende biedronde; b. b. het aantal vergunningen dat in de afgelopen biedronde in totaal is geboden; c. c. zijn bod en zijn exitbiedingen in de afgelopen biedronde, en d. d. het aantal keer dat hij nog in aanmerking komt voor een verlenging op grond van artikel 33.

Artikel 35

1. De laatste biedronde is de biedronde waarin het aantal vergunningen dat in totaal is geboden, gelijk is aan of kleiner is dan het aantal vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b.

2. Indien het aantal vergunningen dat in totaal is geboden gelijk is aan het aantal vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, merkt de minister alle in de laatste biedronde gedane biedingen aan als winnende biedingen.

3.

Indien het aantal vergunningen dat in totaal is geboden kleiner is dan het aantal vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, merkt de minister de volgende biedingen aan als winnende biedingen:

a. a. alle biedingen die zijn gedaan in de laatste biedronde, gevolgd door: b. b. de exitbiedingen die deel uitmaken van de combinatie van exitbiedingen waarmee het kleinste aantal vergunningen onverdeeld blijft.

4. Bij de vaststelling van de combinatie, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, neemt de minister slechts in ogenschouw exitbiedingen van deelnemers aan wie reeds het aantal vergunningen wordt toegewezen dat zij hebben geboden in de biedronde waarin zij het betreffende exitbod hebben uitgebracht.

5. Indien op grond van het derde en vierde lid verschillende combinaties van exitbiedingen kunnen worden vastgesteld, worden de exitbiedingen aangemerkt als winnende biedingen van de combinatie die de hoogste waarde heeft.

6. Indien op grond van het vijfde lid verschillende combinaties dezelfde hoogste waarde hebben, worden de exitbiedingen aangemerkt als winnende biedingen van de combinatie die door loting is bepaald.

Artikel 36

De minister maakt zo spoedig mogelijk na het einde van het tweede deel van de primaire fase bekend:

a. a. aan elke deelnemer aan het tweede deel van de primaire fase afzonderlijk: welke van zijn biedingen of exitbiedingen zijn aangemerkt als winnende biedingen; b. b. aan elke winnende deelnemer in het tweede deel van de primaire fase afzonderlijk: het bedrag, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b.

Paragraaf 4. Toewijzingsfase

Artikel 37

1. De minister stelt op basis van de artikelen 29 en 36 voor iedere winnende deelnemer een lijst samen van de alternatieve combinaties van frequentieruimte waarop hij, gezien de vergunningen die hij heeft gewonnen, kan bieden in de toewijzingsfase.

2.

Bij het samenstellen van alternatieve combinaties, neemt de minister het volgende in acht:

a. a. de hoeveelheid frequentieruimte van iedere winnende deelnemer stemt overeen met het aantal vergunningen dat hij heeft gewonnen; b. b. de frequentieruimte van iedere winnende deelnemer is aaneengesloten, en c. c. de frequentieruimte van onverdeelde vergunningen is aaneengesloten en grenst aan de bovengrens van de 3,5 GHz-band.

Artikel 38

De toewijzingsfase vindt niet plaats indien op basis van artikel 37 voor geen van de winnende deelnemers meer dan één combinatie van frequentieruimte mogelijk is.

Artikel 39

Alle winnende deelnemers zijn toegelaten tot de toewijzingsfase.

Artikel 40

1.

Zo spoedig mogelijk na afloop van de primaire fase, deelt de minister elke winnende deelnemer mee:

a. a. de datum en aanvangstijd van de biedronde in toewijzingsfase; b. b. de duur van de biedronde in de toewijzingsfase; c. c. de alternatieve combinaties waarop de betreffende deelnemer kan bieden.

2. De toewijzingsfase vindt niet eerder plaats dan drie werkdagen na de mededeling, bedoeld in artikel 36.

Artikel 41

1. De toewijzingsfase bestaat uit één biedronde.

2. Een deelnemer brengt in de toewijzingsfase ten hoogste één bod uit per alternatieve combinatie van frequentieruimte als bedoeld in artikel 37.

3. Een bod bestaat uit een bedrag in hele euros nauwkeurig en bedraagt minimaal nul euro.

4. Indien voor een alternatieve combinatie van frequentieruimte geen bod wordt ontvangen, wordt voor die alternatieve combinatie uitgegaan van een bod van nul euro.

5.

De finale combinatie van winnende biedingen is de combinatie die:

a. a. voorkomt op de lijst, bedoeld in artikel 37, en b. b. de hoogste waarde heeft.

6. Indien op grond van het vijfde lid meerdere combinaties kunnen worden aangemerkt als finale combinatie, wordt de finale combinatie vastgesteld door middel van een loting tussen de betreffende combinaties.

Artikel 42

1. Nadat de finale combinatie is vastgesteld, bepaalt de minister de extra prijzen.

2.

