40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling aanvullende bekostiging nevenvestiging, nieuwe scholen en samenvoeging vo | BWBR0024237 | ministeriele-regeling | geldend | 2015-09-05 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0024237 | Regeling aanvullende bekostiging nevenvestiging, nieuwe scholen en samenvoeging vo |
Regeling aanvullende bekostiging nevenvestiging, nieuwe scholen en samenvoeging vo
Hoofdstuk I. Aanvullende bekostiging nevenvestiging met spreidingsnoodzaak
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. b. nevenvestiging: een vestiging van een school of scholengemeenschap niet zijnde de tijdelijke dan wel hoofdvestiging; c. c. school: een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs; d. d. nevenvestiging met spreidingsnoodzaak: een nevenvestiging van een school die voldoet aan de criteria, genoemd in artikel 2; e. e. verlangd onderwijs: het verlangd onderwijs als bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; f. f. nieuwe school: een school bedoeld in artikel 2 van de Regeling voorzieningenplanning VO; g. g. samenvoeging: samenvoeging als bedoeld in artikel 71, tweede of derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; h. h. splitsing: splitsing als bedoeld in artikel 3 van de Regeling voorzieningenplanning voortgezet onderwijs.
Artikel 2
1. De Minister verstrekt, ter uitvoering van artikel III, achtste lid, van de Wet tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen, aan het bevoegd gezag van een school per kalenderjaar aanvullende bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten ten behoeve van een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak die is gevormd voor 1 augustus 2008.
2.
Er is sprake van een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak indien:
a. a. de nevenvestiging hemelsbreed 10 kilometer of meer is verwijderd van een vestiging van een school waaraan hetzelfde verlangd onderwijs en dezelfde schoolsoort wordt aangeboden, en b. b. aan de nevenvestiging van een school voor praktijkonderwijs 80 leerlingen, bij overige scholen 120 leerlingen of meer ingeschreven staan op 1 oktober voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de aanvullende bekostiging betrekking heeft.
3. De aanvullende bekostiging als bedoeld in het eerste lid wordt niet meer verstrekt indien het aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de aanvullende bekostiging betrekking heeft voor het praktijkonderwijs minder dan 80 leerlingen, bij de overige scholen minder dan 120 leerlingen bedraagt. Het recht herleeft indien er weer wordt voldaan aan het vereiste aantal leerlingen.
4. Op of na 1 augustus 2008 gevormde nevenvestigingen vallen niet meer binnen de begripsbepaling van nevenvestigingen met spreidingsnoodzaak en komen niet in aanmerking voor de in het eerste lid vermelde aanvullende bekostiging.
Artikel 3
De aanvullende bekostiging bedraagt per nevenvestiging:
a. a. éénmaal de landelijke gemiddelde personeelslast onderwijsondersteunend personeel; b. b. éénmaal de landelijke gemiddelde personeelslast voor directiepersoneel van de schoolsoortgroep waartoe de school behoort; en c. c. éénmaal aanvullende exploitatiekosten.
Artikel 4
De betaling van de aanvullende bekostiging vindt plaats volgens het betaalritme van de reguliere personele en materiële bekostiging.
Hoofdstuk II. Startbekostiging en aanvullende bekostiging nieuwe scholen voortgezet onderwijs
Artikel 5
1. Voorafgaand aan de feitelijke start per 1 augustus van het schooljaar t (jaar 0) ontvangt een nieuwe school éénmalig, zoals aangegeven in de tabel, opgenomen in het vijfde lid, een personele bekostiging waarvan de hoogte afhankelijk is van de soort school.
2. Voorafgaand aan de feitelijke start per 1 augustus van het schooljaar t (jaar 0), ontvangt een nieuwe school de bekostiging voor het lesmateriaal en eenmalig vier maanden exploitatiekosten op basis van de prognose van het aantal leerlingen in het eerste schooljaar. Voor de berekening van deze bekostiging worden de normbedragen per leerling voor de leerjaren 1 en 2 van de Regeling bekostiging exploitatiekosten vo gehanteerd. De in de vorige volzin bedoelde bekostiging wordt in december van het eerste schooljaar vastgesteld op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen op 1 oktober en uiterlijk in de maand december van het tweede schooljaar gewijzigd vastgesteld op basis van het definitieve aantal leerlingen dat op 1 oktober in het eerste schooljaar staat ingeschreven bij de school.
3. De startbekostiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt verstrekt nadat het bevoegd gezag van de school de prognose van het aantal leerlingen op 1 oktober van het eerste schooljaar heeft ingediend bij de Minister.
4. De in het derde lid vermelde prognose wordt ingediend nadat de goedkeuring voor de start van de nieuwe school is verleend in het kader van de voorzieningenplanning. Het bevoegd gezag van de school ontvangt van de Minister een beschikking waarin de startbekostiging is vermeld.
5.
