40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels | BWBR0019806 | ministeriele-regeling | geldend | 2013-06-20 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0019806 | Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels |
Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels
Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder tunnelveiligheidsdossier: het dossier, bedoeld in artikel 10 van de wet.
2. Het begrip voorval omvat mede ongeluk of incident.
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
De risicoanalyse, bedoeld in artikel 6, derde lid, van de wet, wordt uitgevoerd overeenkomstig het in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen model QRA-tunnels.
Artikel 5
1. Het tunnelveiligheidsplan, bedoeld in artikel 6c van de wet, wordt opgesteld en uitgevoerd overeenkomstig bijlage 2, onderdeel B1, bij deze regeling.
2.
Het tunnelveiligheidsplan bevat ten minste:
a. a. een globale beschrijving van het ontwerp van de tunnel, alsmede van de relevante locatieaspecten, de ruimtelijke inpassing en de technische haalbaarheid van de tunnel; b. b. een beschrijving van het voorziene gebruik van de tunnel; c. c. indien er een gestandaardiseerde uitrusting wordt toegepast, de keuze van de toe te passen gestandaardiseerde uitrusting als bedoeld in artikel 6b van de wet, dan wel de keuze om van de gestandaardiseerde uitrusting af te wijken op grond van artikel 6b, derde lid, van de wet; d. d. een beschrijving van de uitkomsten van de risicoanalyse bedoeld in artikel 6, derde lid van de wet, waarmee wordt toegelicht dat met de gekozen uitrusting aan de norm, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet wordt voldaan; e. e. een globale beschrijving van de organisatie van het beheer van de tunnel en de calamiteitenbestrijding.
Artikel 6
1. Het veiligheidsbeheerplan, bedoeld in artikel 7 van de wet, wordt opgesteld en uitgevoerd overeenkomstig bijlage 2, onderdeel B3, bij deze regeling.
2.
Het veiligheidsbeheerplan bevat ten minste:
a. a. een beschrijving van het gebruik van de tunnel; b. b. een beschrijving van het tunnelsysteem; c. c. een beschrijving van de organisatie, processen, procedures, werkinstructies en planningen ten behoeve van het gebruik, de inspectie en het onderhoud van de tunnel; d. d. een beschrijving van de wijze waarop registratie en evaluatie van significante voorvallen plaats vindt en een beschrijving van de wijze waarop verbeteringen worden doorgevoerd; e. e. een analyse van scenario’s van ongevallen of indien die analyse op grond van artikel 7, eerste lid, van de wet, achterwege is gebleven, de redenen daarvoor, en f. f. een calamiteitenbestrijdingsplan waarin ook rekening gehouden is met mensen met een beperkte mobiliteit en met gehandicapten en chronisch zieken en dat voorts bevat:
i.
een beschrijving van de operationele afspraken tussen de tunnelbeheerder en de hulpverleningsdiensten over de inzet tijdens calamiteiten, en
ii.
instructies voor de uit te voeren bedienprocessen tijdens incidenten en calamiteiten.
i. i. een beschrijving van de operationele afspraken tussen de tunnelbeheerder en de hulpverleningsdiensten over de inzet tijdens calamiteiten, en ii. ii. instructies voor de uit te voeren bedienprocessen tijdens incidenten en calamiteiten.
3.
De incidenten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, onder ii, zijn in ieder geval:
a. a. stilstaande voertuigen; b. b. aanrijdingen; c. c. verloren lading, en d. d. voorvallen met verdwaalde personen.
4.
De calamiteiten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, onder ii, zijn in ieder geval:
a. a. een ernstige aanrijding; b. b. een brand of het vermoeden daarvan; c. c. het vrijkomen van gevaarlijke stoffen of een vermoeden daarvan; d. d. een brand in de verkeerscentrale; e. e. een bommelding.
Artikel 6a
1.
