rijk/ministeriele-regeling/regeling-aanvullende-bijdrage-inburgering-oudkomers-54-gemeenten/BWBR0013023
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling aanvullende bijdrage inburgering oudkomers 54 gemeenten BWBR0013023 ministeriele-regeling geldend 2001-11-30 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013023 Regeling aanvullende bijdrage inburgering oudkomers 54 gemeenten

Regeling aanvullende bijdrage inburgering oudkomers 54 gemeenten

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *minister:*de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie;

b. b.

    *regeling:* de Bijdrageregeling sociale integratie en veiligheid G25, de Bijdrageregeling inburgering oudkomers of de Bijdrageregeling inburgering oudkomers 12 gemeenten;

c. c.

    *gemeentebestuur:* het college van burgemeester en wethouders van een gemeente waaraan krachtens een regeling een bijdrage is verstrekt;

d. d.

    *oudkomers:* leden van etnische minderheidsgroepen die al voor langere tijd legaal in Nederland verblijven;

e. e.

    *aanvullend meerjarig plan:* het plan, bedoeld in artikel 2, eerste lid;

f. f.

    *aanvullende bijdrage:* de bijdrage, bedoeld in artikel 2, eerste lid;

g. g.

    *programma:* een aanbod van voorzieningen ter verbetering van de inburgering van een oudkomer;

h. h.

    *monitor:* het door de minister vastgestelde model-formulier aan de hand waarvan het gemeentebestuur de minister informatie verschaft over het gemeentelijk beleid ter verbetering van de inburgering van oudkomers, zoals dat beleid is neergelegd in het aanvullend meerjarig plan en het meerjarig ontwikkelingsprogramma dan wel het meerjarig plan dat het gemeentebestuur op grond van een regeling aan de minister heeft voorgelegd.

Artikel 2

1. De minister verstrekt het gemeentebestuur ter intensivering van de uitvoering van het gemeentelijk beleid ter verbetering van de inburgering van oudkomers, een aanvullende bijdrage ter hoogte van het in de bij deze regeling behorende bijlage vermelde bedrag voor de periode 2001 tot en met 2003, indien het gemeentebestuur de minister uiterlijk 1 april 2002 een concept-aanvullend meerjarig plan en uiterlijk 15 mei 2002 een aanvullend meerjarig plan voorlegt waarin een samenstel van maatregelen is opgenomen dat naar het oordeel van de minister voldoet aan de in de artikelen 3 en 4 genoemde voorwaarden.

2. Het bedrag dat ingevolge artikel 8, tweede lid, in het jaar 2001 wordt verstrekt, kan worden aangewend ten behoeve van de ontwikkeling, de voorbereiding en de start van het aanvullend meerjarig plan.

Artikel 3

Aan het aanvullend meerjarig plan legt het gemeentebestuur de volgende doelstelling ten grondslag: het vergroten van deelname aan en afronding van programma's voor de beheersing van de Nederlandse taal door werklozen en opvoeders uit de groep oudkomers die in een maatschappelijke achterstandssituatie verkeren.

Artikel 4

1. Het gemeentebestuur geeft in het aanvullend meerjarig plan aan welke prestaties in termen van streefcijfers zullen worden bereikt ten opzichte van de prestaties zoals deze zijn neergelegd in het meerjarig ontwikkelingsprogramma dan wel het meerjarig plan dat het gemeentebestuur op grond van een regeling aan de minister heeft voorgelegd.

2. Het gemeentebestuur geeft in het aanvullend meerjarig plan een beschrijving van de aanvullende maatregelen die met het oog op de in artikel 3 genoemde doelstelling worden genomen.

3. Het gemeentebestuur geeft in het aanvullend meerjarig plan een begroting van de kosten voor het realiseren van het aanvullend meerjarig plan die ten laste van de aanvullende bijdrage zullen worden gedaan.

4. Het gemeentebestuur geeft in het aanvullend meerjarig plan aan op welke wijze de aanvullende maatregelen, bedoeld in het tweede lid, aansluiten op de maatregelen zoals die zijn neergelegd in het meerjarig ontwikkelingsprogramma dan wel het meerjarig plan dat het gemeentebestuur op grond van een regeling aan de minister heeft voorgelegd.

