rijk/ministeriele-regeling/regeling-administratieve-verplichtingen-meststoffenwet/BWBR0009228
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling administratieve verplichtingen Meststoffenwet BWBR0009228 ministeriele-regeling geldend 2004-12-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0009228 Regeling administratieve verplichtingen Meststoffenwet

Regeling administratieve verplichtingen Meststoffenwet

Paragraaf 1. Definities

Artikel 1

1. In deze regeling wordt verstaan onder:

2. Deze regeling berust op artikel 7a van de wet voor zover het betreft paragraaf 1, de artikelen 5a en 5aa en paragraaf 6 van deze regeling, op de artikelen 52, aanhef en onderdelen d, e en f, en 53, aanhef en onderdelen c, d, f en g, van de wet voor zover het betreft de paragrafen 1, 2 en 6 van deze regeling, op artikel 53, aanhef en onderdelen c en d, van de wet voor zover het betreft de paragrafen 1, 3 en 6 van deze regeling, op artikel 58am van de wet voor zover het betreft paragraaf 1, artikel 5c en paragraaf 6 van deze regeling, op artikel 59, eerste en derde lid, van de wet voor zover het betreft paragraaf 1, de artikelen 5b, 5ba, 16f, 16g en 16k en paragraaf 6 van deze regeling, op de artikelen 2 en 6 van het besluit voorzover het betreft paragraaf 1, de artikelen 13, eerste en tweede lid, 14, 16a, eerste en tweede lid, 16b, eerste lid en tweede lid, 16c, 16d, 16e en paragraaf 6 van deze regeling, op artikel 5, eerste lid, van het besluit voor zover het betreft paragraaf 1, artikel 5d en paragraaf 6 van deze regeling, en op de artikelen 8 en 13, derde lid, van het besluit voor zover het betreft de paragraaf 1, de artikelen 15, 16, 16a, 16b, 16c en paragraaf 6 van deze regeling.

Paragraaf 2. Regels over de administratie van dieren en grond

Artikel 2

1.

De heffingplichtige bedoeld in artikel 14, onderscheidenlijk 22 van de wet, houdt per bedrijf een administratie bij van het aantal gehouden, uitgeschaarde of tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte dieren en van de tot het bedrijf behorende oppervlakte grond, met gebruikmaking van het formulier, zoals opgenomen in:

      bijlage 1F, indien het de dieradministratie betreft met betrekking tot het jaar 2004;

      bijlage 1G, indien het de dieradministratie betreft met betrekking tot het jaar 2005;

      bijlage 2F, indien het de grondadministratie betreft met betrekking tot het jaar 2004;

      bijlage 2G, indien het de grondadministratie betreft met betrekking tot het jaar 2005.

2. De administratie wordt binnen de in de bijlagen, bedoeld in het eerste lid, aangegeven termijnen en overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en juist bijgehouden.

3. In zoverre in afwijking van het eerste en tweede lid wordt voor de invulling van het formulier, opgenomen in bijlage 1F, onderscheidenlijk 1G, als beginaantal dieren behorend tot de diercategorie die in bijlage A bij de wet wordt aangeduid met nummer 210, aangemerkt het aantal dieren dat bij aanvang van de op 1 januari lopende mestperiode is opgezet, verminderd met het van dit aantal sindsdien verkochte en gestorven aantal dieren, en worden tegelijk met de laatste aflevering voor de slacht van de hennen van een mestperiode ook de hanen van die mestperiode aangemerkt als afgeleverd voor de slacht.

4. In de plaats van de formulieren, bedoeld in het eerste lid, kunnen andere gegevensdragers als administratie worden gebruikt indien deze tenminste dezelfde gegevens bevatten en deze gegevens op vergelijkbare wijze zijn gerangschikt en berekend als voorgeschreven bij gebruik van het desbetreffende formulier.

5. Voorzover de administratie, bedoeld in het eerste lid, door een derde wordt bijgehouden, maakt de heffingplichtige steeds binnen 14 dagen aantekening van elke wijziging in de aantallen dieren en beschikt hij steeds binnen een maand na afloop van een kalendermaand over een afschrift van de tot en met die kalendermaand bijgewerkte administratie.

Artikel 3

In zoverre in afwijking van artikel 2 kan de heffingplichtige ten aanzien van een bedrijf volstaan met het bijhouden van de administratie van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond, indien het bedrijf op elk moment in het desbetreffende kalenderjaar voldoet aan elk van de volgende voorwaarden:

a. a. de veebezetting is niet groter dan twee grootvee-eenheden per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond; b. b. de veebezetting is niet groter dan drie grootvee-eenheden.

