40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling aanvraag, stage en proeve EG-verklaringen volksgezondheid | BWBR0007104 | ministeriele-regeling | geldend | 1995-02-19 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0007104 | Regeling aanvraag, stage en proeve EG-verklaringen volksgezondheid |
Regeling aanvraag, stage en proeve EG-verklaringen volksgezondheid
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
1. De aanvraag van een EG-verklaring met betrekking tot een gereglementeerd volksgezondheid beroep geschiedt met gebruikmaking van een daarvoor door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beschikbaar te stellen aanvraagformulier.
2.
Bij de aanvraag worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
a. a. het in het eerste lid bedoelde aanvraagformulier; b. b. een fotokopie van het deel van het paspoort dat de persoonsgegevens bevat; c. c. het diploma inzake het desbetreffende beroep dat door het in het land van herkomst daartoe bij of krachtens de wet bevoegd verklaarde gezag aan de aanvrager is afgegeven; d. d. het programma van de opleiding tot het desbetreffende beroep, onderverdeeld in theorie- en praktijkvakken, met opgave van de duur van het onderwijs in die vakken; e. e. indien in het land van herkomst een door een overheidsorgaan of een organisatie van beoefenaren van het desbetreffende beroep ingesteld register, waarin inschrijving voorwaarde is voor de uitoefening van het beroep, in stand wordt gehouden: een bewijs van inschrijving van de aanvrager in dat register, niet ouder dan twaalf maanden; f. f. een document, niet ouder dan drie maanden, waaruit blijkt dat de aanvrager in het kader van de uitoefening van zijn beroep niet is veroordeeld; g. g. bewijsstukken van eventuele beroepservaring.
3. De bescheiden, bedoeld onder b tot en met g, zijn gesteld in het Nederlands, Engels, Frans of Duits, dan wel door een in Nederland beëdigd vertaler vertaald in het Nederlands. De fotokopieën zijn gewaarmerkt.
Artikel 3
1.
De minister wint, ingeval de opleiding ten minste een jaar korter is dan de in Nederland bij of krachtens wet voor de toelating vereiste opleiding, dan wel de door de aanvrager gevolgde opleiding betrekking heeft op vakgebieden die wezenlijk verschillen van de in Nederland voorgeschreven opleiding, alvorens te beslissen over een aanvraag tot het verkrijgen van een EG-verklaring met betrekking tot een gereglementeerd volksgezondheidberoep, het advies in van het in artikel 4 voor dat beroep genoemde adviesorgaan dan wel de krachtens dat artikel voor het desbetreffende beroep aangewezen deskundigen over de vraag of de aanvrager van een EG-verklaring
a. a. beroepservaring moet aantonen in de zin van artikel 9 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's onderscheidenlijk artikel 11 van de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen en zo ja van welke duur, dan wel b. b. een proeve van bekwaamheid moet afleggen of een aanpassingsstage moet volgen in de zin van artikel 10 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's onderscheidenlijk artikel 12 van de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen.
2. Indien het adviesorgaan het afleggen van een proeve van bekwaamheid dan wel een aanpassingsstage adviseert, bevat het advies tevens een aanduiding van de wezenlijke verschillen waarop de proeve van bekwaamheid onderscheidenlijk de aanpassingsstage betrekking dient te hebben alsmede, in het geval van een aanpassingsstage, een aanduiding van de duur daarvan.
3. Indien de aanvrager beroepservaring heeft aangetoond, kan de minister het adviesorgaan raadplegen over de vraag of deze beroepservaring de in de opleiding ontbrekende periode vermag te compenseren.
4. Indien de aanvrager een proeve van bekwaamheid heeft afgelegd of een aanpassingsstage heeft gevolgd, kan de minister het adviesorgaan raadplegen over de vraag of deze proeve van bekwaamheid onderscheidenlijk deze aanpassingsstage de wezenlijke verschillen vermag te compenseren.
Artikel 4
De in artikel 3, eerste lid, bedoelde adviesorganen zijn respectievelijk:
- voor fysiotherapeuten: het College van Advies inzake het beroep van fysiotherapeut als genoemd in artikel 9 van het Fysiotherapeutenbesluit 1977,
- voor ergotherapeuten: de Adviescommissie ergotherapeuten als genoemd in artikel 9 van het Ergotherapeutenbesluit,
- voor logopedisten: de Adviescommissie Logopedisten als genoemd in artikel 9 van het Logopedistenbesluit,
- voor diëtisten: de Adviescommissie Diëtisten als genoemd in artikel 9 van het Diëtistenbesluit,
- voor mondhygiënisten: de Adviescommissie Mondhygiënisten als genoemd in artikel 13 van het Besluit van 21 februari 1994, houdende nieuwe regelen inzake de toekenning van de bevoegdheid tot de uitoefening van de beroepen van mondhygiënist, oefentherapeut-Cesar, oefentherapeut-Mensendieck, orthoptist en podotherapeut,
- voor oefentherapeuten-Cesar: de Adviescommissie oefentherapeuten-Cesar als genoemd in artikel 14 van het Besluit van 21 februari 1994, houdende nieuwe regelen inzake de toekenning van de bevoegdheid tot de uitoefening van de beroepen van mondhygiënst, oefentherapeut-Cesar, oefentherapeut-Mensendieck, orthoptist en podotherapeut,
- voor oefentherapeuten-Mensendieck: de Adviescommissie oefentherapeuten-Mensendieck als genoemd in artikel 15 van het Besluit van 21 februari 1994, houdende nieuwe regelen inzake de toekenning van de bevoegdheid tot de uitoefening van de beroepen van mondhygiënist, oefentherapeut-Cesar, oefentherapeut-Mensendieck, orthoptist en podotherapeut,
- voor orthoptisten: de Adviescommissie Orthoptisten als genoemd in artikel 16 van het Besluit van 21 februari 1994, houdende nieuwe regelen inzake de toekenning van de bevoegdheid tot de uitoefening van de beroepen van mondhygiënist, oefentherapeut-Cesar, oefentherapeut-Mensendieck, orthoptist en podotherapeut,
- voor podotherapeuten: de Adviescommissie Podotherapeuten als genoemd in artikel 17 van het Besluit van 21 februari 1994, houdende nieuwe regelen inzake de toekenning van de bevoegdheid tot de uitoefening van de beroepen van mondhygiënist, oefentherapeut-Cesar, oefentherapeut-Mensendieck, orthoptist en podotherapeut,
- voor radiodiagnostisch laboranten en radiotherapeutisch laboranten: de Adviescommissie radiodiagnostisch en radiotherapeutisch laboranten als genoemd in artikel 10 van het Besluit radiodiagnostisch en radiodiagnostisch laboranten 1993,
- voor psychotherapeuten: de Voorlopige commissie van advies voor de registratie van psychotherapeuten als genoemd in artikel 2 van de regeling van 18 december 1986 inzake instelling adviescommissie psychotherapeuten,
- voor apothekers-assistenten: de Commissie buitenlandse apothekersassistenten als genoemd in artikel 5 van het Besluit commissies buitenlandse apothekers en apothekers-assistenten,
- voor tandprothetici: de Commissie buitenlandse diploma's van de Organisatie van Nederlandse Tandprothetici,
- voor verpleegkundigen: de Commissie buitenslands gediplomeerde verpleegkundigen, bedoeld in artikel 2 van het Besluit buitenslands gediplomeerde verpleegkundigen;
- voor ziekenverzorgenden: de door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen onafhankelijke ter zake kundigen.
Artikel 5
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 6
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag, stage en proeve EG-verklaringen volksgezondheid.