40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling aanvullende bekostiging bestuurlijke krachtenbundeling vo | BWBR0013502 | ministeriele-regeling | geldend | 2002-03-09 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0013502 | Regeling aanvullende bekostiging bestuurlijke krachtenbundeling vo |
Regeling aanvullende bekostiging bestuurlijke krachtenbundeling vo
Paragraaf I. Definitie
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Paragraaf II. Aanvullende bekostiging personeels- of exploitatiekosten ten behoeve van een samenwerkingsverband vo
Artikel 2
1. Het bevoegd gezag heeft aanspraak op een aanvullende bekostiging met inachtneming van de voorwaarden genoemd in de artikelen 5 tot en met 10.
2. De aanvullende bekostiging is € 45.400,- en een bedrag van € 11.400,- per deelnemende school voorzover per schooljaar wordt voldaan aan paragraaf III.
3. De aanvullende bekostiging wordt verstrekt tot en met het schooljaar 2003-2004 ten behoeve van samenwerkingsverbanden vo die zijn gevormd in de schooljaren 1998-1999, 1999-2000, 2000-2001 en 2001-2002 of worden gevormd per 1 augustus 2002 of die uiterlijk in werking treden per 1 augustus 2003.
4. In het geval een samenwerkingsverband is gevormd per 1 augustus 2001 en voor het schooljaar 2001-2002 geen vergoeding is ontvangen, wordt deze alsnog in het schooljaar 2002-2003 beschikbaar gesteld indien aan de voorwaarden genoemd in de artikelen 5 tot en met 10 is voldaan.
Artikel 3
In afwijking van artikel 2 brengt een onderlinge samenvoeging van scholen binnen een samenwerkingsverband vo in het betreffend schooljaar en de schooljaren genoemd in deze regeling geen wijziging in de hoogte van de aanvullende bekostiging van het oorspronkelijke samenwerkingsverband vo.
Artikel 4
1. In afwijking van artikel 2 brengt een onderlinge samenvoeging van samenwerkingsverbanden vo voor het betreffende schooljaar en de schooljaren genoemd in deze regeling geen wijziging in de hoogte van de aanvullende bekostiging van het oorspronkelijke samenwerkingsverband vo voor zolang het aantal scholen van het oorspronkelijke samenwerkingsverband vo gelijk blijft of, indien een oorspronkelijk samenwerkingsverband vo is gevormd op basis van de formatieplaatsennorm, de formatieplaatsenomvang boven de 400 in stand blijft.
2. De aanvullende bekostiging wordt verhoogd met € 11400,- per bijkomende school indien na de samenvoeging van de samenwerkingsverbanden vo het totaal aantal scholen op 1 augustus van een betreffend schooljaar hoger wordt dan het aantal scholen op het moment van de samenvoeging.
3. De aanvullende bekostiging vervalt en wordt opnieuw vastgesteld ingevolge artikel 2 met ingang van 1 augustus van het schooljaar waarin het aantal scholen lager is dan het aantal scholen op het moment van de samenvoeging van de samenwerkingsverbanden vo.
4. Het gestelde in het derde lid is niet van toepassing in het geval de verlaging van het aantal scholen wordt veroorzaakt door een samenvoeging van scholen als bedoeld in artikel 3.
Paragraaf III. Voorwaarden
Artikel 5
1. Met het oog op het kwaliteits- en personeelsbeleid vormen bevoegde gezagsorganen voor de door hen aangewezen scholen een samenwerkingsverband vo. Een samenwerkingsverband vo omvat tenminste 400 formatieplaatsen of tenminste 5 scholen per 1 augustus van het schooljaar waarvoor de aanvullende bekostiging wordt aangevraagd.
2. Voor de vaststelling van het aantal formatieplaatsen wordt uitgegaan van de som van de formatieplaatsom-vang van de deelnemende scholen op 1 augustus van het schooljaar waarvoor de aanvullende bekostiging wordt aangevraagd.