Artikel 3a

In zoverre in afwijking van artikel 2 kan de heffingplichtige ten aanzien van een bedrijf waarvan in het desbetreffende kalenderjaar de veebezetting gemiddeld niet groter is dan 2,5 grootvee-eenheden per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel q, van de wet, een administratie van het aantal gehouden, uitgeschaarde of tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte dieren bijhouden met gebruikmaking van het formulier, opgenomen in bijlage 3D, dat overeenkomstig de daarop aangegeven termijnen en overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en juist wordt ingevuld.

Artikel 3b

1.

In zoverre in afwijking van artikel 2 houdt de heffingplichtige een administratie bij van het op 1 april van het desbetreffende jaar gehouden aantal dieren, met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in bijlage 3D en dat overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en juist wordt ingevuld, ten aanzien van een bedrijf dat in het desbetreffende kalenderjaar voldoet aan elk van de volgende voorwaarden:

a. a. de veebezetting is op geen enkel moment groter dan 0,3 grootvee-eenheden per hectare van de op dat moment bij het bedrijf behorende oppervlakte grond; b. b. de aanvoer van meststoffen en de productie van dierlijke meststoffen bedragen in totaal niet meer dan 15 kilogram fosfaat van de gemiddeld in dat jaar bij het bedrijf behorende oppervlakte grond.

2. De productie van dierlijke meststoffen wordt bepaald door het aantal op 1 april van het desbetreffende jaar gehouden dieren te vermenigvuldigen met de voor de dieren van de onderscheiden diercategorieën opgenomen forfaits in bijlage A bij de wet.

Artikel 3c

1.

Artikel 2 is in een kalenderjaar niet van toepassing ten aanzien van een bedrijf dat op elk moment in het desbetreffende kalenderjaar voldoet aan elk van de volgende voorwaarden:

a. a. de veebezetting is niet groter dan twee grootvee-eenheden per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond; b. b. de veebezetting is niet groter dan drie grootvee-eenheden; c. c. de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond is niet groter dan drie hectare; d. d. de som van de tot dan toe in dat jaar aangevoerde dierlijke en overige organische meststoffen en de productie van meststoffen door de op dat moment gehouden dieren op jaarbasis, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, is per hectare van de op dat moment tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond ten hoogste 85 kilogram fosfaat; e. e. het bedrijf sluit geen mestafzetovereenkomst en is niet verplicht op grond van een mestafzetovereenkomst dierlijke meststoffen op het bedrijf aan te voeren.

2. Op de vaststelling van de hoeveelheid aangevoerde dierlijke en overige organische meststoffen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is het bij en krachtens artikel 17, tweede, derde en vierde lid, van de wet bepaalde van overeenkomstige toepassing.

3. De productie van dierlijke meststoffen op jaarbasis, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, wordt vastgesteld op basis van het aantal op het desbetreffende moment gehouden dieren van de onderscheiden diercategorieën en op basis van de forfaitaire productienormen voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat per dier per jaar, opgenomen in bijlage A bij de wet.

Artikel 3d

Voor de toepassing van de artikelen 3 tot en met 3c geschiedt de omrekening van dieren van de onderscheiden diercategorieën naar grootvee-eenheden overeenkomstig de daarvoor in bijlage A bij de wet opgenomen normen.

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Vervallen

Paragraaf 2a. Regels over de opgave van percelen grond

Artikel 5a

1. De persoon of rechtspersoon die, of het samenwerkingsverband van personen of rechtspersonen dat op een bedrijf meststoffen aanvoert of dierlijke meststoffen produceert, verstrekt elk kalenderjaar vóór 16 mei, aan het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gegevens als bedoeld in artikel 7a van de wet, door inzending van het daartoe door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vastgestelde formulier, dat overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en naar waarheid wordt ingevuld, bij het op het formulier vermelde adres.

2. De inzending van het formulier kan op elektronische wijze geschieden. Op elektronische inzending is de Regeling landbouwtelling en GDI 2004 van toepassing.

3. Van de verplichting, neergelegd in het eerste lid, zijn in 2004 vrijgesteld personen, rechtspersonen of samenwerkingsverbanden van personen of rechtspersonen die in 2001, 2002 of 2003, hebben voldaan aan die verplichting.

