rijk/ministeriele-regeling/regeling-aanwijzing-bromfietsen-of-motorfietsen-ten-behoeve-van-vrijstelling-van/BWBR0012978
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling aanwijzing bromfietsen of motorfietsen ten behoeve van vrijstelling van de helmdraagplicht BWBR0012978 ministeriele-regeling geldend 2002-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012978 Regeling aanwijzing bromfietsen of motorfietsen ten behoeve van vrijstelling van de helmdraagplicht

Regeling aanwijzing bromfietsen of motorfietsen ten behoeve van vrijstelling van de helmdraagplicht

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

Onder de vermelding in deze regeling van een EG-richtlijn wordt verstaan hetgeen daaronder wordt begrepen in artikel 1.2 van de Regeling voertuigen, met inbegrip van de ingevolge artikel 1.3, eerste lid, van de Regeling voertuigen bekendgemaakte wijzigingen. Artikel 1.3, tweede lid, van de Regeling voertuigen is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2

1.

Door de Dienst Wegverkeer wordt een type bromfiets, niet zijnde brommobiel, of motorfiets als bedoeld in artikel 60, tweede lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens op aanvraag aangewezen ten behoeve van een vrijstelling van de helmdraagplicht als bedoeld in artikel 60, indien dit type:

a. a. een typegoedkeuring op grond van artikel 22 van de wet heeft verkregen, b. b. volgens een aan de Dienst Wegverkeer overgelegd testrapport voldoet aan de in artikel 4 opgenomen eisen, en c. c. voldoet aan het gestelde in artikel 5.

2. In de aanwijzing worden de zitplaatsen genoemd waarvoor de vrijstelling geldt.

3. De aanwijzing van een type bromfiets, niet zijnde brommobiel, of motorfiets wordt door de Directeur van de Dienst Wegverkeer bekendgemaakt in de Staatscourant.

Artikel 3

1.

Van een motorfiets behorend tot een aangewezen type:

a. a. wordt in het kentekenregister aangetekend dat er een vrijstelling is verleend ten aanzien van de verplichting tot het dragen van een goed passende helm als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; b. b. worden in het kentekenregister de zitplaatsen vermeld waarvoor deze vrijstelling geldt.

2. Op verzoek van de aanvrager verstrekt de Dienst Wegverkeer een bewijs van vrijstelling als bedoeld in het eerste lid.

Paragraaf 2. Testen en veiligheidsvoorzieningen

Artikel 4

1.

Uit het testrapport blijkt dat de bromfiets, niet zijnde brommobiel, of motorfiets is onderworpen aan de volgende testen:

a. a. een zijdelingse aanrijding door een personenauto (testconfiguratie 1); b. b. een frontale botsing tussen de bromfiets, niet zijnde brommobiel, of de motorfiets en personenauto onder een hoek van 45° (tekstconfiguratie 2); c. c. een zijdelingse aanrijding van de bromfiets, niet zijnde brommobiel, of de motorfiets tegen een personenauto onder een hoek van 45° (testconfiguratie 4); d. d. een schampende frontale aanrijding tussen een personenauto en de bromfiets, niet zijnde brommobiel, of de motorfiets (testconfiguratie 6); e. e. een zijdelingse aanrijding van de bromfiets, niet zijnde brommobiel, of de motorfiets tegen een personenauto (testconfiguratie 7); f. f. kanteltest en test daksterkte als beschreven in de bijlage; g. g. een test betreffende de uitstekende delen, bedoeld in het derde hoofdstuk van richtlijn 97/24/EG.

2. De testen genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, worden uitgevoerd overeenkomstig de daarbij aangegeven testconfiguraties, zoals opgenomen in NEN-ISO 13232-2 (februari 1997), paragraaf 4.3.1, waarbij wanneer het een test betreft ten behoeve van de aanwijzing van een bromfiets, niet zijnde een brommobiel, de snelheid kan worden beperkt tot 12,5 meter per seconde.

3. Uit het testrapport blijkt dat een voldoende beschermingsniveau wordt gewaarborgd, met dien verstande dat bij de testen genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, en de kanteltest, bedoeld in onderdeel f, de maximale waarde van de belasting van de kop van de testdummy de waarde van HPC=1000 niet is overschreden.

4. Met de in dit artikel bedoelde testen worden gelijkgesteld testen die aan ten minste gelijkwaardige eisen voldoen.

Artikel 5

1. De ruiten in de veiligheidscel voldoet aan paragraaf 1.1 of 1.2 van hoofdstuk 12 van bijlage I van richtlijn 97/24/EG.

2. De buitenranden van de veiligheidscel voldoen, ter voorkoming van beknelling van het hoofd of ledematen, aan hoofdstuk 3 van bijlage II van richtlijn 97/24/EG, tenzij stootkussens in mogelijke risicogebieden voor het hoofd en ledematen zijn aangebracht.

3. De gordelbevestigingspunten en het gordelsysteem voldoen aan hoofdstuk 11 van richtlijn 97/24/EG.

4. Indien het gordelsysteem, bedoeld in het derde lid, met de hand wordt bediend, is in het directe zichtveld van de bestuurder een waarschuwingssignaal van een passende lichtsterkte aangebracht, dat brandt indien bij een in bedrijf zijnde motor het gordelsysteem niet of niet volledig is aangelegd.

5. Het waarschuwingssignaal, bedoeld in het derde lid, voldoet aan afbeelding 9 van bijlage III van richtlijn nr. 78/316/EEG van de Raad van 21 december 1977 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende de binneninrichting van motorvoertuigen (identificatie van bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters) (PbEG L 81).

6. Het waarschuwingssignaal, bedoeld in het derde lid, behoeft niet aanwezig te zijn indien het voertuig zodanig ontworpen is dat de motor het voertuig niet kan voortbewegen wanneer het gordelsysteem niet volledig is aangelegd.

Paragraaf 3. Slotbepalingen

Artikel 6

Een wijziging van richtlijn 97/24/EG, van bijlage III van richtlijn nr. 78/316/EEG van de Raad van 21 december 1977 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende de binneninrichting van motorvoertuigen (identificatie van bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters) (PbEG L 81) of van bijlage II van richtlijn nr. 96/27/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 mei 1996 betreffende de bescherming van de inzittenden van motorvoertuigen bij zijdelingse botsingen en houdende wijziging van richtlijn nr. 70/156/EEG (PbEG L 169) gaat voor de toepassing van de artikelen 1, 4 en 5 en de bijlage, gelden met ingang van de dag waarop de betrokken wijzigingsrichtlijn ingevolge artikel 1.3 van de Regeling voertuigen voor de toepassing van dat besluit in werking treedt.

Artikel 7

Wijzigt de Regeling taken Dienst Wegverkeer

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het koninklijk besluit van 18 oktober 2001, houdende wijziging van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het Voertuigreglement (wijzigingen helmdraagplicht) (Stb. 519) in werking treedt.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing bromfietsen of motorfietsen ten behoeve van vrijstelling van de helmdraagplicht.

Bijlage . behorend bij artikel 4 van de Regeling aanwijzing tweewielers ten behoeve van vrijstelling van de helmdraagplicht