3. Voor de vaststelling van het aantal scholen wordt uitgegaan van het aantal deelnemende scholen op 1 augustus van het schooljaar waarvoor de aanvullende bekostiging wordt aangevraagd.
4.
De bevoegde gezagen stellen een overeenkomst op die tenminste omvat:
a. a.
een omschrijving van een geïntegreerd personeelsbeleid waaronder mede begrepen een mobiliteitsbeleid en
b. b.
afspraken over de inzet van de aanvullende bekostiging genoemd in artikel 2;
c. c.
de afspraak dat de duur van de overeenkomst ten minste 2 schooljaren bedraagt;
d. d.
de aanwijzing van het bevoegd gezag dat als coör- dinator optreedt;
e. e.
de afspraak dat bij formatieve wijziging, plaatsing van personeel in het risicodragend deel van de formatie of ontslag, de samenwerkende bevoegde
gezagsorganen zich voor die scholen gedragen als één bevoegd gezag;
f. f.
de afspraak dat indien vacatureruimte bij één van de deelnemende scholen niet ingevuld kan worden door personeelsleden die in het risicodragend deel van de formatie zijn geplaatst, deze vacature bij voorrang moet worden aangeboden aan wachtgelders van alle deelnemende bevoegde gezagsorganen.
5. Een school kan slechts aan één samenwerkingsovereenkomst deelnemen.
Artikel 6
Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een bevoegd gezag waarvan de scholen tenminste 400 formatieplaatsen omvatten of die met 5 of meer scholen, met dien verstande dat de onderwerpen genoemd in het vierde lid onder a en b van artikel 5 worden vastgelegd in een reglement. Het bevoegd gezag kan besluiten per veelvoud van 400 formatieplaatsen of veelvoud van 5 scholen een samenwerkingsverband in te richten.
Artikel 7
1. Het bevoegd gezag dient jaarlijks voor 1 mei voorafgaande aan het schooljaar waarvoor de aanvullende bekostiging wordt gevraagd een aanvraagformulier CFI 62666 en een kopie van de samenwerkingsovereenkomst of het reglement in.
2. Aanvraagformulieren ontvangen na deze datum worden niet meer in behandeling genomen.
Artikel 8
Het bevoegd gezag ontvangt voor 1 juli voorafgaande aan het schooljaar waarvoor de aanvullende bekostiging is aangevraagd, bericht of de vergoeding wordt toegekend. Bij toekenning wordt tevens vermeld dat 32% van de aanvullende bekostiging wordt toegekend in de maand september en 68% in de maand januari van het betreffend schooljaar.
Artikel 9
1. De toegekende middelen worden herkenbaar als baten opgenomen in de jaarrekening van de betreffende school.
2. Verrekening van eventueel niet bestede gelden of overschotten vindt niet plaats.
Artikel 10
Het bevoegd gezag doet terstond schriftelijk melding van een samenvoeging van scholen genoemd in artikel 3 of de samenvoeging van samenwerkingsverbanden genoemd in artikel 4 aan CFI onder vermelding van de brinnummers en de formatieplaatsenomvangen van de bij de samenvoeging betrokken scholen respectievelijk de bij de samenwerkingsverbanden vo aangesloten scholen.
Mutaties in het scholenbestand als bedoeld in artikel 4, tweede en derde lid, dienen bij de jaarlijkse aanvraag te worden vermeld.
Paragraaf IV. Slotbepalingen
Artikel 11
Het bevoegd gezag van een school die voor de betreffende school een samenwerkingsovereenkomst aangaat houdt rekening met de voorschriften hieromtrent in de Wet medezeggenschap onderwijs 1992.
Artikel 12
Het bevoegd gezag verstrekt de minister desgevraagd alle inlichtingen over de realisering van de afspraken uit de samenwerkingsovereenkomst.
Artikel 13
Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.
Artikel 14
De regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling bekend is gemaakt.
Zij vervalt met ingang van 1 augustus 2004.
Artikel 15
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende bekostiging bestuurlijke krachtenbundeling vo.