Artikel 5aa

Indien een persoon, rechtspersoon of samenwerkingsverband van personen of rechtspersonen in het desbetreffende kalenderjaar pas na de datum, bedoeld in artikel 5a, eerste lid, aanvangt met het aanvoeren van meststoffen of het produceren van dierlijke meststoffen op een bedrijf, verstrekt hij gegevens als bedoeld in artikel 7a van de wet door inzending bij de Dienst Regelingen van het formulier, zoals opgenomen in bijlage 15, dat overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en juist is ingevuld, uiterlijk dertig dagen na het moment van aanvang van deze aanvoer of productie.

Artikel 5b

Artikel 5a, onderscheidenlijk artikel 5aa, is in een kalenderjaar niet van toepassing ten aanzien van een bedrijf als bedoeld in artikel 3c.

Artikel 5ba

Indien na de datum, genoemd in artikel 5a, eerste lid, op enig moment niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 5b in samenhang met artikel 3c, geschiedt de verstrekking van de gegevens, bedoeld in artikel 5a, eerste lid, artikel 5aa, in zoverre in afwijking van artikel 5a, door inzending bij de Dienst Regelingen van het formulier, zoals opgenomen in bijlage 15, dat overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en juist is ingevuld, uiterlijk dertig dagen na dat moment.

Artikel 5c

De in artikel 58am van de wet bedoelde aanmelding van landbouwgrond, onderscheiden naar grasland, bouwland beteeld met maïs, ander bouwland en braakland, en natuurterrein geschiedt bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit door:

a. a. verstrekking van gegevens met betrekking tot de landbouwgrond en het natuurterrein overeenkomstig artikel 5a, 5aa of 5ba, of, b. b. ingeval met betrekking tot de landbouwgrond en het natuurterrein nog geen gegevens overeenkomstig artikel 5a, 5aa of 5ba zijn verstrekt, door inzending van het formulier, zoals opgenomen in bijlage 15, dat overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en juist is ingevuld, bij de Dienst Regelingen.

Artikel 5d

1. De persoon, rechtspersoon of het samenwerkingsverband van personen of rechtspersonen, bedoeld in artikel 5a, onderscheidenlijk artikel 5aa, doet van een wijziging in de titels, bedoeld in de artikelen 1, eerste lid, onderdelen q en w, en derde lid, en 1a, tweede lid, van de wet op grond waarvan percelen landbouwgrond of natuurterrein of gedeelten daarvan bij het bedrijf in gebruik zijn ten opzichte van de overeenkomstig de artikelen 5a, 5aa, 5ba en 5c verstrekte gegevens melding aan de Dienst Regelingen door inzending van het formulier, zoals opgenomen in bijlage 14, dat overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en juist is ingevuld.

2.

De persoon, rechtspersoon of het samenwerkingsverband van personen of rechtspersonen, bedoeld in artikel 5a, onderscheidenlijk 5aa, doet van een verkleining van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond of natuurterrein of van een wijziging van de onderscheiden teelten op de percelen van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond ten opzichte van de ingevolge de artikelen 5a, 5aa, 5ba en 5c verstrekte gegevens melding aan de Dienst Regelingen door inzending van het formulier, zoals opgenomen in bijlage 15, dat overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en juist is ingevuld, ingeval op enig moment in het desbetreffende jaar niet langer sprake is van een mestplaatsingsruimte of mestaanvoerruimte die ten minste zo groot is als de som van

a a de hoeveelheid dierlijke meststoffen die op jaarbasis uitgaande van de op dat moment gehouden dieren op het bedrijf wordt geproduceerd en b. b. de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor op grond van een mestafzetovereenkomst een verplichting tot aanvoer op het bedrijf geldt.

3.

De melding geschiedt uiterlijk dertig dagen na

a. a. de dag waarop de desbetreffende wijziging zich heeft voorgedaan, indien de melding betrekking heeft op de gegevens, bedoeld in het eerste lid; b. b. het moment, bedoeld in het tweede lid, indien de melding betrekking heeft op de in dat lid bedoelde gegevens.

4. De hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt vastgesteld op basis van het aantal op het desbetreffende moment gehouden dieren van de onderscheiden diercategorieën en op basis van de forfaitaire excretienormen voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per dier per jaar, opgenomen in bijlage E bij de wet.