De instructies, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel f, onder ii, bevatten een beschrijving van de handelswijze bij incidenten en calamiteiten overeenkomstig de volgende processtappen:
a. a. vaststellen van de aard van het voorval; b. b. bepalen van de afhandelingstrategie; c. c. instellen van initiële maatregelen; d. d. informeren en oproepen van hulpverleningsdiensten; e. e. instellen van additionele maatregelen; f. f. herstellen en normaliseren van de verkeerssituatie; g. g. loggen en registreren van het voorval en de afhandeling ervan.
2. Voor tunnels langer dan 500 meter die zijn uitgerust met een gestandaardiseerde uitrusting overeenkomstig artikel 13 bevatten de instructies een nadere uitwerking van de in bijlage 3 opgenomen uitgangspunten.
Artikel 6b
De analyse van scenario’s van ongevallen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet en in artikel 6, tweede lid, onderdeel e, van deze regeling, wordt uitgevoerd overeenkomstig de in bijlage 2a bij deze regeling opgenomen Scenarioanalyse Ongevallen in Tunnels.
Artikel 7
De veiligheidsbeambte werkt mee aan de afstemming tussen het calamiteitenbestrijdingsplan, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder f, en de aanvalsplannen van de binnen een veiligheidsregio, als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s, samenwerkende hulpverleningsdiensten. Hij neemt kennis van de rampenbestrijdingsplannen van de desbetreffende veiligheidsregio’s, voor zover de tunnel betreffende.
Artikel 8
1.
In of bij de aanvraag voor de in artikel 8 van de wet bedoelde vergunning worden de volgende gegevens verstrekt:
a. a. naam, post- en e-mailadres en telefoonnummer van de tunnelbeheerder; b. b. de kadastrale aanduiding en de ligging van de tunnel; c. c. de naam en de aard van de tunnel.
2.
Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden overgelegd:
a. a. het tunnelveiligheidsplan, bedoeld in artikel 6c, eerste lid, van de wet; b. b. het advies van de veiligheidsbeambte over het tunnelveiligheidsplan en dat over het samenstel van documenten bedoeld in artikel 7.15, eerste lid, onder b, van de Omgevingsregeling waarmee een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet aangevraagd zal worden; c. c. het veiligheidsbeheerplan, bedoeld in artikel 7 van de wet; d. d. het advies van de veiligheidsbeambte over het openstellen voor het verkeer van de tunnel.
3. Op verzoek van het bevoegde college van burgemeester en wethouders verstrekt de aanvrager tevens nadere gegevens en bescheiden voor zover die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn.
Artikel 9
De veiligheidsbeambte controleert regelmatig of de tunnelconstructies en -voorzieningen worden onderhouden en waar nodig hersteld.
Artikel 10
1. Van elk significant voorval in een tunnel stelt de tunnelbeheerder een toelichtend verslag op en zendt dat binnen vier weken aan de veiligheidsbeambte, het bevoegd college van burgemeester en wethouders en de hulpverleningsdiensten.
2. De tunnelbeheerder evalueert elk significant voorval. Uiterlijk tien weken na het significante voorval stelt de tunnelbeheerder een rapportage op en zendt die aan de veiligheidsbeambte, het bevoegd college van burgemeester en wethouders en de hulpverleningsdiensten.
3. De rapportage, bedoeld in het tweede lid, bevat een procesevaluatie en een systeemevaluatie.
4. Indien de tunnelbeheerder een door een ander opgesteld onderzoeksverslag ontvangt met een analyse van de omstandigheden van een voorval in een tunnel of de conclusies die daaruit kunnen worden getrokken, zendt hij dat verslag binnen vier weken na ontvangst aan de veiligheidsbeambte, het bevoegd college van burgemeester en wethouders en de hulpverleningsdiensten.
5. De veiligheidsbeambte werkt mee aan de evaluatie van significante voorvallen bedoeld in het tweede lid.
6. De tunnelbeheerder draagt er zorg voor dat, in overleg met de veiligheidsbeambte, acties in noodsituaties uitgevoerd en geëvalueerd worden.
