rijk/ministeriele-regeling/regeling-aanvullende-bekostiging-aocs-en-ipcs-2003/BWBR0015998
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling aanvullende bekostiging AOCs en IPCs 2003 BWBR0015998 ministeriele-regeling geldend 2003-12-14 https://wetten.overheid.nl/BWBR0015998 Regeling aanvullende bekostiging AOCs en IPCs 2003

Regeling aanvullende bekostiging AOCs en IPCs 2003

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. instelling: instelling als bedoeld in de artikelen 1.3.3 en 1.3.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs; b. b. AOC: agrarisch opleidingscentrum; c. c. IPC: agrarisch innovatie- en praktijkcentrum; d. d. BVE-raad: BVE-raad, bedoeld in de Kaderregeling subsidiëring BVE-raad; e. e. ICT: informatie- en communicatietechnologie; f. f. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Paragraaf 2. Integraal personeelsbeleid

Artikel 2

1. Aan een instelling kent de minister aanvullende bekostiging toe ter voorbereiding van de ontwikkeling en invoering van integraal personeelsbeleid in de instelling.

2. De instellingen die in 2003 voor de eerste maal aanspraak maken op een aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, zijn de instellingen die zijn voorgedragen door de BVE-Raad in het kader van de vierde tranche van de Voordracht BVE-instellingen voor toekenning financiële middelen voor integraal personeelsbeleid.

Artikel 3

1.

Het totaal beschikbare budget voor de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor het jaar 2003 € 500.422,, waarvan € 328.920, bestemd is voor de aanvullende vergoeding, bedoeld in het tweede en derde lid, en € 181.512, voor de aanvullende vergoeding, bedoeld in artikel 4.

2. De hoogte van de aanvullende bekostiging bedraagt per AOC een bedrag dat wordt berekend naar rato van de omvang berekend op grond van artikel 2.2.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB, dat de instelling over het jaar 2003 ontvangt.

3. De hoogte van de aanvullende bekostiging bedraagt voor een IPC een bedrag dat wordt berekend naar rato van de omvang berekend op grond van artikel 2 van het Besluit bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra 1997, dat de instelling over het jaar 2003 ontvangt.

Artikel 4

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 2, eerste lid, verstrekt de minister aan de instellingen die door de Vereniging BVE-Raad zijn voorgedragen voor een aanvullende bekostiging voor het jaar 2002, in 2003 een aanvullende bekostiging van € 45.378, ten behoeve van de ontwikkeling en invoering van integraal personeelsbeleid.

2. Onder het voorbehoud als bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht verstrekt de minister aan de instellingen die op grond van artikel 2, tweede lid, een aanvullende bekostiging ontvangen, voor het jaar 2004 een aanvullende bekostiging van € 45.378, ten behoeve van de ontwikkeling en invoering van integraal personeelsbeleid.

Artikel 5

De instelling werkt mee aan een door de BVE-Raad op te stellen halfjaarlijkse voortgangsrapportage over de stand van zaken van de voorbereiding, ontwikkeling en invoering van integraal personeelsbeleid.

Paragraaf 3. Zij-instromers

Artikel 6

1.

De minister verleent aan een AOC een aanvullende bijdrage ten behoeve van de benoeming van een zij-instromer als bedoeld in artikel 2 van de Interimwet zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs, indien het bevoegd gezag:

a. a. Vóór 31 juli 2004 een daartoe strekkend verzoek bij de minister indient; b. b. tussen 1 augustus 2003 en 31 juli 2004 een zij-instromer heeft benoemd, en c. c. aan de minister een scholings- en begeleidingsovereenkomst als bedoeld in artikel 5 van de Interimwet zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs overlegt, die het heeft afgesloten met de desbetreffende zij-instromer en de betrokken lerarenopleiding.