5. De verplichting tot het doen van de melding, bedoeld in het eerste en tweede lid, geldt niet in de periode van 1 januari 2005 tot en met 15 mei 2005.

6. In zoverre in afwijking van het eerste lid wordt, ingeval landbouwgrond of natuurterrein op basis van een vastgesteld plan van toedeling in gebruik wordt genomen, de melding gedaan door inzending van het formulier zoals opgenomen in bijlage 14, dat is ingevuld en ondertekend door de gebruiker en geparafeerd door de landinrichtingscommissie, reconstructiecommissie onderscheidenlijk herinrichtingscommissie van het desbetreffende herverkavelingsblok ingeval het formulier is ingevuld overeenkomstig de bij die commissie bekende gegevens. In deze melding wordt de titel vermeld op grond waarvan de percelen landbouwgrond of natuurterrein of gedeelten daarvan bij het bedrijf in gebruik zullen zijn na het passeren van een akte van toedeling.

Paragraaf 3. Regels voor deelname aan het systeem van verfijnde mineralenheffingen

Artikel 6

1. De aanmelding, bedoeld in artikel 22 van de wet, geschiedt door op de daartoe bestemde plaats op het tijdig ingediende aangiftebiljet voor de verfijnde mineralenheffingen van de aanmelding melding te maken.

2. De aanmelding geschiedt vóór 1 september van het jaar volgend op het jaar waarop de aanmelding betrekking heeft en geldt tevens voor de jaren volgend op het jaar waarop de aanmelding betrekking heeft.

3. Het bedrijf is niet langer aangemeld indien het aangifte doet van de heffingen, bedoeld in titel 1 van hoofdstuk IV van de wet.

4. Het formulier, bedoeld in het eerste lid, is opgenomen in bijlage 5, indien de aanmelding betrekking heeft op het jaar 1998, en in bijlage 5A, indien de aanmelding betrekking heeft op het jaar 1999.

Artikel 7

Een bedrijf komt niet in aanmerking voor de in artikel 22 van de wet bedoelde mogelijkheid indien ten aanzien van het desbetreffende kalenderjaar niet wordt voldaan aan de artikelen 2 en 4.

Paragraaf 4

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Vervallen

Paragraaf 5. Regels op grond van het

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

1. De administratie, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid van het besluit, bevat de gegevens en wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 2 van deze regeling.

2. In afwijking van het eerste lid wordt de administratie opgemaakt overeenkomstig artikel 3a dan wel 3b van deze regeling indien het desbetreffende artikel op het bedrijf van de producent van toepassing is.

Artikel 14

1. De producent van dierlijke meststoffen op wie artikel 2, eerste en tweede lid van het besluit van toepassing is, verstrekt vóór 1 september van het jaar volgend op het desbetreffende kalenderjaar aan de Dienst regelingen gegevens over de in het betreffende kalenderjaar gehouden aantallen dieren en de in dat kalenderjaar bij het bedrijf behorende oppervlakte grond.

2.

De verstrekking van deze gegevens geschiedt door indiening van het volledig ingevulde en ondertekende formulier, zoals opgenomen in:

      bijlage 10F, indien ten aanzien van het bedrijf van de producent de verfijnde mineralenheffingen worden geheven en de gegevens betrekking hebben op het jaar 2004;

      bijlage 11F, indien ten aanzien van het bedrijf van de producent de forfaitaire mineralenheffingen worden geheven en de gegevens betrekking hebben op het jaar 2004.

3. Van de in het eerste lid genoemd verplichtingen is vrijgesteld de producent van dierlijke meststoffen die ingevolge artikel 9a van de Regeling uitvoering heffingen en verrekening Meststoffenwet is vrijgesteld van de verplichting tot het doen van aangifte van de heffingen, bedoeld in hoofdstuk IV, titels 1 en 2, van de Meststoffenwet.

Artikel 15

1. De leverancier en de afnemer van dierlijke en overige organische meststoffen kunnen elkaar ter zake van het ondertekenen van een afleveringsbewijs machtigen mits zij gebruik maken van het machtigingsformulier, en mits zij voldoen aan de in dit formulier gestelde voorwaarden.

2. Het machtigingsformulier, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage 6 bij deze regeling.

Artikel 16

1. Als bewijs, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het besluit, wordt vastgesteld het vervoersbewijs dierlijke meststoffen dat is opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling.

2. Het afleveringsbewijs voor overige organische meststoffen, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het besluit wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage 8 bij deze regeling.