7. De veiligheidsbeambte rapporteert jaarlijks aan de tunnelbeheerder en het bevoegd college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen over het incidentregistratie- en evaluatieproces en hoe wordt omgegaan met het realiseren van geactiveerde verbetermaatregelen uit de evaluaties.
Artikel 11
1. De veiligheidsbeambte gaat na of het bedieningspersoneel en de hulpverleningsdiensten geoefend zijn en werkt mee aan de organisatie van de regelmatig te houden oefeningen.
2. De tunnelbeheerder draagt ervoor zorg dat met betrekking tot een tunnel ten minste eenmaal in de vier jaar een realistische oefening en in elk tussenliggend jaar een gedeeltelijke of simulatieoefening wordt uitgevoerd.
3. In afwijking van het tweede lid kan, indien binnen een veiligheidsregio, als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s, twee of meer tunnels van één tunnelbeheerder liggen en voor zover het een realistische oefening betreft, volstaan worden met het houden van één oefening in ten minste één van die tunnels.
4. De veiligheidsbeambte, de hulpverleningsdiensten en de tunnelbeheerder evalueren gezamenlijk de oefeningen.
Artikel 12
1.
Het tunnelveiligheidsdossier bevat alle voor de veiligheid betreffende de tunnel van belang zijnde gegevens en oorspronkelijke bescheiden, alsmede de desbetreffende digitale documenten, waartoe in elk geval behoren de documenten, bedoeld in de artikelen 4 tot en met 8, en de documenten betreffende het bepaalde in artikel 11, met inbegrip van latere wijzigingen daarvan, alsmede:
a. a. de planologische besluiten ten aanzien van de tunnel; b. b. de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet en de bij die vergunning behorende aanvraag; c. c. een lijst van de uitgevoerde oefeningen en een analyse van de lering die hieruit getrokken is.
2. Een ieder die gegevens en oorspronkelijke bescheiden, bedoeld in het eerste lid, ontvangen heeft of onder zich heeft, verstrekt deze met bekwame spoed aan de tunnelbeheerder, die deze opneemt in het tunnelveiligheidsdossier.
3. Van elk in het tunnelveiligheidsdossier opgenomen document verstrekt de tunnelbeheerder een kopie aan de veiligheidsbeambte.
4. De betrokken overheidsinstanties kunnen het tunnelveiligheidsdossier te allen tijde inzien. Op hun verzoek verstrekt de tunnelbeheerder hen kopieën van de bescheiden.
Artikel 13
1.
De gestandaardiseerde uitrusting, bedoeld in artikel 6a, eerste lid, van de wet bestaat voor een tunnel langer dan 500 meter uit:
a. a. afsluitbomen; b. b. bedieningsinstallatie; c. c. beeldvoorziening meldkamer; d. d. bluswatervoorziening; e. e. C2000; f. f. calamiteitendoorsteek; g. g. Closed Circuit Television; h. h. detectie snelheidsonderschrijdingen en spookrijders; i. i. elektrische energiebron; j. j. eventrecorder; k. k. hoog frequent-installatie; l. l. verkeersmanagementsysteem; m. m. verkeersmanagementsysteem koppeling verkeersbuis; n. n. hulpdienstpaneel; o. o. hulpposten; p. p. intercom; q. q. luchtkwaliteitmeters; r. r. noodbedieninginstallatie; s. s. noodtelefoon; t. t. omroepinstallatie verkeersbuis; u. u. overdrukvoorziening grensruimte, tenzij er geen grensruimte is; v. v. ventilatie; w. w. verkeerslichten; x. x. verlichting verkeersbuis; y. y. vloeistofafvoer; z. z. vloeistofpompinstallatie; aa. aa. vluchtdeurindicatie; bb. bb. veilige vluchtroute, bestaande uit:
i.
een middentunnelkanaal;
ii.
dwarsverbindingen met een verkeersvrij te maken verkeersbuis, of
iii.
een verkeersvrij te maken verkeersbuis.
i. i. een middentunnelkanaal; ii. ii. dwarsverbindingen met een verkeersvrij te maken verkeersbuis, of iii. iii. een verkeersvrij te maken verkeersbuis.