2. Onder zij-instromers, bedoeld in het eerste lid, worden niet begrepen personen die zijn ingeschreven als student aan een lerarenopleiding en voor die opleiding collegegeld verschuldigd zijn op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 7

Indien het dienstverband met de zij-instromer, bedoeld in artikel 6, voortijdig wordt beëindigd, meldt het bevoegd gezag dit aan de minister onder opgave van het reeds bestede deel van de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 6.

Artikel 8

De aanvullende vergoeding, bedoeld in artikel 6, bedraagt € 10.000, per zij-instromer. Per zij-instromer als bedoeld in artikel 6 wordt slechts aan één AOC een aanvullende bekostiging verstrekt.

Paragraaf 4. Opleiden in de school

Artikel 9

1. Aan een AOC kent de minister in 2003 aanvullende bekostiging toe ten behoeve van het opzetten en uitvoeren van projecten, gericht op het inrichten van een opleidingsinfrastructuur als bedoeld in de Stimuleringsregeling opleiden in de school in het voortgezet onderwijs 20032004.

2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 4,10 per leerling die op 1 oktober 2002 was ingeschreven als leerling in het voortgezet onderwijs bij het desbetreffende AOC.

Paragraaf 5. Schoolbudget

Artikel 10

1. Aan een AOC verstrekt de minister een aanvullende bijdrage ten behoeve van het versterken van het beleidsvoerend vermogen en het realiseren van vernieuwingen in het voortgezet onderwijs, als bedoeld in de Regeling aanvulling schoolbudget voortgezet onderwijs (vo) 20032005.

2. De aanvullende vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 31,15 per leerling die op 1 oktober 2002 was ingeschreven als leerling in het voortgezet onderwijs bij het desbetreffende AOC.

Paragraaf 6. Ict-voorzieningen en groen kennisnet

Artikel 11

1. De minister verleent het bevoegd gezag van een AOC een aanvullende bekostiging van € 60, per leerling voor het gebruik van ICT, ten behoeve van de kwaliteitsbevordering en innovatie van het onderwijs.

2.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend op basis van:

a. a. het aantal leerlingen in het voorbereidend beroepsonderwijs dat op 1 oktober 2002 stond ingeschreven bij de instelling; b. b. het aantal leerlingen dat op 1 oktober 2002 stond ingeschreven bij de beroepsopleidende leerweg bij de instelling; c. c. 35% van het aantal leerlingen dat op 1 oktober 2002 stond ingeschreven bij de beroepsbegeleidende leerweg bij de instelling.

Artikel 12

Onverminderd het bepaalde in artikel 11 verleent de minister aan het bevoegd gezag van een AOC voor het jaar 2004 een aanvullende bekostiging van € 20, per leerling ten behoeve van het gebruik van groen Kennisnet. De aanvullende bekostiging, bedoeld in de eerste volzin, wordt berekend overeenkomstig artikel 11, tweede lid.

Paragraaf 7. Betaling en verantwoording

Artikel 13

De aanvullende bekostiging, bedoeld in de artikelen 2, 4, eerste lid, 9 en 11, wordt uiterlijk op 31 december 2003 betaald.

Artikel 14

De aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 4, tweede lid, wordt uiterlijk in de maand september 2004 betaald.

Artikel 15

De aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 6, wordt betaald in de maand volgend op de maand waarin het bevoegd gezag een aanvraag als bedoeld in dat artikel heeft ingediend bij de minister.

Artikel 16

De aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 10, eerste lid, wordt als volgt betaald:

a. a. In december 2003 43% en in januari 2004 57% van de aanvullende bekostiging voor het schooljaar 20032004; b. b. In oktober 2004 43% en in januari 2005 57% van de aanvullende bekostiging voor het schooljaar 20042005.

Artikel 17

De instelling verantwoordt de besteding van de aanvullende bekostiging in haar jaarrekening.

Paragraaf 8. Slotbepalingen

Artikel 18

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 juli 2005.

Artikel 19

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende bekostiging AOCs en IPCs 2003.