Artikel 16a

1. Bij de aflevering van een vracht dierlijke meststoffen aan een vervoerder die deze vracht doorlevert aan een afnemer worden de onderdelen 1, 3a, 3b, met uitzondering van de postcode van de losplaats en de datum en het tijdstip van het lossen, 3c, met uitzondering van de code van het laboratorium en de kilogrammen fosfaat en stikstof, en 4 van het vervoersbewijs ingevuld en wordt het vervoersbewijs door de leverancier ondertekend.

2. De melding, bedoeld in het eerste lid, geschiedt met gebruikmaking van het formulier dat als model X , onderscheidenlijk model VII, VIII, IX , XI, of XII in artikel 4 van de Regeling vaststelling formulieren Wet verplaatsing mestproductie is vastgesteld.

3. Indien de dierlijke meststoffen niet worden geanalyseerd, worden, in zoverre in afwijking van het eerste lid, de onderdelen 3b, voorzover dit betrekking heeft op het nettogewicht van de dierlijke meststoffen, en 3c van het vervoersbewijs niet ingevuld.

4. Indien de weging van de dierlijke meststoffen na de aflevering, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt, wordt, in zoverre in afwijking van dat lid, terstond na de weging bij onderdeel 3b van het vervoersbewijs het nettogewicht van de dierlijke meststoffen door de vervoerder ingevuld. Indien de weging bij de aflevering, bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, wordt in zoverre in afwijking van dat lid, het geschat gewicht niet ingevuld.

5. Voor de toepassing van het eerste lid behoeft bij onderdeel 3b van het vervoersbewijs het combinatienummer uitsluitend ingevuld te worden, indien de betrokken vracht bestaat uit vloeibare dierlijke meststoffen die geanalyseerd worden.

6. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid behoeft bij onderdeel 1 en bij onderdeel 5 van het vervoersbewijs het registratienummer van de opslag uitsluitend ingevuld te worden, indien de desbetreffende dierlijke meststoffen afkomstig zijn uit, onderscheidenlijk worden opgeslagen in een ingevolge artikel 5 of 7 van het Besluit voorraden Meststoffenwet aangemelde mestopslag.

7. In zoverre in afwijking van het eerste en tweede lid, kunnen de in die leden bedoelde gegevens ook op het vervoersbewijs worden vermeld door middel van het printen van deze gegevens in de door de Dienst regelingen aangegeven volgorde binnen de daarvoor op het vervoersbewijs bestemde ruimte.

Artikel 16b

1. Indien de vracht dierlijke meststoffen wordt vervoerd voordat aflevering heeft plaatsgevonden, worden door de vervoerder op het tijdstip van het laden van het vervoermiddel de onderdelen 1, 3a, 3b, met uitzondering van de datum en het tijdstip van het lossen, 3c, met uitzondering van de code van het laboratorium en de kilogrammen fosfaat en stikstof, en 4 van het vervoersbewijs ingevuld en wordt het vervoersbewijs bij onderdeel 1 door de vervoerder, als ware hij reeds leverancier, ondertekend.

2. Indien de afgeleverde dierlijke meststoffen worden vervoerd door de afnemer die deze vracht lost op zijn bedrijf of onderneming, worden op het tijdstip van het lossen van het vervoermiddel bij onderdeel 3b van het op de vracht betrekking hebbende vervoersbewijs de postcode van de losplaats en de datum en het tijdstip van het ingevuld.

3. Artikel 16a, derde tot en met zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

4. Artikel 14, tweede lid, van het besluit is uitsluitend van toepassing voor zover dit betrekking heeft op de in het eerste lid bedoelde gegevens.

Artikel 16c

De vervoerder van een vracht dierlijke meststoffen die zijn geanalyseerd vult, zodra hij de door het laboratorium verstrekte analyseresultaten heeft ontvangen, bij onderdeel 3c van het op die vracht betrekking hebbende vervoersbewijs de code van dat laboratorium en de kilogrammen fosfaat en stikstof van de geanalyseerde dierlijke meststoffen in.

Artikel 16d

1. De vervoerder van een vracht dierlijke meststoffen overlegt de met betrekking tot die vracht op het vervoersbewijs ingevulde gegevens aan de Dienst regelingen binnen tien werkdagen na het vervoer van de dierlijke meststoffen door indiening van het origineel van het desbetreffende door hem ondertekende vervoersbewijs.