2.
Indien de veilige vluchtroute als bedoeld in het eerste lid onder bb, onder i, bestaat uit een middentunnelkanaal bevat de tunnel in aanvulling op het eerste lid de volgende uitrusting:
a. a. verlichting veilige vluchtroute; b. b. omroepinstallatie veilige vluchtroute; c. c. rij van vluchtdeuren of in geval van een middentunnelkanaal zonder kopdeuren als vluchtuitgang: een rij van vergrendelbare vluchtdeuren; d. d. overdrukvoorziening veilige vluchtroute; e. e. kopdeur middentunnelkanaal, tenzij dit ontwerptechnisch niet mogelijk is; dan wordt de laatste deur van de rij van vergrendelbare vluchtdeuren tot vluchtuitgang bestemd, en f. f. dynamische vluchtroute-indicatie.
3.
Indien de veilige vluchtroute als bedoeld in het eerste lid onder bb, onder ii, bestaat uit dwarsverbindingen met een verkeersvrij te maken verkeersbuis bevat de tunnel in aanvulling op het eerste lid de volgende uitrusting:
a. a. verlichting veilige vluchtroute; b. b. omroepinstallatie veilige vluchtroute; c. c. rij van vergrendelbare vluchtdeuren, d. d. overdrukvoorziening veilige vluchtroute, en e. e. dynamische vluchtroute-indicatie.
4. Indien de veilige vluchtroute, bedoeld in het eerste lid onder bb, onder iii, bestaat uit een verkeersvrij te maken verkeersbuis bevat de tunnel in aanvulling op het eerste lid een rij van vergrendelbare vluchtdeuren.
5. Een tunnel langer dan 500 meter wordt uitgerust met de in het eerste lid en in het tweede, derde of vierde lid bedoelde onderdelen overeenkomstig bijlage 4 bij deze regeling.
Artikel 13a
1.
De gestandaardiseerde uitrusting als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet bestaat voor een tunnel langer dan 250 meter en ten hoogste 500 meter uit:
a. a. bluswatervoorziening; b. b. C2000; c. c. calamiteitendoorsteek; d. d. elektrische energiebron; e. e. hulpposten; f. f. noodtelefoon; g. g. overdrukvoorziening grensruimte, tenzij er geen grensruimte is; h. h. verlichting verkeersbuis; i. i. vloeistofafvoer; j. j. vloeistofpompinstallatie; k. k. vluchtdeurindicatie; l. l. veilige vluchtroute, bestaande uit een middentunnelkanaal met de volgende uitrusting:
i.
verlichting veilige vluchtroute;
ii.
rij van vluchtdeuren;
iii.
overdrukvoorziening veilige vluchtroute;
iv.
vluchtroute-indicatie;
v.
kopdeur middentunnelkanaal,
i. i. verlichting veilige vluchtroute; ii. ii. rij van vluchtdeuren; iii. iii. overdrukvoorziening veilige vluchtroute; iv. iv. vluchtroute-indicatie; v. v. kopdeur middentunnelkanaal,
2. Indien de beheerder dit verkeerskundig noodzakelijk acht, beschikt de tunnel tevens over handmatig bedienbare afsluitbomen.
3. Een tunnel langer dan 250 meter en ten hoogste 500 meter wordt uitgerust met de in het eerste lid bedoelde onderdelen overeenkomstig de voorschriften van bijlage 4, paragrafen 1 tot en met 4, 16, 17, 19 tot en met 24, 29, 30, 32, 34 en 35 bij deze regeling.