5. Het gemeentebestuur geeft in het aanvullend meerjarig plan een beschrijving van de maatregelen die met het oog op de verplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, worden genomen.

Artikel 5

Indien de minister van oordeel is dat het aanvullend meerjarig plan niet voldoet aan de artikelen 3 en 4, stelt hij het gemeentebestuur in de gelegenheid het aanvullend meerjarig plan aan te passen. Hij stelt daarbij een termijn en geeft aan op welke onderdelen het aanvullend meerjarig plan aanpassing behoeft.

Artikel 6

1. Het gemeentebestuur dat een aanvullende bijdrage ontvangt, verstrekt de minister informatie en bescheiden over de gegevens die in de monitor worden gevraagd, uiterlijk 1 oktober 2002 over de periode januari tot en met juni 2002, uiterlijk 1 april 2003 over de periode juli tot en met december 2002, uiterlijk 1 oktober 2003 over de periode januari tot en met juni 2003 en uiterlijk 1 april 2004 over de periode juli tot en met december 2003. De monitor is voorzien van een accountantsverklaring.

2.

In de monitor worden in ieder geval de volgende prestatiegegevens gevraagd:

a. a. het aantal oudkomers dat een programma start; b. b. het aantal oudkomers dat een programma afrondt; c. c. het aantal oudkomers dat een programma voortijdig beëindigt; en d. d. het taalniveau dat de oudkomer bij de afronding van een programma heeft behaald ten opzichte van het taalniveau bij de start van dat programma.

3. In de monitor wordt voor oudkomers, behorend tot de groep werklozen, behalve de prestatiegegevens, genoemd in het tweede lid, het aantal oudkomers gevraagd dat na afronding van een programma arbeid verricht dan wel gestart is met het volgen van een opleiding.

4. De minister verstrekt het gemeentebestuur uiterlijk 12 december 2001 een bedrag van f 50.000,- (€ 22.689,01) ten behoeve van de maatregelen die met het oog op de verplichting, genoemd in het eerste lid, worden genomen.

Artikel 7

Met ingang van 1 juli 2002 sluit het gemeentebestuur een overeenkomst met de oudkomer die op grond van een regeling of deze regeling een programma start. In deze overeenkomst is in ieder geval opgenomen:

a. a. de elementen van het programma dat het gemeentebestuur de oudkomer aanbiedt; b. b. de verplichtingen van het gemeentebestuur; c. c. de verplichtingen van de oudkomer; d. d. de informatieoverdracht tussen het gemeentebestuur, de betrokken instellingen en de oudkomer over de voortgang van die oudkomer in het programma; en e. e. de gevolgen van het niet-nakomen van de overeenkomst door de oudkomer.

Artikel 8

1. Het gemeentebestuur ontvangt de aanvullende bijdrage in drie jaarlijkse termijnen die telkens uiterlijk 1 juli betaalbaar worden gesteld.

2. In afwijking van het eerste lid wordt de eerste jaartermijn uiterlijk 12 december 2001 verstrekt onder voorbehoud van goedkeuring van het aanvullend meerjarig plan.

Artikel 9

1. Het gemeentebestuur dient de bijdrage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, uiterlijk 31 december 2004 te hebben besteed.

2. Het gemeentebestuur brengt uiterlijk 15 juli 2005 aan de minister verslag uit over de besteding van de aanvullende bijdrage.

3. Het financieel verslag, bedoeld in het eerste lid, maakt deel uit van het financieel verslag dat het gemeentebestuur ingevolge een regeling uitbrengt.

Artikel 10

1. De minister kan de aanvullende bijdrage geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit het financieel verslag, bedoeld in artikel 9, blijkt dat de aanvullende bijdrage niet is besteed aan de ontwikkeling, de voorbereiding, de start en de uitvoering van het aanvullend meerjarig plan.

2. De minister kan de aanvullende bijdrage geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien het gemeentebestuur niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, of de verplichting, bedoeld in artikel 7.

3. De minister kan de bijdrage, genoemd in artikel 6, vierde lid, geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien het gemeentebestuur niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 15 november 2001.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende bijdrage inburgering oudkomers 54 gemeenten.

Bijlage