2. Indien de dierlijke meststoffen worden geanalyseerd, overlegt de vervoerder van een vracht dierlijke meststoffen de met betrekking tot die vracht op het vervoersbewijs ingevulde gegevens aan de Dienst regelingen door indiening van het origineel van het desbetreffende door hem ondertekende vervoersbewijs binnen dertig werkdagen na het vervoer van de dierlijke meststoffen.

Artikel 16e

1. De vervoerder van een vracht dierlijke meststoffen overlegt met betrekking tot die vracht de in artikel 16a, eerste lid, bedoelde gegevens aan de in dat lid bedoelde leverancier door verstrekking van een afschrift van het op die vracht betrekking hebbende vervoersbewijs.

2. De vervoerder van een vracht dierlijke meststoffen overlegt met betrekking tot die vracht de in artikel 16a, eerste en tweede lid, bedoelde gegevens aan de in het tweede lid bedoelde afnemer door verstrekking van een afschrift van het op die vracht betrekking hebbende vervoersbewijs.

Artikel 16f

In zoverre in afwijking van de artikelen 16a, eerste lid, en 16b, eerste lid, behoeft op het vervoersbewijs bij onderdeel 3c niet het nummer van de deksel van de monsterpot of sealzak en het nummer van de monsterpot ingevuld te worden, indien de vervoerder een koppeling tussen het vervoersbewijs en de monsterverpakking heeft aangebracht door identieke etiketten die voorzien zijn van een unieke alfanumerieke code op de monsterverpakking en op het vervoersbewijs te bevestigen.

Artikel 16g

1.

De vervoerder van een vracht dierlijke meststoffen is met betrekking tot die vracht vrijgesteld van de verplichting, bedoeld in artikel 16c, en van de in artikel 16d, eerste lid, neergelegde verplichting om de in dat lid bedoelde gegevens te overleggen door indiening van het origineel van het vervoersbewijs, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

a. a. De in artikel 16d, eerste lid, bedoelde gegevens alsmede de op desbetreffende vracht betrekking hebbende code van het laboratorium en de kilogrammen fosfaat en stikstof worden elektronisch bij de Dienst regelingen ingediend met gebruikmaking van het door de Dienst regelingen daartoe verstrekte software-programma; b. b. de onder a bedoelde gegevens worden onder vermelding van het mestnummer van de desbetreffende vervoerder, ondertekend door middel van een persoonlijke gebruikerscode die overeenkomstig artikel 16h door de Minister op naam van de desbetreffende vervoerder is geregistreerd; c. c. de ontvangst van de elektronisch ingediende gegevens is door de Dienst regelingen bevestigd; d. d. de elektronisch ingediende gegevens zijn niet ingevolge artikel 16i door de Minister geweigerd; e. e. de vervoerder houdt een chronologisch overzicht bij van de door hem overeenkomstig dit artikel verzonden elektronische berichten; f. f. de vervoerder bewaart gedurende 5 jaar in zijn administratie het origineel van het desbetreffende vervoersbewijs alsmede de op de vracht waarop dit vervoersbewijs betrekking heeft betreffende analyseresultaten, en g. g. de vervoerder dient op eerste verzoek van de Dienst regelingen het origineel van het desbetreffende vervoersbewijs, nadat hij hierop bij onderdeel 3c de code van het laboratorium en de kilogrammen fosfaat en stikstof van de geanalyseerde dierlijke meststoffen heeft ingevuld, bij de Dienst regelingen in.

1. Als tijdstip waarop de gegevens zijn ontvangen, geldt het tijdstip waarop deze gegevens het systeem voor gegevensverwerking van de Dienst regelingen hebben bereikt.

Artikel 16h

1. De aanvraag tot registratie van een persoonlijke gebruikerscode geschiedt via de internetsite van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit onder vermelding van het mestnummer en het elektronische postadres van de aanvrager.

2. De Minister kan verzoeken om een bewijs van de juistheid van de bij de aanvraag verstrekte gegevens.

3. De geregistreerde gebruikerscode wordt geactiveerd nadat de aanvrager een door hem schriftelijk ondertekend ontvangstbewijs heeft geretourneerd.

Artikel 16i

1. De Minister kan elektronisch verschafte gegevens weigeren voor zover de aanvaarding daarvan tot een onevenredige belasting voor de Minister zou leiden dan wel voor zover de betrouwbaarheid of vertrouwelijkheid van het desbetreffende bericht onvoldoende is gewaarborgd, gelet op de aard en de inhoud van het bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt.