Artikel 13b
Indien het een tunnel onder een waterweg betreft, beschikt de tunnel in aanvulling op de gestandaardiseerde uitrusting genoemd in artikel 13 of artikel 13a over hittewerende bekleding die de constructie twee uur bescherming biedt tegen brand conform de RWS-brandkromme als bedoeld in NEN-EN 1991-1-2.
Artikel 13c
Indien de doorrijhoogte van een tunnel langer dan 500 meter lager is dan 4,7 meter beschikt de tunnel in aanvulling op de gestandaardiseerde uitrusting genoemd in artikel 13 over de volgende uitrusting:
a. a. Hoogtedetectie zoals weergegeven in bijlage 5 bij deze regeling, en b. b. Closed circuit television waarmee de situatie bij de hoogtedetectoren in beeld wordt gebracht.
Artikel 13d
1.
Indien het in een tunnel langer dan 500 meter mogelijk is om de verkeersrichting in een tunnelbuis om te keren beschikt elke betreffende tunnelbuis in aanvulling op de gestandaardiseerde uitrusting genoemd in artikel 13 over de volgende uitrusting:
a. a. aan beide zijden van de verkeersbuis wordt boven elke rijstrook en ruimtereserveringstrook hoogtedetectie toegepast indien het profiel van de vrije ruimte in de verkeersbuis lager is dan 4,70 meter; b. b. de verlichtingszones bedoeld in paragraaf 4 van bijlage 4 worden vanuit beide richtingen bezien; c. c.
bijlage 4, paragraaf 11, geldt voor beide rijrichtingen;
d. d. verkeerslichten aan beide zijden van de verkeersbuis; e. e. afsluitbomen aan beide zijden van de verkeersbuis; f. f. detectie van stilstaande voertuigen en spookrijders die in twee richtingen werkzaam is; g. g.
bijlage 4, artikel 17.2, tweede lid, is niet van toepassing;
h. h. de Closed circuit television-camera’s zijn 180 graden draaibaar, en i. i. verkeersmanagementsysteem wordt voor beide rijrichtingen uitgevoerd.
2.
Indien de tunnelbeheerder dit verkeerskundig noodzakelijk acht, beschikt de tunnel bedoeld in het eerste lid tevens over een:
a. a. verrijdbare bermbeveiliging overeenkomstig bijlage 6, paragraaf 1, bij deze regeling, of b. b. beweegbare barrier overeenkomstig bijlage 6, paragraaf 2, bij deze regeling.
Artikel 13e
Met de onderdelen van de gestandaardiseerde uitrusting als bedoeld in de artikelen 13, 13a, 13b, 13c, 13d en in de bijlagen 4, 5 en 6 bij deze regeling worden gelijkgesteld die goederen die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie die partij is bij een tot een douane-uniestrekkende verdrag, dan wel rechtmatig zijn vervaardigd in een staat die partij is bij een tot de vrijhandelszone strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die voldoen aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de onderdelen van de gestandaardiseerde uitrusting wordt nagestreefd.
Artikel 13f
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels.
Artikel 14
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag nadat zij in de Staatscourant is geplaatst.
Bijlage 1. behorende bij
Deze bijlage betreft de QRA tunnels en wordt niet in de Nederlandse Staatscourant geplaatst maar ter inzage gelegd in de bibliotheek van het ministerie van IenM en wordt ook per internet beschikbaar gesteld.
Bijlage 2. behorende bij de
Deze bijlage betreft de leidraad veiligheidsdocumentatie en is niet in de Nederlandse Staatscourant geplaatst maar ter inzage gelegd in de bibliotheek van het ministerie van IenM en wordt ook per internet beschikbaar gesteld.
Bijlage 2a. behorende bij
Deze bijlage betreft de Scenarioanalyse en is niet in de Nederlandse Staatscourant geplaatst maar ter inzage gelegd in de bibliotheek van het ministerie van IenM en wordt ook per internet beschikbaar gesteld.