Tabel met de bedragen voor de personele bekostiging van de desbetreffende schoolsoort in euro’s (prijspeil 1-1-2008). Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.
| Schoolsoort | Directie | Onderwijs- ondersteunend personeel (oop) | Totaal |
|---|---|---|---|
| A. Categoriale mavo en praktijkonderwijs | 12.436,30 | 6.509,39 | 18.945,69 |
| B. Categoriaal, vwo, havo en scholengemeenschap vwo/havo | 14.842,82 | 6.509,39 | 21.352,21 |
| C. Categoriaal vbo en scholengemeenschap mavo/vbo | 18.654,44 | 9.764,09 | 28.418,53 |
| D. Scholengemeenschap havo/mavo evt. met vwo | 29.368,77 | 13.018,78 | 42.387,55 |
| E. Scholengemeenschap mavo/havo/vbo evt. met vwo | 35.659,77 | 16.273,48 | 51.933,25 |
Artikel 6
1. Een nieuwe school ontvangt personele en materiële bekostiging over de eerste vijf maanden van het eerste schooljaar op basis van de prognose van het aantal leerlingen per 1 oktober volgend op de feitelijke start per 1 augustus van het eerste schooljaar t (jaar 0). De in de vorige volzin bedoelde bekostiging wordt in december van het eerste schooljaar vastgesteld op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen op 1 oktober en uiterlijk in de maand december van het tweede schooljaar gewijzigd vastgesteld op basis van het definitieve aantal leerlingen dat op 1 oktober in het eerste schooljaar staat ingeschreven bij de school.
2. In het eerste schooljaar wordt éénmalig een aanvullende bekostiging verstrekt ten bedrage van éénmaal de landelijke gemiddelde personeelslast die op 1 augustus van dat schooljaar geldt voor leraren van de schoolsoortgroep waartoe de school behoort. Deze aanvullende bekostiging wordt, middels een beschikking van de Minister, in een keer in de maand augustus van het eerste schooljaar uitbetaald.
Artikel 7
1.
Het bevoegd gezag van de nieuwe school kan op grond van artikel 85a, tweede lid van de W.V.O., een aanvraag indienen voor een aanvullende bekostiging vanwege leerlingengroei.
2.De leerlingengroei wordt vastgesteld door het verschil te berekenen tussen het aantal geprognosticeerde leerlingen in het lopende schooljaar en het aantal leerlingen op 1 oktober van jaar t-1.
3. De aanvullende bekostiging wordt vastgesteld door het in het tweede lid berekende aantal leerlingen te vermenigvuldigen met een bedrag per leerling. De uitkomst wordt vervolgens vermenigvuldigd met 32% omdat de bekostiging betrekking heeft op de laatste vijf maanden van het kalenderjaar. De in de vorige volzin bedoelde bekostiging wordt in december van het lopende schooljaar vastgesteld op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen op 1 oktober en uiterlijk in de maand december van het daaropvolgende schooljaar gewijzigd vastgesteld op basis van het definitieve aantal leerlingen dat op 1 oktober in het voorafgaande schooljaar staat ingeschreven bij de school.
4. De in het eerste lid vermelde aanvraag kan betrekking hebben op het tweede schooljaar of volgende schooljaren tot en met het schooljaar waarin de school volgroeid is (tot en met het examen vmbo, havo, vwo, afhankelijk van de toegestane schoolsoorten in het kader van de voorzieningenplanning). Op het moment dat de school volgroeid is (examenjaar gevuld) vervalt deze uitzonderingspositie.
5. De aanvraag wordt bij de Minister ingediend en gehonoreerd afhankelijk van een beoordeling van de financiële positie van het bevoegd gezag van de nieuwe school aan de hand van de jaarrekening over het voorafgaande kalenderjaar. De financiële positie wordt vastgesteld aan de hand van de gebruikelijke kengetallen, zoals weerstandsvermogen, liquiditeit etc.
Hoofdstuk IIa. Aanvullende bekostiging bij samenvoeging van scholen en van scholengemeenschappen
Artikel 7a
1. Het bevoegd gezag van een school of scholengemeenschap, die met ingang van 1 augustus is ontstaan uit samenvoeging van twee of meer zelfstandige scholen of scholengemeenschappen, ontvangt het eerste kalenderjaar na de samenvoeging aanvullende bekostiging voor personeelskosten, berekend op grond van het derde lid, en aanvullende bekostiging voor exploitatiekosten, berekend op grond van het vierde lid.
2. Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, ontvangt in het tweede, derde, vierde en vijfde kalenderjaar na de samenvoeging respectievelijk 80 procent, 60 procent, 40 procent en 20 procent van de aanvullende bekostiging, berekend op grond van het derde en vierde lid. De hoogte van de aanvullende bekostiging voor personeelskosten wordt jaarlijks aangepast aan de ontwikkelingen van de gemiddelde personeelslast, de hoogte van de aanvullende bekostiging voor exploitatiekosten wordt jaarlijks aangepast aan de ontwikkeling van de bekostiging voor exploitatiekosten.
3.