2. De Minister deelt de weigering op grond van dit artikel zo spoedig mogelijk aan de afzender mede.

Artikel 16j

1. Een bedrijfsoverdracht wordt binnen dertig dagen nadat zij plaatsvond door de vervreemder en de verkrijger van het bedrijf gezamenlijk gemeld aan de Dienst regelingen.

2. De melding, bedoeld in het eerste lid, geschiedt met gebruikmaking van het formulier zoals opgenomen in bijlage 16, onderscheidenlijk het formulier dat als model X, onderscheidenlijk model VII, VIII, IX, XI, of XII in artikel 4 van de Regeling vaststelling formulieren Wet verplaatsing mestproductie is vastgesteld.

Paragraaf 6. Overige bepalingen

Artikel 16k

1. De producent van dierlijke meststoffen en de gebruiker van meststoffen zijn vrijgesteld van de in artikel 2, tweede lid, van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet gestelde verplichting voor zover het betreft het bijhouden van een administratie met betrekking tot de aan hen afgeleverde andere meststoffen die fosfaat bevatten.

2. De leverancier en de afnemer zijn vrijgesteld van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 7, vierde lid, 10, 11 en 12 van het besluit.

Artikel 17

De bijlagen bij deze regeling liggen ter inzake in de bibliotheek van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en bij de Dienst regelingen.

Artikel 18

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1998.

Artikel 19

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling administratieve verplichtingen Meststoffenwet.

Bijlage 1

Vervallen

Bijlage 1A

Vervallen

Bijlage 1B. behorende bij de

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Bureau Heffingen.

Bijlage 1C. behorende bij

Vervallen

Bijlage 1D. behorende bij

Vervallen

Bijlage 1E. behorende bij

Vervallen

Bijlage 1F. behorende bij

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Bureau Heffingen.

Bijlage 1G. behorende bij

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en bij de Dienst Regelingen.

Bijlage 2

Vervallen

Bijlage 2A. behorende bij de

Vervallen

Bijlage 2B. behorende bij de

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Bureau Heffingen.

Bijlage 2C. behorende bij

Vervallen

Bijlage 2D. behorende bij

Vervallen

Bijlage 2E. behorende bij

Vervallen

Bijlage 2F. behorende bij

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Bureau Heffingen.

Bijlage 2G. behorende bij

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en bij de Dienst Regelingen.

Bijlage 3

Vervallen

Bijlage 3A. behorende bij de

Vervallen

Bijlage 3B. behorende bij de

Vervallen

Bijlage 3C. behorende bij de

Vervallen

Bijlage 3D. behorende bij de

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en bij de Dienst Regelingen.

Bijlage 4

Vervallen

Bijlage 5

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Bureau Heffingen.

Bijlage 5A. behorende bij de

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Bureau Heffingen.

Bijlage 6

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Bureau Heffingen.

Bijlage 7

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Bureau Heffingen.

Bijlage 7A

Vervallen

Bijlage 7B

Vervallen

Bijlage 8

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Bureau Heffingen.

Bijlage 9. behorende bij de

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Bureau Heffingen.

Bijlage 9A. behorende bij de

Vervallen

Bijlage 9B. behorende bij

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Bureau Heffingen.

Bijlage 10. behorende bij

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Bureau Heffingen.

Bijlage 10A. behorende bij

Vervallen

Bijlage 10B. behorende bij

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Bureau Heffingen.

Bijlage 10C. behorende bij

Vervallen

Bijlage 10D. behorende bij

Vervallen

Bijlage 10E

Vervallen

Bijlage 10F. behorende bij

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en bij de Dienst Regelingen.

Bijlage 11. behorende bij

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Bureau Heffingen.

Bijlage 11A. behorende bij

Vervallen

Bijlage 11B. behorende bij

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Bureau Heffingen.

Bijlage 11C. behorende bij

Vervallen

Bijlage 11D. behorende bij

Vervallen

Bijlage 11E

Vervallen

Bijlage 11F. behorende bij

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en bij de Dienst Regelingen.

Bijlage 12. behorend bij

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Bureau Heffingen.

Bijlage 13. behorende bij

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Bureau Heffingen.

Bijlage 14. behorende bij

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Bureau Heffingen.

Bijlage 15. behorende bij de

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Bureau Heffingen.

Bijlage 16. behorende bij

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Bureau Heffingen.