De extra prijs voor een deelnemer:

a. a. bestaat uit het verschil tussen:

        1⁰.
        de som van de biedingen van de andere deelnemers in de combinatie van winnende biedingen die de hoogste opbrengst zou hebben wanneer de biedingen van de betreffende deelnemer buiten beschouwing zouden worden gelaten, en
      
      
        2⁰.
        de som van de biedingen van de andere deelnemers in de finale combinatie van winnende biedingen;

1⁰. 1⁰. de som van de biedingen van de andere deelnemers in de combinatie van winnende biedingen die de hoogste opbrengst zou hebben wanneer de biedingen van de betreffende deelnemer buiten beschouwing zouden worden gelaten, en 2⁰. 2⁰. de som van de biedingen van de andere deelnemers in de finale combinatie van winnende biedingen; b. b. voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in bijlage 3.

Artikel 43

De minister deelt de winnende deelnemers zo spoedig mogelijk na het bepalen van de extra prijzen, bedoeld in artikel 42, mee:

a. a. dat de veiling is afgelopen; b. b. de identiteit van de winnende deelnemers en de door hen gewonnen vergunningen, en c. c. de hoogte van de verschuldigde bedragen, bedoeld in artikel 46, tweede lid.

Artikel 44

1. De minister maakt uiterlijk de eerste werkdag na afloop van de toewijzingsfase de informatie, bedoeld in de artikelen 29, 36 en 43 openbaar.

2.

De minister maakt binnen een week na afloop van de veiling een overzicht openbaar van:

a. a. de biedingen van alle deelnemers in het eerste deel van de primaire fase, waarbij niet openbaar wordt gemaakt de identiteit van deelnemers die geen winnend bod hebben uitgebracht; b. b. de biedingen van alle deelnemers in het tweede deel van de primaire fase, waarbij niet openbaar wordt gemaakt de identiteit van deelnemers die geen winnend bod hebben uitgebracht; c. c. de biedingen van alle deelnemers in de toewijzingsfase.

Hoofdstuk 5. Vergunningverlening en afwijzing aanvragen na de veilingfase

Paragraaf 1. Algemene bepaling omtrent vergunningverlening en afwijzing aanvragen

Artikel 45

1. De minister verleent de winnende deelnemers de door hen gewonnen vergunningen.

2. De minister wijst de aanvragen af van niet-winnende deelnemers en van aanvragers die van deelname of verdere deelname waren uitgesloten.

Paragraaf 2. Winnende deelnemers

Artikel 46

1. Een winnende deelnemer betaalt het door hem verschuldigde bedrag binnen twee weken nadat de vergunning aan hem is verleend op de wijze die is bepaald in zijn vergunning.

2.

Het door een winnende deelnemer verschuldigde bedrag is de optelsom van de volgende bedragen:

a. a. winnende biedingen van de betreffende deelnemer in het eerste deel van de primaire fase; b. b. winnende biedingen van de betreffende deelnemer in het tweede deel van de primaire fase, en c. c. de extra prijs voor de betreffende deelnemer, bedoeld in artikel 42, tweede lid.

Artikel 47

1.

Indien de winnende deelnemer een waarborgsom heeft gestort, wordt de waarborgsom aangewend voor de betaling van het voor de vergunning of vergunningen verschuldigde bedrag, met dien verstande dat:

a. a. indien de waarborgsom van een winnende deelnemer minder dan het verschuldigde bedrag bedraagt, die deelnemer het restant van het verschuldigde bedrag betaalt, en b. b. indien de waarborgsom van een winnende deelnemer méér dan het verschuldigde bedrag bedraagt, het bedrag van de waarborgsom dat resteert na betaling van het verschuldigde bedrag of, indien uitstel van betaling is verleend, van het bedrag van de eerste termijn, aan die deelnemer wordt teruggestort uiterlijk twee weken nadat de vergunning is verleend.

2. Artikel 9, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met dien verstande dat de minister slechts de rente vergoedt over het deel van de waarborgsom dat wordt teruggestort.

3.

Indien een deelnemer een bankgarantie heeft afgegeven, is artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van overeenkomstige toepassing vanaf:

a. a. het tijdstip waarop het verschuldigde bedrag is betaald, of b. b. het tijdstip waarop de helft van het verschuldigde bedrag is betaald op de wijze die is bepaald in de vergunning, indien aan de winnende deelnemer uitstel van betaling is verleend.

Paragraaf 3. Niet-winnende deelnemers en uitgesloten aanvragers

Artikel 48

Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing op de waarborgsom of bankgarantie van niet-winnende deelnemers en van aanvragers die van deelname of verdere deelname waren uitgesloten.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 49

Wijzigt de Capregeling frequenties mobiele communicatie 2020.

Artikel 50

Wijzigt de Regeling vergoedingen Rijksinspectie Digitale Infrastructuur 2024.

Artikel 51

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel 50, dat in werking treedt met ingang van 1 juli 2024.

Artikel 52

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 3,5 GHz-band 2024.

Bijlage 1. Als bedoeld in

Bijlage 2. als bedoeld in

Bijlage 3. als bedoeld in