De aanvullende bekostiging voor personeelskosten is voor het eerste kalenderjaar na samenvoeging gelijk aan Xp-Yp, waarin:
Xp = de som van de bekostiging voor personeelskosten van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond van artikel 84, derde lid, jo. artikel 85 van de Wet op het voortgezet onderwijs in het kalenderjaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden, en
Yp = de bekostiging voor personeelskosten van de samengevoegde school, berekend op grond van artikel 84, derde lid, jo. artikel 85 van de Wet op het voortgezet onderwijs, in het kalenderjaar na de samenvoeging.
4.
De aanvullende bekostiging voor exploitatiekosten is voor het eerste kalenderjaar na samenvoeging gelijk aan Xm-Ym, waarin:
Xm = de som van de bekostiging voor exploitatiekosten van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond van artikel 86, derde lid, onderdeel a en b, van de Wet op het voortgezet onderwijs in het kalenderjaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden, en
Ym = de bekostiging voor exploitatiekosten van de gefuseerde school, berekend op grond van artikel 86, derde lid, onderdeel a en b, van de Wet op het voortgezet onderwijs, in het kalenderjaar na de samenvoeging.
5.
In afwijking van het eerste lid komt een bevoegd gezag niet in aanmerking voor aanvullende bekostiging als op 1 augustus gelijktijdig met de samenvoeging één of meer van de bij de samenvoeging betrokken scholengemeenschappen tevens is betrokken bij een splitsing en er daarbij geen volledige scholengemeenschap wordt opgeheven. Indien er wel een volledige scholengemeenschap wordt opgeheven – een scholengemeenschap splitst waarbij alle delen van die scholengemeenschap fuseren met een andere school- is de aanvullende bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten voor het eerste kalenderjaar na samenvoeging gelijk aan Zp+Zm, waarin:
Zp = de bekostiging voor personeelskosten van de opgeheven scholengemeenschap, berekend op grond van artikel 84, derde lid, jo. artikel 85 van de Wet op het voortgezet onderwijs in het kalenderjaar na opheffing, wanneer de opheffing niet zou hebben plaatsgevonden, en
Zm = de bekostiging voor exploitatiekosten van de opgeheven scholengemeenschap, berekend op grond van artikel 86, derde lid, onderdeel a en b, van de Wet op het voortgezet onderwijs in het kalenderjaar na de opheffing, wanneer de opheffing niet zou hebben plaatsgevonden.
6. De aanvullende bekostiging wordt in dit geval in gelijke delen verdeeld over de uit de samenvoeging resulterende scholen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de aanvullende bekostiging op grond van dit lid.
7. De aanvullende bekostiging wegens samenvoeging vervalt volledig indien een school, die is ontstaan uit een samenvoeging als bedoeld in het eerste lid, binnen vijf jaar een splitsing ondergaat. Dit geldt ook voor de eventuele aanvullende bekostiging in verband met een eerdere samenvoeging.
8. De betaling van de aanvullende bekostiging voor personeelskosten en exploitatiekosten vindt plaats in twee bedragen per jaar die beide worden uitbetaald voor 1 april van het kalenderjaar waarop de aanvullende bekostiging betrekking heeft. Voor scholen of scholengemeenschappen die per 1 augustus 2013 zijn ontstaan uit samenvoeging en die op grond van dit artikel in aanmerking komen voor aanvullende bekostiging, vindt de betaling voor het eerste en tweede kalenderjaar na samenvoeging plaats voor 1 april 2016. Voor scholen of scholengemeenschappen die per 1 augustus 2014 zijn ontstaan uit samenvoeging en die op grond van dit artikel in aanmerking komen voor aanvullende bekostiging, vindt de betaling voor het eerste kalenderjaar na samenvoeging plaats voor 1 april 2016.
Hoofdstuk III. Verplichtingen ontvanger aanvullende bekostiging
Artikel 8
1. De aanvullende bekostiging nevenvestiging wordt verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven voor een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak. De startbekostiging en aanvullende bekostiging nieuwe school wordt verstrekt als tegemoetkoming in uitgaven die zijn verbonden aan het starten van een nieuwe school. De aanvullende bekostiging bij samenvoeging van scholen of van scholengemeenschappen wordt verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven voor een samenvoeging.
2. Verrekening van eventueel niet-bestede middelen of overschotten vindt niet plaats.
3. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van deze aanvullende bekostiging.
Hoofdstuk IV. Wijziging en intrekken andere regelingen
Artikel 9
Wijzigt de Regeling loon- en prijsbijstelling 2007 en bekostiging exploitatiekosten voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2008
Artikel 10
De regeling Verlenging startvergoeding en aanvullende bekostiging nieuwe scholen voor voortgezet onderwijs (Uitleg 2005, 4) en de Regeling aanvullende personele bekostiging nevenvestigingen met spreidingsnoodzaak VO worden met ingang van 1 augustus 2008 ingetrokken.
Hoofdstuk V. Slotbepalingen
Artikel 11
Indien het bij koninklijke boodschap van 14 december 2007 ingediende voorstel van wet tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen (Kamerstukken II 2007/08, 31 310, nr. 2) nadat het tot wet is verheven, in werking treedt, treedt deze regeling op hetzelfde tijdstip in werking.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende bekostiging nevenvestiging, nieuwe scholen en samenvoeging vo.